![]() |
DE OVERGANG VAN DE PROFETEN NAAR DE EVANGELIËN Bedenk hoe de afsluitende woorden van de Oud Testamentische profeten vloeiend overlopen in de inleiding van het Nieuwe Testament. Maleachi, die algemeen beschouwd wordt als de laatste Hebreeuwse profeet, voorspelt een “Elia die komen gaat” – Johannes de Doper (Mattheüs 11:13-14; Maleachi 4:5,6). Marcus, die door velen beschouwd wordt als de eerste van de schrijvers van het evangelie, begint precies waar Maleachi ophield - door profetieën aan te halen uit Maleachi 3:1 en Jesaja 40:3 over een boodschapper die aan de Messias vooraf zou gaan. Dan wordt Johannes de Doper geïntroduceerd (de toekomstige Elia geprofeteerd door Maleachi) als de aangestelde voorganger van Jezus Christus, die de weg voorbereidt voor Zijn eerste komst. (Het is interessant te vermelden dat de context van het laatste hoofdstuk van Maleachi de verschijning van nog een andere profeet suggereert “in de geest en de kracht van Elia” die voorafgaat aan Christus’ tweede komst.) Mattheüs begint op vergelijkbare wijze zijn evangelie als een voortzetting van het Oude Testament, door de genealogie van de Hebreeuwse aartsvaderen en koningen weer te geven die leiden tot de geboorte van Jezus Christus. Het specifieke doel van Mattheüs hoofdstuk 1 wordt vermeld in vers 18: “De geboorte van Jezus Christus geschiedde aldus...” Toch gaan 17 belangrijke verzen vooraf aan deze mededeling. Waarom? Zij verklaren duidelijk Jezus’ Israëlitische afkomst tot aan Koning David en, zelfs nog eerder, tot Abraham. Deze woorden van Mattheüs bekrachtigen de belangrijkheid van de voorafgaande boeken van de Hebreeuwse Bijbel en laten zien hoe hij voortbouwde op hun fundament. Waarom begint het Nieuwe Testament met een genealogie? “Geslachtsregister van Jezus Christus, de zoon van David, de zoon van Abraham. Abraham verwekte Izaak, Izaak verwekte Jakob, Jakob verwekte Juda en zijn broeders...David de koning verwekte Salomo bij de vrouw van Uría...Josía verwekte Jechónia en diens broeders ten tijde van de Babylonische ballingschap...” “Al de geslachten dan van Abraham tot David zijn veertien geslachten en van David tot de Babylonische ballingschap veertien geslachten en van de Babylonische ballingschap tot de Christus veertien geslachten.” (Mattheüs 1:1-2, 6, 11, 17). Deze 17 verzen kunnen worden beschouwd als een korte samenvatting van de heilige geschiedenis van Israël en Juda. Zij vormen een krachtige boodschap aan het begin van het Nieuwe Testament dat we het Oude Testament voldoende aandacht moeten geven. Mattheüs’ geschiedkundige introductie was bedoeld om de wettige
genealogie van Christus aan te tonen – dat Hij de vervulling is
van de beloften die aan Abraham werden gedaan (o.a. Genesis 12:3; 18:18;
22:18; etc.) en aan Koning David (vergelijk 2 Sam. 7:16; Hand. 13:22,
23; Lukas 1:32). Het evangelie van Mattheüs is gebouwd op het fundament
van de Hebreeuwse geschriften en bevat hieruit vele citaten. Zodoende
verbinden zowel Matteüs als Marcus de twee Testamenten als een compleet
geheel. |
![]() |
© 1995-2006 United
Church of God, an International Association | Privacy
Policy Reproduction in whole or in part without permission is prohibited. All correspondence and questions should be sent to info@gnmagazine.org. Send inquiries regarding the operation of this Web site to webmaster@gnmagazine.org. |