KONING JOJAKIM:
EEN LES UIT DE BIJBELSE GESCHIEDENIS
De geschiedenis laat zien dat door de eeuwen diverse
mensen hebben geprobeerd het Woord van God te vernietigen. In de vroege
zesde eeuw voor Christus vernietigde Jojakim, koning van Juda, letterlijk
het Woord van God en betaalde een hoge tol voor zijn arrogantie.
De 11-jarige regering van Jojakim was rampzalig. Ook al had hij de mogelijkheid
het rechtvaardige voorbeeld van zijn vader Josia te volgen (Jeremia 22:15,16),
toch keerde Jojakim zich tot het kwaad. Jeremia beschreef hem als een
verwaande heerser die zijn eigen mensen misbruikte (verzen 13,14) en God’s
dienaren vervolgde en vermoorde (Jermia 26:20-23).
God instrueerde Jeremia te profeteren dat - tenzij ze zich bekeerden -
Koning Jojakim en Jerusalem zouden vallen (Jeremia 36). Jeremia liet God’s
woorden optekenen door zijn sekretaris Baruch, en instrueerde hem deze
profetieën voor te lezen aan de bevolking van Juda. God hoopte dat
zij zich zouden bekeren en hun geprofetteerde ondergang zouden vermijden
(Jeremia 36: 4-7).
Toen de prinses Jeremia’s profetische woorden hoorde, bracht zij
ze snel over aan Jojakim (Jeremia 36:19). Toen hoorde de koning het verslag
van de prinses over Jeremia’s voorspellingen en stuurde een ambtenaar
om de rol naar hem toe te brengen (vers 21).
Jojakim beval de ambtenaar de rol luidop voor te lezen. Nadat de man enkele
kolommen gelezen had, sneed de koning dat deel van de rol en wierp het
minachtend in het haardvuur dat voor hem brandde. De koning ging hiermee
door “totdat de hele rol verteerd was...” (vers 23).
Jojakim dacht blijkbaar dat hij aan niemand rekenschap hoefde af te leggen.
Maar God zou het laatste woord hebben. Hij instrueerde Jeremia nog een
andere rol te maken net als de eerste (verzen 27-32). God gebruikte krachtige
taal voor Jojakim: “Hij zal niemand hebben, die op de troon van
David is gezeten, en zijn lijk zal neergeworpen liggen in de hitte overdag
en in de koude des nachts; Ik zal aan hem, zijn nakomelingen en zijn dienaren
hun ongerechtigheid bezoeken, en Ik zal over hen en de inwoners van Jeruzalem
en de mannen van Juda al de rampspoed brengen, waarvan Ik tot hen gesproken
heb, zonder dat zij gehoor hebben gegeven (verzen 30,31).
Helaas volhardde Jojakim in zijn trotsering en met alle gevolgen van dien.
Verslagen door de Babyloniërs en weggevoerd in ketenen, stierf hij
waarschijnlijk op weg naar of in gevangenschap in Babylon.
De les van koning Jojakim geldt voor alle leiders en mensen: degene die
tracht God’s Woord te vernietigen brengt zichzelf in groot gevaar.
De mens kan God niet op arrogante wijze uitdagen en vrijuitgaan.
God’s woord is de basis van alle kennis en, in tegenstelling tot
de sterfelijke mens, zal het tot in de eeuwigheid blijven
(1 Petrus 1:24,25).
|