Bible Study Course Lesson 2: The Word of God: The Foundation of Knowledge
Bijbelstudie Cursus
Les 2
Het Woord van God: de basis van kennis
¬ Inleiding.
¬ Kennis en begrip of betekenisloze informatie?
¬ Basiskennis die iedereen nodig heeft
¬ Misleidingen over God en de Bijbel.
¬ Waarom de mens de kennis van God verwerpt?
¬ Hoe Goddelijke kennis te verkrijgen.
¬ Gods Kennis in delen geopenbaard.
¬ De overgang van profeten naar evangeliën
¬ Fascinerende openbaring van God
¬ De schrijvers van de Hebreeuwse Bijbel.
¬ Koning David en zijn Schriftgeleerden.
¬ De Geschriften van Koning Salomo.
¬ Nog een belangrijke auteur.
¬ De vijf boeken van Mozes.
¬ De latere of belangrijkste profeten
¬ Daniël de profeet.
¬ Schrijvers van het Nieuwe Testament
¬ De basis van ware normen en waarden
¬ Koning Jojakim: Een les uit bijbelse geschiedenis
¬ Verklarende woordenlijst
¬ Slotopmerkingen
¬ Punten ter overweging.
¬ Multiple choice vragen.
Van de uitgever van het blad The Good News magazine.
The Word of God: The Foundation of Knowledge
Bekijk Les 2 in de Engelse taal in PDF formaal
Lijst met alle Engelse Bijbel Studie Lessen
Verwante artikelen in de Engelse taal
The Bible and Archaeology
Kosteloze boekjes in de Engelse taal
Is the Bible True?
How to Understand the Bible
 

VERKLARENDE WOORDENLIJST

Apostel: Een exclusieve geestelijke functie die in de geschiedenis door slechts enkelen is vervuld; letterlijk “de gezondene,” maar voor een specifiek doel: een boodschap te brengen. In het Nieuwe Testament verwijst dit naar een speciale gezant of boodschapper van God (Lukas 11:49; Openbaringen 18:20); specifieker de eerste 12 apostelen (Peter, Johannes, Andreas, enz.) plus Paulus, Barnabas en enkele anderen. Jezus Christus wordt de Apostel genoemd (Hebreeuw 3:1).


Evangelie: Het goede nieuws van Gods eeuwigdurende koninkrijk dat op aarde wordt gevestigd na Jezus’ wederkomst en hoe we deel kunnen uitmaken van dat koninkrijk. Deze boodschap stond centraal in het onderwijs van Jezus Christus en de apostelen. De term wordt zo’n 100 keer in het Nieuwe Testament gebruikt.


Kennis: De ruime hoeveelheid informatie die iemand bezit; een kenmerk van God (Rom. 11:33); wat we moeten weten over God (Hosea 4:6).


Latere Profeten: Jesaja, Jeremia en Ezechiël; “latere” genoemd om deze 3 en hun boeken te onderscheiden van de boeken van de “eerdere” profeten: Samuël en Koningen.


Voorname Profeten: Jesaja, Jeremia en Ezechiël; “voornaam” genoemd om deze 3 en hun boeken te onderscheiden van de 12 “kleinere” profeten. Voornaam wordt gebruikt in de betekenis van langere boeken en kleiner in de betekenis van korter.


Pentateuch: De Griekse term voor de eerste vijf boeken van de Bijbel, de vijf boeken van Mozes (penta betekent vijf). Deze term kwam in gebruik toen de Hebreeuwse Bijbel (of Oude Testament) in zo’n 300 voor Christus vertaald werd in het Grieks.


Verslaggever: Een zegsman, secretaris of archivaris; de officiële secretaris van de koning (2 Sam. 8:16). In de oudheid was deze een lid van een professionele klasse van geletterde mannen die getraind waren voor officiële tewerkstelling in de koninklijke administratie.


Openbaring: De onthulling van Gods Woord en plan met de mensheid. In de Bijbel refereert dit aan het ophelderen van onbekende zaken; verborgen kwesties aan het licht brengen; met name geroepen individuen ertoe brengen te zien, horen, waar te nemen, weten en begrijpen over de dingen van God; het ontsluieren van bijbelse mysterieën (Rom. 16:25).


Schriftgeleerde: iemand die officiële manuscripten overschrijft (met name de Hebreeuwse Bijbel); een archivaris; een lid van een professionele klasse van secretarissen die wetsdocumenten overschreven en experts waren in de studie van de wet (of Torah). Ezra was een vakbekwame schriftgeleerde (Ezra 7:6). Jezus prees het beroep (Mattheüs 13:52), maar nam vaak aanstoot aan de manier waarop de schriftgeleerden hun positie en invloed gebruikten en de Schriften vaak verkeerd interpreteerden.


Torah: Een Hebreeuwse uitdrukking die specifiek naar “de wet” verwijst betekenende de vijf boeken van Mozes. In een bredere zin betekent het: geestelijke instructie of onderwijs.


Begrip: De eigenschap inzicht te hebben of goed beoordelingsvermogen in algemene zaken; een doortastende kracht van abstracte gedachtenis; de bekwaamheid om logisch door te denken of een gedachtenlijn te volgen.


Wijsheid: Ervaring, kennis en begrip hebben en de eigenschap om alledrie toe te passen met voorzichtigheid, discretie en gezond verstand; de kern van juist moreel en intellectueel oordeel; een kenmerk dat God aan Zijn mensen toebedeelt (Mattheüs 12:42) als ze Zijn Woord bestuderen; vertegenwoordigd door het boek Spreuken.


Subscribe to the Good News Magazine © 1995-2006 United Church of God, an International Association | Privacy Policy
Reproduction in whole or in part without permission is prohibited. All correspondence and questions should be sent to info@gnmagazine.org. Send inquiries regarding the operation of this Web site to webmaster@gnmagazine.org.