|
|
Jezus Christus: Mens en het Beeld van God
Bevestigt de apostel Jakobus Genesis 1:26?
“. . . Met haar [de tong] loven wij de Here en Vader en met
haar vervloeken wij de mensen, die naar de gelijkenis Gods geschapen zijn”
(Jakobus 3:9).
Het is duidelijk dat twee gedeelte s in Genesis (5:2 en 9:6) het feit
onderbouwen dat de mannen en de vrouwen voortgingen in het beeld en de
gelijkenis van God zelfs nadat de zonde de wereld van mensen was binnengenkomen
en het menselijk karakter zeer in de war bracht. Verscheidene millennia
later bevestigden de apostelen van Christus dit fundamentele bijbelse
onderwijs: Een menselijk wezen zijn is geschapen zijn het beeld en de
gelijkenis van God.
Dit zou ons voldoende reden moeten geven om onze menselijke verhoudingen
te waarderen en na te denken hoe wij elkaar behandelen. Laster, kwaadsprekerij
en belasteren van anderen, is in tegenspraak met de natuurlijke waardigheid
van ons ontzagwekkend doel in het leven.
Bevestigde de apostel Paulus ook deze essentiële doctrinaire
waarheid?
“Want een man moet het hoofd niet dekken: hij is het beeld en
de heerlijkheid Gods, maar de vrouw is de heerlijkheid van de man”
(1 Corinthiërs 11:7).
Deze twee apostelen, Paulus en Jakobus, herbevestigen dit elementaire,
fundamentele bijbelse onderwijs. Nochtans hebben sommigen verondersteld
dat deze bepaalde gedeelte vrouwen van het delen in het beeld van God
uitsluit, wat - als dat waar zou zijn - duidelijk Genesis 1:26 en 5:2
zou tegenspreken.
Slecht een paar verzen verder laat Paulus overigens zien dat dit niet
is wat hij bedoelt. "Want gelijk de vrouw uit de man is, zo is ook
de man door de vrouw; alles [met inbegrip van Zijn beeld, dat op Zijn
karakter wijst] is echter uit God." (1 Corinthiërs 11:12). Blijkbaar
bespreekt Paulus de duidelijke veronachtzaming van de Corinthische congregatie
voor het juiste onderscheid tussen de rollen van mannen en vrouwen.
Door wie wordt het beeld van God geperfectioneerd in mannen en
vrouwen?
“Want, dewijl de dood er is door een mens, is ook de opstanding
der doden door een mens [Christus]. Want evenals in Adam allen sterven,
zo zullen ook in Christus allen levend gemaakt worden" (1 Corinthiërs
15:21-22).
“De eerste mens is uit de aarde, stoffelijk, de tweede mens [Christus]
is uit de hemel. Gelijk de stoffelijke is, zijn ook de stoffelijken, en
zoals de hemelse is, zijn ook de hemelsen. En gelijk wij het beeld van
de stoffelijke gedragen hebben, zo zullen wij het beeld van de hemelse
[Christus] dragen.” (1 Corinthiërs 15:47-49).
Wij mensen hebben onszelf duidelijk teleurgesteld. Wij zijn er niet in
geslaagd om God's doel voor ons te begrijpen. Wij hebben niet ons prachtig,
goddelijk potentieel nageleefd. De zonde heeft het beeld van God in alle
mensen in de war gebracht. Maar de restauratie en de vernieuwing van de
geestelijke gelijkenis (karakter) van God vinden plaats door Jezus Christus,
in wiens beeld wij bestemd zijn om definitief en volledig in overeenstemming
te zijn bij de verrijzenis van de rechtvaardigen. Onze vleselijke lichamen
zullen dan verheerlijkte geestelijke lichamen worden (Filippensen 3:20-21;
zie ook 1 Thessalonica 4:13-17).
Is Christus ook in het beeld van God?
“Indien dan nog ons evangelie bedekt is, is het bedekt bij hen,
die verloren gaan, ongelovigen, wier overleggingen de god dezer eeuw met
blindheid heeft geslagen, zodat zij het schijnsel niet ontwaren van het
evangelie der heerlijkheid van Christus, die het beeld Gods is”
(2 Corinthiërs 4:3-4).
“Hij [God de Vader] heeft ons verlost uit de macht der duisternis
en overgebracht in het Koninkrijk van de Zoon zijner liefde, in wie wij
de verlossing hebben, de vergeving der zonden. Hij [Christus] is het beeld
van de onzichtbare God, de eerstgeborene der ganse schepping” (Kolossensen
1:13-15).
Alhoewel de mensen in het beeld van God worden gemaakt, is het de rechtvaardige
en de zonder zonde zijnde Jezus Christus, die mannen en de vrouwen rechtvaardigt
die hebben gezondigd en de doodsstraf op zichzelf brachten (Romeinen 6:23).
Paulus vertelt ons dat wij, "Ook u, die eertijds vervreemd en vijandig
gezind waart blijkens uw boze werken, heeft Hij [Christus] thans weder
verzoend, in het lichaam zijns vlezes, door de dood, om u heilig en onbesmet
en onberispelijk voor Zich te stellen, indien gij slechts wel gegrond
en standvastig blijft in het geloof" (Kolossensen 1:21-23). Hoewel
wij ver weg van ons potentieel staan, verschaft Jezus Christus - die veel
meer het "beeld van god" is - een manier voor ons om ons te
verzoenen met onze Schepper en dat potentieel te bereiken om het karakter
van God in ons leven te weerspiegelen (2 Petrus 3:18).
Jezus Christus was het zichtbare beeld van de onzichtbare God. Christus
zei: "Wie Mij gezien heeft, heeft de Vader gezien" (Johannes
14:9). Door Christus zien wij zowel de Vader en een beter begrip van ons
doel en potentieel.
Het is duidelijk dat een belangrijk aspect van ons doel in het leven is
om het karakter van de God te bereiken. Hebreeën 1:3 verklaart dat
Jezus Christus de "afstraling zijner heerlijkheid [de glorie van
de God] en de afdruk van zijn wezen" was. In dit vers is "beeld"
vertaald van het Griekse woord "karakter". Dit woord betekent
een "hulpmiddel voor het graveren van een 'zegel' of 'stempel' zoals
op een muntstuk of zegel, waarbij de zegel of de matrijs, die de stempel
maakt, het erdoor geproduceerde 'beeld' draagt, en, vice versa, alle eigenschappen
van het 'beeld' corresponderen respectievelijk met die van het instrument
dat het produceert." ("Beeld",uit Vine's Verklarende Woordenboek
van het Oud- en Nieuwtestamentische Woorden.)
Jezus Christus was werkelijk het exacte beeld van God de Vader. De engelse
"Herziene Standaardversie" vertaalt Hebreeën 1:3: "Hij
reflecteert de glorie van God en draagt de eigenlijke zegel van Zijn aard."
Christus bevestigde dit toen hij zei, " Wie Mij gezien heeft, heeft
de Vader gezien" (Johannes 14:9).
Wat is de geestelijke taak van elke Christen?
“dat gij verjongd wordt door de geest van uw denken,
en de nieuwe mens aandoet, die naar de wil van God geschapen is in waarachtige
gerechtigheid en heiligheid” (Efeziërs 4:23-24).
Het is de nieuwe man (of nieuwe vrouw) die geestelijk in het beeld van
God is. Maar niemand kan deze transformatie door zichzelf verwezenlijken.
(Vraag alstublieft ons gratis boekje "De Weg naar het Eeuwige Leven"
aan.) Het beeld van God kan bij mensen slechts worden vernieuwd door de
levende aanwezigheid van Jezus Christus in hun leven.
De apostel Paulus schreef: "Met Christus ben ik gekruisigd, en toch
leef ik, dat is, niet meer mijn ik, maar Christus leeft in mij. En voor
zover ik nu nog in het vlees leef, leef ik door het geloof in de Zoon
van God, die mij heeft liefgehad en Zich voor mij heeft overgegeven."
(Galaten 2:20). Deze echt wonderbaarlijke ervaring kan slechts door en
via God's Geest worden verwezenlijkt.
Wat is onze uiteindelijke bestemming in God en Christus?
“Want die Hij [God de Vader] tevoren gekend heeft, heeft Hij
ook tevoren bestemd tot gelijkvormigheid aan het beeld zijns Zoons, opdat
Hij de eerstgeborene zou zijn onder vele broederen” (Romeinen
8:29).
Het eeuwige leven in het Koninkrijk als deel van God's familie is onze
bestemming. Dat is waarom wij allereerst in het beeld van God zijn gemaakt.
Ware Christenen zijn bestemd om zich bij de Vader en bij de Zoon in die
grote familie als "broeders" van Jezus Christus aan te sluiten.
Groot en overvloedig zijn de beloningen van de rechtvaardigen! Maar wat
gebeurt er met de goddelozen, die weigeren zich te bekeren?
|