|
|
Beloning en Straf Bekijk het vanuit God's perspectief.
Hij heeft reeds bepaald om alle menselijke wezens elke mogelijke kans
te bieden om het leven te kiezen. Wat zou u met een persoon die - hetzij
moedwillig of door voortdurende verwaarlozing -God's genade offer van
het eeuwige leven weigert en doelbewust kiest voor een zondig leven? Zou
u een dergelijke persoon eeuwige leven in uw koninkrijk geven, waar hij
kon voortzetten om anderen eeuwig te beschadigen? Wat zou u doen?
Het is zeker dat sommigen God zien als een monster die falende mensen
voor eeuwig straft in het hellevuur. Maar als we zorgvuldig en in gebed
de relevante bijbelse verzen onderzoeken - gekoppeld aan een inzicht in
het ware doel van de God voor mensheid - dan is dat niet de straf van
de goddelozen.
Wanneer zal God hen belonen, die van Hem houden en Hem gehoorzamen?
“Neen, hebt uw vijanden lief, en doet hun goed en leent zonder
op vergelding te hopen, en uw loon zal groot zijn en gij zult kinderen
van de Allerhoogste zijn, want Hij is goed jegens de ondankbaren en bozen”.
(Lucas 6:35).
“Maar wanneer gij een gastmaal aanricht, nodig dan bedelaars, misvormden,
lammen en blinden. En gij zult zalig zijn, omdat zij niets hebben om u
terug te betalen. Want het zal u terugbetaald [beloond] worden bij de
opstanding der rechtvaardigen” (Lucas 14:13-14).
Is God ook een God van rechtvaardigheid in de betekenis dat Hij
hen zal straffen die doelbewust weigeren spijt te hebben van hun verdorvenheid
en wangedrag?
“Dan zal Hij ook tot hen, die aan zijn linkerhand zijn, zeggen:
Gaat weg van Mij, gij vervloekten, naar het eeuwige vuur, dat voor de
duivel en zijn engelen bereid is” (Mattheüs 25:41).
“En dezen zullen heengaan naar de eeuwige straf, maar de rechtvaardigen
naar het eeuwige leven” (vers 46).
De goddelozen krijgen een eeuwige straf in de betekenis dat zij voor altijd
van God en het leven zelf worden afgesneden, maar Hij legt hen niet een
eeuwige kwelling op. Vergeet nooit dat het loon, dat de zonde geeft, de
dood is, maar de genade, die God schenkt, is het eeuwige leven (Romeinen
6:23). Het leven en de dood zijn tegengestelden, niet twee manieren om
hetzelfde ding te zeggen. De dood betekent het ontbreken van het leven
en niet eeuwig leven in een andere plaats.
Het laatste boek van de Bijbelse profetieën beschrijft hoe kwaadaardige
menselijke wezens in de poel des vuurs worden geworpen: "En het beest
werd gegrepen en met hem de valse profeet, die de tekenen voor zijn ogen
gedaan had, waardoor hij hen verleidde, die het merkteken van het beest
ontvangen hadden en die zijn beeld aanbaden; levend werden zij beiden
geworpen in de poel des vuurs, die van zwavel brandt." (Openbaring
19:20). Wat gebeurt er met fysieke menselijke wezens, die levend in een
enorme vuuroven ketel worden geworpen? Zij verbranden en worden volledig
verteerd.
De Bijbel toont aan dat een verterend vuur het uiteindelijke lot van de
goddelozen is (Maleachi 4:3). In feite heeft God juist een dergelijke
vuurzee gebruikt als een eeuwig voorbeeld van het lot van hen die weigeren
zich te bekeren van hun verdorvenheid. Judas verklaart: ". .. Sodom
en Gomorra ... haar hoererij hebben botgevierd en ander vlees achternagelopen
zijn, daar liggen als voorbeeld, onder een straf van eeuwig vuur."
(Judas 7).
De inwoners van Sodom en Gomorra branden niet meer alhoewel zij figuurlijk
worden beschreven als lijdend aan "een straf van eeuwig vuur".
In tegendeel, het is beloofd dat ook zij een mogelijkheid krijgen tot
het eeuwige leven (Mattheüs 10:14-15; 11:23-24) in de verrijzenis
tot het oordeel zoals wordt beschreven in Openbaring 20 en Ezechiël
37. (Voor meer informatie over deze weinig begrepen bijbelse waarheid,
vraag alstublieft uw gratis exemplaar aan van het boekje
"Gods
Plan volgens Zijn Heilige Dagen: De Belofte van Hoop voor de gehele Mensheid.)
Boven alles is God een God van genade. Lees daarvoor Psalm 136. Hij neemt
geen genoegen in de dood van de goddeloze en stelt vaak Zijn oordeel uit
in de hoop op bekering. Zoals apostel Petrus verklaart: "De Here
talmt niet met de belofte, al zijn er, die aan talmen denken, maar Hij
is lankmoedig jegens u, daar Hij niet wil, dat sommigen verloren gaan,
doch dat allen tot bekering komen." (2 Peter 3:9).
In principe, drukt apostel Paulus dezelfde goddelijke hoop uit. "Dit
is goed en aangenaam voor God, onze Heiland, die wil, dat alle mensen
behouden worden en tot erkentenis der waarheid komen." (1 Timotheüs
2:3-4).
Het is het eeuwige doel van de levende God om ons in Zijn familie te brengen!
|