|
|
De Mens in Het Beeld van God
Het boek Genesis vertelt ons dat God de mens in Zijn eigen beeld heeft
geschapen, dat Hij de mens van het stof van de aarde vormde en in zijn
neusgaten de adem van het leven blies (Genesis 1:26-27; 2:7). Het feit
dat God de mens in zijn beeld en gelijkenis schiep, omlijnt het meest
fundamentele verschil tussen mensen en andere schepselen. Alle andere
onderscheidende kenmerken tussen mensen en dieren vallen binnen dit brede
spectrum.
Het beeld van God verschaft speciale betekenis, harmonie, intelligentie
en ontwerp aan het menselijke leven. Mens zijn betekent in het beeld van
God te zijn geschapen. Dit is de stellige getuigenis van de Bijbel!
Drie verzen in Genesis verwijzen naar het geschapen zijn van de mens in
het beeld van God (Genesis 1:26-27; 9:6). Zoals wij zullen zien, tonen
zij aan dat "het beeld van God" van essentieel belang is voor
het grote doel van de mensheid op aarde. Het zijn niet alleen verklaringen
van historische waarheid; zij verwijzen rechtstreeks naar de ontzagwekkend
bestemming van de mens.
Wij beginnen onze formele studie met een overzicht van dit boeiende onderwerp.
Wat leert het eerste hoofdstuk van Genesis ons over het beeld
van God?
"En God zeide: Laat Ons mensen maken naar ons beeld, als onze
gelijkenis, opdat zij heersen over de vissen der zee en over het gevogelte
des hemels en over het vee en over de gehele aarde …" (Genesis
1:26).
De mens staat apart van alle andere levende wezens vanwege zijn verhouding
met God. De flora en fauna waren reeds geschapen toen God de mens in beeld
bracht.
De mens was de kroon van de fysieke schepping en werd ontworpen om er
over te heersen. Van alles dat God schiep, werd enkel de mens gemaakt
in beeld en gelijkenis van God.
De Hebreeuwse Geschriften verklaren niet precies wat met het beeld en
de gelijkenis van God wordt bedoeld. De "Cambridge Bible for Schools
and Colleges" verklaart aangaande de woorden "beeld en gelijkenis":
"'beeld' stelt de reproductie in vorm en wezen voor, fysiek of geestelijk;
en 'gelijkenis' geeft het idee van gelijkvormigheid en uiterlijke overeenkomst."
Natuurlijk bezit de mens in geen geval alle macht, kenmerken en eigenschappen
van de grote Schepper God. Desalniettemin zijn wij geschapen in God's
eigen beeld en gelijkenis, zoveel als fysiek mogelijk is.
Door de gehele Bijbel heen wordt de verhouding van God met de mens beschreven
als dat van een vader met zijn kinderen. Kinderen hebben gewoonlijk een
sterke fysieke gelijkenis met hun ouders. De auteur van Hebreeën
verklaart onze verhouding met God: ‚"Want Hij, die heiligt,
[Christus] en zij, die geheiligd worden, [de christenen] zijn allen uit
een; [Vader] daarom schaamt Hij [Christus] Zich niet hen broeders te noemen,
en Hij zegt:'Uw naam zal ik aan mijn broeders verkondigen, in het midden
der gemeente zal ik U lofzingen'; en wederom:'Ik zal op Hem vertrouwen';
en wederom:'Ziehier ik en de kinderen, die God mij gegeven heeft.'"
(Hebreeën 2:11-13).
De bovenstaande verzen verklaren en voorzien ook God's opmerkelijk doel
voor de mensheid. De boodschap van de Bijbel toont aan dat God de mens
schiep met een verstand geschikt om te communiceren met God en om te denken
zoals Hij denkt. God wil ook dat we nog meer zoals Hem worden - zowel
in karakter als, uiteindelijk, in wezen. Het is onze bestemming om te
worden wat Jezus Christus nu is als verheerlijkte Zoon van God (1 Johannes
3:2).
Worden beide geslachten omvat in God's grote doel voor de mensheid?
“En God schiep de mens naar zijn beeld; naar Gods beeld schiep
Hij hem; man en vrouw schiep Hij hen.” (Genesis 1:27; vergelijk
dit met 5:1-2).
Het Hebreeuwse woord voor de "mens" - etadam (inclusief het
accusatiefdeeltje et) - zoals gebruikt in vers 27, is een verzamelnaam
die het mensdom als geheel omvat. Het is niet enkel de juiste naam van
Adam, die de eerste mens was (1 Corinthiërs 15:45; 1 Kronieken 1:1).
Zo is het beeld van God zowel individueel als collectief van toepassing.
Elke persoon, man en vrouw, is geschapen in het beeld van God, net zoals
het menselijke ras als geheel dat is.
Wordt dit gewichtige verhaal van Genesis 1 herhaald op een ander
tijdstip van betekenis in vroege menselijke geschiedenis?
“Dit is het geslachtsregister van Adam. Ten dage, dat God Adam
schiep, maakte Hij hem naar de gelijkenis Gods; man en vrouw schiep Hij
hen, en Hij zegende hen en noemde hen `mens' ten dage, dat zij geschapen
werden.” (Genesis 5:1-2).
Na de oorspronkelijke beschrijving van de schepping van mensheid in Eden,
worden wij opnieuw herinnerd aan onze uniekheid aan het begin van een
nieuw tijdperk in de menselijke geschiedenis.
Worden mensen nogmaals verteld over hun schepping in het eerste
boek van de Bijbel?
“Wie des mensen bloed vergiet, diens bloed zal door de mens
vergoten worden, want naar het beeld Gods heeft Hij de mens gemaakt”
(Genesis 9:6).
Een persoon geschapen naar God's beeld is zo kostbaar in het oog van de
Schepper dat iedereen wie doelbewust en kwaadaardig andermans leven neemt,
zelf de doodsstraf tegemoet kan zien. Deze laatste herinnering in Genesis
is geplaatst vlak na de tijd van Noach's vloed - een andere mijlpaal in
de geschiedenis. Alle drie notities van dit essentiële thema in het
menselijke verhaal van onze schepping door God in Zijn eigen beeld verschijnen
in de directe context van menselijke voortplanting. Twee verschijnen direct
vóór het bevel "vruchtbaar te zijn en te vermenigvuldigen,"
en het derde verschijnt aan het begin van het eerste genealogische verslag.
Deze reproductieve relatie heeft enkele belangrijke geestelijke implicaties
ten aanzien van God's ultieme plan en doel met de mensheid.
Vermeldt de Bijbel ook de twee woorden 'beeld en gelijkenis' met
betrekking tot de normale voortplanting van een mens?
“Toen Adam honderd dertig jaar geleefd had, verwekte hij een
zoon naar zijn gelijkenis, als zijn beeld, en noemde hem Set”
(Genesis 5:3).
De Bijbel interpreteert de Bijbel. De context (verzen 1 en 2) toont God,
die mannen en vrouwen naar Zijn eigen gelijkenis maakt. Geeft deze passage
ons een belangrijke aanwijzing aangaande wat onze Schepper met de uitdrukking
de "gelijkenis van God" van plan is? Net zoals onze Schepper
mensen in Zijn beeld en gelijkenis maakte (Genesis 1:26-27), zo deed Adam
door het verkrijgen van zijn zoon Set, die Adam's beeld en gelijkenis
was (in beide gedeelte s zijn dezelfde Hebreeuwse woorden gebruikt). Zoals
de "Interpreter's Dictionary of the Bible" opmerkt: "De
gelijkenis van de mens aan God is analoog aan de gelijkenis van Set aan
zijn vader Adam. Dit maakt het zeker dat een fysieke gelijkenis niet dient
te worden uitgesloten " (blz. 683).
Met andere woorden, net zoals kinderen op hun menselijke ouders lijken,
zo lijken alle mensen op onze Schepper. Alhoewel God geest is (Johannes
4:24) in plaats van een fysiek wezen, hebben alle mensen een fysieke gelijkenis
met Hem. Hij toonde Mozes zelfs Zijn rug in Zijn verheerlijkte vorm (Exodus
33:18-23). Wat betreft een dergelijke fysieke gelijkenis, is het opmerkenswaardig
dat Jezus Christus in menselijke vorm en gelijkenis aan Zijn discipelen
verscheen ná de verrijzenis. In het verhaal van de Transfiguratie
(Mattheüs 17:1-9), verscheen Jezus in dezelfde verheerlijkte vorm
aan Petrus, Johannes en Jakobus.
Toen God in een visioen aan bijbelse profeten verscheen, beschreven zij
Hem in menselijke vorm. Het is zeker dat de mens fysisch gelijk aan God
is ontworpen, voor zover dat mogelijk is voor een fysiek wezen om te worden
gemaakt in het beeld en de gelijkenis van de ontzagwekkende geest, die
God is. In deze les zullen wij ook ontdekken dat er andere manieren zijn
waarop wij mensen bedoeld zijn om gelijk te worden aan onze Schepper,
en waarom.
|