|
|
Is er iets unieks
aan de Mens?
Vanuit een biologisch oogpunt is de mens als een levend organisme. Onze
samenstelling is chemisch. We hebben een geraamte, verschillende soorten
weefsels, een zenuwstelsel, inwendige organen, een huid - alles samen
maakt ons mens in een fysieke en materiële zin.
Maar is er meer aangaande de mens dan we op het eerste gezicht kunnen
zien? Is er iets unieks aan onze samenstelling en natuur? Is er iets dat
ons uitsluitend fysieke en materiële gezichtsveld te boven gaat,
iets dat wijst op een groter doel en waardigheid die samenhangen met ons
bestaan?
Waarom gedragen we ons zoals we doen? Waarom ervaren we morele beproevingen
en verlangen we naar het onbekende? Waarom streven we naar steeds grotere
hoogten van ontdekking op vrijwel elk gebied van kennis en wetenschap?
Waar vandaan komt onze hunkering naar kennis? Waarom hebben we een menselijke
intelligentie die ons naar steeds hogere prestaties drijft in deze materiële
wereld?
Academische studies naar de oorsprong van de mensheid blijken tot de moeilijkste
van alle wetenschappen te behoren. Biochemist Michael J. Behe heeft in
zijn boek "Darwin's Black Box" overtuigend en met wetenschappelijk
bewijs de volkomen onmogelijkheid gedemonstreerd dat leven uit inerte
materie is geëvolueerd.
De algemeen geaccepteerde evolutietheorie kan niet verklaren waarom we
ontastbare dingen najagen, zoals schoonheid en hogere geestelijke verlangens.
Ons verstand is veel te complex om zonder aanleiding of bij toeval te
zijn ontstaan. De Bijbel vertelt ons ondubbelzinnig dat God de mens heeft
geschapen. (Meer over dit onderwerp treft u aan in ons gratis boekje "Bestaat
God?").
Er is een grote noodzaak voor een beter begrip van onszelf. Ons gebrek
aan zelfkennis is schrikbarend, vooral op het gebied van morele en geestelijke
verantwoording en ons doel. We lijken zoveel meer te weten over het materiële,
over de flora en de fauna van de aarde en zelfs de natuur van de hemellichamen.
Desondanks blijven immense gebieden van ons menselijk bestaan een duister
mysterie.
De wereldomstandigheden zijn schrikbarend en escaleren regelmatig. De
hoofdreden is de mens zelf. We dienen dringend te zoeken naar de grondoorzaken
van onze morele en intellectuele tekortkomingen. Als we onze aangeboren
nieuwsgierigheid van richting zouden veranderen van het hedendaagse uitsluitend
materialistische naar de meer lonende geestelijke kant, welke deze wereld
mist, dan zou onze toekomst niet meer zo onberekenbaar zijn.
De mens heeft een dringende noodzaak om een bron van kennis buiten zichzelf
te vinden -niet slechts betreffende het fysieke en materiële, maar
op het verstandelijke en vooral op het geestelijke gebied.
|