|
|
Leren van ht lijden van Job
Het lijden van een man genaamd Job verklaart veel over het feit dat karakter
in Gods ogen veel belangrijker is dan het onbehagen en de pijn die we
in dit leven ondervinden. Job was een buitengewoon rechtvaardig mens.
Hij vermeed behoedzaam allerlei overtredingen van Gods wetten. Hij gedroeg
zich zonder blaam. Toch kende ook hij, net als wij allen, zwakheden (Mark.
14:38). Hij was niet perfect.
God besloot om toe te staan dat Jobs karakter getest werd om te zien of
zijn toewijding aan Hem alle tegenslag zou kunnen doorstaan. Het verslag
van Job is in de Geschriften opgetekend om rechtvaardigen te helpen, wanneer
zij door ontmoedigende en traumatische ervaringen gaan, om te leren God
geduldig te vertrouwen terwijl ze de oplossing van hun problemen verwachten.
God haalde het rechtvaardig karakter van Job aan tegenover Satan (Job
1:8).
Satan antwoordde, “...Strek daarentegen uw hand uit en tast
alles aan wat hij bezit – of hij (Job) U dan niet openlijk zal vaarwel
zeggen!” (Job 1: 9-11).
Latere gebeurtenissen bewezen dat Satan ongelijk had. Zo zwak was Jobs
karakter niet.
God gaf Satan toestemming om alle bezittingen en familie van Job af te
nemen en hem te plagen met ondraaglijke zweren (Job 1:12-19). Eerst accepteerde
Job zijn toestand, door te zeggen,
“De Here heeft gegeven, de Here heeft genomen, de naam des
Heren zij geloofd” (Job 1:21).
|
Later, “toen nu de drie vrienden van Job hoorden van al het
leed dat hem getroffen had, kwam ieder van hen ... om hem te gaan beklagen
en te troosten” (Job 2:11).
Na een week lang hem te hebben beklaagd, begonnen ze te discussiëren
over zijn rampspoed en zijn lijden. Job somde zijn klachten op om de onbillijkheden
van het leven te laten zien. Later was God het met hem eens. Niet alles
in dit leven is eerlijk en billijk.
Jobs drie vrienden echter waren ervan overtuigd dat God Job voor een of
andere geheime zonde strafte, iets dat Job voor iedereen kon verbergen,
behalve voor God.
Job ontkende in alle toonaarden dat dat het geval was, en hij had gelijk.
God bevestigde dit later ook.
Toch begon Job geleidelijk aan gedurende deze beproeving van verlies en
lijden het God kwalijk te nemen. Dit overkomt mensen vaak temidden van
onverklaarbare rampspoed.
Vele hoofdstukken zijn gewijd aan het onjuiste redeneren en beschuldigen
door Jobs drie vrienden en Jobs ontkenningen. Uiteindelijk nam een van
Jobs jongere vrienden, Elihu, het woord. Hij erkende dat Jobs perspectief
onjuist en verdraaid was. Job raakte ervan overtuigd dat zijn lijden geen
enkel doel diende. Hij besloot dat God hem simpelweg niet eerlijk behandelde.
Elihu realiseerde zich dat Job zo geobsedeerd was door zijn eigen onschuld
(Job 33:8-9) dat hij de fout bij God neerlegde in plaats van te zoeken
naar lessen die hij van deze beproevingen zou kunnen leren.
Elihu antwoordde op Jobs klagen:
“Houdt gij dat voor recht, en noemt gij dat: mijn gerechtigheid
tegenover God” (Job 35:2).
In plaats van zijn tegenspoed te zien als een mogelijkheid om geduld te
leren en God toe te staan om hem te kneden, nam Job het Zijn Schepper
meer en meer kwalijk. Hij sloot zich af voor de mogelijkheid om iets waardevols
te kunnen leren van zijn lijden.
Jobs voornaamste tegenwerping was dat God hem geen antwoord gaf, dat Hij
zijn rechtvaardigheid niet op de juiste waarde schatte.
God daagde Job uit door hem voor te stellen te proberen een zeedier te
temmen, een geweldig groot beest dat
“een schepsel zonder vrees” is (Job 41:23-24): “Kunt
gij de krokodil met een vishaak optrekken, met een touw zijn tong neerdrukken?
Kunt gij een bieze door zijn neus halen, met een haak zijn kaak doorboren?
Zal hij veel smeekbeden tot u richten, vriendelijke woorden tot u spreken?”
(Job 40: 20-22).
Uiteindelijk zag Job in dat de basis van zijn probleem het gebrek aan
inzicht en overmatig vertrouwen in zijn eigen gerechtigheid was. Toen
veranderde zijn mening over Gods rechtvaardigheid. Hij zag dat zijn kritische
houding tegenover God verkeerd was:
“Ik verkondigde, zonder inzicht, dingen, mij te wonderbaar
en die ik niet begreep… Slechts van horen zeggen had ik van U vernomen,
maar nu heeft mijn oog U aanschouwd. Daarom herroep ik en doe boete in
stof en as.” (Job 42: 3-6).
Jobs ervaring is in alle detail opgeschreven zodat wij kunnen leren van
het hebben van een te hoge dunk van onszelf.
“Hovaardij gaat vooraf aan het verderf, en hoogmoed komt voor
de val. Het is beter nederig van geest te zijn met de armen, dan de buit
te delen met de hovaardigen” (Spr. 16:18-19).
Jobs ervaringen kunnen ons uitleggen waarom rechtvaardige mensen soms
door ontmoedigende en traumatische tijden gaan en verleid worden om het
God kwalijk te nemen dat Hij niet duidelijk en snel hen te hulp komt.
Wij kunnen, net als Job, tekort schieten in het begrip dat God veel meer
ziet dan wij zien.
Hoe zwaar een beproeving ook is, we mogen nooit ervan uitgaan dat God
niet luistert of er niet om geeft. Hij ziet de lessen die wij moeten leren,
die buiten ons huidige begrip liggen. We moeten ons het buitengewone advies
herinneren van Koning David:
“Wacht op de Here, wees sterk, uw hart zij onversaagd; ja wacht
op de Here” (Ps. 27:14).
We moeten leren van Jobs ervaring om geduldig respect voor en vertrouwen
in God te blijven hebben, zelfs temidden van ons lijden (Jak. 5:10-11).
|