|
|
Punten ter overweging
Deze vragen zijn bedoeld als een studiehulpmiddel, om te prikkelen
tot verdere overwegingen over de opvattingen die in deze les behandeld
zijn en om u te helpen ze op persoonlijk niveau toe te passen.
We raden u aan om de tijd te nemen om uw antwoorden op deze vragen op
te schrijven en ze te vergelijken met de bijbelaanhalingen die erbij gegeven
worden. Neemt u alstublieft contact met ons op als u commentaar, vragen
of suggesties heeft over de bijbelstudie cursus of deze les.
• Dwingt God ons om Zijn wil na te volgen? Of staat Hij ons toe
onze eigen beslissingen te nemen of we al dan niet Zijn weg willen volgen?
(Deut. 30:19).
• Laat keuzevrijheid de mogelijkheid open voor zowel goede als slechte
resultaten? (Rom. 3:15-17; Num. 14:18).
• Verkeerde keuzes brengen verdriet teweeg. Wat is het resultaat
van het ons onderwerpen aan de leiding door Gods Geest en het maken van
de juiste keuzes? (Gal. 6:7-8).
• Ons diepste karakter is belangrijk voor God. Welke kracht biedt
Hij ons aan zodat het voor ons mogelijk is om Zijn wegen te volgen en
karakter te bezitten als Hij? (Ez. 36:26-27).
• Christus heeft geleden zodat wij gerechtvaardigd en verzoend kunnen
worden met God. Wat moeten Christenen leren van het lijden van Jezus?
(1 Petr. 2:19,21; Fil. 1:29).
• Wie zit er achter het meeste lijden van de mensheid? (1 Petr.
5:8; 1 Joh. 5:19).
• Door de geschiedenis heen hebben volgelingen van God geleden vanwege
hun geloof. Wat kunnen wij leren van hun voorbeelden? (Jak. 5:10; Hebr.
11: 24-26).
• Hoe staat ons dagelijkse lijden in verhouding tot de toekomst
die ons wacht wanneer wij tot de getrouwen van God behoren? (Rom. 8:18).
• Wordt ons verteld om bepaalde dingen na te laten om op die manier
onnodig lijden voor onszelf te vermijden? (1 Petr. 4:15; Spr. 1:29-32).
• God biedt hulp en troost voor degenen die lijden. Wat is de ultieme
troost en begeleiding die door Christus’ offer mogelijk wordt gemaakt?
(Hebr. 2:17-18, 1 Joh. 1:7-9; 2:1-2).
• Wat is de eeuwige beloning voor degenen die lijden ter wille van
de rechtvaardigheid? (Rom. 8:17; 2 Tim. 2:11-12).
|