|
|
Tijd en Toeval
De Bijbel maakt melding van een ander aspect van menselijk lijden, genaamd
“tijd en toeval” in Prediker 9:11. Veel goede en slechte dingen
overkomen mensen ongeacht of zij goed of slecht zijn. Zoals Jezus het
uitlegde, God laat het regenen op zowel de rechtvaardigen als de onrechtvaardigen
(Matt. 5:45).
Wat was het perspectief van Jezus Christus op een tragisch ongeval
in Jeruzalem?
“Of meent gij, dat die achttien, op wie de toren bij Siloam
viel en die erdoor gedood werden, schuldiger waren dan alle andere mensen,
die in Jeruzalem wonen? Neen, zeg Ik u, maar als gij u niet bekeert, zult
gij allen evenzo omkomen” (Luk. 13:4-5).
Jezus erkende het principe dat koning Salomo zo’n 1000 jaar tevoren
had opgeschreven: “Wederom zag ik onder de zon, dat niet de snelsten
de wedlooop winnen, noch de sterksten de strijd, noch ook de wijzen het
brood, noch ook de schranderen de rijkdom, noch ook de verstandigen de
gunst, want tijd en toeval treffen hen allen” (Pred. 9:11).
Jezus merkte op dat het incident bij Siloam niet een of andere goddelijke
straf tegen de slachtoffers was vanwege hun zonden. Hoewel andere factoren
zoals onjuiste constructie en onderhouds-procedures een onderdeel van
het gehele plaatje zullen zijn geweest, was het uitsluitend tijd en toeval
voor wat de dodelijke slachtoffers bij Siloam betreft. Omdat ze op de
verkeerde tijd op de verkeerde plaats waren, stierven ze.
Christus spoorde echter degenen die aan de calamiteit waren ontsnapt aan
om zich te bekeren van hun zonden en, bijgevolg, te beginnen te leven
in harmonie met Gods plan en doel.
Zulke tragedies dienen krachtige aansporingen te zijn om nu actie te ondernemen
om ons geestelijke huis op orde te maken. Waarom zouden we onze verlossing
afzeggen? Waarom talmen als het op onze bekering aankomt? Waarom niet
nu actie ondernemen? Daarop legt Jezus Christus de nadruk met Zijn commentaar.
Welke les trok Jezus uit de dood van anderen in een ander tragisch ongeluk?
“Terzelfder tijd kwamen enigen tot Hem met het bericht over
de Galileeërs, wier bloed Pilatus met hun offers vermengd had. En
Hij antwoordde en zeide tot hen: Meent gij, dat deze Galileeërs groter
zondaars waren dan alle andere Galileeërs, omdat zij dit lot hebben
ondergaan? Neen, zeg Ik u, maar als gij u niet bekeert, zult gij allen
evenzo omkomen” (Luk. 13:1-3).
In dit incident hebben de Romeinse autoriteiten klaarblijkelijk een aantal
Galileeërs gedood die naar Jeruzalem gekomen waren om daar offers
te brengen. Jezus merkte op dat deze mannen een verschrikkelijke dood
stierven, niet omdat zij uitzonderlijke zondaars waren, maar omdat zij
verwikkeld waren in omvangrijkere gebeurtenissen. In een gewelddadige
situatie worden onschuldige mensen soms verwond en gedood. Het kan iedereen
overkomen – tenzij God op dat moment die persoon bovennatuurlijke
bescherming verleent.
We zouden acht moeten slaan op het advies van Jakobus: “Welaan
dan, gij, die zegt: Vandaag of morgen gaan wij op reis naar die en die
stad, wij zullen er een jaar doorbrengen, zaken doen en winst maken; gij,
die niet (eens) weet, hoe morgen uw leven zijn zal! Want gij zijt een
damp, die voor korte tijd verschijnt en daarna verdwijnt; in plaats van
te zeggen: Indien de Here wil, zullen wij leven en dit of dat doen”
(Jak. 4:13-15).
Het is Gods plan en bedoeling dat Hij alle slachtoffers van fatale ongelukken
en andere tragedies weer ten leven zal opwekken. Degenen die door zulke
situaties om het leven komen, zijn niet voor eeuwig verloren voor God
of voor hun geliefden. Jezus Christus Zelf beloofde een toekomstige opstanding,
wanneer “allen, die in de graven zijn, naar Zijn stem zullen horen”
(Joh. 5:28-29). Ons gratis boekje "Gods Plan volgens Zijn Heilige
Dagen: De belofte van hoop voor de gehele Mensheid" legt deze opstanding
volledig uit met al de belangrijke bijbelse details.
Toch hebben wij mensen nog altijd te maken met lijden en zelfs sterven
in het hier en nu. Zie “Stappen in het omgaan met verdriet”,
het laatste hoofdstuk in ons gratis boekje "What happens after Death?"
Een exemplaar wordt u gratis toegestuurd op uw verzoek.
Welk fundamenteel bijbels principe kan ons een juist perspectief
geven wanneer ons onverklaarbaar lijden onverkomt?
“De verborgen dingen zijn voor de Here, onze God, maar de geopenbaarde
zijn voor ons en onze kinderen voor altijd…” (Deut. 29:29).
God onthult simpelweg niet een reden voor alles dat ons overkomt. Daarom
kan ook geen enkel mens een juist antwoord geven voor elke ongelukkige
omstandigheid. God zal sommige dingen aan deze kant van Zijn komend Koninkrijk
niet onthullen.
Wij worden echter altijd, hoe onze omstandigheden ook zijn, verantwoordelijk
gehouden voor het gehoorzamen van onze Schepper en het in harmonie blijven
met Zijn plan en doelstelling. Het overige moeten we aan God overlaten,
terwijl we geduldig op Hem vertrouwen in het geloof dat “God alle
dingen doet medewerken ten goede voor hen, die God liefhebben, die volgens
zijn voornemen geroepenen zijn” (Rom. 8:28).
Zoals in eerdere lessen van deze cursus al behandeld is, is de oorzaak
van ons bestaan duidelijk. Dat betekent echter niet dat we alles begrijpen
omtrent hoe God Zijn plan met ons zal volmaken. Ons wacht volledige kennis
en begrip ten tijde van de opstanding. Elk onderwijs dat tegen onze roeping
en de ware bijbelse kennis die die roeping ondersteunt in gaat, is absoluut
onjuist. We moeten ervoor oppassen dat we onszelf niet door onverklaarbaar
lijden toestaan om bitter te worden en ons geloof in God te verliezen.
Mogelijk heeft u of een van degenen die u liefheeft verschrikkelijk en
onrechtvaardig geleden door toedoen van anderen. Dit lijkt de meesten
van ons op bepaalde tijden te overkomen. Onszelf toestaan om bitter te
worden, zodat we wraak beginnen te zoeken is niet het juiste christelijke
antwoord. “ ‘Mij komt de wraak toe, Ik zal het vergelden’,
spreekt de Here” (Rom.12:19). God zal de dingen herstellen op Zijn
manier en tijd.
Bedenk altijd dat wij slechts een gedeelte van de kennis hebben. Volledig
begrip zullen wij later pas krijgen. De apostel Paulus begreep dit principe
en vertelt ons: “Want nu zien wij nog door een spiegel, in raadselen,
doch straks van aangezicht tot aangezicht. Nu ken ik onvolkomen, maar
dan zal ik ten volle kennen, zoals ik zelf gekend ben” (1 Kor. 13:12).
|