Bible Study Course Lesson 7: The Calling of God
Bijbelstudie Cursus Les 7
De Roeping door God
¨ Inleiding
¨ God Wil een Relatie Met Ons
¨ Wie Wordt door God Geroepen?
¨ Geschenken van God: De Basis van onze Relatie met Hem
¨ Gods Beloftes aan Abraham
¨ Gods Verbond met het Oude IsraŽl
¨ De Noodzaak van een Nieuw Verbond
¨ Liefde is de Basis van Gods Relatie
¨ Slechts Weinigen hebben ooit Gods Roeping Geaccepteerd
¨ Genade: De Wijze waarop God met ons Omgaat
¨ Hoe Bijbelse Aanhalingen en Referenties te gebruiken
¨ Gods Relatie met het Oude Israël
¨ Waarom wij een Verlosser nodig hebben
¨ Bent u Geroepen?
¨ Terug naar het Begin
¨ Punten ter overweging
¬ Multiple Choice vragen
   
Van de uitgever van het blad The Good News magazine.
The Calling of God
De Weg Naar Eeuwig Leven
Bestelformulier voot gratis literatuur
Bekijk les 7 in PDF formaat
Lijst met Bijbelstudie Cursus
Gratis Engelstalige boekjes
Transforming Your Life: The Process of Conversion
You Can Have Living Faith
 

Gods Beloftes aan Abraham

Honderden bijbelprofetieën gaan over de missie, het doel en het werk van Jezus Christus. De Geschriften zijn gevuld met profetieën over zowel Zijn eerste als Zijn tweede komst.

Wat is de eerste Messiaanse profetie in de Bijbel?

“En Ik zal vijandschap zetten tussen u en de vrouw, en tussen uw zaad en haar zaad: dit zal u de kop vermorzelen en gij zult het de hiel vermorzelen” (Gen. 3:15).

   Kort nadat Adam en Eva hadden gezondigd, beloofde God een Messias te zenden, een Redder, Die oordeel zou vellen over de slang. De slang wordt in Openbaring 12:9 geïdentificeerd met Satan de duivel.

   Deze aankondiging van de Heiland is de fundamentele belofte die God maakte aan de mensheid, omdat het de weg vrij maakte voor behoud door Jezus Christus. Zonder twijfel is het beloofde verlossende werk van de Messias een van de meest belangrijke beloftes die God ooit heeft gedaan.

Wat heeft God aan Abraham beloofd?

“En gij zult niet meer Abram genoemd worden, maar uw naam zal zijn Abraham, omdat Ik u tot een vader van een menigte volken gesteld heb” (Gen.17:5; vergelijk Rom. 4:17-18).

   Wat een ongelooflijke uitspraak! God had een hechte relatie met Abraham en beloofde hem dat zijn afstammelingen uiteindelijk een menigte volken zouden uitmaken. God veranderde zelfs zijn naam van Abram in Abraham, hetgeen betekent “vader van een menigte”, om het belang van deze belofte weer te geven.

   God heeft vele beloftes gedaan aan Abraham. De patriarch had zo’n intieme relatie met God dat een bijbelse schrijver hem “vriend van God” noemde (Jak. 2:23). Abrahams afstammelingen ontvingen ook vele geweldige en verstrekkende beloftes.

Hoeveel afstammelingen beloofde God aan Abraham?

“En Ik zal uw nageslacht maken als het stof der aarde, zodat, indien iemand het stof der aarde zou kunnen tellen, ook uw nageslacht te tellen zou zijn” (Gen. 13:16; vergelijk Gen. 15:5; 22:17).

   Abrahams afstammelingen zouden vele miljoenen mensen gaan bedragen. We zien hier weer dat God een aantal wonderbaarlijke beloftes deed aan zijn getrouwe dienstknecht.

Welke beloftes deed God van territoriale aard aan Abraham?

“En Hij zeide tot hem: Ik ben de Here, die u uit Ur der Chaldeeën heb geleid om u dit land in bezit te geven” (Gen. 15:7; vergelijk Gen. 13:15).

   God zei dat Abrahams afstammelingen het “Beloofde Land” zouden beërven. Dit is het gebied waarin zijn afstammelingen zich uiteindelijk zouden vestigen nadat God hen uit de slavernij van Egypte had gebracht.

Welke belofte deed God aan Abraham van internationale aard?

“… en u zegenen, en uw naam groot maken, en gij zult tot een zegen zijn. Ik zal zegenen wie u zegenen, en wie u vervloekt zal Ik vervloeken, en met u zullen alle geslachten des aardbodems gezegend worden” (Gen. 12:2-3; vergelijk Gen. 18:18).

Wat was de “zegening” die voor de hele wereld zou komen?

“De scepter zal van Juda niet wijken, noch de heersersstaf tussen zijn voeten, totdat Silo komt, en hem zullen de volken gehoorzamen” (Gen. 49:10).

   Deze belofte zal elk volk en elke natie ten goede komen. Genesis 49 legt de zegeningen beloofd aan de 12 zonen van Jakob uit. Dezelfde zegeningen die God aan Abraham had beloofd werden doorgegeven aan zijn achter-achter-kleinkinderen. De meeste van deze zegeningen waren van fysieke aard. Een van Abrahams achter-achter-kleinzoons, Juda, ontving echter een speciale belofte, namelijk dat de scepter – de belofte van koningschap die uiteindelijk de Messias zou omvatten – niet van de lijn van Juda’s afstammelingen zou wijken “totdat Silo komt”.

   De meeste commentatoren zijn het erover eens dat Silo refereert aan de Messias. Latere profeten bevestigen dat de Messias zou voortkomen uit de stam van Juda. Jesaja 11:1-5 vertelt ons dat de Messias zou voortkomen uit de afstammelingen van Isaï (de vader van David), die afstamde van Juda. Matteüs 1 en Lukas 3 sommen de genealogie van Christus door Jozef en Maria op. Beide laten zien dat hij afstamde van Juda.

   Romeinen 15:12 laat eveneens zien dat Christus’ menselijke wortels in Juda liggen. Kort gezegd komt het erop neer dat een van de beloftes van God aan Abraham de belofte was van de Messias als onze Redder.

Welke geestelijke karaktereigenschap van Abraham was van vitaal belang voor hem om de beloftes van God te ontvangen?

“Maar aan de belofte Gods heeft hij niet getwijfeld door ongeloof, doch hij werd versterkt in zijn geloof en gaf Gode eer, in de volle zekerheid, dat Hij bij mahcte was hetgeen Hij beloofd had ook te ovlbrengen. Daarom [ook] werd het hem gerekend tot gerechtigheid” (Rom. 4:20-22; vergelijk Gen. 15:6; 22:18).

   Geloof werd een onlosmakelijk onderdeel van Abrahams karakter. Hij had een groot vertrouwen dat God Zijn beloftes zou nakomen. God rekende Abrahams geloof tot gerechtigheid. Met andere woorden, ookal was Abraham niet perfect, God beschouwde hem als een rechtvaardig mens omdat hij God werkelijk geloofde en Hem gehoorzaamde.

Waarom koos God ervoor om Zijn plan tot uitvoering te brengen via Abraham in plaats van door iemand anders?

“Want Ik heb hem gekend, opdat hij gebieden zou, dat zijn zonen en zijn huis na hem de weg des Heren zouden bewaren door gerechtigheid en recht te doen, opdat de Here aan Abraham vervulle wat Hij over hem gesproken heeft” (Gen. 18:19).

“... en met uw nageslacht zullen alle volken der aarde gezegend worden, omdat Abraham naar Mij geluisterd en mijn dienst in acht genomen heeft: Mijn geboden, Mijn inzettingen en Mijn wetten” (Gen. 26:4-5).

   Deze cruciale passages in Genesis vertellen ons dat God Abraham deze belofte deed, omdat hij geloof had, een geloof dat duidelijk werd door zijn gehoorzamend handelen. Vanwege dit vertrouwen in God stelde hij zijn hart erop in om te proberen te bereiken al hetgeen God hem bevolen had. Hij onderwees ook trouw zijn kinderen om Gods weg van leven te volgen.

Ontvingen Abraham en anderen die hem volgden alle beloftes van God?

“In (dat) geloof zijn deze allen gestorven, zonder de beloftes verkregen te hebben; slechts uit de verte hebben zij die gezien en begroet, en zij hebben beleden, dat zij vreemdelingen en bijwoners waren op aarde” (Hebr. 11:13).

   Abraham wordt prominent genoemd in de lijst van Gods getrouwe dienstknechten in Hebreeën 11 (verzen 8-12). Toch lezen we dat noch hij noch degenen die na hem kwamen de beloftes van de eeuwige beërving die God aan hen deed hadden ontvangen. Maar God heeft deze beloftes niet vergeten.

Wanneer zullen zij dan de beloftes gedaan aan Abraham ontvangen?

“Ook deze allen, hoewel door het geloof een getuigenis aan hen gegeven is, hebben het beloofde niet verkregen, daar God iets beters met ons voor had, zodat zij niet zonder ons tot de volmaaktheid konden komen” (Hebr. 11:39-40).

“Want gij zijt allen zonen van God, door het geloof, in Christus Jezus. Want gij allen, die in Christus gedoopt zijt, hebt u met Christus bekleed. . . Indien gij nu van Christus zijt, dan zijt gij zaad van Abraham, en naar de belofte erfgenamen” (Gal. 3: 26-29).

   Ware christenen, degenen die “gedoopt zijn in Christus”, zijn ook erfgenamen van Abraham. Zij zullen de eeuwige aspecten van deze beloften ontvangen door geloof, samen met al die mensen uit vroeger tijden die God toebehoorden door Hem in het geloof te dienen. God wil dat zijn dienaren hetzelfde geloof uitoefenen dat in de getrouwe Abraham aanwezig was. Iedereen zal zijn eeuwige erfenis tezamen ontvangen, op hetzelfde tijdstip (1 Thes. 4:16-17).

Wat verwacht God van ons als de geestelijke afstammelingen van Abraham?

“Want gerechtigdheid Gods wordt daarin geopenbaard uit geloof tot geloof, gelijk geschreven staat: De rechtvaardige zal uit geloof leven” (Rom. 1:17).

“En zonder te verflauwen in het geloof heeft hij opgemerkt, dat zijn eigen lichaam verstorven was, daar hij ongeveer honderd jaar oud was, en dat Sara’s moederschoot was gestorven; maar aan de belofte Gods heeft hij niet getwijfeld door ongeloof, doch hij werd versterkt in zijn geloof en gaf Gode eer, in de volle zekerheid, dat Hij bij machte was hetgeen Hij beloofd had ook te volbrengen. Daarom ook werd het hem gerekend tot gerechtigheid. . . Wij dan, gerechtvaardigd uit het geloof, hebben vrede met God door onze Here Jezus Christus, door wie wij ook de toegang hebben verkregen in het geloof tot deze genade, waarin wij staan, en roemen in de hoop op de heerlijkheid Gods” (Rom. 4: 19-22, 5:1-2).

   Wij moeten dus ook geloof in God hebben, omdat we door het geloof gerechtvaardigd worden en de beloftes ontvangen die God aan Abraham had gedaan. Dit geloof moet echter levend zijn. Wanneer geloof op de juiste wijze uitgeoefend wordt, zal het automatisch een sterke relatie en omgang met God voortbrengen.

Hoe omschrijft de Bijbel het geloof van Abraham?

“Wilt gij weten, gij dwaze mens, dat het geloof zonder de werken niets uitwerkt? Is onze vader Abraham niet uit werken gerechtvaardigd, toen hij zijn zoon Isaak op het altaar legde? Daaruit kunt gij zien, dat zijn geloof samenwerkte met zijn werken, en dat dit geloof pas volkomen werd uit de werken; en het schriftwoord werd vervuld, dat zegt: Abraham geloofde God en het werd hem tot gerechtigheid gerekend, en hij werd een vriend van God genoemd. Gij ziet, dat een mens gerechtvaardigd wordt uit werken ne niet slechts uit geloof. . . Want gelijk het lichaam zonder geest dood is, zo is ook het geloof zonder werken dood” (Jak. 2: 20-26).

   God verwacht van ons dat wij ons geloof uitoefenen door Zijn wetten en wegen te volgen. Door het gelovige voorbeeld van Abraham te volgen zullen wij van een vriendschap en steeds intiemer wordende relatie met God kunnen genieten. (Vraag een gratis exemplaar aan van het boekje You Can Have Living Faith om Abrahams leven van geloof beter te begrijpen en hoe u geloof een onderdeel van uw leven kunt maken.)


The Book of Revelation Unveiled © 1995-2009 United Church of God holland| Prive Policy
Reproductie van deze informatie in zijn geheel of gedeeltelijk is niet toegestaan. Alle correspondenties en vragen kunt u sturen naar info@ucg-holland.nl. Vragen over deze website kunt u sturen naar webmaster@ucg-holland.nl.