Bible Study Course Lesson 7: The Calling of God
Bijbelstudie Cursus Les 7
De Roeping door God
¨ Inleiding
¨ God Wil een Relatie Met Ons
¨ Wie Wordt door God Geroepen?
¨ Geschenken van God: De Basis van onze Relatie met Hem
¨ Gods Beloftes aan Abraham
¨ Gods Verbond met het Oude IsraŽl
¨ De Noodzaak van een Nieuw Verbond
¨ Liefde is de Basis van Gods Relatie
¨ Slechts Weinigen hebben ooit Gods Roeping Geaccepteerd
¨ Genade: De Wijze waarop God met ons Omgaat
¨ Hoe Bijbelse Aanhalingen en Referenties te gebruiken
¨ Gods Relatie met het Oude Israël
¨ Waarom wij een Verlosser nodig hebben
¨ Bent u Geroepen?
¨ Terug naar het Begin
¨ Punten ter overweging
¬ Multiple Choice vragen
   
Van de uitgever van het blad The Good News magazine.
The Calling of God
De Weg Naar Eeuwig Leven
Bestelformulier voot gratis literatuur
Bekijk les 7 in PDF formaat
Lijst met Bijbelstudie Cursus
Gratis Engelstalige boekjes
Transforming Your Life: The Process of Conversion
You Can Have Living Faith
 

Liefde is de Basis van Gods Relatie

   De apostel Johannes vertelt ons: “Wie niet liefheeft, kent God niet, want God is liefde. Hierin is de liefde Gods jegens ons geopenbaard, dat God zijn eniggeboren Zoon gezonden heeft in de wereld, opdat wij zouden leven door Hem” (1 Joh. 4:8-9; vergelijk Joh. 3: 16-17; Titus 3:4-7).

   Zoals we eerder in deze les al behandeld hebben laat God Zijn liefde zien door Zijn vele beloftes met betrekking tot het ontvangen van genade en eeuwig leven door ons. God de Vader wil graag persoonlijk betrokken worden in ons dagelijks leven. Zoals Paulus al zei: “Want God is het, die om zijn welbehagen zowel het willen als het werken in u werkt” (Fil 2:13). Paulus legt uit dat Jezus Christus, onze oudste Broer, in ons leeft indien wij bekeerde Christenen zijn (Gal. 2:20).

Welke zekerheid hebben wij dat de Vader en Jezus Christus ons zullen helpen wanneer we geestelijke hulp nodig hebben?

Want wij hebben geen hogepriester, die niet kan medevoelen met onze zwakheden, maar één Die in alle dingen op gelijke wijze (als wij) is verzocht geweest, doch zonder te zondigen.
Laten wij daarom met vrijmoedigheid toegaan tot de troon der genade, opdat wij barmhartigheid ontvangen en genade vinden om hulp te verkrijgen te gelegener tijd” (Hebr. 4:15-16).

“En dit is de vrijmoedigheid, die wij tegenover Hem hebben, dat Hij, indien wij iets bidden naar zijn wil, ons verhoort. En indien wij weten, dat Hij ons verhoort, wat wij ook bidden, waten wij, dat wij de beden verkregen hebben, die wij van Hem hebben gebeden (1 Joh. 4:14-15; vergelijk Matt. 7:7-8; Fil. 4:6).

   Relaties worden gebouwd op een goede communicatie. Gods Woord onthult ons dat Hij naar ons luistert en onze verzoeken beantwoordt in overeenstemming met Zijn wil en onze belangen. Hij wil dat wij Zijn liefde beantwoorden. We spreken tot God in onze gedachten en in onze gebeden, en Hij spreekt tot ons door Zijn Woord, Zijn Geest en Zijn dienaren.

Hoe moeten wij onze liefde tot God uiten?

“En hieraan onderkennen wij, dat wij Hem kennen: indien wij zijn geboden bewaren. Wie zegt: Ik ken Hem, en zijn geboden niet bewaart, is een leugenaar en in die is de waarheid niet: maar wie zijn woord bewaart, in die is waarlijk de liefde Gods volmaakt. Hieraan onderkennen wij, dat wij in Hem zijn. Wie zegt, dat hij in Hem blijft, behoort ook zelf zó te wandelen, als Hij gewandeld heeft” (1 Joh. 2:3-6); vergelijk 1 Joh. 3:22).

“Hieraan onderkennen wij, dat wij de kinderen Gods liefhebben, wanneer wij God liefhebben en zijn geboden doen. Want dit is de liefde Gods, dat wij zijn geboden bewaren. En zijn geboden zijn niet zwaar” (1 Joh. 5:2-4).

   Johannes legt uit dat God van ons verwacht dat wij onze liefde tot God en anderen uiten door Zijn geboden te onderhouden. Het leven van Jezus Christus is een voorbeeld van hoe wij dienen te leven. Jezus onderhield Gods geboden (Joh. 5:10). Hij behaagde God vanwege Zijn gehoorzaamheid en Zijn verlangen om de wil van God te doen. (Voor meer informatie over dit onderwerp raden wij u aan om en gratis exemplaar van het boekje “De Tien Geboden” aan te vragen).

   Aangezien wij de ontvangers zijn van Gods liefde verwacht Hij dat wij deze liefde delen met anderen. Christus zei dat Zijn discipelen door de eeuwen heen herkenbaar zouden zijn aan die liefde. “Een nieuw gebod geef Ik u, dat gij elkander liefhebt; gelijk Ik u liefgehad heb, dat gij ook elkandere liefhebt. Hieraan zullen allen weten, dat gij discipelen van Mij zijt, indien gij liefde hebt onder elkander” (Joh. 13:34-35; vergelijk I Joh. 4:11).

Welke andere geestelijke kwaliteiten dienen duidelijk in ons leven aanwezig te zijn indien wij ons inspannen om te leven volgens Gods wil?

“Want gij hebt volharding nodig, om, de wil van God doende, te verkrijgen hetgeen beloofd is. Want nog een korte, korte tijd, en Hij, die komt, zal er zijn en niet op Zich laten wachten, en mijn rechtvaardige zal uit geloof leven; maar als hij nalatig wordt, dan heeft mijn ziel in hem geen welbehagen” (Hebr. 10:36-38).

“Wat gij ook doet, verricht uw werk van harte, als voor de Here en niet voor mensen; gij weet toch, dat gij van de Here tot vergelding de erfenis zult ontvangen. Gij dient Christus als heer” (Kol. 3:23-24).

“Zie, Ik kom spoedig en mijn loon is bij Mij om een ieder te vergelden, naardat zijn werk is. Ik ben de alfa en de omega, de eerste en de laatste, het begin en het einde” (Openb. 22:12-13).

   Het leven van een Christen is niet makkelijk (Matt. 7:13-14; 2 Tim. 3:12). Er wordt van ons verwacht dat wij volharden en met een volkomen toegewijd hart God zoeken terwijl wij geduldig wachten op de vervulling van Zijn beloftes.

Indien wij volharden in het zoeken naar God en gehoor geven aan Zijn wil zullen we de geestelijke zegeningen die Hij belooft mogen ervaren. Veel van deze belangrijke beloftes en zegeningen zullen echter pas bij de terugkeer van Jezus Christus werkelijkheid worden. Jezus vertelt ons: “In de wereld lijdt gij verdrukking , maar houdt goede moed, Ik heb de wereld overwonnen” (Joh. 16:33). Een van de grootste zegeningen die wij ontvangen is de kracht, het geduld en het in staat zijn om de problemen die ons overkomen te verdragen in deze “tegenwoordige boze wereld” (Gal. 1:4, Matt. 10:31-38).

Is het belangrijk om volgens Gods wil te leven om Zijn beloftes te kunnen beërven?

“Niet een ieder, die tot Mij zegt: Here, Here, zal het Koninkrijk der hemelen binnengaan, maar wie doet de wil mijns Vaders, die in de hemelen is” (Matt. 7:21; vergelijk Luk. 6:46).

   Ons leven leiden volgens Gods wil is belangrijk voor Christus. Hij beschouwt degenen die de wil van God doen als Zijn naaste familieleden. “Want al wie doet de wil mijns Vaders, die in de hemelen is, die is mijn broeder en zuster en moeder” (Matt. 12:50).

   Degenen die God alleen maar uiterlijk dienen – doch in werkelijkheid wetteloosheid beoefenen en opzettelijk Gods geestelijke wet overtreden – zullen Gods Koninkrijk niet binnengaan (Matt. 7:22-23). Zij zullen niet tot Zijn eeuwige geestelijke familie behoren.

Wie zijn leden van Gods huis, Zijn familie, in dit tijdperk?

“... dan weet gij, hoe men zich behoort te gedragen in het huis Gods, dat is de gemeente van de levende God, een pijler en fundament der waarheid” (1 Tim. 3:15).

   De Kerk is het huis, of huishouden, van God. Het zijn degenen die Zijn roeping beantwoorden en Zijn goddelijke wil volgen. Paulus schreef aan de Christenen in zijn dagen: “Zo zijt gij dan geen vreemdelingen en bijwoners meer, maar medeburgers der heiligen en huisgenoten Gods, gebouwd op het fundament van de apostelen en profeten, terwijl Christus Jezus zelf de hoeksteen is. In Hem wast elk bouwwerk, goed ineensluitend, op tot een tempel, heilig in de Here, in wie ook gij mede gebouwd wordt tot een woonstede Gods in de Geest” (Ef. 2:19-22).

   Maar wat is de Kerk van God? In elke discussie met betrekking tot de Kerk, zouden we eerst de betekenis moeten definiëren. Het woord kerk in de Bijbel komt van het Griekse woord ekklesia. Letterlijk betekent dit “geroepenen”. Deze term wordt gebruikt om de gelovigen te beschrijven die God geroepen heeft uit deze wereld om Hem te volgen.

   Het woord kerk in de Bijbel betekent nooit een gebouw, zoals sommigen onterecht geloven. “Het staat altijd voor ofwel een groep van toegewijde Christenen in welke plaats dan ook die bijeenkomen om hun religie te beoefenen, ofwel het geheel van deze groepen, verdeeld over de wereld” (Translator’s New Testament, verklarende woordenlijst, pag. 557-558).

   Paulus omschrijft de Kerk als “het lichaam van Christus” (1 Kor. 12:12, 27). Onder de leden bevinden zich oudsten die leiding geven en die de gemeente onderwijzen.

   “En te Jeruzalem aangekomen, werden zij door de gemeente, de apostelen en de oudsten ontvangen en vermeldden al wat God met hen gedaan had” (Hand. 15:4). Hier wordt de “Kerk” of “gemeente” omschreven als de apostelen, oudsten en de overige leden in Jeruzalem. Andere schriftgedeelten hebben betrekking op “de Kerk” in andere plaatsen (Hand. 13:1, Rom. 16:1, 1 Kor. 1:2).

Wie heeft de Kerk van God gesticht?

“... en op deze petra (rots) zal Ik mijn gemeente bouwen en de poorten van het dodenrijk zullen haar niet overweldigen” (Matt. 16:18).

   Jezus Christus is de stichter van Gods Kerk. Hij beloofde dat de Kerk altijd zou blijven bestaan na de oprichting ervan in de eerste eeuw. De Kerk van God bestaat nog altijd tot op de dag van vandaag.

Wat onderscheidt mensen die deel uitmaken van Gods Kerk duidelijk?

“Gij daarentegen zijt niet in het vlees, maar in de Geest, althans indien de Geest Gods in u woont. Indien iemand echter de Geest van Christus niet heeft, die behoort Hem niet toe” (Rom. 8:9).

   Degenen in wie de Geest van God woont zijn Gods ware discipelen en maken de ware Kerk van God uit. Het lichaam van Christus zijn diegenen die de Heilige Geest in zich hebben (1 Kor. 12:13).

   “Want allen, die door de Geest Gods geleid worden, zijn zonen Gods” (Rom. 8:14). Gods Geest onderscheidt mensen die Zijn zonen en dochters zijn van mensen die nog niet geroepen zijn.

Wie leidt de Kerk van God?

”... want de man is het hoofd van zijn vrouw, evenals Christus het hoofd is zijner gemeente; Hij is het die zijn lichaam in stand houdt. Welnu, gelijk de gemeente onderdanig is aan Christus, zo ook de vrouw aan haar man, in alles” (Ef. 5:23-24, vergelijk Kol. 1:18).

   Jezus Christus leidt, als het Hoofd, de Kerk van God. Christus houdt van de Kerk en Hij voedt de Kerk constant en werkt met de Kerk om haar voor te bereiden als Zijn bruid (Ef. 5:25-27).

Welke taak vervullen de oudsten in de Kerk?

“En Hij heeft zowel apostelen als profeten gegeven, zowel envangelisten als herders en leraars, om de heiligen toe te rusten tot dienstbetoon, tot opbouw van het lichaam van Christus, totdat wij allen de eenheid des geloofs en der volle kennis van de Zon Gods bereikt hebben, de mannelijke rijpheid, de maat van de wasdom der volheid van Christus” (Ef. 4:11-13).

   Jezus Christus kiest sommigen uit om het Lichaam van Christus te dienen en de leden te helpen geestelijk te groeien. Het woord minister betekent “dienaar”. Pastors en oudsten worden geroepen door God om de geestelijke behoeften van Zijn geroepenen te dienen. Onderwijzen is een van hun belangrijkste verantwoordelijkheden (verzen 12-15).

   De oudsten dienen zowel te onderwijzen in doctrine als in het helpen van Christenen om te groeien in genade en kennis van Jezus Christus (2 Petr. 3:18). Paulus zei tegen de oudsten die hij persoonlijk had onderwezen: “Ziet dan toe op uzelf en op de gehele kudde , waarover de heilige Geest u tot opzieners gesteld heeft, om de gemeente Gods te weiden, die Hij Zich door het bloed van zijn Eigene verworven heeft” (Hand. 20:28).

   In een andere situatie legde hij de visie op het dienen van de Kerk die hij en de andere apostelen hadden uit. “Niet dat wij heerschappij voeren over uw geloof; neen, wij zijn medewerkers aan uw blijdschap, want door het geloof staat gij vast” (2 Kor. 1:24).

   De verantwoordelijkheid van de oudsten in de Kerk omvat ook het toezicht houden op de kudde van God door het met zachte hand te leiden en voor hen te zorgen zoals een goede herder voor zijn kudde zorgt (1 Petr. 5:1-3).

Wat is de opdracht van de Kerk?

“En dit evangelie van het Koninkrijk zal in de gehele wereld gepredikt worden tot een getuigenis voor alle volken, en dan zal het einde gekomen zijn” (Matt.24:14).

“Gaat dan henen, maakt al de volken tot mijn discipelen en doopt hen in de naam des Vaders en des Zoons en des Heiligen Geestes en leert hen onderhouden al wat Ik u bevolen heb. En zie, Ik ben met u al de dagen tot aan de voleinding der wereld” (Matt. 28:19-20).

   God roept mensen om verschillende redenen, een daarvan is om te helpen de opdracht die gegeven is aan de Kerk te vervullen, namelijk om het evangelie te verspreiden en degenen die door God geroepen worden te onderwijzen zodat zij Gods weg van leven begrijpen en volgens deze weg kunnen leven. Door de gezamenlijke inspanningen van Gods geroepenen wordt deze opdracht vervuld.

   Paulus zegt dat de kerk er altijd naar zou moeten streven om “de eenheid des Geestes te bewaren door de band des vredes” (Ef. 4:3). Paulus moedigt de leden van de Kerk aan om aan eenheid te werken en om te bouwen aan die eenheid wanneer zij het ware evangelie verspreiden en discipelen maken.

   Paulus beschrijft de nederige houding die leidt tot ware geestelijke eenheid in de Kerk: “Indien er dan enige vertroosting is in Christus, indien er enige bemoediging is der liefde, indien er enige gemeenschap is des geestes, indien er enige ontferming en barmhartigheid is, maakt dan mijn blijdschap volkomen door eensgezind te zijn, één in liefdebetoon, één  van ziel, één in streven, zonder zelfzucht of ijdel eerbejag; doch in ootmoedigheid achte de een de ander uitnemender dan zichzelf; en ieder lette niet slechts op zijn eigen belang, maar ieder (lette) ook op dat van anderen. Laat die gezindheid bij u zijn, welke ook in Christus Jezus was” (Fil. 1:2-5).

   Leden van de Kerk worden aangemoedigd om elkaar lief te hebben en voor elkaar te zorgen zoals Christus Zijn discipelen liefhad en voor hen zorgde. Daarvoor is zowel gezamenlijke als individuele inspanning vereist.

Wordt van de leden van Kerk verwacht dat zij regelmatig bijeenkomen?

“En laten wij op elkander acht geven om elkaar aan te vuren tot liefde en goede werken. Wij moeten onze eigen bijeenkomst niet verzuimen, zoals sommigen dat gewoon zijn, maar elkander aansporen, en dat des te meer, naarmate gij de dag ziet naderen” (Hebr. 10:24-25), vergelijk Lev. 23:3).

   Leden van de Kerk dienen samen te werken om de opdracht die Christus gegeven heeft te vervullen en samen te komen om elkaar aan te moedigen en om onderwezen te worden in Gods waarheid door elkaar hun liefde te bewijzen en elkaar te ondersteunen.

Wat doen de leden van de Kerk nog meer?

“Maar de ure komt en is nu, dat de waarachtige aanbidders de Vader aanbidden zullen in geest en in waarheid; want de Vader zoekt zulke aanbidders; God is geest en wie Hem aanbidden, moeten aanbidden in geest en in waarheid” (Joh. 4:23-24).

   De Kerk komt ook samen om God te aanbidden. Merk op dat Christus zei dat Zijn volgelingen de Vader “in geest en in waarheid” zouden aanbidden.

Op welke waarheid doelde Jezus Christus?

“Zij (Christenen) zijn niet uit de wereld, gelijk Ik niet uit de wereld ben. Heilig hen in Uw waarheid; uw woord is de waarheid” (Joh. 17:16-17).

   Christus wees erop dat Zijn discipelen diegenen zouden zijn die geheiligd waren – apart gezet – door de waarheid van God. Eeuwenlang heeft de mensheid erover gediscussieerd wat waarheid is. Adlai Stevenson, een 20e eeuwse Amerikaans politicus, merkte op dat “de waarheid vaak niet populair is en de strijd tussen aangename ideeën en onaangename feiten ongelijk is.”

   Zo velen hebben aangename tradities en gewoontes aanvaard als een onderdeel van hun religie dat Gods waarheid erdoor vertroebeld is. De waarheid van God ligt in het geheel van Gods Woord, de Heilige Bijbel, zowel in het Oude als in het Nieuwe Testament (Matt. 4:4, Luk. 4:4, 2 Tim. 3:15-17).

   In plaats van  tradities en gewoontes van mensen dient het Woord van God als basis van ons geloof te dienen (Mark. 7:9-13). Jezus zei: “Tevergeefs eren zij Mij, omdat zij leringen leren, die geboden van mensen zijn. Gij verwaarloost het gebod Gods en houdt u aan de overlevering der mensen” (verzen 7-8).

Heeft Christus gezegd dat Zijn Kerk een groot, invloedrijk lichaam zou zijn?

“Wees niet bevreesd, gij klein kuddeke! Want het heeft uw Vader behaagd u het Koninkrijk te geven” (Luk. 12:32, vergelijk Deut. 7:7).

   Christus gaf al aan dat het lichaam van ware gelovigen een “klein kuddeke” zou zijn, een relatief kleine groep.

   Waar is die Kerk vandaag de dag? De Kerk is niet een gebouw. Het zijn de mensen die door God zijn geroepen om een speciale relatie met Hem op te bouwen. Het zijn de geroepenen die de uitnodiging om Gods Geest te ontvangen hebben beantwoord. De Kerk is een relatief klein aantal gelovigen die de waarheid van God en het onderwijs en voorbeeld van Jezus Christus volgen. Deze mensen streven het voorbeeld van de apostelen van de Kerk uit de eerste eeuw na.

   De Kerk is een geestelijk organisme dat oudsten omvat om dienstbaar te zijn bij stichting en geestelijke groei van de overige leden. Leden van de Kerk werken samen aan het doel om geestelijke volwassenheid te bereiken. Door het werken aan een gezamenlijk doel zijn de leden van de Kerk toegewijd om de opdracht die Jezus Christus hen bijna 2000 jaar geleden gaf te voltooien. (Voor een beter begrip van de Kerk kunt u een gratis exemplaar aanvragen van het boekje “The Church Jesus Built”.)


The Book of Revelation Unveiled © 1995-2009 United Church of God holland| Prive Policy
Reproductie van deze informatie in zijn geheel of gedeeltelijk is niet toegestaan. Alle correspondenties en vragen kunt u sturen naar info@ucg-holland.nl. Vragen over deze website kunt u sturen naar webmaster@ucg-holland.nl.