|
|
Punten ter overweging
Deze vragen zijn bedoeld als een studiehulp, om verdere gedachten over de visies die in deze les behandeld zijn te prikkelen en om u te helpen deze op persoonlijk niveau toe te passen. We raden u aan om de tijd te nemen om uw antwoorden uit te schrijven en te vergelijken met de opgegeven schriftgedeeltes. Schrijft u ons indien u commentaar of suggesties heeft of indien u vragen heeft over de cursus of over deze les.
- Moet God eerst mensen uitnodigen – of roepen – om deel van Zijn familie te worden, of is het afhankelijk van ons om het eerste contact met Hem te leggen? (Matt. 13:1-8, 10-11, 18-23, 22:14, Rom. 8:28-30, Joh. 6:44, 1 Kor. 1:2).
- Welk geweldig offer gaf God om het voor de mensheid mogelijk te maken om toegang tot Hem te hebben en om toegang te hebben tot genade? (Joh. 3:16, Hebr. 2:9).
- Welke houding wil God in ons zien? Is het nodig om onze tekortkomingen en nietigheid in vergelijking tot Hem te zien? (2 Tim. 2:24-25, Jes. 66:2, 1 Joh. 1:8-9, Hand. 2:38).
- Welke hulp biedt God ons om het voor ons mogelijk te maken om een relatie met Hem te hebben? Zijn er bepaalde voorwaarden om die hulp te ontvangen? (Joh. 14:16-17, 26, 15:26, 16:7, Hand. 5:32, 10:45, 1 Joh. 2:3-6, 5:2-3).
- Door het geschenk van de Heilige Geest breidt God de mogelijkheid om een relatie met Hem te hebben uit en biedt Hij iedereen een eeuwig, onbetaalbaar geschenk. Wat is dit geschenk? (Matt. 25:34, 1 Joh. 3:1-3, Titus 1:2, Rom. 6:23, 8:11, 30, 1 Tim. 6:12, 2 Petr. 1:4).
- God sloot een verbond met Abraham en daarna met het oude Israël. Heeft God gezegd dat Hij een “nieuw” verbond zou sluiten? (Jer. 31:31-33, Hebr. 8:6, 8).
Wat onderscheidt de ware discipelen van God en wat maakt hen een onderdeel van de ware Kerk van God? (Rom. 8:9, 1 Kor. 12:13). |