|
|
Slechts Weinigen hebben
ooit Gods Roeping Geaccepteerd
De Bijbel vertelt ons dat de eerste mensen Gods aanbod om een relatie met Hem aan te gaan verwierpen. Adam en Eva namen de beslissing om Gods instructies niet te gehoorzamen. Het resultaat daarvan was dat God hen uit de Hof van Eden verdreef.
Niet lang na de ervaring van onze eerste voorouders in de Hof van Eden begonnen de mensen de verering van God te vervangen door hun eigen vormen van aanbidding. Ze vervielen al snel in afgoderij door bewust Gods wetten af te wijzen. Net als bij Adam en Eva wezen zij, door hun handelen, een intieme relatie met God af (Gen. 6:3-7). Het gedrag van de mensheid werd zo destructief dat God uiteindelijk de slechte maatschappij van die tijd vernietigde in de grote zondvloed in de tijd van Noach.
Merk op waar Paulus de schuld van de breuk in de relatie tussen God en mens legt. “Want toorn van God openbaart zich van de hemel over alle goddeloosheid en ongerechtigheid van mensen, die de waarheid in ongerechtigheid ten onder houden, daarom dat hetgeen van God gekend kan worden in hen openbaar is, want God heeft het hun geopenbaard. Want hetgeen van Hem niet gezien kan worden, zijn eeuwige kracht en goddelijkheid, wordt sedert de schepping der wereld uit zijn werken met het verstand doorzien, zodat zij geen verontschuldiging hebben” (Rom. 1: 18-20).
Hoewel de mens over het algemeen Hem heeft afgewezen, heeft God een aantal mensen door de eeuwen heen uitgekozen om een persoonlijke relatie met Hem te genieten.
In Genesis 6:8 vinden we dat Noach “vond genade in de ogen des Heren.” Noach was een “rechtvaardig man” (vers 9). God riep Noach om te prediken tot de bewoners van de aarde van voor de vloed (2 Petr. 2:5). Zij verwierpen echter allen Zijn boodschap. Slechts Noach en zijn familie overleefden de vloed.
Hebreeën 11 somt de lijst van voorbeelden op van andere rechtvaardige mensen, met wie God een relatie had, die leefden in de tijd voor Christus. Hebreeën 11 wordt vaak het geloofshoofdstuk genoemd, omdat degenen die erin genoemd worden trouw waren aan God.
|