Het Nederlandse Supplement van

 

 

 

†††††††††††††††††††††††††††††††††††††† nov/dec 2003

Deel 2: Beloften vervuld!

De Tien Verloren Stammen

van IsraŽl.

 

Ver terug in de geschiedenis rond 732 v.Chr. werden de tien stammen van IsraŽl uit hun land gedeporteerd en zijn nooit meer teruggekeerd (2 Koningen 17:23;18:11).
Waar zijn deze verloren stammen gebleven? De bijbel spreekt over een eindtijd waarin de verloren stammen van IsraŽl samen met Juda (het Joodse volk) weer ťťn natie zullen worden. Ze zijn er dus nog! De beloften van de grote welvaart en macht aan de nazaten van Abraham, Isaak en Jacob zijn in vervulling gegaan! De identiteit van deze tien verloren stammen kan worden achterhaald via vervulde beloften!

Hoewel Abraham nog steeds kinderloos was, beloofde God ook dat zijn afstammelingen ,,als het stof der aardeíí zouden zijn, "zodat, indien iemand het stof der aarde zou kunnen tellen, ook uw nageslacht te tellen zou zijn"(vers 16). De onmetelijke reikwijdte van deze belofte Ė de bijna onbegrensde uitbreiding van Abrahamís nakomelingschap Ė moet niet licht worden opgevat. Zoals we zullen zien, heeft deze enorme implicaties.†††† Ongeveer een decennium later verscheen God opnieuw aan Abraham in een visioen. Ofschoon hij nog altijd geen nakomeling had, beloofde God hem opnieuw een erfgenaam Ė en deze erfgenaam, zei God, zou zijn ,,lijfelijke zooníí zijn (Genesis 15:4).Een ongelooflijke menigte mensen zou uit die erfgenaam, Isaak, voortkomen. ,,Toen leidde Hij hem [Abraham] naar buiten, en zeide: Zie toch op naar de hemel en tel de sterren, indien gij ze tellen kunt; en Hij zeide tot hem: Zo zal uw nageslacht zijníí (vers 5). Hoe reageerde Abraham? ,,En hij geloofde in de Here, en Hij rekende het hem toe als gerechtigheidíí (vers 6).
Abrahamís overtuiging dat hij erop kon vertrouwen dat God zijn woord zou houden Ė ook al was het ver in de toekomst Ė was een van de redenen dat God Abraham liefhad. God koos hem om niet alleen de vader van verscheidene machtige naties te worden, maar de vader van alle gelovigen (Romeinen 4:11). God was bezig een tweevoudige rol voor de getrouwe Abraham te verwezenlijken. Enkele verzen later beloofde God hem niet alleen een niet te tellen aantal nakomelingen, maar het hele gebied ,,van de rivier van Egypte tot de grote rivier, de rivier de Eufraatí (Genesis 15:18).

 

Dit uitgestrekte gebied besloeg meer land dan het land dat God in zijn oorspronkelijke belofte van het land Kanašn had inbegrepen
(Genesis 12:6-7; 17:8; 24:7).

God breidt zijn beloften uit

 

Toen Abraham zijn geloof verder bewees, vergrootte God de reikwijdte van zijn beloften aan hem. Uiteindelijk omvatten ze veel meer dan Hij oorspronkelijk had geopenbaard. Het meest gedetailleerde verslag van

Gods verbazende beloften aan Abraham staat in Genesis 17:

,,Toen Abram negenennegentig jaar oud was, verscheen de Here aan Abram en zeide tot hem: Ik ben God, de Almachtige, wandel voor mijn aangezicht, en wees onberispelijk; Ik zal mijn verbond tussen Mij en u stellen, en u uitermate talrijk maken ... Wat Mij aangaat, zie, mijn verbond is met u, en gij zult de vader van een menigte volken worden; en gij zult niet meer Abram genoemd worden, maar uw naam zal zijn Abraham, omdat Ik u tot een vader van een menigte volken gesteld heb. Ik zal u uitermate vruchtbaar maken en u tot volken stellen, en koningen zullen uit u voortkomen. Ik zal mijn verbond oprichten tussen Mij en u en uw nageslacht in hun geslachten, tot een eeuwig verbond, om u en uw nageslacht tot een God te zijn. Ik zal aan u en uw nageslacht het land, waarin gij als vreemdeling vertoeft, het ganse land Kanašn, tot een altoosdurende bezitting geven, en Ik zal hun tot een God zijníí (vers 1-8). Evenals met vroegere uitspraken van deze belofte was Gods zegen nog altijd voorwaardelijk en gebaseerd op Abrahamís gehoorzaamheid en toewijding aan geestelijke groei. Hier herinnerde God hem er weer aan door te zeggen: ,,Ik ben God, de Almachtige, wandel voor mijn aangezicht, en wees onberispelijkíí (vers 1; vgl. MattheŁs 5:48).

 

Groot volk en vele volken

 

Een belangrijk deel van Gods belofte was, zoals we eerder zagen, dat Abrahamís afstammelingen zich sterk zouden vermenigvuldigen. God gaf de patriarch een andere naamAbraham hetgeen betekent ,,vader van een menigteíí (Genesis 17:5).

God ging dieper op dit aspect van zijn belofte in: ,,Ik zal u uitermate vruchtbaar maken en u tot volken stellen, en koningen zullen uit u voortkomeníí (vers 6; zie ook vers 15-16).

God vervolgde: ,,Ik zal aan u en uw nageslacht het land, waarin gij als vreemdeling vertoeft, het ganse land Kanašn, tot een altoosdurende bezitting geven, en Ik zal hun tot een God zijn ... gij zult mijn verbond houden, gij en uw nageslacht, in hun geslachteníí (vers 8-9). Het verslag in Genesis 17 bevestigt Gods verplichting aan Abraham van ,,een eeuwig verbondíí (vers 7, 13, 19), een bindende overeenkomst die God verplicht het land Kanašn voor altijd aan de afstammelingen van de patriarch te geven (vers 8). Godís verplichting jegens Abraham was gewichtig en vťrstrekkend.

In Genesis 18 net vůůr de verwoesting van de van zonde vergeven steden Sodom en Gomorra, ontvangt Abraham gasten Ė engelen -met het nieuws van de goddelijke straf die de twee steden zouden ondergaan Ėen met een herbevestiging aan de 99-jarige Abraham en zijn vrouw, Sara, die 10 jaar jonger was, van de ophanden zijnde geboorte van een zoon (vers 10-14).

De engelen bevestigden de bejaarde patriarch de vroegere beloften dat Abraham een grote en machtige natie zou worden Ė een fysieke, materiŽle en nationale verplichting van onmetelijke reikwijdte . Zij herbevestigden tevens de Messiaanse belofte dat met hem alle volken der aarde zullen gezegend worden (Genesis 18:17, 18 zie ook Amos 3:7)

De belofte werd indrukwekkend vervuld toen ongeveer een jaar later Sara beviel van Isaak (Genesis 21:1-3). Eerst had Abraham zich trouw aan God bewezen. Nu bewees God op wonderbaarlijke wijze zijn trouw aan zijn verplichting jegens Abraham.

 

De ultieme beproeving

 

De climax van deze verslagen van Gods beloften staat in Genesis 22. Hier vinden we een van de belangrijkste gebeurtenissen in de Bijbel. Dit is Gods laatste uiteenzetting van zijn belofte aan Abraham.

In dit verslag is Abrahamís bereidheid zijn zoon Isaak te offeren een voorafschaduwing van de fundamentele gebeurtenis van Gods plan aan alle mensen behoud aan te bieden: Gods bereidheid zijn enige zoon, Jezus Christus, te offeren (Johannes 3:16-17).

Eerder merkten we op dat Gods beloften afhankelijk waren van Abrahamís voortdurende gehoorzaamheid (Genesis 12:1; 17:9). Maar na de gebeurtenissen van Genesis 22 veranderde God zijn verbond met Abraham door het op een hoger niveau te brengen Ė en met reden.

God zei Abraham Isaak, de zoon van de belofte (Romeinen 9:9), te nemen en hem op de berg Moria als een brandoffer te offeren (Genesis 22:2). De ultieme beproeving van Abrahamís geloof was aangebroken.

In deze tijd van zijn leven evenwel had Abraham geleerd God onvoorwaardelijk te vertrouwen. Lange tijd had hij Gods wijsheid, waarachtigheid en getrouwheid ervaren. Hij deed als hem was opgedragen om pas op wonderbaarlijke wijze te worden tegengehouden op precies het moment dat hij zijn zoon zou hebben gedood (vers 9-11).

Uit dit voorval kunnen wij enkele diepzinnige lessen trekken. In de eerste plaats, dat God nooit Ė in de oudheid noch in de moderne tijd Ė heeft gewenst dat Hij zou worden geŽerd met een mensenoffer.

Ten tweede, God verbood IsraŽl de heidense praktijk eerstgeboren kinderen te offeren aan afgoden. Mensenoffers waren een onderdeel van de Mesopotamische maatschappij waaruit Abraham werd geroepen. Ook de landen om hem heen kenden mensenoffers. God zorgde er echter voor dat zijn trouwe dienstknecht niet daadwerkelijk zijn zoon zou slachten, hoewel Abraham niet van tevoren wist wat God van plan was. In het volgende vers openbaren Gods woorden wat Hij werkelijk over Abraham te weten wilde komen: ,,Nu weet Ik, dat gij godvrezend zijt, en uw zoon, uw enige, Mij niet hebt onthoudeníí (vers 12). Met zijn bereidheid de levende God te gehoorzamen had Abraham bewezen dat hij dat wat hem het dierbaarst was, zijn enige erfgenaam, zou opgeven (vers 15; vgl. Johannes 3:16). God wilde Abrahamís zoon niet als slachtoffer. Maar Hij wilde wel weten of Abraham hem genoeg zou vertrouwen om de zwaarste beslissing te nemen die God hem voorlegde. Abraham slaagde voor de test. Ten derde, Abrahamís optreden toonde aan dat hij de juiste man was voor de rol van ,,vader van allen die geloven" (Romeinen 4:11-22; Galaten 3:9; HebreeŽn 11:17-19) Ė dat hij een gepaste grondlegger was van de familie van ontelbare afstammelingen die het volk van God zouden worden (Genesis 18:19).

†††††††††††

Beloften onvoorwaardelijk

 

Op dit punt werden Gods beloften aan Abraham Ė de stoffelijke en de geestelijke Ė onvoorwaardelijk. Zijn woorden ,,Ik zweer bij Mijzelf"

(Genesis 22:16) laten zien dat de vervulling van de belofte niet langer van Abraham afhing. De vervulling van de belofte zou voortaan uitsluitend van God zelf afhangen. Hij verplichtte zich onvoorwaardelijk zijn belofte aan Abraham en zijn nakomelingen te vervullen.

God zette zijn eigen trouw en integriteit bij deze verplichtingen op het spel. Hij heeft zich er onvoorwaardelijk toe verbonden al zijn beloften tot in de details te verwezenlijken.

Omdat wij de onvoorwaardelijke aard van Gods beloften begrijpen, hebben we een beter beeld van waar wij op moeten letten bij de loop der geschiedenis van de afstammelingen van het oude IsraŽl. Daar God zijn belofte aan Abraham niet kan opzeggen, omdat Hij zijn woord niet zal schenden (Numeri 23:19), wordt ieder detail in ons zoeken naar de identiteit van de 10 verloren stammen van IsraŽl na hun verbanning een leidraad.

 

Genesis 22 besluit met het herbevestigen van de centrale elementen van Gods verplichtingen jegens Abraham: ,,[Ik zal] u rijkelijk zegenen, en uw nageslacht zeer talrijk maken, als de sterren des hemels en als het zand aan de oever der zee, en uw nageslacht zal de poort zijner vijanden in bezit nemeníí (vers 17). Deze stoffelijke, materiŽle en nationale zegeningen blijven aanwijzingen voor de identiteit van Abrahamís hedendaagse afstammelingen.

God vervolgde: ,,En met uw nageslacht zullen alle volken der aarde gezegend worden, omdat gij naar mijn stem gehoord hebtíí (vers 18). Deze zegen zou een tweeledige betekenis blijken te hebben. Door Christus, als het Zaad van Abraham, zou God aan de gehele mensheid behoud ter beschikking stellen (vgl. Galaten 3:16 en Johannes 3:16). Maar ook de hele wereld zou materieel voordeel hebben van de overvloedige fysieke zegeningen die God op Abrahamís afstammelingen zou uitstorten. Gods belofte heeft zowel geestelijke als materiŽle aspecten.

 

Vernieuwd aan Isaak

 

God vernieuwde zijn beloften aan Abraham in de navolgende generaties. Hij herbevestigde zijn verbond aan Isaak, de zoon van de patriarch (Genesis 26:1-5), en aan Jakob, zijn kleinzoon (Genesis 27:26-29; 28:1-4, 10-14; 35:9-12). Door Jakob gaf God de nationale en materiŽle aspecten van zijn beloften door aan de afstammelingen van Abrahamís achterachterkleinzoons, EfraÔm en Manasse, de zonen van Jozef (Genesis 48:1-22).

 

Gods belofte aan Isaak dat Hij hem en zijn nageslacht ,,al die landen" zou geven (Genesis 26:3-4) omvat grote materiŽle zegeningen. God beloofde ook hem, zoals Hij aan Abraham had gedaan, een bijna onbeperkt aantal nakomelingen, die zich zouden ,,vermenigvuldigen als de sterren des hemelsíí (vers 4).

Op een bepaald niveau zou deze belofte worden vervuld in de tijd dat enkele miljoenen IsraŽlieten, onder leiding van Mozes, de berg SinaÔ bereikten en later in de tijd van Salomo (Deuteronomium 1:10; 1 Koningen 4:20-21). Maar Mozes zelf besefte dat de zegeningen van grote menigten vele malen zouden worden vermenigvuldigd boven wat er al in zijn tijd was geweest (Deuteronomium 1:11).

 

Jakob krijgt geboorterecht

 

De stoffelijke zegeningen die op Isaak overgingen zouden normaliter overgaan op diens eerstgeborene zoon Ezau (Genesis 25:21-26). Jakob, de jongere van de tweelingbroers, haalde Ezau echter over zijn geboorterecht aan hem te verkopen in ruil voor een maaltijd (vers 29-43).

Wat was het geboorterecht en waarom was het belangrijk? De International Standard Bible Encyclopedia verklaart dat het geboorterecht ,,het recht [was] dat vanzelfsprekend de eerstgeboren zoon toebehoorde ... Zo iemand werd automatisch het hoofd van de familie, daar de lijn door hem zou worden voortgezet. Als eerstgeborene erfde hij een dubbele hoeveelheid van het vaderlijke erfgoed ... De eerstgeborene was verantwoordelijk voor ... het uitoefenen van gezag over het huishouden als geheelíí (1979, Vol. I, ,,Birthrightíí, pp. 515-516).

Om de zegeningen van het eerstgeboorterecht van zijn vader te ontvangen nam Jakob zijn toevlucht tot het bedriegen van de blinde en bejaarde Isaak om hem te doen geloven dat hij Ezau was (Genesis 27:18-27). Jakob besefte onvoldoende dat bedrog niet nodig was. God had al voor de geboorte van de tweeling geopenbaard dat Jakob de sterkere van de twee zou zijn en dat Ezau uiteindelijk Jakob zou dienen (Genesis 25:23).

 

God liet echter toe dat Jakob de belofte van het eerstgeboorterecht ontving om de patriarch van de familie te zijn en het beste van het familie-erfgoed van zijn vader te ontvangen zonder tussenbeide te komen om de omstandigheden te veranderen. Later zou Hij Jakob leren op te houden op zijn eigen bedrieglijke streken te vertrouwen. ††† Let nu op de zegen die Isaak over Jakob uitsprak: ,,God zal u geven van de dauw des hemels en van de vette streken der aarde, en overvloed van koren en most. Volken zullen u dienen, natiŽn zich voor u nederwerpen; wees heerser over uw broederen, en de zonen uwer moeder zullen zich voor u nederbuigen. Wie u vervloekt, zij vervloekt, en wie u zegent, zij gezegendíí (Genesis 27:28-29). Dit waren geen loze woorden. Isaak gaf officieel de ontzagwekkende beloften die God aan Abraham had gedaan door aan Jakob. Later bevestigde God door een droom aan Jakob dat hij inderdaad de geboorterechtbelofte zou ontvangen. God openbaarde toen aan Jakob dat zijn nageslacht ,,als het stof der aardeíí zou zijn en zich zou uitbreiden, ,,naar het westen, oosten, noorden en zuideníí Ė in alle richtingen vanuit het Midden-Oosten (Genesis 28:12-14). ††††††††††† Gezien de enorme omvang van dergelijke belofte is het geen wonder dat de apostel Paulus later sprak over Jakobís grootvader Abraham als de ,,erfgenaam der wereldíí (Romeinen 4:13). God had duidelijk de bedoeling dat Abrahamís afstammelingen uiteindelijk een groot deel van de wereld zouden overheersen.

 

Twee nationale identiteiten

 

In Genesis 35 komen we nog een ander aspect van de geboorterechtbelofte tegen. Hier belooft God aan Jakob dat er ,,een volk, ja een menigte van volkeníí uit hem zouden voortkomen (vers 11). Kennis van dit aspect van IsraŽlís erfgoed is van wezenlijk belang als we de profetieŽn willen begrijpen. De geboorterechtbelofte zou worden vervuld in twee afzonderlijke nationale entiteiten.

 

In Genesis 48 gaf Jakob dit deel van Gods belofte aan Abraham en Isaak door aan Jozefís zonen EfraÔm en Manasse. Tegelijkertijd plaatste Jakob zijn eigen naam op deze twee kleinzoons (vers 16). Bij gevolg slaan veel van de latere verwijzingen naar"Jakob" of "IsraŽl" in de profetische boeken van de Bijbel vooral op deze twee takken van Jakobís afstammelingen. De zegen van Jakob omvatte land Ė nationaal grondgebied Ė dat de twee kleinzoons zouden beŽrven tot een eeuwig bezit. Zij zouden ook uitgroeien "tot een menigte van volken"

(vers 4). Hier zien we voor de tweede maal de opmerkelijke belofte dat Jakobís nakomelingen Ė meer specifiek zij die uit EfraÔm en Manasse zouden voortkomen Ė zouden uitgroeien tot respectievelijk een menigte van volken en tot ťťn enkel groot volk (vers 19). Niet alle dimensies van de beloften zouden naar Jozef en zijn nakomelingen gaan. Juda zou een belofte ontvangen met een belangrijke geestelijke dimensie. Door Jakob gaf God de profetie dat van Juda de scepter, de heersersstaf, niet zou wijken (Genesis 49:10). Deze profetie wees zowel op de dynastie van IsraŽlís toekomstige koning, David, als op de rol van Jezus, eveneens van de stam Juda en nakomeling van David, als de Messias (Lukas 1:32; HebreeŽn 7:14; Openbaring 5:5). Christus is bestemd op aarde te regeren als Koning der Koningen (Openbaring 11:15; 17:14; 19:16).

 

De belofte van het eerstgeboorterecht echter, van fysieke, materiŽle en nationale grootheid ging niet naar Juda, maar, met voorbijgaan van Ruben, naar Jozef. Let op de omstandigheden waardoor die belofte in Jozefs handen kwam: ,, ... [Ruben] was de eerstgeborene van IsraŽl, maar omdat hij de legerstede van zijn vader had ontwijd, was zijn eerstgeboorterecht geschonken aan de zonen van Jozef, de zoon van IsraŽl Ė maar deze werd niet in het register als eerstgeborene ingeschreven; wel was Juda de sterkste onder zijn broeders en ťťn uit hem werd tot vorst, maar het eerstgeboorterecht viel ten deel aan Jozefíí (1 Kronieken 5:1-2). Door de belofte van het eerstgeboorterecht zouden Jozefís nakomelingen Ė EfraÔm en Manasse Ė de zegeningen ontvangen van welvaart, macht en nationale voornaamheid.

 

Voor Jozefís nakomelingen

 

De wellicht meest onthullende passage over de geboorterechtbelofte staat evenwel in Genesis 49. Hier zien we Jakob die elk van de nakomelingen "in de toekomende [of: laatste] dagen" van zijn zonen zegent en over hen profeteert (vers 1). Let erop dat de zegeningen die Jakob uitspreekt over (de afstammelingen van Jozef voor de laatste dagen zeer indrukwekkend zijn. "Een jonge vruchtboom is Jozef, een jonge vruchtboom aan een bron; zijn takken stijgen boven de muur uit; de boogschutters hebben hem getergd, beschoten en vijandig bejegend, maar zijn boog bleef stevig en zijn sterke handen bleven lenig, door de handen van de Machtige Jakobís, daar de Steenrots IsraŽls zijn herder is; door de God uws vaders, die u zal helpen, en de Almachtige, die u zal zegenen met zegeningen des hemels van boven, met zegeningen van de watervloed, die beneden ligt, met zegeningen van de borsten en de moederschoot. De zegeningen van uw vader gaan de zegeningen van mijn voorvaderen te boven, reikende tot het kostelijkste der eeuwige heuvelen; zij zullen komen op het hoofd van Jozef ..."

(Genesis 49:22-26). ††††

Deze profetische passage zegt ons dat Jozefs afstammelingen "in de laatste dagen" zullen leven in een productief, goed bevloeid en vruchtbaar land. Zij zullen een volk zijn dat zijn gebied en invloed sterk heeft uitgebreid Ė politiek, militair, economisch en cultureel Ė een volk "waarvan de takken boven de muur uitstijgen", ofwel hun natuurlijke grenzen overschrijden. Het zal een volk zijn dat af en toe zal worden aangevallen door andere landen maar in het algemeen zal overwinnen.
Hun triomfen zullen soms wonderbaarlijk of providentieel lijken, omdat de Almachtige God hen bijstaat en hun bron van zegeningen is.††† Het zal een volk zijn dat in een land leeft met een buitengewoon gunstig klimaat dat gemakkelijk de gestaag uitbreidende bevolking kan ondersteunen. Zij zullen genieten van de zegen van goede oogsten, grote kudden vee en uitgebreide natuurlijke hulpbronnen zoals hout en waardevolle mineralen in hun bodem. Met andere woorden, wij kunnen verwachten hen aan te treffen in het bezit van uitgelezen zegeningen en natuurlijke hulpbronnen. Elk van deze zegeningen zal van hen zijn "in de laatste dagen" (Genesis 49:1).

†††††††††††

Waar kunnen wij de afstammelingen van Jozef, de verloren stammen van EfraÔm en Manasse, vinden? Deze lijst zegeningen elimineert de meeste landen van de wereld. Om hen te vinden moeten we ons afvragen: welke landen bezitten deze zegeningen in onze wereld? God beloofde al deze zegeningen aan de nakomelingen van Jozef "in de laatste dagen" Aangezien God niet liegt, kunnen we erop vertrouwen dat Hij die beloften heeft gehouden.Wat zegt het bewijsmateriaal ons? Zoals we zullen zien is het bewijsmateriaal overweldigend gunstig voor God. Als wij de beloften en Gods vervulling daarvan geloven, zal onze kijk op de wereld totaal anders zijn dan de zienswijze van hen die niet van deze kennis weten.

†††††††††††

In de bijna 3700 jaar sinds God deze beloften gaf, kunnen weinig landen staat maken op zegeningen die zelfs maar in de buurt komen. Nog minder landen kunnen het soort economische status en nationale macht Ė zelfs de status van supermacht Ė opeisen die is beloofd aan Jozefís zonen EfraÔm en Manasse "in de laatste dagen".

†††††††††††

Alleen twee kandidaten komen echter volmaakt tegemoet aan de veeleisende criteria van deze profetieŽn: de Verenigde Staten van Amerika en het Britse Gemenebest van naties.
Hoe goed past dit in het bewijsmateriaal dat we vinden? Om deze vraag te beantwoorden doen we in deel 3 een onderzoek naar het historische materiaal van de stammen van IsraŽl vanaf het begin van hun bestaan als natie tot aan onze tijd.


Het Nederlandse Supplement van The Good News November/ December 2003


© United Church of God Ė Holland: Adres: Postbus 93, 2800 AB Gouda. Tel/fax: 084-8704080

Web:www.ucg-holland.nl. Email: info@ucg-holland.nl. Bankrekeningnummer: 53.83.60.747 tnv UCG-Holland te Gouda