Het Nederlandse Supplement van

 

 

 

†††††††††††††††††††††††††††††††††††††† maart/april 2004

Deel 4: Verhuizing naar Europa

De Tien Verloren Stammen

van IsraŽl

 

Ver terug in de geschiedenis rond 732 v.Chr. werden de tien stammen van IsraŽl uit hun land gedeporteerd en zijn nooit meer teruggekeerd (2 Koningen 17:23;18:11).
Waar zijn deze verloren stammen gebleven? De bijbel spreekt over een eindtijd waarin de verloren stammen van IsraŽl samen met Juda (het Joodse volk) weer ťťn natie zullen worden. Ze zijn er dus nog! De beloften van de grote welvaart en macht aan de nazaten van Abraham, Isaak en Jacob zijn in vervulling gegaan! De identiteit van deze tien verloren stammen kan worden achterhaald via vervulde beloften!

 

 

Toen het noordelijke koninkrijk IsraŽl door de AssyriŽrs werd vernietigd, werd het volk gedwongen in ballingschap te gaan. God had echter beloofd dat zij zouden voortbestaan om in de laatste dagen enkele van de belangrijkste mogendheden te worden.

Waar gingen zij vanuit hun ballingsoord heen? Hoe kunnen wij hen op het spoor komen?

Het opsporen van de afkomst van oude volken is een buitengewoon moeilijke taak. Archeologen, historici en andere geleerden van bekende universiteiten verschillen vaak van mening over de interpretatie van artefacten en historische documenten.

Dit komt doordat volledige kennis van de oorsprong van een volk uit de oudheid bijna altijd aan het zicht wordt onttrokken door de mist van de tijd. Dit is vooral zo wanneer schriftelijke verslagen zijn verdwenen, vernietigd of nooit hebben bestaan. Daarom moeten we om vast te stellen wat er met de oude IsraŽlieten is gebeurd nauwkeurig de beschikbare historische en archeologische gegevens vergelijken met de geschiedenis en de profetieŽn in de Bijbel.

Archeologen en historische onderzoekers hebben een aanzienlijk bestand aan informatie verzameld dat we als stukjes van de historische puzzel in elkaar kunnen passen. Hoe meer stukjes er op de tafel liggen, des te eenvoudiger is het de informatie nauwkeurig aan elkaar te koppelen. Door genoeg delen te verzamelen kunnen wij een redelijk goed beeld van het verleden krijgen.

 

Belangrijke sleutels

 

Historici nemen aan dat de meeste van de voorouders van de hedendaagse westerse democratieŽn eens leefden als nomadische stammen die over de uitgestrekte grasvlakten van de Euraziatische steppen rondzwierven.

Eťn bepaalde groep van deze migrerende volken, door de Grieken aangeduid als Scythen, verscheen plotseling op de Euraziatische steppen omstreeks dezelfde tijd dat de 10 stammen van IsraŽl uit de geschiedenis verdwenen. Is er een verband? Hier volgt een aantal belangrijke feiten en ontdekkingen met betrekking tot de twee volken.

De grote Euraziatische steppen strekken zich vanaf de Karpaten zoín 7.000 kilometer naar het oosten uit tot in MongoliŽ. Zij vormden ťťn enkel geografisch gebied van natuurlijke graslanden die ieder voorjaar tot zover het oog reikte spectaculaire bloemenzeeŽn werden.

Deze enorme vlakte was volmaakt geschikt voor landbouw en veeteelt. Archeologen hebben overvloedig materiaal om te bewijzen dat de nomadische stammen in de oudheid gedurende de lente, zomer en herfst regelmatig in grote cirkelvormige routes de vlakte doorkruisten met grazende kudden.

Ongeveer 2000 jaar geleden echter maakten klimaatveranderingen grote delen van de centraal-Aziatische steppen tot woestijngebied. Het werd zo droog dat het de vroegere landelijke levenswijze, die er van 2700 tot 2100 jaar geleden bestond, niet langer kon ondersteunen (Tamara Talbot Rice, The Scythians, 1961, p. 33).

 

De plotselinge Scythen

 

Onder de tegenwoordige geleerden doen drie theorieŽn de ronde om te verklaren waar de mysterieuze Scythen in het steppegebied bij de Zwarte Zee zo plotseling vandaan kwamen. Sommigen geloven dat zij daarheen kwamen vanuit het noorden, anderen vanuit het oosten. Een derde opvatting is dat zij vanuit het zuiden migreerden.

Hoewel de geografische oorsprong van het Scythische volk fel wordt bediscussieerd, het tijdstip van hun verschijning in de geschiedenis is dat niet. Zij doken plotseling op in dezelfde tijd en in ongeveer hetzelfde gebied als de IsraŽlieten verdwenen.

De Encyclopaedia Britannica zegt: ,,De Scythen waren een volk dat gedurende de 8e-7e eeuw v. Chr. vanuit Centraal-AziŽ naar zuidelijk Rusland trokkeníí (15e editie, Vol. 16, macropaedia, ,,Scythiansíí, p. 438). De Encyclopedia Americana verklaart dat de Scythen eerst omstreeks 700 v. Chr. het gebied rond de Zwarte Zee bezetten en dat zij van meet af aan ,,een samenhangende politieke entiteitíí vormden (Vol. 24, editie 2000, ďScythiansĒ, p. 471). De historica Tamara Talbot Rice bevestigt dat ,,de Scythen voor de achtste eeuw v. Chr. geen herkenbare nationale entiteit werden ... In de zevende eeuw v. Chr. hadden zij zich vast gevestigd in het zuiden van Rusland ... En soortgelijke stammen, mogelijk zelfs verwante clans, hoewel politiek geheel onderscheiden en onafhankelijk, hadden zich eveneens geconcentreerd op de Altai [het grensgebied van zuidelijk SiberiŽ, Kazachstan, MongoliŽ en China]...

,,Assyrische documenten plaatsen hun verschijning daar [tussen de Zwarte Zee en de Kaspische Zee] ten tijde van koning Sargon (722-705 v. Chr.), een tijd die sterk overeenkomt met die van de vestiging van de eerste groep Scythen in zuidelijk Ruslandíí (Rice, pp. 19-20, 44). Deze tijd komt ook overeen met de verdwijning van de ballingen uit het noordelijke koninkrijk IsraŽl.

Aan het einde van de achtste eeuw v. Chr. verschijnt, volgens verslagen van het Kaukasische koninkrijk Urartu, dat de noordelijke gebieden van de Eufraat beheerste, tevens een groep met de naam KimmeriŽrs of CimmeriŽrs.

Het boek From the Lands of the Scythians verklaart: ,,In Urartische en Assyrische teksten lijkt sprake van twee groepen, CimmeriŽrs en Scythen, maar het is niet altijd duidelijk of die termen twee verschillende volken aanduiden of eenvoudig ruitervolken Ö Vanaf de tweede helft van de achtste eeuw v. Chr. maken Assyrische bronnen melding van nomaden die als CimmeriŽrs worden geÔdentificeerd; andere Assyrische bronnen zeggen dat deze mensen zich gedurende honderd jaar [d.w.z. van omstreeks 750 tot 650 v. Chr.] in het land van de Mannai [of Mannea, ten zuiden van het Oermiameer] en in CappadociŽ bevonden en verhaalt van hun opmars naar Klein-AziŽ en Egypte.

,,De AssyriŽrs gebruikten CimmeriŽrs als huursoldaten in hun leger; een juridisch document uit 679 v. Chr. verwijst naar een Assyrische Ďbevelhebber van het Cimmerische regimentí; maar in andere Assyrische documenten heten zij Ďhet zaad der gevluchten dat noch geloften noch eden kentíĒ (Boris Piotrovsky, 1975, pp. 15, 18).

De historicus Samuel Lysons sprak over ,,de CimmeriŽrs als wellicht hetzelfde volk als de GalliŽrs of Kelten onder een andere naamíí (John Henry and James Parker, Our British Ancestors: Who and What Were They?, 1865, pp. 23, 27).

Anne Kristensen, gerespecteerd Deens taalkundige, kwam onlangs tot de conclusie dat de CimmeriŽrs (die later als de Kelten bekend werden) stellig kunnen worden geÔdentificeerd als de gedeporteerde IsraŽlieten. In het begin van haar onderzoek was Kristensen sceptisch en onderschreef zij de traditionele theorie dat de CimmeriŽrs ,,Arischeíí stammen waren die door de Scythen uit het noorden waren verdreven, zoals Herodotus had geopperd.

Naarmate zij echter dieper groef in de Assyrische bronnen ontdekte zij dat de CimmeriŽrs voor het eerst in de geschiedenis verschenen in 714 v. Chr. in het gebied van Iran ten zuiden van ArmeniŽ, waar de koningen van AssyriŽ veel van de gedeporteerde IsraŽlieten hadden gevestigd. Zij kwam tot de conclusie dat de Gimera of CimmeriŽrs op zín minst een deel van de 10 verloren stammen van IsraŽl vertegenwoordigden.

Kristensen schrijft: ,,Er is nauwelijks nog enige reden te twijfelen aan de opwindende en waarlijk verbazingwekkende bevestiging die door onderzoekers van de Tien Stammen wordt geopperd, dat de IsraŽlieten die werden weggevoerd uit Bit Humria, ofwel het Huis van ĎOmri, identiek zijn met de Gimirraja van de Assyrische bronnen. Alles wijst erop dat de IsraŽlitische gedeporteerden niet uit het beeld verdwenen, maar dat zij buiten hun land onder nieuwe omstandigheden hun stempel op de geschiedenis bleven drukkeníí (Who Were the Cimmerians, and Where Did They Come From?: Sargon II, the Cimmerians, and Rusa I, vertaald door JÝrgen LśssÝe, The Royal Danish Academy of Sciences and Letters, No. 57, 1988, pp. 126-127).

 

Scythische oorsprong

 

De term Scyth, schreef de historicus George Rawlinson, was oorspronkelijk meer de aanduiding van een levenswijze dan een verwijzing naar bloedverwantschap. Hij verklaarde dat de term ,,zonder onderscheid door de Grieken en Romeinen [werd] toegepast op de Indo-Europese en Toeranische rasseníí, waaruit blijkt dat hun gewoonten en gebruiken die van de nomadische levenswijze waren (George Rawlinson, Seven Great Monarchies, Vol. 3, 1884, p. 11).

 

Tegenwoordig echter gebruiken de historici de term Scythisch meestal met verwijzing naar de Saka of Sacae, Scythen. Deze volken werden de leidende stammen van de Scythische cultuur. Zij inspireerden de dynamische levenswijze ervan en zijn politieke, artistieke, economische en sociale leiderschap. Vanaf de zevende eeuw v. Chr. waren het de Saka- of Sacaestammen die vanaf de Zwarte Zee tot aan de bergen van MongoliŽ bepaalden wat het was Scyth te zijn.

De Saka-Scythen begonnen van 700 tot 500 v. Chr. juist het steppegebied te overheersen. In die tijd werden de Saka-Scythen Ė vergezeld van een kleinere groep andere stammen uit het Midden-Oosten, zoals de ontheemde Meden, Elamieten en AssyriŽrs Ė de invloedrijkste volken op de Euraziatische vlakten.

In feite waren tot ergens in de vijfde of vierde eeuw v. Chr. de belangrijkste bewoners van zelfs west-SiberiŽ ,,een blondharig volk van Europese oorsprong, en ... het was na die tijd dat een instroom van MongoloÔden uitliep op een zeer gemengd soort bevolkingíí (Rice, p. 77). Nauwkeurig archeologisch onderzoek in de 20e eeuw bracht duidelijk aan het licht dat de Saka-Scythen er fysiek zo uitzagen als de hedendaagse volken van Europa.

 

Bijbelse profetie

 

Laten we wat we hebben geleerd eens vergelijken met de beloften die God aan de verbannen IsraŽlieten deed. Hen aansprekend als ,,Isaaks huisíí (Amos 7:16) beloofde Hij dat zij gedurende hun ballingschap niet als volk zouden worden vernietigd (Amos 9:8, 14; vgl. Hosea 11:9; 14:4-7). Hij beloofde juist hen na hun ballingschap sterk te zullen vermenigvuldigen (Hosea 1:10) en goedheid en barmhartigheid aan hen te tonen vanwege zijn verbond.

De Bijbel zegt duidelijk dat de IsraŽlieten, na door de AssyriŽrs met geweld uit hun land te zijn verwijderd, zich zouden vestigen ,,naar Chalah, Chabor, de rivier van Gozan [in noord-AssyriŽ], en de steden der Medeníí (2 Koningen 18:11). Dit is niet ver van het gebied van Urartu, tussen de Zwarte en de Kaspische Zee, waar de Scythen een tijdelijk koninkrijk hadden gevestigd.

Door Hosea had God hun voorzegd dat de IsraŽlieten ,,dolende onder de volkeníí zouden zijn (Hosea 9:17). Dit verklaart waarom de verbannen IsraŽlieten als volk schijnen te zijn verdwenen. Zij verdwenen echter niet; zij doken in de geschiedenis weer op onder nieuwe namen Ė een zwervend volk, gescheiden in onafhankelijke clans, zwervend over de Euraziatische vlakten.

Kennelijk kon niemand hen meer identificeren als de ingezetenen van hun vroegere koninkrijk in het Midden-Oosten. Zij verwierven een nieuwe identiteit. Alleen hun oude clannamen bleven veelal dezelfde. Die namen zijn belangrijk gebleken in het bewaren van hun identiteit als de 10 verloren stammen van IsraŽl.

 

Scythisch-Keltische link

 

Tegelijk met het plotselinge verschijnen van de Scythen rond de Zwarte Zee kwam er in het westen van Europa nog een beschaving op. In zijn boek The Ancient World of the Celts merkt historicus Peter Ellis op: ,,Aan het begin van het eerste millennium v. Chr. kwam plotseling een beschaving op die zich rond de wateren van de Rijn, de RhŰne en de Donau uit haar Indo-Europese wortels had ontwikkeld en zich in alle richtingen door Europa verspreidde. Hun vergevorderde gebruik van metaalwerk en metaalbewerking, in het bijzonder hun ijzeren wapens, maakte hen tot een sterke en onweerstaanbare macht. Griekse kooplieden, die hen voor het eerst in de zesde eeuw v. Chr. tegenkwamen, noemden hen Keltoi en Galatai ... Tegenwoordig identificeren wij hen algemeen als Kelteníí (1999, p. 9).

Een aanzienlijke hoeveelheid gegevens verbindt de Kelten van Europa met de KimmeriŽrs die uit het Nabije Oosten naar Klein-AziŽ vluchtten ten tijde dat de legers van Babylon het Assyrische Rijk veroverden. Vanuit Klein-AziŽ migreerden de KimmeriŽrs over de Donau Europa in, waar zij bekend werden als Kelten. Veel historici concluderen dat de Kelten en de Scythen een gemeenschappelijke achtergrond hebben.

De Grieken en Romeinen noemden alle mensen voorbij de noordelijke grenzen van de oude Romeinse Republiek en de Griekse stadstaten barbaren. Zij gebruikten die term voor vreemdelingen die hun politieke en culturele leiderschap durfden uit te dagen, ongeacht in welke mate ze geletterd of technisch geavanceerd waren. Deze mensen vertegenwoordigden veel familieclans met verschillende namen. Onder hen bevonden zich ongetwijfeld ook clans van etnische oorsprong die niet met elkaar verwant waren en die de oostelijke gebieden van het oude Assyrische Rijk in ongeveer dezelfde tijd waren ontvlucht.

Maar wat meer zegt is het feit dat veel, zoniet de meeste van deze zogenaamde barbaarse stammen etnisch en cultureel waren verwant. Daarom zouden we kunnen verwachten dat de taal van deze verwante stammen op een gemeenschappelijke moedertaal kan worden teruggevoerd Ė en dat is ook precies wat we vinden.

 

Taalverbinding

 

Talen worden geÔdentificeerd in families. De taalfamilie die de volken van het noordwesten van Europa delen valt onder wat is geklassificeerd als de Germaanse tak van de Indo-Europese talen. De geschiedenis van de Indo-Europese taalfamilie verschaft ons uitstekende aanwijzingen van de relaties tussen de barbaarse stammen die de noordwest-europese democratieŽn hebben voortgebracht.

Wanneer we naar de landen van Europa kijken zien wij begrensde natie-staten met duidelijk verschillende talen, zoals Engels, Frans, Deens en Zweeds evenals plaatselijke dialecten (zoals Hoog en Laag Duits). In de tijd van deze zogenaamde barbaren echter bestonden zulke duidelijke onderscheidingen niet. De mensen die zich in die tijd in noordwest-Europa vestigden spraken veel verschillende dialecten van dezelfde moedertaal.

Engels maakt deel uit van de tak van de Indo-Europese taalfamilie die gewoonlijk wordt aangeduid als Teutoons of Germaans. Maar dat houdt niet in dat de tegenwoordige Germaanse taal (Duits) de moedertaal is of dat het Duitse volk van dezelfde etnische stam is als de Scythen. Integendeel, het tegenwoordige Duits is slechts ťťn zijtak van de oorspronkelijke moedertaal. Hetzelfde geldt voor het Engels, Nederlands, Deens en de andere Scandinavische talen. Het zijn allemaal zijtakken van ťťn oorspronkelijke taal.

H. Munro Chadwick, hoogleraar aan de Cambridge University, verklaart: ,,Tot aan de vijfde eeuw verschilden Duits, Engels en de Scandinavische talen slechts weinig van elkaar ... in de vijfde en volgende eeuwen werden de verschillen binnen de noordwestelijke groep snel groter. Engels ontwikkelde zich in het algemeen halverwege het Germaans en Scandinavisch, maar met veel typische kenmerken van zichzelf. Fries schijnt lange tijd weinig van Engels te hebben verschild ... De differentiatie van de talen werd duidelijk bepaald door hun geografische positieíí (The Nationalities of Europe and the Growth of National Ideologies, 1966, p. 145).

Niemand twijfelt eraan dat deze talen, of liever de moedertaal waarvan zij zijn afgeleid, eens tot een veel kleiner gebied waren beperkt dan dat van hun tegenwoordige verspreidingsgebiedíí (Chadwick, p. 157).

Deze volken kwamen in de tweede helft van de achtste eeuw v. Chr. plotseling in zicht aan de randen van het oude Assyrische Rijk Ė in dezelfde tijd en in hetzelfde gebied waar de 10 verloren stammen van IsraŽl verdwenen. Tot ongeveer in de vierde eeuw n. Chr. bleven hun dialecten van een gemeenschappelijke taal gelijk genoeg dat zij gemakkelijk met elkaar konden communiceren.

Scythen en Kelten zijn wat taal betreft nauw verwant. Maar waren de Kelten een afzonderlijk volk dat met de Scythen niet verwant was? Of zijn er aanwijzingen van een hechte relatie tussen hen?

 

Scythisch-Keltische contacten

 

Historici en archeologen melden dat in de tweede helft van het eerste millennium v. Chr. het gebied van Europa ten noorden van de Middellandse Zee twee verwante culturen kende. Vanaf de Britse Eilanden tot de bronnen van de Donau en de oostelijke grens van de Alpen bestond wat de historici de Keltische Hallstatt-cultuur noemen en later de Keltische La-TŤnecultuur.

Maar verder naar het oosten bestond met een uitgestrekt gebied in Oost-Europa de sterke, op paarden gerichte traditionele Scythische cultuur, gebaseerd op een levenswijze die meer aan de graslanden was aangepast dan aan bergen en wouden. Elk van deze verschafte ideeŽn en inspiratie voor de ander. Volgens de archeologische gegevens werd er tussen de twee groepen vaak getrouwd.

De afzonderlijke Keltische en Scythische culturen hadden onderling veel contact, vergelijkbaar met het hedendaagse Engeland en Amerika. Elk was aangepast aan de geografie van hun eigen gebied. Maar de mensen zelf hadden onderling contact alsof zij een gemeenschappelijke achtergrond hadden. Archeologen hebben enkele merkwaardige plaatsen van de Keltische en de Scythische cultuur ontdekt waaruit blijkt hoe nauw de twee volken hebben samengewerkt (zie ,,De geografie van de Keltisch-Scythische handelíí, p. 27).

Het onderscheid tussen de Scythische en de Keltische cultuur wordt waarschijnlijk het best verklaard door twee factoren. Ten eerste was de geografie waar elke cultuur van afhankelijk was heel verschillend. Maar, wat even belangrijk is, er waren 10 IsraŽlitische stammen uit het Midden-Oosten verbannen. Elk van hen had zijn eigen cultuur binnen de ruimere cultuur van IsraŽlís noordelijke koninkrijk. Bovendien was elke stam verder onderverdeeld in clans (1 Samuel 10:19; vgl. Exodus 6:14-25).

Daarom kan men verwachten dat deze verbannen IsraŽlitische stammen bepaalde culturele verschillen in de landen van hun verbanning bleven vertonen. Zulke verschillen zouden tevens een verklaring zijn van de clans en onderclans onder de Scythen en Kelten.

In zijn boek The Tribes: The Israelite Origins of Western Peoples presenteert de IsraŽlische Talmoedgeleerde Yair Davidy overtuigend bewijs dat de ontheemde IsraŽlieten gedurende en na hun ballingschap hun subtribale stamnamen behielden. ,,De aangehaalde bewijzeníí, schrijft hij, ,,zijn afgeleid van bijbelse, talmoedische, historische, archeologische en linguÔstische bronnen evenals folklore, mythologie, nationale symbolen en nationale eigenschappeníí (1993, p. xiv). Als inwoner van Jeruzalem had Davidy toegang tot de historische en bijbelse bronnen van de Nationale Bibliotheek van Jeruzalem.

Stamnamen en onderstamnamen, zegt hij, zijn een sleutel om de omzwervingen van de IsraŽlieten te traceren. In zijn inleiding vat hij zijn conclusie samen: ,,íThe Tribesí geeft bewijsmateriaal dat de meeste van de oude IsraŽlieten met buitenlandse culturen assimileerden en hun oorsprong vergaten. In de loop der tijd bereikten zij de Britse Eilanden en noordwest-Europa vanwaaruit verwante naties (zoals de V.S.) werden gestichtíí (ibid.).

Voor een grondige behandeling van dit aspect van IsraŽlís migratiegeschiedenis verwijzen wij u direct naar zijn boeken The Tribes: The Israelite Origins of Western Peoples (1993) en Lost Israelite Identity (1996).

Tussen 200 v. Chr. en 500 n. Chr. werden de Scythische clans door vijandige stammen en ingrijpende klimaatveranderingen uit de Euraziatische steppen verdreven naar de noordelijke en westelijke streken van Europa. De volgende 1000 jaar waren de voormalige Scythen onder een grote variŽteit aan clannamen nu eens bondgenoten dan weer vijanden van elkaar in het feodale Europa. Dit duurde totdat de moderne naties zoals wij die nu kennen in Europa vorm begonnen aan te nemen.

In het volgende deel ďGroei naar wereldmachtĒ gaan we verder met het verbazingwekkende verhaal van de verstrooide afstammelingen van het oude IsraŽl, die tot het internationale aanzien kwamen dat God aan het nageslacht van Jozef had beloofd.

In deel 5 gaan profetieŽn over Jozefísindrukwekkende stoffelijke zegeningen van Genesis 49:22-26 en Deuteronomium 33:13-17 in vervulling.


Het Nederlandse Supplement van The Good News maart/april 2004


© United Church of God Ė Holland: Adres: Postbus 93, 2800 AB Gouda. Tel/fax: 084-8704080

Web:www.ucg-holland.nl. Email: info@ucg-holland.nl. Bankrekeningnummer: 53.83.60.747 tnv UCG-Holland te Gouda




1