Het Nederlandse Supplement van

 

 

 

                                       juli/augustus 2004

Het komende Koninkrijk Gods

Wat is het precies?

 

Toen Jezus over het Koninkrijk van God sprak, wat bedoelde Hij precies? Verwees Hij naar de Kerk die Hij door Zijn volgelingen oprichtte? Of sprak Hij over iets totaal verschillend? Deze zijn belangrijke vragen. Velen hebben een eigen invulling gegeven aan de heldere en onmiskenbare taal die Jezus gebruikte toen Hij Zijn volgelingen over het komende Koninkrijk van God instrueerde. Maar door de eeuwen heen in de Christelijke wereld, is de persoon Jezus, niet als boodschapper maar als kern van Zijn boodschap verheven. Om in staat te zijn de uiterst belangrijke boodschap die Jezus Christus kwam brengen, het evangelie van het koninkrijk van God, te begrijpen (Markus 1:14), moet je de bijbelse antwoorden op deze vragen ontdekken.

 

 

 

Hoe beschrijft de Bijbel het Koninkrijk van God en wanneer begon God informatie over Zijn Koninkrijk aan de mensheid te openbaren?

Velen nemen aan dat het evangelie van het Koninkrijk van God begon met de prediking van Christus en Zijn apostelen.

De vier Nieuw Testamentische verhalen over het leven van Christus en Zijn leerstellingen worden gewoonlijk aangeduid als de vier Evangeliėn. Weinigen  nochtans, realiseren zich dat de hoofdzaken van het evangelie aan de dienaren van God werden geopenbaard lang voordat Jezus geboren werd. (Eigenlijk zijn deze vier boeken niet oorspronkelijk "de Evangeliėn" genoemd; die term werd pas in het midden van de tweede eeuw toegepast).  Ons Nederlandse woord evangelie is afgeleid van het Griekse woord "evangelion “ hetgeen betekent:  het goede nieuws. Het verwijst naar een bericht van een koning of een gunstige mededeling over een belangrijke gebeurtenis. Evangelie betekent eenvoudig weg het goed nieuws van God. Het is Gods boodschap dat Zijn plan en doel voor de mensheid aankondigt. Het is Zijn goed nieuws aan ons. Jezus Christus kwam dit fantastische nieuws over Gods plan en doel verkondigen. De focus van dat plan is het Koninkrijk van God.

God heeft telkens Zijn doel aan de mensheid geopenbaard. Zelfs in het prille begin legde Hij uit waarom wij zijn geboren en het doel van het menselijk leven. Impliciet in die verklaring is het begin van het evangelie. De apostel Paulus zegt dat het evangelie gepredikt werd, vele honderden jaren voor de geboorte van Jezus, aan een man genaamd Abraham. "En de geschriften. . . predikte het evangelie aan Abraham vooraf, zeggende, 'In u zullen alle naties gezegend worden'" (Galaten 3:8, klemtoon toegevoegd).

Merk op dat het evangelie gaat over het zegenen van  alle naties door God. Het gaat over goede dingen die komen gaan.  In een andere passage is er sprake van het eeuwige evangelie  (Openbaring 14:6). Het is Gods plan van zegening aan de hele mensheid voor alle eeuwigheid.

Jezus Christus is de centrale figuur in dat plan. Maar het evangelie is niet beperkt tot enkel informatie over de persoon van Christus. Het omvat het volledige doel van God zoals geopenbaard in de Bijbel. Het is het goede nieuws over hoe de Messias

—Jezus van Nazaret— dat plan naar een onvoorstelbaar fantastisch hoogtepunt zal brengen.

We gaan de draad  oppakken van dit goede nieuws van God vanaf het begin zoals dat in de Bijbel zich laat ontvouwen.

 

Het Begin

Wanneer heeft God Zijn doel om mensen te schapen het eerst geuit?

" En God zeide: Laat Ons mensen maken naar ons beeld, als onze gelijkenis, opdat zij heersen over de vissen der zee en over het gevogelte des hemels en over het vee en over de gehele aarde en over al het kruipend gedierte, dat op de aarde kruipt." (Genesis 1:26).

Met dit vers begint de aankondiging van het goede nieuws over het Koninkrijk van God. Hier drukt God Zijn bedoeling uit om mensen  naar Zijn beeld te maken en om aan hen heerschappij over Zijn creatie te geven. In het beeld van God geschapen te worden verschaft een speciaal doel aan het menselijk leven. God bood aan de eerste menselijke familie een levenswijze aan—gesymboliseerd door de boom des levens—dat betekent dat alle mensen kunnen genieten van een persoonlijke verhouding met hun Schepper.

Daarvoor is een geestelijk bestanddeel nodig dat essentieel is voor het slagen van de verhouding tussen mens en God: “zonder geloof is het onmogelijk Hem welgevallig te zijn. Want wie tot God komt, moet geloven, dat Hij bestaat en een beloner is voor wie Hem ernstig zoeken” (Hebreeėn 11:6).  (vraag ons nieuw nederlandstalige boekje aan: Bestaat God?)

God stelt  Zijn zegeningen beschikbaar en beloont degenen die Hem gewillig dienen in actief, levend geloof (Jacobus 2:17-23). Dit geloof is mogelijk enkel als een geschenk van God en is cruciaal voor onze redding (Efeze 2:8). Niemand die weigert God te geloven en te vertrouwen kan Hem behagen.

God verwachtte dat Adam en Eva  Hem zouden vertrouwen en hun vertrouwen aan Hem zouden demonstreren door te doen wat  Hij zei. In de Bijbel wordt gehoorzaamheid gebaseerd op vertrouwen gekenmerkt als geloof. Jammer genoeg onderschatten Adam en Eva het belang vertrouwen te hebben in God en trouw Zijn instructies op te volgen.

 

Keuze van een Levenswijze

Vertrouwen in God is het resultaat van een keuze. Gods levenswijze was niet de enige keuze waarmee onze eerste voorouders werden geconfronteerd. De slang stelde Eva een alternatief voor en overtuigde haar dat zijn benadering de betere weg was. Hij overtuigde haar dat God belangrijke informatie aan haar had onthouden, dat God haar misleidde (Genesis 3:1-6). Eva haalde toen Adam over om samen met haar te rebelleren tegen de instructies van God om van de boom van de kennis van goed en kwaad te eten (Gen 2:15-17).

Dientengevolge kon een andere "heerser" (Johannes12:31), degene die invloed uitoefent over "alle koninkrijken van de wereld" (Mattheus 4:7-9) , de mensheid beļnvloeden tot een andere manier van leven. Deze heerser is "de oude slang, die genaamd wordt duivel en de satan, die de gehele wereld verleidt " (Openbaring 12:9). Mettertijd heeft hij zelfs een vals religieuze boodschap—een "andere evangelie" (Galaten 1:6-8)—geļntroduceerd dat indruist tegen het plan van God en Zijn doel met ons.

Wij moeten de betekenis van deze andere levenswijze van Satan aan de mensheid begrijpen, welke zich verzet tegen de weg van God. De boodschap van Satan is in aanvaardbare klinkende taal verhuld die juist aanspreekt tot onze natuurlijke verbeelding c.q. denkwijze (2 Korinthiėrs 11:13-15). Hij heeft zelfs de meeste mensen overtuigd dat Gods wegen dwaas zijn (1 Korinthiėrs 2:14). Zodoende, is Satan niet alleen de heerser, maar de "god dezer eeuw" geworden (2 Korinthiėrs 4: 4). Paulus verwijst naar hem als de overste van de macht der lucht, die thans werkzaam is in de kinderen der ongehoorzaam-heid (Efeze 2:2).

Welke profetische woorden heeft God tot "die oude slang" gezegd?

"Daarop zeide de Here God tot de slang: Omdat gij dit gedaan hebt,…….  zal ik vijandschap zetten tussen u en de vrouw, en tussen uw zaad en haar zaad; dit zal u de kop vermorzelen en gij zult het de hiel vermorzelen. " (Genesis 3:14-15).

Hier in het begin de menselijke geschiedenis, beloofde God hoop aan de mensheid. Hij beloofde dat het aangewezen Zaad (de Messias) de mensheid van de macht van Satan zou bevrijden. Zoals wij ook zullen zien,  toont deze prille profetie ook de verplichting van God Zijn plan om de mensheid in Zijn eigen geestelijk beeld te vormen tot  voltooiing te brengen —Het vestigen van een koninkrijk dat de vrucht van de boom des levens in plaats van de vrucht van de misleidingen van Satan produceren zal.

De profetie van een beloofde Zaad initieert een rode draad die door de hele Bijbel loopt. Het is Gods rotsvaste belofte van een Verlosser, een Koning die zal regeren met rechtschapenheid en vrede en verlossing brengt voor iedereen.

Gods Koninkrijk’s plannen zijn heel lang geleden bedacht:

"Dan zal de Koning tot hen, die aan zijn rechterhand zijn, zeggen: Komt, gij gezegenden mijns Vaders, beerft het Koninkrijk, dat u bereid is van de grondlegging der wereld af." (Mattheus 25:34).

God besloot reeds voor de schepping van de mens Zijn Koninkrijk te vestigen. Niets zal Hem weerhouden in het volbrengen ervan. Van de allereerste pagina's van de Bijbel legt God uit waarom Hij ons schiep en hoe Hij Zijn Koninkrijk zal vestigen.

 

De Noodzaak van een Verlosser

Het resultaat van de zonde van Adam en Eva was desastreus.

"En Hij verdreef de mens en Hij stelde ten oosten van de hof van Eden de cherubs met een flikkerend zwaard, dat zich heen en weer wendde, om de weg tot de boom des levens te bewaken" (Genesis 3:24).

God verbande Adam en Eva en hun nakomelingen van het paradijs. Maar iets anders gebeurde met hen dat zelfs een ver reikende gevolg had. God ontzegde Adam en Eva en hun nakomelingen toegang tot de boom des leven totdat het beloofde Zaad, de Messias (1 Peter1:18-21) zou verschijnen en hen zou verlossen en hen permanent zou verzoenen met God (2 Korinthiėrs 5:18-21).

Hun keuze naar Satan te luisteren zette de mens op een neergaande spiraal van negeren van Gods instructies en levenswijze. Zij verkozen in plaats daarvan "de boom van de kennis van goed en kwaad". Zij verkozen voor zichzelf uit te maken wat goed en kwaad is. Zij omhelsden "een weg die recht schijnt voor de mens", maar zal tenslotte altijd een overvloed van tragische gevolgen produceren (Spreuken 14:12; 16:25). Het is de weg van zonde, die tot ellende leidt, geweld en dood (Romeinen 6:23).

 

Resulaat van Adam en Eva’s keuze

Wat gebeurde in het leven van Adam en Eva’s nakomelingen?

"De aarde nu was verdorven voor Gods aangezicht, en de aarde was vol geweldenarij.

En God zag de aarde aan, en zie, zij was verdorven, want al wat leeft had zijn weg op de aarde verdorven. " (Genesis 6:11-12).

Naar gelang mensen hun beschaving ontwikkelden die apart was van God, werden de gevolgen van hun eigen levenswijze te kiezen, snel zichtbaar. Met de moord van Kain op zijn broer Abel (Genesis 4:8) nam het geweld toe.  Ten tijde van Noach was de wereld zo ontaard geworden "dat het de Here berouwde dat Hij de mens op de aarde had gemaakt. En het smartte Hem in Zijn hart" (Genesis 6:6). Behalve Noach en zijn onmiddellijke familie verloor iedereen zijn leven in de geweldige vloed die daarop volgde (Genesis 7:23).

 

Gods woorden aan Noach

Gods woorden aan Noach na de vloed komen  overeen met  Zijn oorspronkelijke instructies aan Adam

". . . Wie des mensen bloed vergiet, diens bloed zal door de mens vergoten worden, want naar het beeld Gods heeft Hij de mens gemaakt.

En gij, weest vruchtbaar en wordt talrijk, wemelt op de aarde, ja, wordt talrijk daarop." (Genesis 9:6-7)

Het in herinnering brengen bij Noach dat God mensen naar Zijn beeld schiep, benadrukte Hij opnieuw de sleutel tot goede relaties. God wilt dat het gedrag van mensen Zijn karakter en levenswijze weerspiegelt. Dat is de enige manier waarop een beschaving vreedzaam en productief tot ontwikkeling kan komen. Het is de enige weg om het kwaad te vermijden die de vloed  heeft veroorzaakt..

De lessen van het geweld en vernietiging voor en tijdens de vloed zijn spoedig vergeten door de nakomelingen van Noach. Genesis 11 beschrijft de mensheid, na de vloed, die zich opnieuw openlijk verzette tegen Gods leiding. Op een plaats die als Babel of Babylon bekend werd, gingen mensen een toren bouwen dat stond als een blijvend symbool van hun vernieuwd besluit om hun beschaving te bouwen apart van de instructies van God. Dezelfde naam Babylon (Babel in Hebreeuws) is een bijbelse benaming voor het koninkrijk van Satan geworden. In het laatste boek van de Bijbel lezen wij dat het koninkrijk van Satan aan het einde van ons tijdperk symbolisch gerefereerd wordt als Babylon (Openbaring 14:8).

God kiest Zijn volk

Uit de beschaving die  voortkwam uit de Toren van Babel, riep God een man genaamd Abram. God veranderde de naam van Abram naar Abraham hetgeen betekent "de vader van vele naties" (Genesis17:5). De nieuwe naam van Abraham draagt  een geweldige betekenis.

God riep Abraham voor een speciaal doel: "De Here nu had aan Abram gezegd: Ga uit uw land en uit uw maagschap en uit uws vaders huis naar het land, dat Ik u wijzen zal;

Ik zal u tot een groot volk maken, en u zegenen, en uw naam groot maken, en gij zult tot een zegen zijn.

 Ik zal zegenen wie u zegenen, en wie u vervloekt zal Ik vervloeken, en met u zullen alle geslachten des aardbodems gezegend worden" (Genesis 12:1-3).

God begon een proces dat uiteindelijk zegeningen aan iedere inwoner van aarde zou brengen. Door Abraham en zijn nakomelingen zou God een tijdelijk fysiek koninkrijk, de natie Israėl, opzetten.

God begon een persoonlijke relatie met Abraham toen Hij met de eerste mensen, Adam en Eva had gewild. Toen Abram negenennegentig jaar oud was, verscheen de Here aan Abram en zei tegen hem, `Ik ben God de Almachtige, wandel voor mijn aangezicht en wees onberispelijk`  (Genesis 17:1).

Door de ervaringen in zijn leven in een nieuw land leerde Abraham de essentiėle lessen God  te vertrouwen door het hebben van geloof in Zijn beloften en Hem te volgen. Dientengevolge is Abraham de vader van al degenen die geloven. (Romeinen 4:11).

Zelfs koningen en koninkrijken zijn met de roeping van Abraham geassocieerd: “Ik zal u uitermate vruchtbaar maken en u tot volken stellen, en koningen zullen uit u voortkomen.” (Genesis 17:6).

Via de nakomelingen van deze man beloofde God een geweldige natie op te richten. Latere profetieėn tonen aan dat het de voorloper zou worden van het eeuwige geestelijke Koninkrijk van God. Gods beloften aan Abraham spelen een belangrijke rol in Zijn meesterplan met de mensheid.

De beloften die God deed aan Abraham zijn het fundament van het Koninkrijk van God. Abraham en de profeten liggen ook aan de basis van het evangelie. Paulus vertelt ons dat de Kerk is " gebouwd op het fundament van de apostelen en profeten, terwijl Christus Jezus zelf de hoeksteen is." (Efeze 2:20).

Wij kunnen de betekenis van het evangelie niet volledig begrijpen zonder Gods openbaring aan Abraham en de opvolgende profeten te vergelijken met de leer van Jezus Christus. Dit was ook de benadering die de apostels van Christus gebruikten in de prediking van het evangelie aan de wereld. Elke andere benadering zal leiden tot een onvolledig  verdraaid begrip van het evangelie van Gods Koninkrijk.

 

Israėl: Gods Tijdelijke Koninkrijk.

De stammen van Israėl, nakomelingen van Jacob de kleinzoon van Abraham, werden een letterlijk koninkrijk onder de leiding van Koning David.

David, een fysieke voorouder van Jezus Christus, beschouwde de eeuwige vraag van het doel van de mens toen hij de glorie van de hemel aanschouwde. " Wat is de mens, dat Gij zijner gedenkt, " vroeg hij, "en het mensenkind, dat Gij naar hem omziet? " (Psalm 8:4). Dit is een eeuwige vraag voor de mensheid. Wij blijven onszelf afvragen, Is dit leven alles wat er is?

Via David openbaarde God dat Hij dramatisch in menselijke zaken zou ingrijpen. Hij  zou een einde maken aan " oorlogen tot aan het einde van de aarde," en Hij zal "verheven  wor-den onder de volken" (Psalm 46:1-11).

Door David vestigde God een dynastie van koningen over Israėl. Christus Zelf, als "de Zoon van David, de Zoon van Abraham" (Mattheus 1:1), was geboren om de troon (Lucas 1:32) van David te beėrven. Wij leren van een rechtstreekse verband tussen de dynastie van koningen die volgens Gods belofte zou afstammen van Abraham en David en het Koninkrijk van God gepredikt door Jezus Christus. De vraag hoe lang David’s dynastie over Israėl zou regeren geeft een indicatie: Is het u niet bekend, dat de Here, de God van Israel, het koningschap over Israel voor altijd (tot in eeuwigheid) aan David gegeven heeft, aan hem en aan zijn zonen ? (2 Kroniek 13:5).

De heerschappij van David is bestemd voor altijd. David is de koning die over Israėl zal regeren na de restauratie van het koninkrijk onder de Messias bij Zijn terugkeer naar aarde (Ezechiel 37:21-24). De regering van David kan natuurlijk enkel plaatsvinden nadat God David met alle andere heiligen bij de terugkeer van Christus uit de doden opwekt.

Het koninkrijk dat God vestigde via David was een voorloper van een veel belangrijker Koninkrijk dat Jezus Christus zal vestigen in de toekomst. Merk op de betekenis die God hecht aan de dynastie van David: "Die zal Mij een huis bouwen, en Ik zal zijn troon voor immer bevestigen. Ik zal hem tot een vader zijn en hij zal Mij tot een zoon zijn; Mijn goedertieren-heid zal Ik niet van hem doen wijken, zoals Ik haar van uw voorganger heb doen wijken. Ik zal hem voor immer in Mijn huis en in Mijn koninkrijk aanstellen, en zijn troon zal vast staan voor altijd." (1 Kroniek 17:12-14).

God claimde het koninkrijk van David als "Mijn koninkrijk" —een type, een voorbeeld of voorloper, van het komende Koninkrijk van God. Besef van de relatie tussen de tijdelijke koninkrijk van David en het eeuwige Koninkrijk van God is cruciaal bij het begrijpen van het evangelie die Christus en Zijn apostelen predikten.

Paulus heeft het verband tussen het evangelie en de beloften van God aan David als volgt verwoord:  Paulus, een dienstknecht van Christus Jezus, een geroepen apostel, afgezonderd tot verkondiging van het evangelie van God, dat Hij tevoren door zijn profeten beloofd had in de heilige Schriften (aangaande zijn Zoon, gesproten uit het geslacht van David naar het vlees, naar de geest der heiligheid door zijn opstanding uit de doden verklaard Gods Zoon te zijn in kracht, Jezus Christus, onze Here, (Romeinen 1:1-4).

Op welke troon zat Salomon, de zoon van David, toen hij koning werd?

"Toen zat Salomon op de troon van de Here als koning in plaats van David zijn vader. . ." (1 Kronieken 29:23).

Niet alleen achtte God Israėl als Zijn tijdelijk koninkrijk, Hij beschouwde de troon van Israėl ook als Zijn troon—de troon die Jezus Christus zal beėrven (Lucas 1:32).

De komst van Jezus Christus zal een letterlijk koninkrijk doen beginnen, het Koninkrijk van God op aarde, welke gegeven wordt aan de heiligen des Allerhoogste (Daniėl 7:27). Dit koninkrijk wordt in Openbaring 20:3-7 beschreven als een periode van duizend jaar. Maar dat is nog niet alles. Let ook op wat geschreven staat in Openbaring 11:15: “En de zevende engel blies de bazuin en luide stemmen klonken in de hemel, zeggende: Het koningschap over de wereld is gekomen aan onze Here en aan Zijn Gezalfde, en Hij zal als koning heers en tot in alle eeuwighedenIn feite zal de duizend jarige regering die Jezus Christus zal vormen samen met de wederopgestane heiligen – aan wie het Koninkrijk zal worden gegeven – juist tot doel hebben de gehele mensheid toegang te geven tot het eeuwige Koninkrijk van God. Miljoenen mensen die bij de wederkomst van Jezus Christus in leven zijn, zullen voortleven in het Millennium en gedurende dat tijdperk zullen op hun beurt vele generaties mensen geboren worden en leven. Iedereen zal een gelegenheid worden geboden om na dit fysieke leven in geest veranderd te worden, eeuwig leven te ontvangen en als kinderen Gods het eeuwige Koninkrijk van God binnen te gaan . De waarheid dat het Koninkrijk Gods uiteindelijk een eeuwig koninkrijk is en niet slechts een periode van duizend jaar, kunnen we lezen in Openbaring 21:1-7: “En ik zag een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, want de eerste hemel en de eerste aarde waren voorbij gegaan, en de zee was niet meer. En ik zag de heilige stad, een nieuw Jeruzalem, nederdalende uit de hemel, van God, getooid als een bruid, die voor haar man versierd is. En ik hoorde een luide stem van de troon zeggen: Zie, de tent van God is bij de mensen en Hij zal bij hen wonen, en zij zullen Zijn volken zijn en God zelf zal bij hen zijn. En Hij zal alle tranen van hun ogen afwissen, en de dood zal niet meer zijn, noch rouw, noch geklaag, noch moeite zal er meer zijn, want de eerste dingen zijn voorbij gegaan. En Hij, die op de troon gezeten is, zeide: Zie, Ik maak alle dingen nieuw. En Hij zeide: Schrijf, want deze woorden zijn getrouw en waarachtig. En Hij sprak tot mij: Zij zijn geschied. Ik ben de alfa en de omega, het begin en het einde. Ik zal de dorstige geven uit de bron van het

water des levens om niet. Wie overwint, zal deze dingen beėrven, en Ik zal hem een God zijn en hij zal Mij een zoon zijn.” Toegang tot de boom des levens – waarvan de mensheid was afgesneden sinds de tijd van Adam en Eva (Genesis 3:22-24) – zal gegeven worden aan hen die gehoorzaam Gods geboden bewaren (Openbaring 22:14 ). Eeuwig leven als kinderen van God wacht hen die binnengaan in Zijn Koninkrijk!

 

Wilt u meer weten over dit onderwerp vraag ons boekje aan: Het Evangelie van Gods Koninkrijk.



Het Nederlandse Supplement van The Good News   Juli/augustus 2004


 


© United Church of God – Holland: Adres: Postbus 93, 2800 AB Gouda. Tel/fax: 084-8704080

Web:  www.ucg-holland.nl. Email: info@ucg-holland.nl. Bankrekeningnummer: 53.83.60.747 tnv UCG-Holland te Gouda