Het Nederlandse Supplement van

juli/augustus 2005

Is de hel met eeuwige pijniging bijbels?

Gaan mensen die zich in dit leven niet bekeerd hebben naar de hel? Is de hel een oord waar mensen voortleven en door de duivel en zijn demonen voor eeuwig gepijnigd worden? Is dit een eerlijk lot ten opzichte van mensen die nooit van Christus hebben gehoord en nooit een kans hebben gehad om zich te bekeren en een rechtvaardig leven te leiden met Gods Geest?

 

Dat er vele onbijbelse opvattingen zijn met betrekking tot hemel en hel, blijkt weer in de onlangs verschenen film “Constantine” met als hoofdrolspeler Keanu Reeves. Hierin speelt hij de rol van de duivel-uitdrijver Constantine, die in staat is mensen te redden uit de macht van duivel en ervoor kan zorgen dat men niet naar de hel gaat.

In die hel brandt er een vuur en worden de mensen voor eeuwig door demonen gevangen gehouden en gepijnigd. Deze film die overigens wel correct is ten aanzien van de doodsoorzaak van Christus te weten door een speerstoot, doet denken aan de Griekse mythologie, waar Hades, de koning van de onderwereld, de schimmen die in Tartaros komen eeuwig aan straffen blootstelt.
Is dit concept van de hel bijbels? Wat zegt de Bijbel over mensen die in dit leven niet tot bekering zijn gekomen? Zijn ze verloren? Moeten wij daarom ons uiterste best doen zoveel mensen proberen te bekeren om hen te redden van de hel of krijgen ze hun kans in de opstanding der doden?
De Bijbel geeft overduidelijk te kennen in Handelingen 4:12 dat er "onder de hemel geen andere naam" is waardoor mensen behouden kunnen worden dan die van Jezus Christus. Deze passage roept lastige vragen op voor wie gelooft dat God wanhopig de gehele wereld in dit tijdperk tracht te redden.
Als dit de enige tijd van behoud is, moeten we concluderen dat de opdracht van Christus, om de mensheid te redden, grotendeels is mislukt.
Immers miljarden mensen hebben geleefd en zijn gestorven zonder ooit de naam Jezus Christus te hebben gehoord.
Iedere dag sterven er duizenden die nooit van Christus hebben gehoord. Ondanks de zendingsijver van zovelen door de eeuwen heen zijn er veel meer mensen "verloren gegaan" dan "gered".
Als God werkelijk almachtig is, waarom hebben dan zovelen het evangelie van behoud zelfs niet gehoord? Volgens de traditionele beschrijving van het conflict tussen God en Satan aangaande de mensheid, welk conflict ook in de film naar voren kwam, zou God aan de verliezende hand zijn.

Wat is het lot van deze mensen? Wat heeft God in gedachten voor degenen die nooit in Christus hebben geloofd, noch iets van Gods waarheid hebben verstaan? Hoe heeft de Schepper hen een plaats gegeven in Zijn plan? Zijn ze voor altijd verloren, zonder enige hoop op behoud? Zijn ze rijp voor de hel met eeuwige pijniging?
We zouden niet moeten twijfelen aan Gods reddende macht!

Laten we eens enkele gangbare veronderstellingen bezien en dan tot inzicht komen wat betreft de schitterende oplossing die onze Schepper biedt. Paulus vertelt ons dat God "wil, dat alle mensen behouden worden en tot erkentenis der waarheid komen" (I Timtheüs 2:4). Petrus voegt daaraan toe dat God "niet wil, dat sommigen verloren gaan, doch dat allen tot bekering komen" (II Petrus 3:9).
Dit is het grote doel van God met de mensheid: Hij wil dat zoveel mogelijk mensen tot bekering komen, tot kennis van de waarheid komen en Zijn geschenk van behoud ontvangen!
Jezus verklaarde hoe dit zal gaan gebeuren. Hij verscheen in het openbaar en stond temidden van het volk en zei: "Indien iemand dorst heeft, hij kome tot Mij en drinke! Wie in Mij gelooft, gelijk de Schrift zegt, stromen van levend water zullen uit zijn binnenste vloeien" (Johannes 7:37-38). Jezus stond waar allen Hem konden horen en gebruikte de symboliek van het water als een les, door te openbaren dat allen die dorstig waren tot Hem konden komen en dat hun dorst gelest kon worden voor eeuwig.
In Christus' analogie was het water symbool voor Gods Heilige Geest, die degenen die in Jezus geloofden zouden ontvangen (Johannes 7:39). Hij maakte duidelijk dat de geestelijke basisbehoeften, geestelijke honger en dorst, alleen vervuld konden worden door Hemzelf, als "het brood des levens" (Johannes 6:48) en de bron van levend water. Maar wanneer zou dit gebeuren? Binnen zes maanden zouden Christus' eigen landgenoten, met behulp van de Romeinen, Hem doden.

Minder dan 40 jaar later (70 na Chr.) zou er door de Romeinse legioenen een einde komen aan de tempeldienst en al haar ceremoniën. De mensheid hongert en dorst nog steeds naar de boodschap die Christus bracht. Gods belofte dat "Ik Mijn Geest zal uitstorten op al wat leeft" (Joël 2:28) is nog niet volledig vervuld. Miljoenen mensen zijn gestorven zonder dat hun diepste, geestelijke behoeften vervuld zijn. Wanneer zal hun dorst gelest worden door de leven gevende macht van Gods Geest?

Fysieke opstanding

Vlak voordat Jezus ten hemel opvoer vroegen de discipelen Hem het volgende: "Here, herstelt Gij in deze tijd het koningschap voor Israël?" (Handelingen 1:6). Toen de discipelen spraken over dit herstel, begrepen zij het in de context van de vele profetieën over een herenigde natie van Israël.
Eén dergelijke profetie staat in Ezechiel 37:3-6. Deze passage beschrijft Ezechiëls visioen van een vallei vol met beenderen. God vraagt: "Mensenkind, kunnen deze beenderen herleven?" De profeet antwoordt: "Here HERE, Gij weet het." God zegt dan tot de beenderen: "Zie, Ik breng geest in u, en gij zult herleven; Ik zal spieren op u leg-gen, vlees op u doen komen, u met een huid overtrekken en geest in u brengen, zodat gij herleeft; en gij zult weten dat Ik de HERE ben." In dit visioen vindt er een fysieke op-standing plaats. In deze passage wordt de hopeloze situatie waarin deze men-sen hebben verkeerd erkend: "Onze beenderen zijn verdord en onze hoop is vervlogen; het is met ons gedaan" (vers 11).
Hun Schepper biedt hun echter de hoop van een opstanding en de gave van de Heilige Geest, binnen het raamwerk van een herenigde natie. In dit dramatische visioen dient het oude Israël als model voor andere volkeren die God tot fysiek leven zal wekken. God zei: "Zie, Ik open uw graven en zal u uit uw graven doen opkomen, o mijn volk . . . Ik zal Mijn Geest inu geven, zodat gij herleeft" (vers 12, 14). In deze toekomstige tijd zal God het leven gevende geestelijke water van Zijn Heilige Geest vrij beschikbaar stellen.

God zal "met hen een verbond des vredes sluiten, een eeuwig verbond met hen . . . Mijn woning zal bij hen zijn; Ik zal hun tot een God zijn,en zij zullen Mij tot een volk zijn" (vers 26-27). De apostel Paulus verwees ook naar deze toekomstige gebeurtenis: "Ik vraag dan: God heeft Zijn volk toch niet verstoten? Volstrekt niet! Ik ben immers zelf een Israëliet, uit het nageslacht van Abraham, van de stam Benjamin. God heeft Zijn volk niet verstoten, dat Hij tevoren gekend heeft" (Romeinen 11:1-2). Zoals Paulus schreef: "aldus zal gans Israël behouden worden" (vers 26). Niet alleen Israël, maar allen die nooit eerder een kans gehad hebben om te drinken van het levende water van Gods Woord en Zijn Heilige Geest zullen dat uiteindelijk kunnen doen (Romeinen 9:22-26). God zal hun vrijelijk de gelegenheid bieden eeuwig leven te ontvangen.

Het grote witte troon oordeel

In Openbaring 20:5 schrijft Johannes: "De overige doden werden niet weder levend, voordat de duizend jaren voleindigd waren."
Hier maakt Johannes duidelijk onderscheid tussen de eerste opstanding, die plaatsvindt bij Christus' tweede komst (vers 4, 6), en de tweede opstanding, die plaatsvindt aan het einde van Christus' duizendjarige regering.
Merk op dat de eerste opstanding er een is tot eeuwigleven, de tweede doodheeft geen macht over hen.
Daarentegen worden de mensen in de tweede opstanding door God opgewekt tot een fysiek bestaan van vlees en bloed. Johannes behandelt dezelfde tweede opstanding tot fysiek leven als beschreven door Ezechiël: "En ik zag een grote witte troon en Hem, die daarop gezeten was, voor wiens aangezicht de aarde en de hemel vluchtten, en geen plaats werd voor hen gevonden. En ik zag de doden, de groten en de kleinen, staande voor de troon, en er werden boeken geopend. En nog een ander boek werd geopend, het (boek) des levens; en de doden werden geoordeeld op grond van hetgeen in de boeken geschreven stond, naar hun werken. En de zee gaf de doden, die in haar waren, en de dood en het dodenrijk gaven de doden, die in hen waren, en zij werden geoordeeld, een ieder naar zijn werken" (vers 11-13).
De doden die voor hun Schepper staan zijn al degenen die stierven zonder ooit de ware God te kennen. Zoals Ezechiëls visioen van droge beenderen die weer tot leven komen, rijzen deze mensen op uit hun graven en beginnen hun God te leren kennen. Met de boeken (biblia in het Grieks, waarvan het woord Bijbel komt) wordt de Heilige Schrift bedoeld, de enige bron van de kennis van eeuwig leven.

Uiteindelijk zullen allen de gelegenheid krijgen Gods plan van behoud volledig te verstaan. Deze fysieke opstanding is niet een tweede kans op behoud. Voor deze mensen is het een eerste gelegenheid om de Schepper werkelijk te kennen. Zij worden "geoordeeld op grond van hetgeen in de boeken geschreven stond" (vers 12).
Dit oordeel zal een periode in beslag nemen gedurende welke zij gelegenheid zullen hebben over Gods levenswijze te horen, die te begrijpen en daarin te groeien, waarbij hun namen in het boek des levens geschreven worden (vers 15). Gedurende deze periode zullen miljoenen mensen toegang verkrijgen tot eeuwig leven.

Dit Plan laat zien hoe diepgaand en verstrekkend de barmhartige oordelen van God zijn. Jezus Christus sprak over de fantastische waarheid aangaande deze periode genaamd “de dag des oordeels” toen Hij drie steden die niet berouwvol reageerden op Zijn wonderbare werken, vergeleek met drie steden uit de oudheid: "Wee u, Chorazin, wee u, Betsaïda! Want indien in Tyrus en Sidon die krachten waren geschied, welke in u geschied zijn, reeds lang zouden zij zich in zak en as bekeerd hebben. Doch Ik zeg u, het zal voor Tyrus en Sidon draaglijker zijn in de dag des oordeels dan voor u. En gij, Kapernaüm, zult gij tot de hemel verheven worden? Tot het dodenrijk zult gij nederdalen; want in-dien in Sodom de krachten waren geschied, die in u geschied zijn, het zou gebleven zijn tot de dag van heden. Maar Ik zeg u, het zal voor het land van Sodom draaglijker zijn in de dag des oordeels dan voor u" (Mattheüs 11:21-24).
De inwoners van het oude Tyrus, Sidon en Sodom -steden die Gods toorn hadden opgewekt wegens hun verdorvenheden- zullen in de dag des oordeels barmhartigheid ontvangen. Anders dan Chorazin, Betsaïda en Kapernaüm, hadden deze steden uit de oudheid weinig gelegenheid God te kennen. God zal deze mensen opwekken en hen betrekken in de periode van oordeel die volgt op de 1000-jarige regering van Christus, wanneer zelfs zij die in lang vervlogen eeuwen leefden met God verzoend zullen worden.

Het zal een tijd zijn van universele kennis van God. Van de kleinste tot de grootste zullen allen Hem kennen (Hebreeën 8:11). De burgers van deze steden, en talloze anderen, zullen de gelegenheid krijgen tot behoud. Door deze laatste periode van oordeel wordt Gods plan van behoud voltooid. Het zal een tijd zijn van liefde, grote barmhartigheid en het ondoorgrondelijke inzicht van God. Door de gelegenheid om te drinken van het levengevende water van de Heilige Geest zal de geestelijke dorst van mensen gelest worden. Deze tijd van rechtvaardig oordeel zal nieuw leven betekenen voor degenen die door de mensheid reeds lang vergeten waren, maar nooit door God vergeten zijn.


Wat is het lot van degenen die sterven zonder werkelijke kennis van de Zoon van God? Welke hoop is er voor de miljoenen die gestorven zijn zonder kennis van Gods plan? De Bijbel toont ons dat deze mensen niet hopeloos verloren zijn. God zal hen weer tot leven brengen en gelegenheid geven tot eeuwig behoud. Dat is de verbazingwekkende bijbelse waarheid. God zal Zijn plan volbrengen en vele zonen tot heerlijkheid brengen (Hebreeën 2:10). Gods belofte dat "Ik Mijn geest zal uitstorten op al wat leeft" (Joël 2:28), zal volledig tot uitvoering komen. Het water van de Heilige Geest zal voor allen beschikbaar zijn in die tijd. ". . . Dan zult gij met vreugde water scheppen uit de bronnen des heils" (Jesaja 12:3). Dit schitterende plan wordt door de bijbelse feestdagen fantastisch uitgebeeld. Ons gebrek aan inzicht in Gods plan komt omdat wij zijn heilige dagen van Leviticus 23 hebben verwaarloosd! (Vraag alvast ons gratis Nederlands boekje “Gods plan in Zijn Heilige da-gen” aan dat binnenkort zal verschijnen).

De hel, het lot voor onbekeerden?

Hoewel God allen die Hem nooit gekend hebben overvloedig gelegenheid geeft tot behoud, zullen sommigen nog steeds weigeren zich te bekeren, zich aan God te onderwerpen en Zijn geschenk van eeuwig leven te ontvangen. Wat is hun lot? De Bijbel openbaart dat zij, in plaats van eeuwig te moeten lijden in een altijd brandende hel, eenvoudig zullen ophouden te bestaan.
Het zal zijn alsof zij er nooit geweest zijn. Ze zullen tot as verbrand worden.
Mattheüs 10:28 zegt: “En weest niet bevreesd voor hen, die wel het lichaam doden, maar de ziel niet kunnen doden; weest veeleer bevreesd voor Hem, die beide, ziel en lichaam, kan verderven in de hel”. Openbaring 20:15 vertelt dat dit gebeurt na het laatste oordeel: "wanneer iemand niet bevonden werd geschreven te zijn in het boek des levens, werd hij geworpen in de poel des vuurs." Daarnaast zegt Openbaring 21:8: "de lafhartigen, de ongelovigen, de verfoeilijken, de moordenaars, de hoereerders, de tovenaars, de afgodendienaars en alle leugenaars -hun deel is in de poel, die brandt van vuur en zwavel: dit is de tweede dood." Opvallend is dat hun lot duidelijk de dood is, niet eeuwig leven in voortdurende pijniging. Ook Paulus begreep dat de straf van de goddelozen de dood is: "Want het loon, dat de zonde geeft, is de dood, maar de genade, die God schenkt, is het eeuwige leven in Christus Jezus, onze Here" (Romeinen 6:23). Hij stelt de eeuwige dood, die wij verdienen door onze zonden (als we ons niet bekeren in de tweede opstanding), tegenover het eeuwige leven, Gods geschenk aan ons door het offer van Jezus Christus in onze plaats. De profeet Maleachi maakte het lot duidelijk van wie blijven volharden in goddeloosheid: "Want ziet, die dag komt, brandende als een oven, dan zullen alle hoogmoedigen, en al wie goddeloosheid doet, een stoppel zijn, en de toekomstige dag zal ze in vlam zetten, zegt de HEERE der heerscharen, die hun noch wortel, noch tak laten zal. U daarentegen, die Mijn Naam vreest, zal de Zon der gerechtigheid opgaan, en er zal genezing zijn onder Zijn vleugelen; en gij zult uitgaan, en toenemen, als mestkalveren. En gij zult de goddelozen vertreden; want zij zullen asworden onder de zolen van uw voeten, te dien dage, die Ik maken zal, zegt de HEERE der heerscharen" (Maleachi 4:1-3).

Mensen die Jezus Christus niet hebben gekend in dit leven, worden weer tot fysiek leven opgewekt. Ze krijgen dan de kans om Jezus Christus en Gods wetten te leren kennen. Als ze bij deze kans God en Gods wegen verwerpen, worden deze fysieke mensen tot as verbrand. Fysieke mensen kunnen niet voor eeuwig in de poel des vuurs verbranden, laat staan gepijnigd worden. Het zijn geestelijke wezens zoals Satan en zijn demonen die voor eeuwig gepijnigd zullen worden volgens Openbaring

20:10: “en de duivel, die hen verleidde, werd geworpen in de poel van vuur en zwavel, waar ook het beest en de valse profeet zijn (werden geworpen), en zij (Satan en zijn demonen) zullen dag en nacht gepijnigd worden in alle eeuwigheden. We zien hier dus dat God alle mensen een eerlijke kans geeft om zich te bekeren. Verwerpen ze God alsnog, dan zullen hun ziel en lichaam vernietigd worden, alsof ze nooit bestaan hebben. Hellevuur bestaat om fysieke mensen tot as te verbranden. Ze zullen geen eeuwige pijniging verduren in de hel. Een dergelijke leerstelling is niet gebaseerd op de Bijbel.

 

 

Vraag en Antwoord

Deze rubriek bevat een voor onze lezers interessante vraag die in een beknopt bestek wordt beantwoord. Heeft u vragen schrijft u ons dan.

V: Klopt het dat de Bijbel zegt dat mensen na de dood niet naar de hemel gaan? Zo ja, waar gaan ze dan naar toe?

A: Naar de hemel gaan na de dood is iets dat sterk ingeburgerd is in de christelijke kringen. Men heeft het over de Apostel Petrus die aan de hemelpoort in de wolken staat en de functie vervult van wachter die gestorven mensen al dan niet tot de hemel toelaat.
Eenmaal binnen krijgt men witte klederen en een harp. Toch is dit beeld niet bijbels. De Bijbel geeft namelijk duidelijk aan dat na de dood mensen tot stof zullen wederkeren in de afwachting van de wederopstanding bij Christus terugkomst.
In Openbaring 20: 4-6 staat dat pas bij Christus wederkomst de eerstelingen opnieuw levend worden en 1000 jaren lang met Christus op aarde gaan regeren en dat de overige doden niet wederlevend werden (ook niet in de hemel) voordat de 1000 jaren voleindigd waren.

Indien men na de dood naar de hemel gaat druist dat volkomen in tegen de opstanding. Immers indien de eerstelingen en de overige doden in de hemel zijn, betekent dit dat zij leven en hoeven niet “wederlevend” gemaakt te worden na de terugkomst van Christus. Sterker nog Christus had hen vanuit de hemel simpelweg mee kunnen nemen naar de aarde en dan zou het niet nodig zijn om graven te openen om de wederopstanding plaats te laten vinden (Johannes 5:28).

In Johannes 3:13 zegt Christus het volgende: “En niemand is opgevaren naar de hemel, dan die uit de hemel nedergedaald is, de Zoon des mensen”. Dit houdt in dat zelfs profeten zoals Mozes (met wie God van aangezicht tot aangezicht sprak Numeri 12:6-8) en David (een man naar Gods hart, Handelingen 13:22), na hun dood niet naar de hemel zijn gegaan. Dit wordt beaamd door apostel Petrus die in handelingen 2:29 onder inspiratie van Gods Heilige Geest het volgende zei: “Mannen broeders, men mag vrijuit tot u zeggen van de aartsvader David, dat hij en gestorven en begraven is, en zijn graf is bij ons tot op deze dag”. Daarna voegde Petrus hieraan toe (vers 34-35): “Want David is niet opgevaren naar de hemelen, maar hij zegt zelf: De Here heeft gezegd tot mijn Here (Jezus Christus): Zet U aan mijn rechterhand, totdat Ik uw vijanden gemaakt heb tot een voetbank voor uw voeten”.

In Hebreeën 11:32 staat een lijst van mensen inclusief Mozes en David, die in geloof zijn gestorven (vers 39) zonder het beloofde te hebben verkregen en niet eerder dan wij tot volmaaktheid konden komen. Al deze mensen liggen als het ware in hun graven te wachten op de opstanding. Ze zijn in een toestand die de Bijbel vergelijkt met een slaaptoestand. In Daniël 12:2 staat hierover: “Velen van hen die slapen in het stof der aarde, zullen ontwaken, dezen tot eeuwig leven en genen tot versmading, tot eeuwig afgrijzen”. De beloning van de rechtvaardigen is niet naar de hemel mogen gaan, maar mogen ingaan in Gods Koninkrijk dat op aarde wordt gevestigd (Mattheüs 25:31-34, Lucas 21:27-31).

Christus komt naar de aarde weer om Zijn Koninkrijk op aarde te vestigen en 1000 jaar op aarde te regeren samen met de eerstelingen waaronder Mozes en David (Ezechiël 34:24-31). Zelfs God de Vader zal naar de (nieuwe) aarde komen. Ook de nieuwe stad zal van de hemel nederdalen naar de nieuwe aarde (Openbaringen 21:1-8). De aarde is de plaats van bestemming voor Gods verheerlijkte kinderen (Mattheüs 5:5).
En nadat de nieuwe hemel en de nieuwe aarde gemaakt zijn, komt ook God de Vader temidden van Zijn verheerlijkte kinderen wonen en dan zal Jezus Christus de macht aan God de Vader overdragen (1 Korinthiërs 15:24).
Verderop in verzen 49-52 staat: “En gelijk wij het beeld van de stoffelijke gedragen hebben, zo zullen wij het beeld van de hemelse dragen. Dit spreek ik evenwel uit, broeders: vlees en bloed kunnen het Koninkrijk Gods niet beërven en het vergankelijke beërft de onvergankelijkheid niet. Zie, ik deel u een geheimenis mede. Allen zullen wij niet ontslapen, maar allen zullen wij veranderd worden, in een ondeelbaar ogenblik, bij de laatste bazuin, want de bazuin zal klinken en de doden zullen onvergankelijk opgewekt worden en wij zullen veranderd worden”. God wil vele kinderen tot heerlijkheid brengen in Zijn koninkrijk. Deze verheerlijkte kinderen Gods zullen zowel geestelijk en lichamelijk zijn zoals Hij is (Heb 2:10-11). God zal in hun midden komen wonen. Vandaar dat Christus heeft gebeden: “Uw Koninkrijk kome ….op aar-de” (Mattheüs 6:10, Lucas 11:2).

 

 

© United Church of God Holland: Adres: Postbus 93, 2800 AB Gouda. Tel/fax: 084-8704080 Web: www.ucg-holland.nl. Email: info@ucg-holland.nl. Bankrekeningnummer: 53.83.60.747 tnv UCG-Holland te Gouda