Het Nederlandse Supplement van

November/december 2005
Was apostel Paulus
antivrouw?
Is onze kijk op de
rol van de vrouw werkelijk Bijbels? Meer dan enig ander onderwerp heeft onze
opvoeding, cultuur en geschiedenis ons beïnvloed te denken dat de vrouw een
minderwaardige rol is toebedeeld. In vele kerkgroeperingen mogen vrouwen
zeker niet in het openbaar bidden of een bijbelstudie geven. Maar is dit wat de
Bijbel met name apostel Paulus
ons leert?
In dit artikel willen we naar de originele tekst kijken en de werkelijke
intenties van apostel Paulus boven water brengen in
het licht van de positie van de vrouw in die tijd en in context met de inhoud
van zijn brieven.
Is het mogelijk dat we
bepaalde delen van de Bijbel over de positie van de vrouw ten opzichte van de
man onjuist bekijken? Is het mogelijk dat enkele uitspraken van Paulus door onze cultuur en taal onjuist geïnterpreteerd zijn? Omdat de
oorzaak van enig verkeerd begrip ten opzichte van de rol van de vrouw in de
kerk afkomstig is van Paulus, zullen we ons primair
op zijn brieven richten.
We willen u in dit artikel een andere kijk op de
uitspraken van Paulus en al zijn uitspraken bekijken
vanuit de volgende stelling van dezelfde Paulus
(Galaten 3: 26-28): “Want gij zijt allen zonen van God, door
het geloof, in Christus Jezus. Want gij allen, die in
Christus gedoopt zijt, hebt u met Christus bekleed.
Hierbij is geen sprake van Jood of Griek, van slaaf of vrije, van mannelijk en vrouwelijk: gij allen zijt immers één in
Christus Jezus”. Paulus maakt onomstreden duidelijk dat er voor God en
Christus geen onderscheid is tussen afkomst, maatschappelijke positie en sekse.
Er is geen onderscheid tussen man en vrouw. Wij zijn allen één in Christus.
Deze woorden zijn een centraal thema voor Paulus.
Nu denkt
u misschien: Wij maken toch geen onderscheid tussen man en vrouw? Dat is toch
niet meer van deze tijd? Er zijn echter vele kerkgroeperingen die de Bijbel
letterlijk nemen. Als Paulus in de brief aan Efeze uitspraken doet als ”Vrouwen, weest aan uw man onderdanig” en
“de vrouw moet ontzag hebben voor haar
man“
(Efeze 5:21-33), dan is het voor velen,vooral mannen, een duidelijk “Aldus zegt de Here, amen” ten aanzien van dit onderwerp. Vrouwen mogen
niet spreken tijdens diensten en behoren stil te blijven. Maar is dit wat Paulus werkelijk bedoelde?
Voordat we verder ingaan op dit vraagstuk,
laten we eerst eens kijken waar het idee van de ongelijkheid van vrouwen
vandaan komt.
1. Het begon in Athene
In Athene ligt de basis voor het westerse
denken ten aanzien van de rol van vrouwen – een denken, dat eigenlijk pas een
kleine honderd jaar geleden is veranderd. Een denken, dat de vrouw
ondergeschikt maakt aan de man.
Het begon bij Socrates
(470-399 v.Chr.), die de vrouwen al op alle gebied
“het zwakke geslacht” noemde. Hij beargumenteerde: “geboren worden als een
vrouw is een goddelijke straf, immers een vrouw is halfweg tussen een man en
een dier.” Maar ook Aristoteles (384-322 v.Chr.), Demosthenes (een
leeftijdsgenoot van Aristoteles), Xenophon
(een leerling van Socrates) en vele andere Griekse
filosofen beschouwden vrouwen als ondergeschikt aan de man.
Een andere belangrijke gedachtengang
was die van de Stoïcijnen. Zij leerden dat geslachtsgemeenschap enkel
toegestaan was als dit ten doel had om kinderen te krijgen. Indien je
gemeenschap zou hebben voor je plezier, zou je dat afhouden van de studie van
filosofie. De Stoïcijnen waardeerden het ascetisme en
celibaat met als doel het zoeken van hogere waarden. Een somber leven was
deugdelijk. Deze leer was wijd verbreid, en in de christelijke wereld hebben we
hiervan ook uitwassen gezien. Een celibatair leven werd gezien als de beste
manier van leven om je in dienst te stellen van persoonlijke zoektocht naar
heiligheid in een corrupte en verdorven wereld.
De filosofen van Athene hebben de wereld dus
een dubbele standaard meegegeven aangaande vrouwen. In de klassieke periode –
vooral door de leer van Aristoteles – kwam de overtuiging
dat vrouwen inferieur zijn ten opzichte van mannen. Vrouwen kunnen daardoor
gecommandeerd worden door hun echtgenoten en gebruikt worden voor het genot van
mannen. Vanuit de Stoïcijnse filosofen kwam de overtuiging dat vrouwen
verleiders zijn en mannen afhouden van de ware zoektocht naar waarheid, die hen
superieur maakt ten opzichte van de vrouwen. Beide leringen liggen ten
grondslag voor de traditionele interpretaties van de brieven van Paulus over vrouwen en het huwelijk.
Door het proces van helleniseren,– het
brengen van de Griekse cultuur onder de door Alexander de Grote veroverde
volkeren – kregen deze filosofieën een grote invloed in de Romeinse wereld en
daarna de westerse wereld.
Na de 1e eeuw was er een duidelijke tendens in
de christelijke wereld om de geschriften te interpreteren conform de Griekse
gedachtewereld, vooral in de opkomende Katholieke Kerk. In de 13e
eeuw scherpte Thomas Aquinas (1225-1274 n.Chr.) de doctrines aan en bracht ze meer in harmonie met de
oude Griekse idealen, inclusief de negatieve kijk op vrouwen. Hij en latere
theologen en ook de vertalers van de Bijbel interpreteerden de Bijbel dan ook
volgens deze kijk op de wereld. De Aristotelische filosofie en Paulus’ uitspraken lijken op het eerste gezicht dan ook op
elkaar. We zullen zo zien of dat terecht is.
2. In Judea was het al niet
veel beter
De Joodse bekeerlingen waren opgegroeid met
de autoriteit van het Oude Testament. Daarin zien we een gevarieerde en
kleurrijke verzameling van vrouwen, zoals Rahab, Ruth, Tamar, Deborah, Jael, Esther en natuurlijk Sara, Mirjam en Rebekka. We
kennen de verhalen van deze vrouwen en we kunnen gerust concluderen dat deze
vrouwen uit het Oude Testament zeker niet de timide en passieve karakters
waren, zoals de Romeinse en Griekse filosofen dat zo graag zagen! Maar ondanks
de voorbeelden van capabele en sterke vrouwen in het Oude Testament,
devalueerden de meeste rabbi’s in het Judaïsme de vrouwen in hun leringen.
Een belangrijk element, dat een belangrijke
discussie is in het traditionele Judaïsme, zijn de wetten van het Oude
Testament. Het tiende gebod luidt als volgt: “En gij zult niet begeren uws
naasten vrouw, gij zult uw zinnen niet zetten op uws
naasten huis, noch op zijn akker, noch op zijn dienstknecht, zijn dienstmaagd,
zijn rund, zijn ezel, noch op iets, dat van uw naaste is”
(Deuteronomium 5:21). Dit gebod heeft geleid tot het
principe binnen het Judaïsme dat de vrouw het eigendom is van haar echtgenoot. Rabbijnse
interpretatie heeft aangegeven dat men enkel kan begeren wat eens naasten
eigendom is. Aangezien uws naasten vrouw in
het rijtje staat, moet men aannemen dat de vrouw de eigendom is van haar
echtgenoot. Het gebod – zo beargumenteert men – maakt geen onderscheid tussen
dier, bediende of vrouw.
Als gevolg van deze interpretatie kreeg de
vrouw binnen het oude Israël weinig rechten. Vrouwen werden gezien als objecten,
niet als personen. Levend, maar inferieur aan mannen. Verschillende voorbeelden
hiervan zijn te vinden in de Mishnah. Een voorbeeld
van deze praktijk was dat vrouwen hun mannen bedienden aan tafel en stonden te
wachten, terwijl hun mannen aten. Het werd ook als ongepast gezien als een man
in het openbaar een vrouw aansprak, zelfs als het zijn eigen vrouw was. Het
aanspreken van een vreemde vrouw kon zelfs aanleiding zijn tot echtscheiding,
omdat het werd beschouwd als overspel. Ze moest dan immers wel een relatie
hebben met die man.
Om het 10e gebod te misbruiken
teneinde vrouwen als eigendom te kunnen beschouwen, moet je dit gebod nogal uit
zijn verband rukken en lezen zonder de andere geboden, met
name het 5e gebod. Het 10e gebod gaat over
houding. Het gaat niet over stelen of over echtbreken, maar om een verkeerde
houding ten opzichte van de vrouw van iemand anders. Het 5e gebod
start met “Eer uw vader en uw moeder”.
Uw moeder verdient eer. Een ding, een eigendom van iemand, kan geen eer
ontvangen. Enkel personen kunnen eer ontvangen. Het 7e gebod gaat
over echtbreken, de verbreking van het huwelijkscontract. Enkel personen kunnen
een contract aangaan, een object kan geen contract aangaan met een persoon. Het 5e en het 7e gebod gaan dus op een
overduidelijke wijze in tegen de vreemde interpretatie vanuit het traditionele
Judaïsme.
Hoe konden
Joodse geleerden zo’n blunder maken? De negatieve houding
vanuit het Judaïsme naar vrouwen toe was te groot om enkel te verklaren vanuit
het Oude Testament. Ook de Joodse cultuur moet beïnvloed zijn door de Griekse
filosofieën vanwege de hellenisering van Judea.
3. Het “Efeze 5 syndroom”
Paulus schreef in de vorm van het Grieks genaamd koine (koj-in-EE).
Koine was de meest wijdverspreide gesproken en geschreven taal ten tijde van
het leven van de apostel Paulus. Koine was de taal,
die gesproken werd in alle landen, die waren veroverd door Alexander de Grote.
Een taal, die door meer mensen werd begrepen, gesproken en geschreven dan het
Latijn of welke andere taal dan ook. Latijn was de taal van de Romeinse
overheersers, maar werd door relatief klein percentage van de bevolking echt
gesproken. Nu moeten we niet denken dat onze vertalingen vanuit deze taal
“heilig” zijn. Het vertalen is mensenwerk en er worden interpretaties en
aannames gemaakt met vertalen.
We
dienen dit te beseffen als we naar Efeze 5:20-33 gaan
kijken. Dit gedeelte uit de brief van Paulus wordt
soms het “Efeze 5 syndroom” genoemd omdat dit
schriftgedeelte altijd wordt aangehaald om bewijs te leveren dat de man boven
de vrouw staat.
Laten we het stuk eerst eens lezen vanuit de NBG-vertaling: ”dankt
te allen tijde in de naam van onze Here Jezus
Christus God, de Vader, voor alles, en weest elkander onderdanig in de vreze van Christus.Vrouwen, weest aan uw man onderdanig als aan de Here, want de man
is het hoofd van zijn vrouw, evenals Christus het hoofd is zijner gemeente;
Hij is het, die zijn lichaam in stand houdt. Welnu, gelijk de gemeente
onderdanig is aan Christus, zo ook de
vrouw aan haar man, in alles. Mannen, hebt uw vrouw lief,
evenals Christus zijn gemeente heeft liefgehad en Zich voor haar overgegeven heeft,
om haar te heiligen, haar reinigende door het waterbad met het woord, en zo
zelf de gemeente voor Zich te plaatsen, stralend, zonder vlek of rimpel of iets
dergelijks, zo dat zij heilig is en onbesmet. Zo zijn ook de mannen verplicht
hun vrouw lief te hebben als hun eigen lichaam. Wie zijn eigen vrouw liefheeft,
heeft zichzelf lief;want niemand haat ooit zijn eigen
vlees, maar hij voedt het en koestert het zoals Christus de gemeente, omdat wij
leden zijn van zijn lichaam. Daarom zal een man zijn vader en zijn moeder
verlaten en zijn vrouw aanhangen, en die twee zullen tot een vlees zijn. Dit geheimenis is groot, doch ik spreek met het oog op
Christus en op de gemeente. Intussen ook gij, laat
ieder voor zich zijn eigen vrouw zo liefhebben als zichzelf en de vrouw moet ontzag hebben voor haar man.
Er
zijn drie sleutelwoorden in deze tekst, die we graag willen behandelen,
namelijk “hoofd”, “weest onderdanig” en “liefde”.
3.1 Hoofd
In het Nederlands, en ook in het Engels,
betekent het hoofd een letterlijk, fysiek hoofd, maar ook de leider van een
groep mensen. Deze twee betekenissen zijn in onze taal aan elkaar gebonden. Dat
is niet het geval in het Grieks. Er zijn twee verschillende woorden. Eén van
deze woorden is arche
(ar-KEE), oftewel hoofd in
termen van leiderschap of punt van origine. We kennen dit woord vanuit
archeologie, archetype, archieven (punt van origine),
maar ook aartsvijand, aartsengel en
aartsbisschop (eerste of belangrijkste).
Als Paulus vanuit
de Griekse filosofie had gedacht, had hij in Efeze 5
het woord “arche” gebruikt. Hij had dan in één woord
kunnen refereren naar de dubbele betekenis van het woord “arche”
in relatie met de vrouw volgens de Griekse filosofie. De man was de leider en
de man is de oorsprong van de vrouw (de vrouw is namelijk gecreëerd uit de rib
van de man).
Paulus deed dat bewust niet. Hij gebruikte het woord kephale (kef-ah-LEE). Ook dit woord heeft twee betekenissen. Het
eerste is letterlijk het fysieke hoofd. De tweede betekenis
is een militaire term: iemand, die voor de troepen uitgaat; de eerste, die de
strijd aangaat. Niet de generaal of de kapitein, maar de spits van de
formatie.
3.2 Weest onderdanig
Onderdanig klinkt enigszins “Middeleeuws”: de
koning en zijn onderdanen. Bij dit woord heb je het idee dat je het hoofd moet
buigen voor de leider. Bedoelt Paulus hier dat
vrouwen onderdanig moeten zijn aan de man, zoals een onderdaan aan een koning?
Paulus gebruikte het woord hupotasso (hoep-oo-TASS-oo)
voor “onderdanig”. Taalkundig – in de bedrijvende of actieve vorm – betekent
het onderdanig zijn, of ondergeschikt
zijn van de overwonnenen ten opzichte van de veroveraar. Maar Paulus gebruikte niet deze vorm. Hij schrijft niet dat
mannen hun vrouwen moeten “hupotasso”-en. Paulus gebruikt een middelvorm (“hupotassomai”) van dit woord richting vrouwen. Een soort gebiedende wijs, maar
in een zodanige vorm dat hij het vrijwillig karakter
benadrukt van “onderdanig zijn”.
Dit heeft iets meer toelichting nodig. In het
Nederlands en in het Engels heb je de actieve of bedrijvende vorm: “Ik geef
les”. Je hebt ook de passieve vorm: “Ik krijg les”. In het Grieks heb je ook
nog een middelvorm, waarin het onderwerp in de zin in een zodanige manier
acteert dat het onderwerp zelf wordt beïnvloed. Bijvoorbeeld: een persoon kan
zichzelf leren door goed op te letten, te ontdekken, te redeneren en te
evalueren. Dit is wat de middelvorm betekent: een vrijwillige actie door het
onderwerp van de zin in een zodanige vorm dat dit het onderwerp beïnvloed.
Dit was de vorm, die Paulus
gebruikte. Hij vroeg aan vrouwen om vrijwillig, willend en actief onderdanig te
zijn aan hun man. Niet aan alle mannen, nee, alleen aan hun echtgenoot.
Daar komt bij dat ”onderdanig zijn” eigenlijk
niet een goede vertaling is. Hupotassomai betekent meer iets in de zin van “weest trouw”, “verzorg de noden van”, “ondersteun” of
“jezelf ter beschikking van iemand stellen”.
In aanvulling daarop, is er nog een tweede
betekenis van dit woord. Net zoals kephale (hoofd) twee betekenissen heeft: hoofd en spits
(militaire term), heeft ook hupotassomai naast “jezelf ter beschikking stellen van
iemand” ook nog een andere – militaire term: een gelijke verdeling van de
taken, die waren bevolen aan de soldaten.
Op die manier kon ook Paulus dat zeggen tegen de
leden van Gods Kerk om ter beschikking van elkaar te zijn, om samen de taken
uit te voeren die we verordineerd zijn uit te voeren. Hupotassomai spreekt niet over,
de één die boven de ander staat. We dienen elkanders lasten te dragen en zo de
Wet van Christus te vervullen, zegt Paulus in Galaten
6:2: “Verdraagt elkanders moeilijkheden;
zo zult gij de wet van Christus vervullen.”
3.3 Liefhebben
In het Nederlands kan liefhebben van alles betekenen.In het Grieks zijn er diverse woorden voor de
verschillende vormen van liefde, zoals erao (er-AH-oo) zijnde begeren
(lust), phileo
(fiel-EE-oo) zijnde vriendschap, broederlijke liefde
en er is een derde woord agapao
(aga-PAH-oo). Dit is geen emotionele liefde, maar meer een liefde gericht op actie en houding. Omdat
het een vorm van liefde is gericht op houding en actie, kan je iemand vragen
een andere te “agapao”. Je kunt niet iemand vragen om een
ander te “erao” of te “phileo”. Het grootste gebod gebruikt het woord agapao:
God en onze naaste lief te hebben (agapao).
Nu een belangrijk aspect: agapao is in het Grieks vrijwel
gelijk aan hupotassomai!
Beide woorden houden in het opgeven van eigenbelang om de ander te dienen en te
helpen. Beide woorden houden in het reageren op de noden van de ander. Beide
woorden zijn geboden voor alle Christenen, zowel echtgenoten als echtgenotes. Paulus gebruikt deze woorden in een vorm die we kennen als
een “parallellisme”: twee verschillende woorden met dezelfde betekenis, om
hetzelfde begrip te verduidelijken. Vrouwen moeten hun mannen hupotassomai en mannen moeten hun vrouwen agapao.
Samenvattend
Christus is het hoofd (kephale) van de Kerk. Hij gaf Zichzelf op voor de Kerk en
uiteindelijk voor de gehele mensheid. Paulus begreep
wat Christus bedoelde en hij gaf het als model voor Christenen binnen de Kerk,
maar ook als een model tussen man en vrouw in het huwelijk. Aristoteles,
de Stoïcijnen, Thomas Aquinas en helaas vele anderen
begrepen dit niet. We hopen dat wij dit beginnen te begrijpen en ook gaan
beseffen wat dit voor ons betekent.
De werkelijke boodschap van Paulus
was schokkend in zijn tijd. Iets dergelijks te zeggen in de tijd van
hellenisme, Stoïcijnen, Essenen en Farizeeërs was haast
godslastering. Dit is één van de redenen dat zoveel vrouwen reageerden op het
horen van het Evangelie – het goede nieuws van het komend
Koninkrijk – waarin er geen verschil meer is tussen man en vrouw.
Dus
geachte lezer: beperk Gods Geest in u niet door blind de instellingen te volgen
van mensen, die gebaseerd zijn op een verkeerde interpretatie van wat Paulus werkelijk te zeggen had over de positie van de vrouw
in het huwelijk, in de Kerk en in de wereld van toen en in de wereld morgen. We
willen u graag aansporen om over dit onderwerp verder na te denken. Weest als de Christenen in Berea,
dagelijks onderzoekende of deze dingen zo zijn (Handelingen 17:10-11).

Vraag &
Antwoord
V: Kunt u mij uitleggen wanneer iemand nu precies weet of hij/zij Gods Heilige
Geest heeft ontvangen?
A: Handelingen 2:38 verhaalt hoe
Petrus zijn toehoorders op de Pinksterdag opdroeg: “Bekeert u, en een iegelijk van u worde gedoopt in den Naam van Jezus
Christus, tot vergeving der zonden; en gij zult de
gave des heiligen Geestes ontvangen.”
Werkelijk
berouw, zoals Hij van hen vroeg, houdt de bereidheid in zich volledig van de
eigen dwaalwegen en leugens in deze wereld af te wenden en de weg van God te
gaan. Toen Petrus zijn preek had beëindigd, bekeerden zich omtrent
drieduizend zielen, en zij werden gedoopt. De doop vond plaats door
onderdompeling, want de doop is het begraven van de oude ik om daarna in geloof
en in de nieuwheid des levens te gaan wandelen (Romeinen 6:4). Handelingen 19:6 maakt duidelijk dat de doop
normaliter gevolgd werd door een handopleggingsceremonie
tijdens welke de bekeerde Gods Heilige Geest ontving.
Wanneer
iemand eenmaal tot de waarheid is gekomen en aan de vereisten voor echt berouw,
de juiste doop en handenoplegging heeft voldaan, belooft God Zijn Geest over
hem uit te storten als een teken van opname in Zijn eigen goddelijk gezin. Men
kan volledig vertrouwen stellen in deze belofte van God.
Berouw
en bekering hebben vooral betrekking op het ophouden met het breken van Gods
Heilige wetten inclusief de Sabbat en Gods rein - en onrein voedselwetten.
Onder waarheid verstaan we het verwerpen van alle heidense gebruiken en
heidense feestdagen, waaronder Kerstmis en Pasen met eitjes en de Bijbel als
waarheid accepteren. Ware Christenen geloven in het evangelie van Gods komende
koninkrijk en gaan terug naar Gods ware feestdagen, zoals het Pascha, Ongezuurde Broden, Pinksteren,
Bazuinendag, Verzoendag, het Loofhuttenfeest en de Laatste Grote Dag, die samen
het plan van God openbaren.
Merk op
dat in Zacharia 14:16 deze feestdagen van God niet
afgedaan zijn bij
Christus’ terugkomst!
Een hele
praktischer manier om zich van de werken van Gods Geest te overtuigen, is de
veranderingen gade te slaan die zich in het dagelijks
leven van de ware Christen manifesteren. Christus zei: “Aan hun vruchten zult gij hen kennen” (Mattheüs 7;16). En Galaten 5:22 openbaart
dat de vruchten van Gods Heilige Geest bestaan uit: “liefde, blijdschap, vrede,
lankmoedigheid, goedertierenheid, goedheid, geloof, zachtmoedigheid en
matigheid.”
Wanneer
iemand tot God is gekomen en bereid is zich van al de heidense praktijken en
tradities te ontdoen, berouw heeft getoond, op de juiste wijze is gedoopt,
gevolgd door een handenoplegging en verder in zijn dagelijks leven de in
Galaten 5:22 genoemde vruchten zich beginnen te manifesteren, mag hij aannemen
dat hij de gave van Gods Geest heeft ontvangen. Blijft hij in het geloof door
God in alles te blijven gehoorzamen, dan zullen deze vruchten niet ontbreken
(Handelingen 5:32).
V: Kunt u mij
uitleggen waarom sommige Christenen geen Kerstmis vieren?
A: In de Engelse Good News van november/december 2005 wordt aandacht aan dit
onderwerp besteed (zie blz.23). Inderdaad zijn er vele
Christenen die geen Kerstmis vieren, want Kerstmis is een heidense praktijk dat
niets maar ook niets te maken heeft met de geboorte van Christus. Christus kan
niet in december geboren zijn, want de schapen werden die avond buiten geweid.
De maand december is daar te koud voor.
Nergens in de Bijbel wordt de viering van Zijn geboortedag geboden, noch doet
de Bijbel verslag van het houden ervan door de vroege nieuwtestamentische Kerk.
25 december was echter een heidense
feestdag ter ere van de onoverwinnelijke zonnegod (Sol Invictus),
een feestdag die pas in de vierde eeuw werd geïntroduceerd. Wikipedia
encyclopedie op het Internet zegt het volgende hierover:
“In de vierde eeuw zorgde keizer Constantijn de Grote
ervoor dat Kerstmis op 25 december zou vallen. Op deze datum werd rond de
Middellandse Zee tot dan toe de zonnegod Nimrod vereerd. De geboorte van
Christus nam in de kerkelijke kalender daarvoor geen bijzondere plaats in”
(http://nl.wikipedia.org/wiki/kerstmis#Oorsprong).
Ware
Christenen die de waarheid liefhebben (2 Thessalonicenzen
2: 9-12) houden zich aan de waarheid en verwerpen alle heidense gebruiken.
Wilt u
meer weten over deze onderwerpen? Vraag onze gratis brochures aan:
·
Holidays or Holy Days does it matter which days we
keep?
·
Marriage & Family: The Missing Dimension.
Het Nederlandse Supplement van The Good News