Het Nederlandse Supplement van

september/oktober 2008

Het Koninkrijk van God: Bent u er klaar voor?

“Zalig en heilig is hij, die deel heeft aan de eerste opstanding: over hen heeft de tweede dood geen macht, maar zij zullen priesters van God en van Christus zijn en zij zullen met Hem als koningen heersen, die duizend jaren” (Openbaringen 20:6, Statenvertaling).


Jezus Christus en de apostelen predikten het evangelie – oftewel het goede nieuws – van het Ko­ninkrijk van God. Wat is dat Ko­ninkrijk precies? En bent u er wel klaar voor? Hoe kunt u weten of u er klaar voor bent?  En: hoe kunnen we onszelf hiervoor klaar maken?

Wat is het Koninkrijk van God? Er zijn veel ideeën over het Ko­ninkrijk van God. Sommigen den­ken dat het de kerk is. Anderen ge­loven dat het een etherisch denk­beeld is in het hart van christenen. Weer anderen zien het als het col­lectief welzijn van de mensheid. Nauwgezet onderzoek van de Bij­bel onthult dat de eerstvolgende fa­se van het Koninkrijk van God niets minder is dan een wereldheer­schappij, een koninkrijk dat God op deze aarde zal vestigen door Jezus Christus, het duizendjarig (Vrede-) rijk!

“Maar in de dagen van die konin­gen zal de God des hemels een ko­ninkrijk oprichten, dat in eeuwig‑

heid niet zal te gronde gaan, en waarvan de heerschappij

op geen ander volk meer zal over­gaan: het zal al die koninkrijken verbrijzelen en daaraan een einde maken, maar zelf zal het bestaan in eeuwigheid” (Daniël 2:44).

Jezus Christus vertelt ons dat Hij tussenbeide moet komen om ons te redden van onszelf. "Terstond na de verdrukking dier dagen zal de zon verduisterd worden en de maan zal haar glans niet geven en de ster­ren zullen van de hemel vallen en de machten der hemelen zullen wankelen. En dan zal het teken van de Zoon des mensen verschijnen aan de hemel en dan zullen alle stammen der aarde zich op de borst slaan en zij zullen de Zoon des mensen zien komen op de wolken des hemels, met grote macht en heerlijkheid" (Mattheüs 24:29-30). Dit grootse gebeuren wordt uitvoe­riger beschreven in Openbaring 19:11-16: "En ik zag de hemel geo­pend, en zie, een wit paard; en Hij, die daarop zat, wordt genoemd Getrouw en Waarachtig, en Hij velt vonnis en voert oorlog in gerechtig­heid. En Zijn ogen waren een vuur­vlam en op Zijn hoofd waren vele kronen en Hij droeg een geschre­ven naam, die niemand weet dan Hijzelf. En Hij was bekleed met een kleed, dat in bloed geverfd was, en Zijn naam is genoemd: het Woord Gods. En de heerscharen, die in de hemel zijn, volgden Hem op witte paarden, gehuld in wit en smetteloos fijn linnen. En uit Zijn mond komt een scherp zwaard, om daarmede de heidenen te slaan. En Hijzelf zal hen hoeden met een ij­zeren staf en Hijzelf treedt de pers­bak van de wijn der gramschap van de toorn Gods, des Almachtigen. En Hij heeft op Zijn kleed en op Zijn dij geschreven de naam: Ko­ning der koningen en Here der he­ren."

De komst van Jezus Christus zal een letterlijk koninkrijk doen be­ginnen, het Koninkrijk van God op aarde. Maar dat is nog niet alles. Let op wat geschreven staat in


Openbaring 11:15: "En de zevende engel blies de bazuin en luide stem­men klonken in de hemel, zeggen­de: Het koningschap over de we­reld is gekomen aan onze Here en aan Zijn Gezalfde, en Hij zal als koning heersen tot in alle eeuwig­heden."

In feite zal de duizendjarige rege­ring die Jezus Christus zal vormen samen met de wederopgestane hei­ligen - aan wie het Koninkrijk zal worden gegeven - juist tot doel hebben de gehele mensheid toe­gang te geven tot het eeuwige Ko­ninkrijk van God. Het Millennium, een tijd van ongekende vrede, vreugde en voorspoed, zal nog maar een voorproef zijn van het nog grotere eeuwige Koninkrijk! Meer informatie over het Konink­rijk van God kunt u vinden in ons Nederlandstalige boekje “Het Evangelie van het Koninkrijk”. U kunt dit boekje eenvoudig down­loaden van onze website www.ucg­holland.nl of bestellen door deze schriftelijk of via de website aan te vragen (United Church of God — Holland, Postbus 93, 2800 AB Gouda). Ook kunt u meer informa­tie hierover aantreffen in het Ne­derlandse Supplement van juli/ augustus 2004 (eveneens te vinden op onze website).

Een duidelijker beeld van Gods Koninkrijk door Gods Heilige Feestdagen

In de Bijbel worden Gods jaarlijkse heilige feestdagen opgesomd in Le­vicitus 23: 1-44. Een middel waar­door christenen een duidelijker beeld van het Koninkrijk van God kunnen ontwikkelen is het inzicht in de betekenis van Gods zeven jaarlijkse heilige dagen.

Hoewel de meeste mensen denken dat dit alleen Joodse vieringen zijn, heeft God duidelijk gemaakt dat ze in werkelijkheid Zijn feesttijden en Zijn heilige dagen zijn (Leviticus

23:2, 4). God heeft deze speciale

vieringen gegeven om ons te hel­pen begrijpen wat het aandeel van Christus is in ons behoud en hoe het Koninkrijk van God op aarde zal worden gevestigd.

Deze heilige feestdagen gelden dus nog steeds voor ons als christenen (voor meer informatie over dit on­derwerp kunt u gratis de Neder­landstalige boekjes “Gods plan vol­gens Zijn heilige dagen” en “Wat is uw bestemming” aanvragen of downloaden via de website alsmede les 12 van de Bijbelstudiecursus “The annual festivals of God”, wel­ke cursus binnenkort ook in het Ne­derlands zal verschijnen).

De terugkeer van Jezus Christus naar deze aarde

Voordat het Koninkrijk van God een aanvang kan nemen zullen eerst nog andere gebeurtenissen moeten plaatsvinden. Een daarvan is de terugkeer van Jezus Christus naar deze aarde. Dit wordt gesym­boliseerd door het Bazuinenfeest (Lev. 23:23-25). Voor meer infor­matie over het Bazuinenfeest ver­wijzen wij u naar Het Nederlandse Supplement van september/oktober 2002.

Een oproep tot actie

Uit de parabel van de wijze en dwaze maagden (Matt. 25) blijkt dat we klaar moeten zijn voor de terugkomst van de Here Jezus Christus. Wat het voor ons zo moeilijk maakt om de komst van Jezus Christus te blijven verwach­ten is het feit dat we niet precies weten wanneer Hij terugkomt. Dit blijkt ook uit Matt. 24: 36 en 44: “Doch van die dag en van die ure weet niemand, ook de engelen der hemelen niet, ook de Zoon niet, maar de Vader alleen. (...) Daarom, weest ook gij bereid, want op een uur, dat gij het niet verwacht, komt de Zoon des mensen”. We kunnen

dus niet naar een bepaalde datum toewerken. Dat is lastig, want het ligt in onze natuur om alles op het laatste moment te doen.

In Matt. 24 vragen de discipelen aan Jezus wat het teken zal zijn van Zijn komst. Jezus somt een aantal zaken op waarvan Hij zegt dat dat slechts het begin der weeën is. En dan eindelijk in vers 30 zegt Hij het volgende: “Terstond na de ver­drukking dier dagen zal de zon ver­duisterd worden en de maan zal haar glans niet geven en de sterren zullen van de hemel vallen en de machten der hemelen zullen wan­kelen. En dan zal het teken van de Zoon des mensen verschijnen aan de hemel en dan zullen alle stammen der aarde zich op de borst slaan en zij zullen de Zoon des mensen zien komen op de wolken des hemels, met grote macht en heerlijkheid. En Hij zal zijn enge­len uitzenden met luid bazuingeschal en zij zullen zijn uitverkore­nen verzamelen uit de vier wind­streken, van het ene uiterste der he­melen tot het andere.”

Dus direct nadat het teken van de Zoon des mensen aan de hemel ver­schijnt zullen engelen de uitverko­renen verzamelen uit de vier wind­streken. Als wij ons dan nog moe­ten klaarmaken, dan zijn we te laat! We moeten ons nu gereed maken en waakzaam zijn.

Als we ons nog gereed moeten ma­ken op het moment dat de roep klinkt: “De bruidegom, zie, gaat hem tegemoet!”, dan zijn we te laat!

We zullen ons NU moeten klaar­maken voor de wederkomst van Christus.

Willen wij echt gereed zijn voor de wederkomst van Christus dan zullen wij 2 dingen moeten doen die onlosmakelijk met elkaar verbon­den zijn.

Wat zijn deze 2 dingen?

We zullen er vast in moeten geloven dat Jezus Christus terugkomt. Als we daar al aan twijfelen dan zullen we ook  niet voldoende gemotiveerd zijn om te blijven handelen in dat geloof. Dat is het tweede punt: handelen in geloof. Deze twee zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden.

Het eerste dat we zullen moeten doen is namelijk geloven. Ons geloof blijkt uit onze handelin­gen of uit onze werken, zoals de Bij­bel het zegt. In Jakobus 2:17 kunt u lezen dat het geloof zonder werken dood is en niets uitwerkt.

Wellicht bent u bekend met de anek­dote over een gemeente die een ge­bedsdienst had georganiseerd om God te bidden om regen vanwege een lange droogte periode. Van alle gemeenteleden had slechts een klein meisje werkelijk het geloof dat God hun gebed zou verhoren. Haar geloof bleek namelijk uit het feit dat zij de enige was die een paraplu had mee­genomen naar de dienst. Zij had ge­loof met werken!

Dat moeten wij ook hebben: geloof met werken! Wij moeten geloven in de wederkomst van Christus en han­delen in dat geloof en ons leven daarnaar inrichten.

Wanneer wij het evangelie van het Koninkrijk van God horen en begrij­pen, verwacht Jezus van ons dat wij ons bekeren en het goede nieuws over Zijn Koninkrijk geloven (Markus 1:14-15). Zijn Koninkrijk is iets dat wij moeten binnengaan (Markus 10:23, 25). De eerste stap in de juiste richting is het aanvaarden van de opdracht van Jezus om ons te bekeren en deze boodschap, dit goe­de nieuws van het komende Konink­rijk, te geloven.

Als wij dat geloof niet hebben, dan zullen we ons er ook niet toe kunnen zetten om de daaruit voortvloeiende


handelingen uit te voeren.

In het algemeen geldt: als men er­gens niet in gelooft steekt men er geen energie meer in.

Dat gevaar ligt dus ook op de loer wat betreft ons geloof in de weder­komst van Christus.

Nou zal satan er alles aan doen om ons geloof aan te tasten, om ons te laten twijfelen.

Hij zal alles in de strijd gooien zodat we niet meer aan het tweede bedrijf - de werken – toekomen en zodat we geen energie meer gaan steken in de dingen van God.

“Dit vooral moet gij weten, dat er in de laatste dagen spotters met spotter­nij zullen komen, die naar hun eigen begeerten wandelen, en zeggen:

Waar blijft de belofte van zijn komst? Want sedert de vaderen ont­slapen zijn, blijft alles zo, als het van het begin der schepping af geweest is” (2 Petr. 3:3 en 4).

Wellicht denkt u dat spotters alleen maar van die vervelende mensen zijn waar we toch al niets mee te maken willen hebben. Maar is het niet mo­gelijk dat satan juist mensen die dicht bij ons staan, vrienden, familie, collega’s, mensen die wij hoog heb­ben staan, mensen van wie wij ook graag willen dat zij ons aardig vin­den, voor dit doel zal gebruiken? Zij zullen ons juist gaan haten als wij blijven geloven in Christus en in Zijn wederkomst: “gij zult door allen gehaat worden om mijns naams wil.”   Terwille waarvan de hemelen

Hoe sterk zijn we dan?

Petrus waarschuwt ons verder in 2 Petr. 3 in de verzen 10 tot 18: “Maar de dag des Heren zal komen als een dief. Op die dag zullen de hemelen met gedruis voorbijgaan en de ele­menten door vuur vergaan, en de aarde en de werken daarop zullen gevonden worden. Daar al deze din­gen aldus vergaan, hoedanig behoort gij dan te zijn in heilige wandel en godsvrucht, vol verwachting u spoe‑


dende naar de komst van de dag Gods,  terwille waarvan de hemelen brandende zullen vergaan en de ele­menten in vuur zullen wegsmelten. Wij verwachten echter naar zijn be­lofte nieuwe hemelen en een nieuwe aarde, waar gerechtigheid woont. Daarom, geliefden, beijvert u in deze verwachting, onbevlekt en onberis­pelijk te blijken voor Hem in vrede, en houdt de lankmoedigheid van on­ze Here voor zaligheid, zoals ook onze geliefde broeder Paulus naar de hem gegeven wijsheid u geschreven heeft, evenals in alle brieven, wan­neer hij over deze dingen spreekt. Daarin is een en ander moeilijk te verstaan, wat de onkundige en on­standvastige lieden tot hun eigen verderf verdraaien, evenals trouwens de overige schriften. Geliefden, daar gij het nu van tevoren weet, weest op uw hoede, dat gij niet, door de dwa­ling der zedelozen medegesleept, af­valt van uw eigen standvastigheid; maar wast op in de genade en in de kennis van onze Here en Heiland, Jezus Christus. Hem zij de heerlijk­heid, zowel nu als tot de dag der eeuwigheid.”

Handelen in geloof of werken Welke handelingen in geloof moeten we verrichten? Welke werken moe­ten we doen?

Hoe kunnen wij ons gereed maken voor de komst van Christus? Wan­neer zijn we klaar voor de weder­komst van Christus?

Dat laatste is sowieso een lastig punt voor ons. We weten niet precies hoe­veel we moeten doen om ons te kwa­lificeren voor het Koninkrijk van

God. Dat vinden we lastig. We zijn bang om te veel te geven. Om meer te doen dan nodig is. Wij kunnen echter nooit te veel doen. Welke werken moeten we doen? Hoe kunnen wij ons gereed maken voor de komst van Christus? We hebben net gelezen in 2 Petrus 3:18 dat we moeten opwassen in de gena­de en in de kennis van onze Here en Heiland.

Dit geeft alleen weinig praktische houvast. Wellicht dat het volgende u hierbij kan helpen: welke gebeurtenis valt samen of volgt direct op de we­derkomst van Christus?

I Kor 15: 22-24 geeft aan: “Want evenals in Adam allen sterven, zo zullen ook in Christus allen levend gemaakt worden. Maar ieder in zijn eigen rangorde: Christus als eerste­ling, vervolgens die van Christus zijn bij Zijn komst; daarna het einde, wan­neer Hij het koningschap aan God de Vader overdraagt, wanneer Hij alle heerschappij, alle macht en kracht onttroond zal hebben.”

Met Christus’ wederkomst zullen zij die van Christus zijn levend gemaakt worden (zie I Kor 15: 50-58).

Wat zullen wij doen als we onvergan­kelijk zijn opgewekt? Openb. 20: 6 vermeldt het volgende: “Zalig en hei­lig is hij, die deel heeft aan de eerste opstanding: over hen heeft de tweede dood geen macht, maar zij zullen priesters van God en van Christus zijn en zij zullen met Hem als konin­gen heersen, die duizend jaren.” Direct na Christus’ wederkomst zul­len de eerstelingen onvergankelijk worden opgewekt.

Wij zullen priesters van God en van Christus zijn en met Hem heersen, duizend jaren.

Wat zijn de taken van een priester? Zijn wij klaar om het priesterambt te kunnen uitvoeren? Weten wij wat de taken zijn van een priester?

In Ezechiël 44:23-24 kunnen we le­zen: “En zij zullen mijn volk het on­derscheid leren tussen heilig en niet heilig en het onderscheid doen ken­nen tussen onrein en rein. Ook bij een geschil zullen zij optreden om recht te spreken; naar mijn verordeningen zullen zij dat beslechten; mijn wet en mijn inzettingen zullen zij op al mijn


feesttijden onderhouden en mijn sab­batten zullen zij heiligen.”

In opdracht van God berispt Malea­chie de priesters.

In hoofdstuk 2 geeft hij een opsom­ming van de zaken waarin de pries­ters te kort schoten.

Door deze lijst te bestuderen kunnen wij weten wat God specifiek ver­wacht van een priester.

“Nu dan, u geldt, o priesters, deze aanzegging: Indien gij niet hoort, en indien gij het niet ter harte neemt mijn naam eer te geven, zegt de Here der heerscharen, dan zal Ik onder u een vloek zenden en uw zegeningen in vloek verkeren; ja, Ik heb ze reeds in vloek verkeerd, omdat gij het niet ter harte genomen hebt. Zie, Ik zal uw nakroost bedreigen en vuil op uw ge­laat werpen, het vuil uwer feesten, ja, men zal u daarheen slepen. Dan zult gij inzien, dat Ik u deze aanzegging gezonden heb, opdat mijn verbond met Levi besta, zegt de Here der heerscharen. Mijn verbond met hem was: leven en vrede; Ik heb ze hem gegeven tot godsvrucht, opdat hij Mij zou vrezen en voor mijn naam beven. Betrouwbaar onderricht in de wet was in zijn mond en ongerechtigheid werd op zijn lippen niet gevonden. In vrede en in oprechtheid wandelde hij met Mij en velen bracht hij van ongerech­tigheid terug. Want de lippen van de priester bewaren kennis en uit zijn mond zoekt men onderricht in de wet, want een bode van de Here der heer­scharen is hij.”

God verwacht specifiek van een priester dat hij Zijn naam eer geeft. Wij kunnen Gods naam eer geven door Hem in alles te gehoorzamen. Door hem voortdurend te danken en lof te zingen. Door zijn machtige da­den te verkondigen.

Een priester moet betrouwbaar onder­richt kunnen geven in de wet. Hoe goed kennen wij zelf de wet? Weten


wij wat er in de bijbel staat? Is de Bij­bel voor ons de schriftelijke bron met het hoogste gezag? Hoeveel tijd be­steden wij aan bijbelstudie?

Laten wij dus in afwachting van Christus wederkomst en Gods ko­mende koninkrijk ons bekwamen in de specifieke taken van een priester. Door ons serieus voor te bereiden op de taak die ons te wachten staat geven wij blijk van ons geloof in de weder­komst van Jezus Christus.

Op deze manier zal ons geloof in Zijn wederkomst ook levend blijven.

Tot slot

Zijn wij gereed voor het Bazuinen-feest, Gods feest van Bazuingeschal? Christus zal zeer waarschijnlijk op een dag als deze, bij de laatste bazuin, terugkeren. 1 Kor 15: 5 1-52 “Zie, ik deel u een geheimenis mede. Allen zullen wij niet ontslapen, maar allen zullen wij veranderd worden, in een ondeelbaar ogenblik, bij de laatste ba­zuin, want de bazuin zal klinken en de doden zullen onvergankelijk opge­wekt worden en wij zullen veranderd worden.”

Ook in Mattheüs wordt een luid ba­zuingeschal voorafgegaan aan Chris­tus terugkomst:

“En Hij zal zijn engelen uitzenden met luid bazuingeschal en zij zullen zijn uitverkorenen verzamelen uit de vier windstreken, van het ene uiterste der hemelen tot het andere (Matt 24: 31).”

Zijn wij gereed voor de wederkomst van Jezus Christus?

Hoe serieus bent u bezig u voor te be­reiden om straks als koning en pries­ter te regeren met Christus voor 1000 jaren?

U kunt deze vragen nu voor uzelf be­antwoorden.

 

© United Church of God Holland: Adres: Postbus 93, 2800 AB Gouda. Tel/fax: 084-8704080
Web:
www.ucg-holland.nl. Email: info@ucg-holland.nl. Financieel steunen? Via Bankrekening: 53.83.60.747, UCG-Holland te Gouda