Het Nederlandse Supplement van

4
Januari / februari 2009

Zelfrechtvaardiging


Wat is zelfrechtvaardiging? Waarom is zelfrechtvaardiging verkeerd? Wat kunnen we leren uit het verhaal van de farizeeër en de tollenaar?


Om de term zelfrechtvaardiging uit te leggen gebruikte onze Heer Jezus Christus een gelijkenis, zoals Hij dat vaak deed. Deze gelijkenis staat in het Evangelie van Lu-kas 18, in de verzen 9-14:
Met het oog op sommigen die zichzelf rechtvaardig vinden en anderen minachten, vertelde Hij de volgende gelijkenis. ‘Twee mensen gingen naar de tempel om te bidden, de een was een farizeeër en de ander een tollenaar. De farizeeër stond daar rechtop en bad bij zichzelf: “God, ik dank u dat ik niet ben als de andere mensen, die roofzuchtig of onrechtvaardig of overspelig zijn, en dat ik ook niet ben als die tollenaar. Ik vast tweemaal per week en draag een tiende van al mijn inkomsten af.” De tollenaar echter bleef op een afstand staan en durfde niet eens zijn blik naar de hemel te richten. In plaats daarvan sloeg hij zich op de borst en zei: “God, wees mij zondaar genadig.” Ik zeg jullie, hij ging naar huis als iemand die rechtvaardig is in de ogen van God, maar die ander niet. Want wie zichzelf verhoogt zal vernederd worden, maar wie zichzelf vernedert zal verhoogd worden.’
De gelijkenis die Jezus ons voorhoudt lijkt simpel, maar laten we dit verhaal eens in detail doorlopen.

Doel van de gelijkenis
Het begint met de bril waarmee we naar de gelijkenis moeten kijken. Jezus vertelde de gelijkenis van de tollenaar en de Farizeeër (vers 9) “met het oog op sommigen die zichzelf rechtvaardig vinden en anderen minachten.” Zelfrechtvaardiging en anderen minachten staan dus centraal. De vraag, die Jezus gaat beantwoorden is WIE er hier rechtvaardig is en WAAROM.

De hoofdrolspelers

Vers 10: “Twee mensen gingen naar de tempel om te bidden.” Jezus geeft om te beginnen geen enkel onderscheid. Twee mensen, twee schepselen geschapen naar Gods beeld. De één was een Farizeeër, de ander een tollenaar. Ze hebben hetzelfde doel: naar de tempel gaan om te bidden. Wie zijn de hoofdrolspelers in dit verhaal?
de Farizeeër is een godvrezend man. Hij doet alles wat van hem gevraagd wordt krachtens zijn geloof. Hij is niet onrechtvaardig of overspelig of roofzuchtig; hij houdt zich aan de wet; hij vast tweemaal per week en draagt een tiende van zijn inkomen af. We lezen dat in vers 12. Een
keurig man. Hij overtreedt helemaal niets.
Tollenaars waren in Jezus’ dagen woekeraars en landverraders. Geldwolven die over de ruggen van de mensen heen zichzelf verrijkten. Ze deden dat in dienst, onder de hoede en ter ondersteuning van de gehate Romeinen die het land bezet hielden en aan de bewoners ervan een hen vreemde cultuur probeerden op te dringen.
Nee, tollenaars, dat waren geen besten. Dat waren de NSB’ers van Judea. Dat waren lieden die met hoeren en andere zondaars in het verdomhoekje zaten en daar ook hoorden. In het hoekje, dus, waar wij, fatsoenlijke mensen, niets te zoeken hebben. Toch?
De tollenaar heeft een beroep waarvan bekend staat dat het op zijn minst uitnodigt tot het uitbuiten van andere mensen. Kennelijk weet de Farizeeër het één en ander over deze tollenaar, want hij vindt het nodig te constateren dat hij in ieder geval anders is.

De houding

In vers 11 staat hoe de Farizeeër bidt. In de gelijkenis wordt onderscheid gemaakt tussen de Farizeeër en de tollenaar. Het begintmet een verschil in houding. 5De Farizeeër stond daar rechtop.” De Farizeeër staat anders dan de tollenaar. De Farizeeër staat daar als iemand die niet aarzelt, niet twijfelt. Hij staat daar op z’n gemak en met een houding: OK, God, hier ben ik. Het Grieks gebruikt een werkwoord-vorm in de zin van: “Hij ging daar staan”!
De tollenaar stond heel anders (vers 13): “De tollenaar echter bleef op een afstand staan en durfde niet eens zijn blik naar de hemel te richten.” Hij stond zichzelf in de weg, wist zich geen houding te geven. Hij stond zichzelf teveel te wezen en dan ook nog “op een afstand”. In de gelijkenis leidt verschil in houding ook tot verschil in vorm van gebed. De Farizeeër zegt “ik” en de tollenaar zegt “mij”. De een spreekt over zichzelf in de eerste en de ander spreekt over zichzelf in de vierde naamval. De Farizeeër bidt in vers 11: “God, ik dank u dat ik niet ben als de andere mensen, die roofzuchtig of onrechtvaardig of overspelig zijn, en dat ik ook niet ben als die tollenaar.” De tollenaar bidt in vers 13: “God, wees mij zondaar genadig.”
Beiden laten zij in hun gebed zien wie en wat voor mensen zij zijn: de een vergelijkt zichzelf met anderen  en acht zichzelf beter, terwijl de ander erkent wat hijzelf is: niets meer en niets minder dan een zondaar. De Farizeeër vindt het nodig zichzelf op de borst te kloppen. Zelfs in de tempel en zelfs nog onder het bidden ziet de ene mens de ander en zet zich tegen hem af. Dat is niet wat van ons wordt verwacht. In vers 14 trekt Jezus zelf Zijn conclusie: de tollenaar ging naar huis als iemand die rechtvaardig is in de ogen van God, de Farizeeër niet. De Farizeeër rechtvaardigde alleen maar zichzelf. De tollenaar werd gerechtvaardigd. Hij is rechtvaardig in de ogen van God.

Onszelf vernederen
Wij zijn geen tollenaars. Jezus vraagt ons ook niet om tollenaars te worden, maar de houding te hebben van een tollenaar. De Farizeeër vindt het nodig zich af te zetten tegen de tollenaar: “ik ben veel beter dan hij.” De tollenaar houdt het bij zichzelf en realiseert zich dat hij tekort schiet. Hij vraagt God om vergeving: “wees mij, zondaar, genadig.” Dit besef van tekort schieten wordt door Jezus zeer gewaardeerd:
“wie zichzelf vernedert zal verhoogd worden” (vers 14).
Dat begrip “jezelf vernederen” is een lastige. Het roept associaties op met gevoelens van minderwaardigheid, weinig zelfvertrouwen. Als je een laag zelfbeeld hebt schiet je niet zoveel op met jezelf vernederen. Dat is niet waar ons geloof zich op richt. Het gaat niet om minder worden, maar krachtiger, zelfbewuster: groeien in Gods Woord met Gods Geest.
Vermoedelijk hebben veel mensen te kampen met gevoelens van onzekerheid: de twijfel of je wel goed genoeg bent, of het niet altijd beter kan. Wat kun je dan met de boodschap dat jezelf vernederen je dichter bij God brengt?
Laten we dit eens bekijken vanuit twee niveaus. Beide niveaus hebben te maken met het feit dat we onszelf voortdurend vergelijken met anderen. Naar beneden toe (jij bent beter dan de ander) en naar boven toe (je hebt het minder ver geschopt dan de ander).

Vergelijking naar beneden
Laten we eerst kijken naar het vergelijken van onszelf “naar beneden toe.” Wat herkennen wij in onszelf van de houding van de Farizeeër?
Wij zijn allemaal keurige mensen. We houden ons aan de tien geboden, of doen in ieder geval daar ons best voor. We staan bewust in het leven en zijn maatschappelijk betrokken. We verdiepen ons in de wereldproblemen en we leven milieubewust. Allemaal niets mis mee. Maar wat we wel herkennen in de Farizeeër: stiekem voelen we ons wel een beetje beter dan mensen die er in onze ogen een potje van maken. Mensen, die er maar op los leven, voor wie (in onze ogen) alleen het geld telt, die alleen uit zijn op genieten en geen verantwoordelijkheid nemen. Verspillers.
Het is heel moeilijk om van dat “gelijkhebberige” af te komen als we kennis hebben en als we een ideaal voorbeeld volgen, namelijk onze Heer Jezus Christus. We mogen een persoonlijke en intieme relatie met God de Vader en onze Heer Jezus Christus hebben via gebed, vasten, Bijbelstudie en meditatie. Dat maakt het gemakkelijk om ons te voelen als de Farizeeër. Maar misschien dat de boodschap “jezelf vernederen” ons kan helpen om blijmoedig te zijn in de relatie naar onze medemens zonder dat wijzende vingertje. Begrijpt u wat Jezus ons wil duidelijk maken?

Vergelijking naar boven
We stappen over naar het tweede niveau. Dit is een minder eenvoudig uit te leggen. Veel ellende in ons leven komt waarschijnlijk voort uit het feit dat we onszelf voortdurend met anderen vergelijken. Naar boven toe ziet dat er zo uit: je vergelijkt jezelf met mensen die het verder geschopt hebben dan jij, die beter in de slappe was zitten, die leuker, briljanter of mooier zijn. Dat geeft je het gevoel dat je er maar weinig van bakt in het leven.
Andere mensen zijn meer geslaagd, hebben een baan en jij niet, of hebben een betere baan, slagen er wel in hun studie af te maken. Andere mensen hebben een mooi huis en jij niet, kunnen drie keer per jaar een verre reis maken en jij niet. Andere menen hebben geen hangborsten en een buikje en een zwembandje en wallen onder hun ogen.
Het zijn allemaal dingen die je diep ongelukkig kunnen maken: waarom heb ik niet wat zij hebben? Zelfs als je in de ogen van anderen geslaagd bent in het leven kun je nog steeds behoorlijk gebukt gaan onder de wetenschap dat een ander toch nog meer bereikt heeft dan jij, slimmer is, geslaagder is.
De oproep tot nederigheid is een voortdurende oefening om los te komen van die vergelijking. Om het bij onszelf te houden. De tollenaar doet dat door te zeggen, te erkennen dat hij een zondaar is.

Betekenis van zonde
Zonde is wetsovertreding. Daar is de Bijbel erg duidelijk over en dit aspect staat niet ter discussie in dit artikel. Maar er is ook nog een andere invalshoek. U weet waarschijnlijk dat het woord zonde in het Grieks eigenlijk betekent: je doel missen. Met andere woorden: niet op je bestemming komen. Zoals de tien geboden je de richting wijzen van de weg die je moet gaan, zo kan het zijn dat je een ander pad in slaat en je doel mist. Zonde is dan: mislukken. Er lukt iets niet. Het gaat niet zoals de bedoeling was.
Het besef een zondaar te zijn (zoals de tollenaar het formuleert) betekent niet dat je voortdurend gebukt moet gaan onder schuldgevoel. Het betekent dat je je realiseert dat je niet perfect bent, dat er met enige regelmaat dingen mislukken. Daarin is niemand uniek; fouten maken is ingebakken in het mens-zijn. Slechts één mens was zonder zonden en dat is onze Heer Jezus Christus.

De les voor ons
Maar naast de mislukkingen is er veel in het leven om dankbaar voor te zijn. Je realiseren dat je regelmatig tekort schiet, niet zozeer in prestaties, als wel in liefde en aandacht voor anderen, kan frustrerend zijn. Maar weet wel: bij God kun je altijd opnieuw beginnen. Na iedere mislukking is er een nieuwe start. Dit besef geeft enorm veel ruimte en lichtheid. Nederigheid in die zin is ook: het loslaten van je ego. Je ego dat leeft bij de vergelijking met anderen.
Blijf maar bij jezelf, zoals die tollenaar. Wat anderen van je vinden is niet belangrijk. Wat God van je vindt is eigenlijk het enige wat werkelijk relevant is.
God ziet jou als je op weg gaat en als je uitrust (Psalm 139), trekt met je mee en draagt je: “HERE, Gij doorgrondt en kent mij; Gij kent mijn zitten en mijn opstaan, Gij verstaat van verre mijn gedachten; Gij onderzoekt mijn gaan en mijn liggen, met al mijn wegen zijt Gij vertrouwd.”
Het kan niet de bedoeling zijn dat wij onszelf anders voordoen dan wij zijn. Het gaat er hooguit om dat wij kritisch kijken – niet naar anderen maar naar onszelf. Het gaat er hooguit om dat wij ons van de balk in onze ogen bewust worden als we een grote mond hebben over de splinter in andermans ogen.
Let op de volgende uitdrukking: “minachting van medemensen is niet verenigbaar met hoogachting van God.” Minachting van jezelf trouwens ook niet. Wij mensen, wij Farizeeërs, wij mogen vaak trots zijn op onszelf. Trots zijn op jezelf betekent niet dat je dus op anderen kan of mag neerkijken.

Willen wij onszelf rechtvaardigen om wie wij zijn of geloven wij dat wij als wie wij zijn in Jezus Christus door God gerechtvaardigd worden? Denkt u alstublieft na over deze vraag. Dit is essentieel voor het begrip van deze gelijkenis. Zelfrechtvaardiging gaat altijd ten koste van de ander en daarom ook van je zelf. Zelfrechtvaardiging is altijd dat je denkt dat je meer bent dan een ander of meer kunt of moet zijn dan een ander.
Wie gerechtvaardigd wordt hoeft niet de meeste of de beste te wezen, die mag best de minste of de slechtste wel zijn. Gerechtvaardigd worden kan maar op een manier: door overgave aan, door vertrouwen op de liefde van God. In Psalm 130 (NBV) is dit als volgt verwoord: “Uit de diepte roep ik tot u, HEER, Heer, hoor mijn stem, wees aandachtig, luister naar mijn roep om genade. Als u de zonden blijft gedenken, HEER, Heer, wie houdt dan stand? Maar bij u is vergeving, daarom eert men u met ontzag .Ik zie uit naar de HEER, mijn ziel ziet uit naar hem en verlangt naar zijn woord, mijn ziel verlangt naar de Heer, meer dan wachters naar de morgen, meer dan wachters uitzien naar de morgen. Israël, hoop op de HEER! Bij de HEER is genade, bij hem is bevrijding, altijd weer. Hij zal Israël bevrijden uit al zijn zonden.”

Afsluitend
In Lukas 18 staat de gelijkenis van Jezus over de Farizeeër en de tollenaar ingeklemd tussen een vraag en een antwoord. De vraag, in vers 8: “Maar als de Mensenzoon komt, zal hij dan geloof vinden op aarde?”
En het antwoord, in vers 16: “Laat de kinderen bij me komen, houd ze niet tegen. Want het koninkrijk van God behoort toe aan wie is zoals zij.” Geloven, dat betekent niet dat wij slechts als de tollenaars moeten zijn of moeten worden. Het betekent dat wij als wie wij zijn alle goeds mogen verwachten - niet van onszelf, maar van onze Vader Die in de hemelen is. De liefde is de vervulling van de wet. Wie Gods koninkrijk niet wenst te ontvangen met de houding en het geloof van een kind die krijgt het nooit. Maar wie bidt om genade, zoals de psalmist in Psalm 130 en de tollenaar, diens gebed wordt verhoord.

__________________________________________________________________________________________________________________________ Vraag en Antwoord

Vraag:

Wat bedoelt de Bijbel met “Het einde van de wereld”? Zal de wereld in de toekomst totaal vernietigd worden?

Antwoord:
Veel mensen menen te lezen in de Bijbel dat het einde van de wereld nabij is en de wereld algeheel vernietigd zal worden. Ook de oorspronkelijke discipelen vroegen zich dit af. Nadat zij Jezus hadden horen spreken in de Tempel te Jeruzalem, gingen de discipelen Petrus, Jacobus Johannes en Adreas naar Christus en vroegen Hem: “Wat is het teken van Uw komst en van de voleinding der wereld?”(Mattheüs 24:3).
In de rest van dit hoofdstuk verklaart Christus de gebeurtenissen die naar het einde leiden. Maar wat bedoelde Christus specifiek met “de volein ding der wereld”?
Bedoelde Jezus de letterlijke vernietiging van de fysieke aarde? Zal de aarde exploderen en kosmisch stof worden? Of betekent het dat de planeet door een nucleaire slachting tot zijn einde zal komen? Velen hebben zich dit afgevraagd. Het Goede Nieuws is dat geen van de bovenstaande gissingen juist is. De Bijbel onthult dat deze aarde zal overleven en gedijen!
Het Griekse woord dat met wereld is vertaald is “aion”. Het betekent niet de wereld in de zin van de fysieke aardbol! Een betere vertaling is “tij dperk”.Wat betekent dan het einde van het tijdperk?
Merk op dat de terugkeer van Christus en het einde van het tijdperk samenvallen, immers er staat in Mattheüs 24:3: “Wat is het teken van uw (Christus) komst en van de voleinding der wereld (tijdperk).” Weinig mensen weten dat de terugkomst van Jezus Christus naar de aarde is om Zijn regering te vestigen over de gehele wereld. Wanneer Hij terugkeert zal Hij alle bestaande regeringen van de mens vervangen door een perfect, goddelijk systeem (Daniël 2:44, Jesaja 2:2-4)! Dit zal een einde maken aan het tijdperk van de menselijke regering en een nieuw tijdperk inluiden. God heeft de mensen 6000 jaar toegewezen om hun eigen regeringen, godsdiensten en onderwijsinstellingen te verwezenlijken en een civilisatie op te bouwen die losstaat van Gods geopenbaarde levenswijze. Zoals de geschiedenis aantoont heeft de mens gefaald bij het beheersen of oplossen van zijn problemen. Naarmate deze periode van 6000 jaar ten einde loopt, zullen deze problemen groter en groter worden, totdat de mensheid zichzelf bedreigt met vernietiging en totale ondergang. Wanneer dit beslissende punt wordt bereikt, zal Christus plotseling ingrijpen om de mensen zo voor hun eigen nucleaire dwaasheid te behoeden!
In Mattheüs 24:21-22 staat: “En indien die dagen niet ingekort werden, zou geen vlees behouden worden; doch ter wille van de uitverkorenen zullen die dagen worden ingekort”. In Openbaringen 11:15 wordt Christus tot Koning uitgeroepen: “Het koningschap over de wereld is gekomen aan onze Here en aan Zijn gezalfde, en Hij zal als koning heersen tot in alle eeuwigheden”.
1 Thessalonicenzen 4:16: ”want de Here zelf zal op een teken bij het roepen van een aartsengel en bij het geklank ener bazuin Gods, nederdalen van de hemel, en zij die in Christus gestorven zijn, zullen het eerst opstaan; daarna zullen wij levenden die achterbleven samen met hen op de wolken in een oogwenk weggevoerd worden, de Here tegemoet in de lucht en zo zullen wij altijd met de Here wezen”.
Jezus Christus zal derhalve niet terugkeren om de fysieke aarde te vernietigen, maar om een einde te maken aan deze “tegenwoordige boze wereld [Grieks: aion]” (Galaten 1:4) en een tijdperk van ongekende vrede voorspoed en harmonie te brengen. Jesaja 40:10-11: “Zie de Here zal komen met kracht en zijn arm zal heerschappij oefenen; zie zijn loon is bij Hem en zijn vergelding gaat voor Hem uit. Hij zal als herder zijn kudden weiden, in zijn armen de lammeren vergaderen en ze in zijn schoot dragen; de zogenden zal Hij zachtkens leiden.”
Jesaja 2:4-5: “En Hij zal richten tussen volk en volk en rechtspreken over machtige natiën. Dan zullen zij hun zwaarden tot ploegscharen omsmeden en hun speren tot snoeimessen; geen volk zal tegen een ander volk het zwaard opheffen, en zij zullen de oorlog niet meer leren.” De mens en de aarde zullen behouden worden dank zij Christus terugkomst en Hij zal Zijn Koninkrijk op aarde vestigen tot in alle eeuwigheid.
Wilt u meer weten over dit onderwerp, vraag onze kosteloze literatuur aan:

Dat kunt u doen via email, via onze website of gewoon via brief per post.

© United Church of God Holland: Adres: Postbus 93, 2800 AB Gouda. Tel 0615887801/ fax: 084-8704080
Web:
www.ucg-holland.nl. Email: info@ucg-holland.nl.

Financieel steunen? Dat kan via Bankrekening: 53.83.60.747 of Giro 3561825 te name van UCG-Holland te Gouda