Het Nederlandse Supplement van

4
September / Oktober 2009


Dood en Opstanding


Velen geloven stellig dat mensen die een goed leven hebben geleid na hun dood gelijk naar de hemel gaan. Een opstanding uit de doden heeft in zo ’n geval weinig zin.
Ze hoeven immers niet meer uit de dood te worden opgewekt: ze leven immers en zijn in de hemel bij God.
Toch spreekt de Bijbel van een opstanding uit de doden voor iedereen. Hoe zit dat?
Wat betekent doodgaan? Waarom is een opstanding nodig en wat is de opstanding uit de doden eigenlijk? Welk lichaam krijg je bij de opstanding? Wanneer vindt de opstanding plaats? Dit onderwerp wordt in dit supplement aan de hand van de Bijbel uitgelegd.

Dood en doodgaan worden in de Bijbel uitgelegd, maar velen laten de bijbelse uitleg niet tot hen doordringen. Ze geloven liever in fabels en verzinsels.
Salomo, de wijze koning van Israël, zei het volgende over de dood: “Al wat uw hand vindt om naar uw vermogen te doen, doe dat, want er is geen werk of overleg of kennis of wijsheid in het dodenrjk, waarheen gij gaat” (Pred. 9:10).
Hier staat dat er geen werk is, noch overleg, noch kennis of wijsheid in het dodenrijk. Dit is toch heel wat anders dan een leven in de hemel. Koning David schreef het volgende onder inspiratie van God:
“Want in de dood is Uwer geen gedachtenis; wie zou U loven in het dodenrijk?” (Psalm 6:5).
David beschrijft hier dat men in het dodenrijk God niet kan loven. Dit staat derhalve in schril contrast met het zijn in de hemel voor Gods aangezicht na de dood.
In Psalm 115: 17 wordt de dood zelfs vergeleken met een stilte: “Niet de doden zullen de HERE loven, niemand van wie in de stilte zijn neergedaald.”
Met andere woorden, de Bijbel legt uit wat de dood betekent, namelijk: stilte, geen kennis, geen overleg, geen werk, geen wijsheid, geen weet van God en Hem niet kunnen loven. De dood wordt vergeleken met een diepe slaap. God zegt dat mensen weer tot stof zullen wederkeren (Gen. 3:19) en stof heeft geen kennis. Om weer tot leven te komen dient men door God uit de doden te worden opgewekt.

Jezus Christus zelf is ook uit de doden opgewekt voordat Hij weer tot leven kwam. Hij lag drie dagen en drie nachten dood in Zijn graf in stilte. Gedurende die tijd was Hij NIET naar de hemel opgevaren. Als er iemand zou zijn die meteen na Zijn dood recht had om gelijk naar de hemel te gaan dan was dat Jezus Christus. God heeft Hem eerst op
gewekt en Hem heerlijkheid gegeven. God heeft Hem daarna in de hemel opgenomen en geplaatst aan Zijn rechterhand (Hand. 2:31, Hand. 3: 15, 21, 1, Kor. 15:4, 1 Petr. 1:21).

Jezus Christus is onze verlosser die ons van een gewisse, eeuwige dood heeft vrijgekocht met Zijn bloed. Hij verkreeg daarmee overwinning over de dood en bezit nu de sleutels van de dood.
“Ik ben dood geweest; en zie, Ik ben levend in alle eeuwigheid. Amen. En Ik heb de sleutels van de hel en van de dood” (Openb. 1:18, Staten vertaling).

Dood en opstanding der doden zijn complementair
Door de zonde hebben wij de eeuwige doodstraf verdiend (Rom. 6:23). Indien er geen opstanding der doden is, zouden we in die stilte blijven zonder enige hoop om weer te leven. Sinds Adam en Eva die de eerste overtreding hebben begaan is de dood gaan heersen (Rom. 5:14). Christus heeft dit teruggedraaid en de opstanding mogelijk gemaakt. Want, dewijl de dood er is door een mens, is ook de opstanding der doden door een mens. Indien er geen opstanding der doden is, dan is ook Christus niet opgewekt. En indien Christus niet is opgewekt, dan is immers onze prediking zonder inhoud, en zonder inhoud is ook uw geloof” (1 Kor. 15:13-14).
Waarom zegt de apostel Paulus dit?
Omdat enkel en alleen via een opstanding doden weer tot leven kunnen worden opgewekt, anders zouden ze verloren zijn. De dood had dan overwonnen. Dit legt Paulus als volgt uit: “Immers, indien er geen doden opgewekt worden, dan is Christus ook niet opgewekt en indien Christus niet is opgewekt, dan is uw geloofzonder vrucht, dan zijt gij nog in uw zonden. Dan zijn ook zij, die in Christus ontslapen zijn, verloren” (1 Kor. 15:16-18).
Met andere woorden, dan zouden allen die in Christus zijn gestorven (c.q. ontslapen) in stilte zonder kennis of wijsheid zijn gebleven. Alleen een opstanding kan hen weer tot leven brengen.

Volgorde
Paulus legt daarna in 1 Korintiërs 15 uit in welke volgorde zij die in Christus zijn gestorven weer tot leven komen.
Christus is de allereerste persoon die uit de dood is opgewekt (1 Kor. 15:23). Na Christus als eersteling volgt er een rangorde:
“Maar ieder in zijn eigen rangorde: Christus als eersteling, vervolgens die van Christus zijn bij zijn komst (1 Kor. 15: 23).
Hier staat wanneer dat plaatsvindt! Zij die in Christus zijn ontslapen (zij die van Christus zijn) zullen pas bij de terugkomst van Christus op aarde opgewekt worden. Al die tijd sinds Christus naar de hemel is opgevaren in het jaar 31 na Chr. liggen zij die van Christus zijn dood in hun graf te wachten op de opstanding. Zij zullen de eersten zijn die op zullen staan bij Christus’ komst. Dit lezen we ook in Openbaring 20: 5-6. De apostel Johannes beschreef wat hij zag na de terugkomst van Christus op aarde.
“En ik zag tronen, en zij zetten zich daarop, en het oordeel werd hun gegeven; en (ik zag) de zielen van hen, die onthoofd waren om het getuigenis van Jezus en om het woord van God, en die noch het beest noch zijn beeld hadden aangebeden en die het merkteken niet op hun voorhoofd en op hun hand ontvangen hadden; en zij werden weder levend en heersten als koningen met Christus, duizendjaren lang.
De overige doden werden niet weder levend, voordat de duizendjaren voleindigd waren.
Dit is de eerste opstanding.
Zalig en heilig is hij, die deel heeft aan de eerste opstanding: over hen heeft de tweede dood geen macht, maar zij zullen priesters van God en van Christus zijn en zij zullen met Hem als koningen heersen, [die] duizendjaren.”
Vandaar dat er in Johannes 5:28- 29 staat dat op een bepaald moment (bij Christus’ terugkomst) de doden Zijn stem zullen horen en uit hun graf zullen komen:
“Wees hierover niet verwonderd, er komt een moment waarop alle doden zijn stem zullen horen en uit hun graf zullen komen: wie het goede gedaan heeft staat op om te leven, wie het slechte gedaan heeft staat op om veroordeeld te worden .”

Welk lichaam krijgt men na de opstanding?
We kunnen hier twee groepen onderscheiden: 1. de eerstelingen die voor het aanbreken van het duizendjarig rijk door Christus opgewekt zullen worden bij Zijn komst en de overigen der doden die duizend jaar later ook weer tot leven komen.
De eerstelingen krijgen gelijk een onvergankelijk lichaam. Daarom heeft de tweede dood in de poel des vuurs geen macht over hen (Openbaringen 20:6, 14). Ze zijn Gods Koninkrijk binnengegaan. Dit is ook te lezen in 1 Korintiërs 15:50: vlees en bloed kunnen het Koninkrijk Gods niet beërven en het vergankelijke beërft de onvergankelijkheid niet.”Men krijgt een onvergankelijk, geestelijk lichaam. De verzen 42-44 zeggen dat het geestelijke volgt op het fysieke. “Zo is het ook met de opstanding der doden. Er wordt gezaaid in vergankeljkheid, en opgewekt in onvergankelijkheid; er wordt gezaaid in oneer, en opgewekt in heerlijkheid; er wordt gezaaid in zwakheid, en opgewekt in kracht. Er wordt een natuurlijk lichaam gezaaid, en een geestelijk lichaam.”

Het aardse lichaam dat ieder mens krijgt is het menselijk lichaam naar het beeld van Adam en Eva. Alle nazaten van Adam hebben via het zaad (DNA) van Adam zo’n lichaam gekregen.
Maar het lichaam dat de eerstelingen krijgen is een hemels ofwel een goddelijk lichaam gelijk aan dat van God. God heeft Zijn onvergankelijk zaad via Gods Geest in de mens geplaatst.
“Gij, die wedergeboren zijt, niet uit vergankelijk, maar uit onvergankelijk zaad, door het levende en eeuwig blijvende Woord van God” (1 Petrus 1: 23).
“Een ieder, die uit God geboren is, doet geen zonde; want het zaad Gods blijft in hem en hij kan niet zondigen, want hij is uit God geboren” (1 Johannes 3:9).

God heeft dan uiteindelijk kinderen gegenereerd van Zijn eigen soort. Gods Koninkrijk is Gods familie bestaande uit geestelijke wezens naar Gods beeld en gelijkenis.
“Is er een natuurlijk lichaam, dan bestaat er ook een geestelijk lichaam. Aldus staat er ook geschreven: de eerste mens, Adam, werd een levende ziel; de laatste Adam (Christus) een levendmakende
geest. Doch het geestelijke komt niet eerst, maar het natuurlijke, en daarna het geestelijke. De eerste mens is uit de aarde, stoffelijk, de tweede mens is uit de hemel. Gelijk de stoffelijke is, zijn ook de stoffelijken, en zoals de hemelse is, zijn ook de hemelsen. En gelijk wij het beeld van de stoffelijke gedragen hebben, zo zullen wij het beeld van de hemelse dragen(1 Kor. 15: 44-49).

Vlees en bloed kunnen Gods Koninkrijk niet beërven. Gods Koninkrijk is een geestelijk dimensie. Men krijgt een goddelijk, geestelijk lichaam om eeuwig te leven.
“Dit spreek ik evenwel uit, broeders: vlees en bloed kunnen het Koninkrijk Gods niet beërven en het vergankelijke beërft de onvergankelijkheid niet. Zie, ik deel u een geheimenis mede. Allen zullen wij niet ontslapen, maar allen zullen wij veranderd worden, in een ondeelbaar ogenblik, bij de laatste bazuin, want de bazuin zal klinken en de doden zullen onvergankelijk opgewekt worden en wij zullen veranderd worden. Want dit vergankelijke moet onvergankelijkheid aandoen en dit sterfelijke moet onsterfeljkheid aandoen” (1 Kor. 15: 50-53).

De overige doden en het oordeel
De overige doden zullen na de duizend jaar geoordeeld worden. Zij krijgen een fysiek lichaam en komen weer tot leven. Op hen heeft de tweede dood in de poel des vuurs wel macht.
In Ezechiel 37: 1-10 wordt beeldig beschreven hoe de droge beenderen van het gehele huis van Israël weer tot leven komen. Ook zal God van Zijn Geest in hen geven (vers 14). Dat houdt in dat ook zij behouden kunnen worden.
Deze periode wordt genoemd het oordeel van de grote witte troon (Openbaring 20:11-15). Ook de mensen uit Tyrus en Sidon zullen in het oordeel opstaan en zullen hen die de wonderen van Jezus Christus hebben aanschouwd maar niet in Hem hebben geloofd, veroordelen. “Wee u, Chorazin, wee u, Betsaida, want indien in Tyrus en Sidon die krachten waren geschied, welke in u geschied zijn, reeds lang zouden zij, in zak en as gezeten, zich bekeerd hebben. Doch het zal voor Tyrus en Si-don draaglijker zijn in het oordeel dan voor u” (Lukas 10:13-14). Alleen diegenen die na het oordeel niet in het boek des levens beschreven worden bevonden, worden in de poel des vuurs geworpen. De poel des vuurs of hel vernietigt lichaam en ziel. De tweede dood is wat dat betreft nog erger dan de eerste dood. Ook hier geldt: stilte, geen kennis, geen overleg, geen werk, geen wijsheid, geen weet van God en Hem niet kunnen loven. Hierna is er geen opstanding meer mogelijk.
“En weest niet bevreesd voor hen, die wel het lichaam doden, maar de ziel niet kunnen doden; weest veeleer bevreesd voor Hem, die beide, ziel en lichaam, kan verderven in de hel” (Mattheüs 10:28).

Dood, waar is uw prikkel?
De dood is altijd een vijand geweest, want geen enkel mens behalve Christus is ooit onvergankelijk uit de dood opgestaan. De doden in Christus liggen in stilte te wachten op de komst van Christus om onvergankelijk en vrij van zonde opgewekt te worden. Wanneer dat eenmaal plaats heeft gevonden is de dood overwonnen.
“En zodra dit vergankelijke onvergankelijkheid aangedaan heeft, en dit sterfelijke onsterfelijkheid aangedaan heeft, zal het woord werkelijkheid worden, dat geschreven is: De dood is verzwolgen in de overwinning. Dood, waar is uw overwinning?
Dood, waar is uw prikkel? De prikkel des doods is de zonde en de kracht der zonde is de wet. Maar Gode zij dank, die ons de overwinning geeft door onze Here Jezus Christus.
Daarom, mijn geliefde broeders, weest standvastig, onwankelbaar, te allen tijde overvloedig in het werk des Heren, wetende, dat uw arbeid niet vergeefs is in de Here” (1 Kor 15: 54-58).

Hoe komen we in aanmerking voor het eeuwig leven?
Om in aanmerking te komen voor de opstanding tot eeuwig leven dient men de inwoning van Gods Geest te hebben.
In Romeinen 8 vers 11 wordt dit duidelijk gemaakt:
“En indien de Geest van Hem, die Jezus uit de doden heeft opgewekt, in u woont, dan zal Hij, die Christus Jezus uit de doden opgewekt heeft, ook uw sterfelijke lichamen levend maken door zijn Geest, die in u woont” (Romeinen 8: 11).
Gods Geest verkrijgt men door berouw en bekering, geloof in Jezus Christus en door zich te laten dopen in de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest (Handelingen 2:38).

Wilt u meer weten over dit onderwerp? Vraag de volgende kostenloze, nederlandstalige boekjes aan:

Bent u de Engelse taal machtig dan kunt u ook de volgende Engelstalige uitgaven aanvragen:

Dat kunt u doen door een e-mailbericht te sturen naar info@ucgholland.n1 of door de literatuur kostenloos te bestellen via onze website (www.ucg-holland.nl) of gewoon via een brief per post gericht aan UCG Holland, Postbus 58, 2800 AB Gouda.

__________________________________________________________________________________________________________________________
Vraag en Antwoord


Vraag:
Wat bedoelde Christus toen Hij tegen de misdadiger aan het kruis zei: “Voorwaar, Ik zeg u, heden zult gij met Mij in het paradijs zijn (Lukas 23:43)?”
Zijn zij niet diezelfde dag na hun dood naar het paradijs gegaan?


Antwoord:
Christus was gekruisigd samen met misdadigers. Een van de misdadigers lasterde en zei tegen Christus: “Zijt Gij niet de Christus? Red Uzelf en ons! Maar de andere antwoordde en zeide, hem bestraffende: Vreest zelfs gij God niet, nu gij hetzelfde vonnis ontvangen hebt? En wij terecht, want wij ontvangen vergelding, naar wat wij gedaan hebben, maar deze heeft niets onbehoorlijks gedaan.
En hij zeide: Jezus, gedenk mijner, wanneer Gij in uw Koninkrijk komt. En Hij zeide tot hem: Voorwaar, Ik zeg u, heden zult gij met Mij in het paradijs zijn” (Lukas 23:39-43). Deze tekst doet denken dat Christus op dezelfde dag na de dood in het paradijs was met de misdadiger. De Bijbel leert echter dat wanneer iemand sterft hij in de stilte daalt (Psalm 115:7). Zijn geest gaat terug naar God die hem geschonken heeft. “Het stof wederkeert tot de aarde,
zoals het geweest is, en de geest wederkeert tot God, die hem geschonken heeft (Prediker 12:7).
De menselijke geest gaat terug naar God. Dit geldt voor iedereen, voor zowel rechtvaardigen als onrechtvaardigen.
Toen Christus stierf en de geest gaf is Zijn menselijke geest ook naar de Vader teruggegaan.
Dat betekende echter niet dat Christus onmiddellijk na de dood weer leefde in de hemel of in het paradijs. De geest van de mens is te vergelijken met elektriciteit. Zonder stroom is een elektrisch apparaat dood en doet niks. De stroom verleent kracht aan het apparaat. De menselijke geest verleent levenskracht aan het lichaam. Zonder de menselijke geest is de mens dood. Als de stroom teruggaat naar de bron betekent dit dat het apparaat weer actief is? Neen! Evenmin geldt het voor de menselij - ke geest die naar de bron teruggaat. De menselijke geest is na de dood van niets bewust.
gaat zijn adem uit, dan keert hij weder tot zijn aarde, te dien dage vergaan zijn plannen (psalm 146:4 ).” Alle plannen van de mens vergaan. Pas na de opstanding als God een nieuw lichaam en een nieuwe geest in dat lichaam plaatst, gaat de persoon weer leven.
Geloofd zij de God en Vader van onze Here Jezus Christus, die ons naar zijn grote barmhartigheid door de opstanding van Jezus Christus uit de doden heeft doen wedergeboren  worden tot een levende hoop (1 Petrus 1:3).
Christus ging niet gelijk na Zijn dood naar de hemel. Hij bleef drie dagen en drie nachten dood in het graf en kwam weer tot leven door de opstanding. De misdadiger komt ook weer tot leven door een opstanding maar die vindt pas plaats na de wederkomst van Christus. (Zie Openb. 20:1-5, supplement sept-oct 2009). Christus en de misdadigers konden
dus niet diezelfde dag samen in het paradijs zijn.
Wat bedoelde Christus dan met heden zult gij met Mij zijn in het paradij s?
De tekst bevat namelijk een verkeerde punctuatie en dient anders te worden gelezen. Dan wordt het duidelijk wat Christus bedoelde.
In plaats van “voorwaar, Ik zeg u, heden zult gij met Mij in het paradijs zijn ”dient de komma achter het woord heden geplaatst te worden: Voorwaar, Ik zeg u heden, gij zult met Mij in het paradijs zijn. Christus heeft bij wijze van bekrachtiging tegen de misdadiger als het ware gezegd: “Heden zeg Ik u toe, gij zult met Mij zijn in het paradijs.” Ook ging Christus toen Hij drie dagen en drie nachten dood in Zijn graf lag, niet prediken tot de geesten in de gevangenis, zoals soms wordt gesuggereerd in 1 Petrus 3:19-20. Hij, die gedood is naar het vlees, maar levend gemaakt naar de geest, in welke Hij ook heengegaan is en gepredikt heeft aan de geesten in de gevangenis, die eertijds ongehoorzaam geweest waren, toen de lankmoedigheid Gods bleef afwachten, in de dagen van Noach, terwijl de ark in gereedheid werd gebracht. Het vette gedeelte geeft aan dat pas nadat Hij in de geest weer levend werd gemaakt, de prediking plaatsvond. Het Griekse woord voor prediken, ekēruxen afgeleid van kerusso, kan ook verkondiging betekenen. Na Zijn opstanding zijn engelen, machten en krachten Hem onderworpen (vers 22) en door de opstanding heeft Hij Zijn overwinning over de boze geesten behaald en verkondigd.
Wilt u meer weten over wie Christus werkelijk was, vraag onze kostenloze literatuur aan:

© United Church of God Holland: Adres: Postbus 93, 2800 AB Gouda. Tel 0615887801/ fax: 084-8704080
Web:
www.ucg-holland.nl. Email: info@ucg-holland.nl.

Financieel steunen? Dat kan via Bankrekening: 53.83.60.747 of Giro 3561825 te name van UCG-Holland te Gouda