Het Nederlandse Supplement van

4

mei/juni 2013

De les van het feest der Eerstelingen

Als Jezus Christus is gekomen om de mensheid te redden, waarom is de wereld er dan nu zo slecht aan toe? Jezus Christus zei Zelf dat Hij "niet (is) gekomen om de wereld te oordelen, doch om de wereld tebehouden” (Johannes 12:47). Maar kunnen we in een wereld waarin dagelijks honderden mensen sterven als gevolg van oorlogen, onlusten, moord, hongersnood, ziekte en natuurgeweld, een wereld waarin onrecht, immoraliteit en allerlei goddeloze daden welig tieren, een wereld waarin dagelijks duizenden mensen sterven zonder ooit de naam Jezus Christus gehoord te hebben of zelfs maar een Bijbel gezien te hebben, laat staan deze gelezen te hebben, dan beweren dat Christus’ missie succesvol is geweest?

Heeft Jezus Christus zich vergist? Is Hij er niet in geslaagd om te volbrengen wat Hij had gezegd te zullen doen? Als het Jezus’ bedoeling was om de wereld te redden, is de wereld dan werkelijk gered? Is het wel mogelijk om te concluderen dat de wereld gered is?


Raadselachtige vragen

Deze vragen hebben nadenkende mensen altijd voor raadselen gesteld wanneer zij geconfronteerd worden met dergelijke feiten. Als de christelijke Kerk als doel had om de boodschap van Christus met kracht aan de wereld te brengen opdat de wereld behouden zou kunnen worden, waarom is de wereld dan in zon religieuze verwarring?

En waarom is de wereld in zo’n slechte morele toestand als het evangelie dat Jezus Christus verkondigde toch de antwoorden op de menselijke problemen in zich heeft? Slaagde Christus er niet in om de medewerking van Zijn eigen Kerk te krijgen om deze missie te volbrengen? Is Hij eenvoudigweg niet in staat om het geloof van Zijn belijdende volgelingen zodanig te inspireren dat zij grotere werken doen dan Hij (Johannes 14:12), zoals Hij beloofde? Of zijn de krachten die de mens tegenwerken eenvoudigweg te machtig voor de ongelovige mensheid? De antwoorden op al deze vragen worden, opmerkelijk genoeg, geïllustreerd aan de hand van een Feest genaamd het Feest der Eerstelingen (Exodus 23:16). Dit Feest is, samen met de andere jaarlijkse Feestdagen van God (zie Leviticus 23:2, waar God zegt dat het Zijn Feesttijden zijn en dus niet slechts Joodse Feesten of Feesten van het volk Israël), geboden door God in Leviticus 23:15-21. We zien dat later ook de Kerk, die door Jezus gesticht was, dit Feest vierde. Om nog preciezer te zijn: de nieuwtestamentische Kerk werd gesticht op exact deze dag (Handelingen 2:1-41). God had er een bedoeling mee dat Zijn volk Israël Zijn Feesttijden zou vieren en dat, later, Zijn Kerk deze zou onderhouden. Door het onderhouden van deze Feesten onthult God aan Zijn volk de stadia van Zijn plan van behoud voor de mensheid. De betekenis van het Feest waarbij de oogst van de eerstelingen gevierd wordt (Pinksteren), onthult één van de belangrijkste fasen van Gods plan met de mensheid.

Algemene, maar onjuiste veronderstellingen

De meeste groepen van belijdende christenen nemen aan dat het Gods bedoeling was dat iedereen de boodschap van behoud te horen zou krijgen. De missie van verschillende kerken was dus om deze boodschap aan ieder mens te verkondigen, om zodoende hem of haar de mogelijkheid te geven om Christus te aanvaarden voordat het te laat zou zijn. Deze algemene visie, die door het grootste gedeelte van de christelijke wereld is overgenomen, heeft erin geresulteerd dat kerken menen dat zij zoveel mogelijk mensen ertoe moeten bewegen om Christus direct te aanvaarden, ongeacht de diepte van hun toewijding. Maar hoeveel ontelbare miljoenen hebben door de eeuwen heen nooit van Hem gehoord? Als behoud een kwestie is van het aanvaarden van Christus in dit fysieke leven, wat is dan het lot van de honderden miljoenen mensen die geleefd hebben en gestorven zijn voordat Jezus Christus was geboren en voor wie het dus onmogelijk was om Christus te aanvaarden? Moeten we, als we met deze vragen geconfronteerd worden, dan toch twijfelen aan de reddende kracht van Jezus Christus? Nee, integendeel, wellicht zouden we juist ons begrip van Zijn bedoelingen aan een nader onderzoek moeten onderwerpen. Als het Christus’ bedoeling was om de wereld tot Zich te trek-ken en de wereld begrip bij te brengen, had Hij zeker de autoriteit en macht kunnen uitoefenen om die taak te volbrengen. Hij zei immers dat Hem “is gegeven alle macht in de hemel en op [de] aarde” (Matteüs 28:18; zie ook Efezi- ers 1:20-21). Als Christus’ macht en autoriteit, die veel groter zijn dan wat dan ook, werkelijk niet sterk genoeg zouden zijn om de ons tegenwerkende, duistere krachten te overwinnen, dan zouden we misschien enigszins nerveus moeten worden. Maar misschien had God wel iets heel anders in gedachten.

Hoe dit Feest past in het plan van God met de mensheid

Wat heeft het Feest der Eerstelingen, of Pinksteren, te maken met deze uitermate belangrijke vragen? Er schuilt een grote betekenis in de naam ervan: Feest der Eerstelingen of “Feest van de oogst, der eerstelingen van uw vruchten” (Exodus 23:16). De naam geeft aan dat er meer dan één oogsttijd is. Zoals we zullen zien is dit Feest een voorafschaduwing van Gods bedoeling om eerst een kleine groep mensen tot behoud te roe-pen (of te ‘oogsten’), en om later een veel grotere groep mensen tot behoud te roepen. Laten we deze ontzagwekkende waarheid, zoals deze zichtbaar wordt in de goddelijk geopenbaarde feesttijden van God, eens nader bekijken. God heeft Zijn feesttijden zó ingedeeld qua tijd, dat deze samenvallen met de landbouwcyclus van twee oogsten in het oude Israël – één in het voorjaar en de andere in het najaar – om aan Zijn volk een belangrijke les te leren. Het Feest der Eerstelingen viel samen met de eerste oogst, de gerst- en tarweoogst in dat gebied (Exodus 34:22). Dit Feest stond ook bekend onder de naam Feest der Weken (Deuteronomium 16:910). De Griekse naam voor dit Feest is pentecoste, wat betekent ‘vijftigste’, hetgeen in dit geval duidt op de ‘vijftigste dag’. Het werd zo genoemd, omdat het 50 dagen na de oogst van de eerste graanschoof werd gevierd. Op deze Pinksterdag offerden de Israëlieten twee beweegbroden, die gemaakt waren van meel van het nieuwe graan van de oogst. Deze twee broden werden “eerstelingen van de Here” (Leviticus 23:16-17) genoemd. De mensen mochten “generlei slaafse arbeid” verrichten op deze dag en kwamen bijeen voor een heilige samenkomst (vers 21). Dit was een opmerkelijke gebeurtenis, zoals we nog zullen zien. Een later Feest, namelijk het Loofhuttenfeest of het Feest der inzameling (Exodus 34:22), viel samen met de afsluiting van de late oogst, wanneer alle oogst, waaronder komkommers, meloenen, noten en vooral vijgen, dadels, olijven en druiven, verzameld was (Leviticus 23:39; Deuteronomium 16:13). Deze twee feesten representeren grote stappen in de geestelijke oogst van de mensheid tot behoud. Het Feest der Eerstelingen symboliseert de roeping en voorbereiding van de Kerk in deze tijd. Dit is de eerste geestelijke oogst. De latere geestelijke oogst zal plaatsvinden in de toekomst. Gods eerste oogst van mensen vindt plaats in voorbereiding op de toekomstige tijd wanneer Jezus Christus Zijn Koninkrijk op aarde zal vestigen.

Het fysieke beeldt het geestelike uit!

De geestelijke betekenis van de eerste oogst, uitgebeeld door het Feest der Eerstelingen, wordt duidelijk gemaakt in de Schrift. “Maar nu, Christus is opgewekt uit de doden, als eersteling van hen, die ontslapen zijn ... Want evenals in Adam allen sterven, zo zullen ook in Christus allen levend gemaakt worden. Maar ieder in zijn eigen rangorde: Christus als eersteling, vervolgens die van Christus zijn bij zijn komst” (1 Korintiërs 15: 20, 2223; nadruk onzerzijds). De garve van het beweegoffer (Leviticus 23:15), die 50 dagen vóór Pinksteren het begin van de gersteoogst inluidde, stond symbool voor de opgestane Christus, Die naar Zijn Vader in de hemel voer. Het offer van de eerstelingen van de tarweoogst op de Pinksterdag (Leviticus 23:17) stond symbool voor de eerstelingen van Gods oogst van de mensheid tot behoud. Is het u ooit opgevallen dat Paulus in 1 Korintiërs 15 duidelijk stelt dat God de doden in een bepaalde volgorde zal opwekken? Eerst was daar Jezus Christus, Die was opgewekt als “de eersteling van hen, die ontslapen zijn”, om gevolgd te worden door anderen bij Zijn terugkeer. Paulus stelt dat de opstanding van de heiligen bij de terugkeer van Christus (verzen 44 en 53) zal plaatsvinden in een ondeelbaar ogenblik, “bij de laatste bazuin” (vers 52), dat de terugkeer van Jezus Christus naar deze aarde zal aankondigen (Openbaring 11:15). Op dat moment zal God de doden, die voorheen trouw waren geweest aan Christus, opwekken en Hij zal hen samen met degenen die nog in leven zijn en eveneens trouw zijn gebleven, veranderen in onsterfelijke kinderen van God – waarna zij Jezus Christus tegemoet gaan in de lucht (1 Tessalonicenzen 4:16-17). Deze wonderbaarlijke gebeurtenis is beschreven als de eerste opstanding in Openbaring 20:6.

De wereld onder leiding van Christus

Gedurende de regering van Christus en de opgestane heiligen op aarde (Openbaring 5:10) zal de tweede oogst van de mensheid tot behoud beginnen. Gods kennis zal dan eindelijk alom aanwezig zijn: “Want de aarde zal vol worden van de kennis van des Heren heerlijkheid, gelijk de wateren die de bodem der zee bedekken” (Habakuk 2:14). Alle mensen zullen zélf het heerlijke Koninkrijk van God, waarover Jezus gesproken had tijdens Zijn tijd hier op aarde, ervaren (Matteüs 4:17; Marcus 1:14; Lucas 4:43). Jesaja 2:2-3 schept ons een beeld van het begin van deze latere, grote oogst: “En het zal geschieden in het laatste der dagen: dan zal de berg van het huis des Heren vaststaan als de hoogste der bergen, en hij zal verheven zijn boven de heuvelen. En alle volkeren zullen derwaarts heenstromen en vele natiën zullen optrekken en zeggen: Komt, laten wij opgaan naar de berg des Heren, naar het huis van de God Jakobs, opdat Hij ons lere aangaande zijn wegen en opdat wij zijn paden bewandelen. Want uit Sion zal de wet uitgaan en des Heren woord uit Jeruzalem.” De mensheid zal dan als geheel de mogelijkheid hebben om te leren en te leven volgens Gods wegen. “Dan zullen zij niet meer een ieder zijn naaste en een ieder zijn broeder leren: Kent de Here: want zij allen zullen Mij kennen, van de kleinste tot de grootste onder hen, luidt het woord des Heren, want Ik zal hun ongerechtigheid vergeven en hun zonde niet meer gedenken” (Jeremia 31:34).

Wat gebeurt er dan met degenen die geleefd hebben en gestorven zijn, zonder dat zij ooit iets van God de Vader en Jezus Christus geweten hebben? Openbaring 20:6 laat zien dat Gods trouwe heiligen in de “eerste opstanding” zullen zijn. Maar als er een eerste opstanding is, dan moet er ook een tweede opstanding zijn. En die is er inderdaad. Het boek Openbaring maakt duidelijk dat er een andere opstanding uit de dood zal zijn. Na de duizendjarige regering van Jezus Christus en de opgestane heiligen op aarde (Openbaring 5:10) werden “de overige doden (...) niet weder levend, voordat de duizend jaren voleindigd waren” (Openbaring 20:5). Dit zet Gods tweede oogst van de mensheid tot behoud in werking. Op dat moment zullen allen, die ooit geleefd hebben, maar niet in de gelegenheid zijn geweest om Gods wegen te leren of over het verzoenende offer van Jezus Christus te leren, hún mogelijkheid op behoud krijgen. Deze opstanding van ontelbare miljoenen mensen tot een fysiek, vergankelijk leven wordt beschreven in Ezechi- el 37:1-11, Matteüs 12:41-42 en Openbaring 20:5, 13. Deze mensen zullen – voor de eerste maal – de mogelijkheid krijgen om berouw te hebben en te worden bekeerd door Gods Heilige Geest (Handelingen 2:38; 3:19). Ook zij zullen dan het eeuwige leven beërven. We zien in dit wonderbaarlijke plan de vervulling van Gods wens “dat alle mensen behouden worden en tot erkentenis der waarheid komen” (1 Timoteüs 2:4). God wil niet “dat sommigen verloren gaan, doch dat allen tot bekering komen” (2 Petrus 3:9) en middels Zijn plan zal ieder die nooit tevoren de mogelijkheid tot red-ding heeft gehad in zijn of haar fysieke leven gered worden.

De eerstelingen moeten nu ‘de wereld’ overwinnen

De eerstelingen in Gods plan zijn degenen die nu geroepen zijn, in dit leven, en van wie hun verstand en manier van handelen veranderd worden om op Jezus Christus te gaan lijken doordat Gods Geest in hen werkt. De apostel Jakobus merkte op dat God ons “naar zijn raadsbesluit heeft (...) voortgebracht door het woord der waarheid, om in zekere zin eerstelingen te zijn onder zijn schepselen” (Jakobus 1:18). Paulus begreep zeer goed dat degenen die nu, in dit leven, geroepen en bekeerd zijn, de eerstelingen van Gods plan met de mensheid tot behoud zijn. Hij verwees naar diverse christenen uit de eerste eeuw als zijnde de eerstelingen van Gods roeping (Romeinen 16:5; 1 Korintiërs 16:15). De eerstelingen in Gods plan, degenen die nu geroepen zijn, bevinden zich nu echter in een geheel andere situatie dan degenen die in de ‘latere’ oogst zullen volgen. Jezus zei van degenen die in dit leven Zijn volgelingen zijn dat zij “niet uit de wereld [zijn], gelijk Ik niet uit de wereld ben” (Johannes 17:16). Zij zijn geroepen uit de wereld en van hen wordt verwacht dat zij het karakter van Christus in zich ontwikkelen, terwijl de rest van de mensheid misleid is (Openbaring 12:9) en normen en waarden hebben die afschuwelijk zijn in Christus’ ogen (1 Johannes 2:15-17).

Het huidige, boze tijdperk

De eerstelingen – Gods volk – zijn geroepen en doen hun best om God te gehoorzamen terwijl zij in “de tegenwoordige boze wereld” (Galaten 1:4) leven, waar Satan de feitelijke leider is (2 Korintiërs 4:4). De oogst van de eerstelingen is een kleine oogst, omdat op dit moment slechts weinigen de roeping door God accepteren, berouw hebben, zich bekeren en trouw blijven aan Gods weg van leven. Dat is de reden waarom Jezus zei: “Want eng is de poort, en smal de weg, die ten leven leidt, en weinigen zijn er, die hem vinden” (Matteüs 7:14). Na Christus’ terugkeer, wat een nieuw tijdperk zal inluiden, zal de gehele mensheid leren om te leven volgens de wetten en waarden van God. Op dat moment zal God Satan binden en hem niet meer toestaan om de naties te misleiden (Openbaring 20:2-3). Zonder Satans invloed zal de wereld eindelijk vrede kennen. Iedereen zal de Here kennen (Hebreeën 8:11). Degenen die niet aan de wereld gelijk zijn geworden (Romeinen 12:2) zullen degenen zijn die Christus zullen assisteren bij het onderwijzen van de waarheid aan God stelt Zijn mensen in staat om Zijn doel met hen te vervullen. God koos opmerkelijk genoeg de Pinksterdag uit om Zijn Kerk te beginnen door de Heilige Geest te geven aan Zijn getrouwe discipelen (Handelingen 1:15; 2:1-4). Velen denken bij ‘kerk’ aan een gebouw, maar dat is slechts een relatief moderne betekenis van het woord. Het Griekse woord dat vertaald is met ‘kerk’ in het Nieuwe Testament is ecclesia, hetgeen betekent “uitgeroepenen”. De Kerk is het gehele ‘lichaam’, de gehele groep van mensen die geroepen zijn uit deze wereld om het evangelie te verkondigen aan elke natie (Matteüs 24:14; 28:19-20). Het is door de Heilige Geest dat de Kerk het evangelie in de hele wereld kan prediken en alle volken tot discipelen kan maken (Matteüs 24:14; 28:19). Het is deze Geest die ervoor zorgt dat een persoon Jezus Christus toebehoort en onderdeel van de Kerk vormt (Romeinen 8:9). Om de Kerk te kunnen laten bestaan, was het nodig dat God Zijn Heilige Geest zond. De Pinksterdag markeert het begin van de Kerk van God. De eerstelingen in Gods plan van behoud zijn degenen die nu, in dit leven, door God geroepen worden om in Zijn Kerk te zijn. De Kerk, ook wel “het lichaam van Christus” genoemd (1 Korintiërs 12:27), bestaat uit individuele mensen in wie de Heilige Geest woont. Zij hebben berouw getoond over hun zonden en hebben zich tot Jezus Christus gewend als hun persoonlijke Verlosser. Zij hebben zich onderworpen aan gehoorzaamheid aan Zijn heilige en rechtvaardige wetten. Zij zijn bereid om alles op te geven om trouw aan Jezus Christus te blijven (Lucas 14:33).

De eerstelingen volgen Jezus Christus

Openbaring 14:4 zegt dat Gods mensen “eerstelingen voor God en het Lam” zijn. De verzen hieraan voorafgaand en hierop volgend verschaffen inzicht in het karakter van degenen die de eerstelingen zijn en waarom zij Jezus Christus vergezellen. Waarom worden zij zo door God op waarde geschat? Er wordt van hen gezegd dat de naam van de Vader op hun voorhoofd is geschreven (vers 1); God is dus in hun gedachten en in hun geest het belangrijkste. Zij hebben zich niet door een vals religieus systeem laten verleiden (Openbaring 2:20-22; 14:4; 17: 1-6). De eerstelingen zijn uit dit politieke en religieuze systeem, dat de wereld domineerde, gekomen en hebben het vermeden (Openbaring 17:1-6). Toen zij geroepen werden door Jezus Christus begrepen zij dat zij uit dit systeem moesten komen (Openbaring 18:3-4). Daarnaast volgen zij het Lam “waar Hij ook heengaat” (vers 4). Zij zijn in trouw toegewijd aan Jezus Christus. Aangezien Jezus hen zal gebruiken om Hem te assisteren bij het onderwijzen van Zijn kennis aan de wereld, is het van essentieel belang dat Zijn eerstelingen voor immer trouw blijven aan hun Heer en Heiland, Jezus Christus. Zij zijn door God “gekocht uit de mensen” (vers 4) met het kostbare bloed van Jezus Christus (1 Petrus 1:18-19). Omdat zij gekocht zijn door God, weten zij dat hun leven niet langer aan hun toebehoort, maar juist aan Jezus Christus (Galaten 2:20). Zij dienen nu God met lichaam en geest te verheerlijken (1 Korintiërs 6:20, Herziene Statenvertaling). Bovendien is “in hun mond (...) geen leugen gevonden” (Openbaring 14:5). Zij hebben geleerd om om te gaan met het kwaad dat zich normaliter in het hart van de mens bevindt. Er is geen bedrog, geen samenzwering, geen veinzen in hun handelen en hun woorden. Zij hebben geleerd over de echtheid, de oprechtheid en de eenvoud van Christus. Zij hebben kortweg leren omgaan met het bedrog van hun eigen hart en hebben geleerd zich volledig over te geven aan het pure en onberispelijke leven van Christus in hen. Om deze redenen zijn zij “smetteloos voor de troon van God” (vers 5, Herziene Statenvertaling).

Het plan van God in beeld

De belangrijkste stappen in Gods plan van behoud voor de mensheid worden onthuld door Zijn Heilige Dagen. We leven nu in dit tijdperk van de eerstelingen, een tijd waarin God een speciaal uitverkoren groep mensen aan het voorbereiden is om te regeren met Jezus Christus (1 Petrus 2:19). Bent u onderdeel van die groep? Als u acht slaat op de raad van de apostel Petrus toen hij ons aanmoedigde om ons er des te meer op toe te leggen “om uw roe-ping en verkiezing te bevestigen” (2 Petrus 1:10), zult u onderdeel zijn van die groep!

Voor meer informatie over dit onderwerp adviseren wij u om de volgende gratis boekjes aan te vragen via onze website www.ucgholland.nl of deze per post of per e-mail aan te vragen:

- Gods Plan volgens Zijn Heilige Dagen
- Het Evangelie van Gods Koninkrijk
- De Weg naar Eeuwig Leven
- Wat is Uw Bestemming?

Mededelingen vanuit de United Church of God in Holland (UCG-Holland):

Beyond Today
Indien u het Engels beheerst, willen we u ook graag wijzen op ons televisieprogramma “Beyond Today”. U kunt deze via internet volgen via de volgende link: http://www.ucg.org/ beyond-today.

Website en publicaties
Let u ook op onze website waarop we een gratis 12-delige bijbelcursus aanbieden en waarop we vele uitgaven hebben gepubliceerd die u gratis kunt aanvragen of gratis kunt downloaden.

 

Heeft u vragen?

Stuur ook vragen naar:
The Good News
Postbus 93
2800 AB Gouda,
Nederland
www.ucg-holland.nl
Email: info@ucg-holland.nl

Nieuwe nederlandstalige boekjes

In februari 2013 zijn twee nieuwe boekjes verschenen in het Nederlands:

Bestel deze boekjes, zonder kosten, via onze website of vraag deze schriftelijk aan.

 

Financieel steunen?
De uitgaven van United Church of God worden u om niet ter beschikking
gesteld (Mattheüs 10:8b “Om niet hebt gij het ontvangen, geeft het om niet”).

Indien u ons financieelwenst te steunen, stellen wij dit zeerop prijs.

United Church of God is ANBI gecertificeerd, zodat uw giften aftrekbaar zijn voor de inkomstenbelasting.
Uw giften kunt u overmaken op rekeningnummer 53.83.60.747 of (ING) rekeningnummer 3561825

 

© United Church of God Holland: Adres: Postbus 93, 2800 AB Gouda. Tel: 06-15887801 / Fax: 084-8704080. Email: info@ucg-holland.nl Web: www.ucg-holland.nl. Financieel steunen? Via Bankrekening: 53.83.60.747 of Girorekening: 3561825 t.n.v. UCG Holland te Gouda