Het Nederlandse Supplement van

4

september / oktober 2014

70 weken Profetie van Daniël 9

 

Komt er binnenkort vrede in Jeruzalem? Zal de komende wereldheerser een vredesverbond sluiten van 7 jaar met de Joden en de Palestijnen om dit later in te trekken? Wie bekrachtigt dit verbond: een vorst, een volk of de Messias? Wat voorspelt deze profetie eigenlijk met betrekking tot de eindtijd?

De huidige escalatie in Palestina maakt deze profetie heel actueel. De aanhoudende raketaanvallen door Hamas en Israëls verijdeling van Hamas’ plannen om op Rosh Hashana (Bazuinendag, 25 september 2014) een aanslag via de tunnels te plegen, hebben de regering van Israël doen besluiten om alle tunnels van Hamas te vernietigen.
Zal dit conflict uiteindelijk leiden tot een 7 jaar durende periode van vrede als gevolg van vredesbesprekingen tussen deze twee partijen?
Over deze profetie is veel geschreven en er bestaan allerlei uitleggingen die een verkeerd beeld geven afwijkend van de waarheid en waardoor ze verwarring veroorzaken. Wat men vooral moet weten, is dat de Bijbel zichzelf interpreteert en geen eigen interpretaties van mensen toelaat. Wat deze profetie voornamelijk voorspelt, is de eerste komst van de Messias en Zijn verschijning op het toneel. Maar ook Gods plan om de zonde van de wereld weg te nemen wordt hier uitgelegd.
Daniëls 70 weken profetie gaat eigenlijk over een toekomstige periode waarvan God aan Daniel bekend wilde maken wat er in die periode met het volk van Daniël en de stad Jeruzalem zou gaan gebeuren. God zegt als het ware tegen Daniel: het heeft Mijn aandacht en Ik zal de zonden volledig uitroeien en eeuwige gerechtigheid brengen.
Daniël was op dat moment tot God aan het bidden over het lot van zijn volk en zijn geliefde stad Jeruzalem (Daniël 9:20). Toen kwam de engel Gabriël om Daniël inzicht te geven hierover:
De periode is een periode van 70 weken die zijn vastgesteld over Daniëls volk en Jeruzalem.
In die zeventig weken zullen 6 dingen plaatsvinden; deze worden vermeld in vers 24. Laten we lezen wat deze 6 punten zijn.
Daniël 9:24 (alle verzen komen uit de Herziene Statenvertaling tenzij anders is vermeld):
“Zeventig weken zijn er bepaald over uw volk en uw heilige stad, om de overtreding te beëindigen, de zonden te verzegelen, de ongerechtigheid te verzoenen, om een eeuwige gerechtigheid tot stand te brengen, om visioen en profeet te verzegelen, en om de Heiligheid van heiligheden te zalven.”

De eerste drie punten die hier worden genoemd, zijn:
1. Overtreding beëindigen.
2. Zonden verzegelen (= een einde aan zonde maken).
3. Ongerechtigheid verzoenen (begint met de eerste komst van Jezus Christus).

Deze eerste 3 punten hebben te maken met verzoening en het wegnemen van zonde. Pas NA de eerste komst van Christus op aarde was dit mogelijk geworden. De volgende drie punten houden verband met de tweede komst van Jezus Christus:


4. Eeuwige gerechtigheid tot stand brengen (dit is het nieuwe verbond na de opstanding tot heerlijkheid).
5. Visioen en profeet verzegelen (gezicht en profetie verzegelen). Pas als Christus terug is gekeerd op aarde is de noodzaak voor profetieën met betrekking tot Gods Koninkrijk voorbij.
6. Heiligheid van heiligheden zalven. Dit slaat of op de nieuwe tempel van Ezechiël of op Christus zelf als Koning der Koningen en Heer der Heren. In deze context lijkt het plausibeler dat dit slaat op de nieuwe tempel.

De laatste 3 punten komen met andere woorden tot stand ná de terugkomst van Jezus Christus als Koning der Koningen en Heer der Heren.
Al deze 6 punten zijn afhankelijk van het offer van Jezus Christus om in vervulling te kunnen gaan en moeten dus aan bod komen gedurende de uitleg van deze profetie. We lezen verder in Daniël 9:25:
“U moet weten en begrijpen: vanaf de tijd dat het woord uitgaat om te laten terugkeren en om Jeruzalem te herbouwen tot op Messias, de Vorst, verstrijken er zeven weken en tweeënzestig weken. Plein en gracht zullen opnieuw gebouwd worden, maar wel in benauwde tijden.”


Er zijn 3 tot 4 decreten (een decreet is een opdracht) van de Meden en Perzen geweest waarop het “woord” van vers 25 kan doelen:
1. Het eerste decreet was om de tempel te herbouwen onder Cyrus (Kores) in 538 voor Chr. (2 Kronieken 36:22-23, Ezra 1:1-4).
2. Het tweede decreet volgde onder Darius. Dit was meer een herinnering om de tempel af te maken in 520 voor Chr. (Ezra 6:1, 6-12, 16 inwijding).
3. Daarna dat van Arthahsasta I (Longimanus) in 457 voor Chr. om Jeruzalem te herbouwen (Ezra 7).
4. Het vierde decreet is van Nehemia in 444 voor Chr. om de wederopbouw van Jeruzalem voort te zetten. Zie Nehemia 2:8.

In 457 voor Chr. (zie punt 3) is het bevel aan Ezra gegeven om Jeruzalem te herbouwen.
“Ezra kwam in Jeruzalem in de vijfde maand, dat was het zevende jaar van de koning. Op de eerste van de eerste maand was namelijk het begin van zijn tocht uit Babel, en op de eerste van de vijfde maand kwam hij in Jeruzalem aan, omdat de goede hand van zijn God over hem was. Ezra had immers zijn hart erop gericht om de wet van de HEERE te onderzoeken, om die te doen en om in Israël de verordeningen en bepalingen te onderwijzen” (Ezra 7:8-10).

De brief van Arthahsasta
“Dit is het afschrift van de brief die koning Arthahsasta had meegegeven aan Ezra, de priester, de schriftgeleerde, een schriftgeleerde bedreven in de woorden van de geboden van de HEERE, en van Zijn verordeningen voor Israël.
Arthahsasta, koning der koningen, aan de priester Ezra, de schriftgeleerde, bedreven in de wet van de God van de hemel, volkomen vrede, en op dit tijdstip. Door mij wordt bevel gegeven dat iedereen in mijn koninkrijk van het volk Israël, ook priesters en Levieten, die vrijwillig naar Jeruzalem wenst te gaan, met u mee mag gaan. Aangezien u vanwege de koning en zijn zeven raadsheren bent gezonden om onderzoek te doen in Judea en in Jeruzalem naar de wet van uw God, waarover u beschikt, en om het zilver en goud daarheen te brengen dat de koning en zijn raadsheren vrijwillig gegeven hebben aan de God van Israël, Wiens woning in Jeruzalem is, en ook al het zilver en goud te brengen dat u kunt vinden in het hele gewest van Babel, mét de vrijwillige gaven van het volk en de priesters, die vrijwillig geven voor het huis van hun God in Jeruzalem – daarom moet u voor dat geld zorgvuldig runderen, rammen en lammeren kopen met hun graanoffers en drankoffers, en die offeren op het altaar van het huis van uw God in Jeruzalem” (Ezra 7:11-19).

Conclusie van Ezra
“Geloofd zij de HEERE, de God van onze vaderen, Die het zo in het hart van de koning heeft gegeven om het huis van de HEERE dat in Jeruzalem staat, aanzien te geven. Hij heeft mij goedertierenheid bewezen bij de koning, zijn raadgevers en alle machtige vorsten van de koning. Ik vatte moed omdat de hand van de HEERE, mijn God, over mij was en ik riep uit Israël familiehoofden bijeen om met mij mee te trekken” (Ezra 7:27-28).

Terug naar Daniël 9:25:
“U moet weten en begrijpen: vanaf de tijd dat het woord uitgaat om te laten terugkeren en om Jeruzalem te herbouwen tot op Messias, de Vorst, verstrijken er zeven weken en tweeënzestig weken.”
Deze weken zijn elk 7 jaren gebaseerd op het “een dag voor een jaar”-principe:
“Overeenkomstig het aantal dagen dat u dat land verkend hebt, veertig dagen, voor elke dag een jaar, zult u uw ongerechtigheden dragen, veertig jaar lang, en u zult van Mij tegenstand ondervinden” (Numeri 14:34).

We zien hier dus 3 perioden:
a. 7 weken: 7x7 = 49 dagen of jaren,
b. 62 weken: 62x7 = 434 dagen of jaren,
b. 1 week: 1x7= 7 dagen of jaren.

Het bevel zal naar alle waarschijnlijkheid in het zesde jaar van Arthahsasta I zijn gegeven. Verwacht mag worden dat Ezra niet lang zal hebben gewacht om te vertrekken. Hij vertrok op de 1ste van de eerste maand. Als het bevel om Jeruzalem te herbouwen volgens geleerden in dat 6e jaar was, dan komt dat overeen met het jaar 457 voor Chr. Na de 7 weken, ofwel 49 jaar, was Jeruzalem herbouwd. 49 jaren later brengt ons in 408 voor Chr. (457 minus 49 jaar). Jeruzalem was gereed en 62 weken later (ofwel 62x7 = 434 jaren) moest de Messias verschijnen. Samen 49 + 434 = 483 jaren.
457 voor Chr. minus 483 brengt ons in het jaar 26 na Chr. Daar moeten we 1 jaar bij op tellen vanwege de nul-doorgang, zodat we terecht komen in het jaar 27 na Chr., het jaar van Christus’ verschijning (dat wil zeggen: Christus’ eerste publieke optreden).

(Sommige geleerden geloven overigens dat niet 457 na Chr., maar een jaar eerder, namelijk 458 na Chr., het jaar van het bevel was. Een jaar eerder levert dan het jaar 26 na Chr. op als resultaat. Maar ook dit jaartal zou evengoed kunnen aangezien het Pascha waarop Jezus Christus gedood werd, 3,5 jaar na het het begin van Christus’ optreden, zowel in het jaar 30 na Chr. als in het jaar 31 na Chr. op een woensdag viel. Voor meer informatie over op welke dag de kruisiging van Jezus Christus plaatsvond, verwijzen wij u naar de Supplementen van maart-april 2002 en van maart-april 2011, welke u op onze website www.ucg-holland.nl kunt terugvinden.) Merk op dat het grootste deel van deze periode (namelijk 69 weken) erom draaide om de eerste komst van de Messias op het toneel aan te duiden.



Waarom eigenlijk?
Je zou verwachten dat God in deze profetie meteen door zou gaan naar de eerste komst van Jezus Christus de Messias. Deze ‘breuk’ was namelijk een antwoord op het gebed van Daniël, die bad om vergeving van de zonden van zijn volk en om restauratie van Jeruzalem (zie Daniël 9: 20). God gaf antwoord aangaande hoe een einde zou komen aan de ongerechtigheid en hoe de verzoening van de zonden zou plaatsvinden, namelijk met de eerste komst van de Messias (punten 1, 2 en 3 door bekrachtiging van het nieuwe verbond in Zijn bloed).
Eeuwige gerechtigheid, verzegeling van visioen en profeten, zalven van de heiligheid der heiligheden (punten 4, 5, 6) vinden plaats ná de terugkomst van Jezus Christus op aarde.

Vooruitblijk en laatste 70ste week
Na 69 weken blijft er nog één missende week over: de 70ste week. Deze komt aan bod in vers 27, maar eerst geeft de engel in vers 26 een vooruitblik (“flash forward”) om vervolgens weer naar het jaar 27 na Chr. terug te keren om het verhaal te vervolgen van deze laatste 70ste week.
Met vers 26 begint deze “flash forward” naar de dood van Jezus Christus, de verwoesting van de stad en de tempel, en zelfs naar de oorlog aan het einde van alles, bij de terugkomst van Christus.
“Na de tweeënzestig weken zal de Messias uitgeroeid worden, maar het zal niet voor Hemzelf zijn” (Daniël 9:26).

Dat was een vooruitblik van 3,5 jaar vanuit het jaar 27 na Chr. Nu volgt een blik vooruit van 40 jaren naar het jaar 70 na Chr.: “Een volk van een vorst, dat komen zal, zal de stad en het heiligdom te gronde richten” (zelfde vers 26).
Merk op dat het gaat om een vólk van een vorst dat gaat komen. Het onderwerp hier is niet een vorst van een volk, maar een VOLK van een vorst, doelend op de Romeinse legers van Vespasianus en later van zijn zoon Titus, die de stad Jeruzalem en de tempel zouden vernietigen.

Wat gebeurt er daarna?
“Het einde ervan zal zijn in de overstromende vloed.”
Om dit te begrijpen moeten we elders in de Bijbel kijken naar een uitleg van “overstromende vloed”. In Nahum 1:8 staat: ”Door een overstromende vloed zal Hij een vernietigend einde maken aan zijn plaats en duisternis achtervolgt Zijn vijanden.”
Vloed en rivieren duiden op vijandelijke legers die verwoesting veroorzaken. Lees ook Jesaja 59:19: “De vijand komt als een rivier.”

Nu volgt een zinsdeel dat in sommige Engelse Bijbelvertalingen HEEL anders weergegeven wordt dan in de Nederlandse vertalingen (behalve de Nederlandse Willibrord-vertaling).
De Herziene Statenvertaling geeft Daniël 9:26 als volgt weer: “En tot het einde toe zal er oorlog zijn, verwoestingen waartoe vast besloten is.”
De New King James luidt: “And till the end of the war desolations are determined.” Deze Engelse vertaling heeft het over een specifieke OORLOG helemaal aan het einde.
De Willibrord-vertaling zegt: “Maar tot aan het einde zal er volgens het besluit een verwoestende oorlog plaatsvinden.”
Waar slaat deze verwoestende oorlog dan op? Hier wordt vooral een oorlog als die van Armageddon mee bedoeld.
Aan het einde van deze oorlog die besloten is, zullen de 70 weken tot een einde komen. Van datzelfde volk, maar van een andere vorst (dit is dualisme, een stijlfiguur die in de Bijbel veelvuldig voor komt) die de legers zal leiden!

De meeste uitleggers gaan de fout in. Waarom?
1. Omdat zij zich niet houden aan de 6 punten van de profetie noch aan de tekstuele referenties.
2. Het gaat om Christus Die al deze punten in vervulling doet gaan. Dat moet men onthouden.
3. Men heeft niet in de gaten dat vers 26 een vooruitblik (“flash forward”) is en dat men terug moet komen naar het jaar 27 na Chr. om de laatste week, die nog niet heeft plaatsgevonden, te behandelen.
Met andere woorden: de 69ste week brengt ons in het jaar 27 na Chr. en de laatste week, het vervolg van het verhaal, wordt weer vanaf vers 27 opgepakt.
4. Omdat men in de war raakt met betrekking tot wie bedoeld wordt met degene die het slacht- en spijsoffer doet ophouden: niet het volk van een vorst, maar Christus die de zonde heeft verzoend (punten 1,2,3)!

Laten we nu gaan naar vers 27 waar de laatste week wordt behandeld
In vers 27 is er sprake van een “hij”: “Hij zal voor velen het verbond versterken”, of zoals de NBG-vertaling het weergeeft: “zwaar maken”.

Op wie slaat deze hij? Wie is zijn antecedent?

“En hij zal velen het verbond versterken een week; en in de helft der week zal hij het slachtoffer en het spijsoffer doen ophouden, en over den gruwelijken vleugel zal een verwoester zijn, ook tot de voleinding toe, die vastelijk besloten zijnde, zal uitgestort worden over den verwoeste” (Daniël 9:27, Statenvertaling).
Deze “hij” slaat dus op Christus, want kijk je terug in de tekst naar mogelijke onderwerpen en antecedenten in de zinsconstructies wie deze “hij” zou kunnen zijn, dan kom je op slechts twee mogelijkheden:

1. De Messias de Vorst
2. Het volk van een vorst die de stad zal verderven.

Het volk van een vorst gaat niet op aangezien deze “hij” niet op het volk kan slaan. Een volk is in principe meer dan één persoon en zou als “het” en niet als “hij” aangeduid moeten worden.

Vervolg van vers 27 geeft aan wat deze “hij” gaat doen: “En in de helft der week zal hij het slachtoffer en het spijsoffer doen ophouden, en over den gruwelijken vleugel zal een verwoester zijn, ook tot de voleinding toe, die vastelijk besloten zijnde, zal uitgestort worden over den verwoeste.”

Het gaat hier om dankoffer, spijsoffer/slachtoffer (Zebach en Minchah met stronggetallen: H02077 en H0453). Het gaat hier niet om het dagelijks offer, aangezien dat een ander strong getal heeft, namelijk H8548 Tamiyd Minchah (continue offer).
God geeft hiermee aan hoe de punten 1,2 en 3 worden vervuld: door het offer van Christus, waardoor het voorhangsel werd gescheurd en de toegang tot God de Vader mogelijk werd. Het offeren voor de zonde was niet meer nodig en zó werd de ongerechtigheid verzoend: namelijk door het bloed van Christus.

“Want met één offer heeft Hij hen die geheiligd worden, tot in eeuwigheid volmaakt. En de Heilige Geest getuigt het ons ook. Want na eerst gezegd te hebben: Dit is het verbond, dat Ik met hen na die dagen zal sluiten, zegt de Heere: Ik zal Mijn wetten in hun hart geven en Ik zal die in hun verstand schrijven, en aan hun zonden en hun wetteloze daden zal Ik beslist niet meer denken. Waar er nu vergeving voor is, is er geen offer voor de zonde meer nodig” (Hebreeën 10:14-18).
Daarom zijn slachtoffer en spijsoffer opgehouden: ze zijn niet meer noodzakelijk voor God.
Opmerking: Het verbond wordt versterkt/ bekrachtigd door de Messias gedurende een week: eerst 3,5 jaar tot Zijn dood en daarna moet nog een 3,5 jaar volgen na Zijn terugkomst.
Over welk verbond gaat het? Het nieuwe verbond. Christus heeft het verbond en de wetten van God verbreed in geestelijke zin. Heb iedereen lief, zelfs je vijanden etc.
“Voor een week” of “een week lang” is eigenlijk geen juiste vertaling. Er zijn namelijk geen voorzetsels te vinden in de grondtekst. Het is simpelweg “een week”. Merk op dat in het midden van de week, dus na 3,5 jaar, het slachtoffer en spijsoffer gestaakt worden (belangrijk om de punten 1,2 en 3 in vervulling te doen gaan). Dus in het jaar 31 na Christus, uitgaande van het jaar 27, het jaar dat Christus’ publiekelijke optreden begon, met Zijn doop door Johannes de Doper.
Midden in de week duidt verder ook op het feit dat het Pascha dat jaar op een woensdag, precies midden in de week, moest vallen.
Verder gaat het hier om slachtoffer en spijsoffer, en niet om de avond- en ochtendoffers (de dagelijkse offers) die gestaakt worden door de kleine hoorn (Daniël 7:5; 12:11) gedurende de periode “tijd, tijden en een halve tijd”.
Het verbond waar hier sprake van is, kan eigenlijk niets anders zijn dan het NIEUWE verbond in het bloed van Christus, want daarmee wordt een begin gemaakt met punt 4 (eeuwige gerechtigheid) die bij de terugkomst van Christus tot stand wordt gebracht.
Het woord verbond hier is ‘berith’ en dit woord wordt 6 x gebruikt door Daniël: in 9:4, 27 - 11:22: “prins van het verbond”, vers 28: “heilig verbond”, vers 30: “heilig verbond”, vers 32: “tegen het verbond.”

Daniël gebruikte dit woord ALLEEN in verband met God. Het is onlogisch om ‘berith’ toe te passen op een verdrag of convenant tussen de beestmacht en het volk der Joden.
Het verbond is hier ook eigenlijk een bestaand verbond, het wordt immers versterkt/bekrachtigd c.q. verzwaard.
Het ophouden van slacht- en spijsoffer is door het offer van Jezus Christus veroorzaakt en overbodig gemaakt voor Gods geroepenen. Niet dat de Joden zouden stoppen met offeren (zij gingen ermee verder), maar wat God de Vader betrof, was er geen offer meer nodig om tot Hem te komen zoals vroeger wel het geval was. Het voorhangsel is immers door midden gescheurd en zo is de toegang tot God door het kostbare bloed van Christus mogelijk gemaakt.

In de Bijbelvertaling Het Boek staat het volgende, hetgeen een totaal verkeerd beeld werpt, waar de meeste christenen dan ook mee in de fout gaan:
“Deze koning zal een verbond van zeven jaar sluiten, maar halverwege zal hij de Joden dwingen te stoppen met het brengen van slacht en spijsoffers. En dan (ter bekroning van zijn vreselijke misdaden) zal de vijand in het heiligdom van God een ontzettende gruwel plaatsen. Maar God zal op Zijn beurt deze verwoester treffen met Zijn vonnis, dat nu al vaststaat”.
De Hebreeuwse Masoretische tekst leest vertaald in het Nederlands echter als volgt: “Op de vleugel van gruwelijke dingen zal er één komen dat verwoesting veroorzaakt (een vernieler, een vernietiger).”

Hier is sprake van iets dat verwoesting brengt, een gruwel.
Een gruwel die verwoesting brengt, zal op de “vleugel” zijn of komen:
“Tot of tot zelfs aan de voleinding waartoe vast besloten is zal de vernietiging op deze vernietiger worden uitgegoten.”
Hier is er eigenlijk sprake van dat er op iets dat een gruwel is, iemand gaat komen en iets gaat doen of plaatsen (in de tempel of bijvoorbeeld heilige plaats) wat verwoesting veroorzaakt, maar waarvan vast besloten is (door God) dat Gods oordeel uitgegoten (voltrokken) gaat worden over deze eindtijd vernietiger/boosdoener.
Zowel het beest en de valse profeet als Satan worden na de terugkomst van Christus verwijderd, waardoor aan de punten 1, 2, 3, 4, 5 en 6 voldaan kan worden daar de schuldigen hun straf krijgen en verwijderd worden.

Conclusie
De engel kwam aan Daniël zes toekomstige gebeurtenissen uitleggen die zouden plaatsvinden.
We hebben gezien dat de 70 weken 490 jaren bestrijken, welke uit 4 delen bestaan:
1. De eerste 7 weken: Jeruzalem herbouwd in 49 jaren.
2. Daarna 62 weken. De Christus verscheen in het jaar 27 na Chr. op het toneel.
3. Vervolgens de eerste helft van de 70ste week: Christus’ dood en bloed zorgen voor de verzoening van zonde.
(Gat van wellicht 2000 jaar en terugkomst van Jezus Christus.)
4.Tot slot de tweede helft van de 70ste week. Christus komt terug naar aarde en dan zal er een verwoestende oorlog plaatsvinden.
De “hij” van vers 27 slaat, zoals we gezien hebben, op de Messias en niet op een vorst, het volk van een vorst doet iets. Jezus Christus zal een verbond versterken of bekrachtigen, hetgeen duidt op het nieuwe verbond met velen - eerst voor 3,5 jaar en daarna na Zijn wederkomst de andere 3,5 jaar om eeuwige gerechtigheid te brengen.

Wilt u meer weten over dit onderwerp of andere onderwerpen, bestel dan de volgende boekjes, zonder kosten, via onze website of vraag deze schriftelijk aan.
• Het Evangelie van het Koninkrijk
• De Weg naar Eeuwig Leven
• Is er Leven na de Dood
• Gods Plan volgens Zijn Heilige Dagen
• Are We Living in the Time of the End?
Regelmatig verschijnen vertalingen van Engelstalige boekjes op onze website. Hou onze website dus in de gaten!

Heeft u veagen en of wilt u een boekje in dit artikel aangeboden aanvragen, dan kunt u ze gratis boekjes aanvragen via onze website www.ucgholland.nl of deze per post of per email aan te vragen.

Hou onze website goed in de gaten. Binnenkort verschijnen hierop meer Nederlandstalige boekjes. Ook de gratis Bijbelstudie Cursus is vernieuwd en binnenkort verkrijgbaar!

Mededelingen vanuit de United Church of God in Holland (UCG-Holland):

Beyond Today Indien u het Engels beheerst, willen we u ook graag wijzen op ons televisieprogramma “Beyond Today”. U kunt deze via internet volgen via de volgende link: http://www.ucg.org/ beyond-today.

Website en publicaties Let u ook op onze website waarop we een gratis 12-delige bijbelcursus aanbieden en waarop we vele uitgaven hebben gepubliceerd die u gratis kunt aanvragen of gratis kunt downloaden.

 

Heeft u vragen?

Stuur ook vragen naar: The Good News Postbus 93 2800 AB Gouda, Nederland www.ucg-holland.nl Email: info@ucg-holland.nl

Financieel steunen? De uitgaven van United Church of God worden u om niet ter beschikking gesteld (MattheŁs 10:8b “Om niet hebt gij het ontvangen, geeft het om niet”).

Indien u ons financieelwenst te steunen, stellen wij dit zeerop prijs.

United Church of God is ANBI gecertificeerd, zodat uw giften aftrekbaar zijn voor de inkomstenbelasting. Uw giften kunt u overmaken op rekeningnummer 53.83.60.747 of (ING) rekeningnummer 3561825

 

© United Church of God Holland: Adres: Postbus 93, 2800 AB Gouda.Tel: 084-8704080 / Fax: 048-8319389. Email: info@ucg-holland.nl Web: www.ucg-holland.nl. Financieel steunen? Via Bankrekening:NL43ABNA0538360747 of Girorekening: NL72INGB0003561825 t.n.v. UCG Holland te Gouda