GODS PLAN

VOLGENS

ZIJN

HEILIGE DAGEN

de belofte van hoop

voor de gehele mensheid

© 1996 UNITED CHURCH OF GOD,

an International Association

Alle rechten voorbehouden

Bijbelcitaten: NBG 1951,

tenzij anders vermeld

(nadruk onzerzijds)


Inleiding

"Een van de diepste menselijke verlangens is ťťn samenhangend patroon te vinden waarin het geheel van menselijke ervaringen, verleden, heden en toekomst, feitelijk, mogelijk en nog niet verwezenlijkt, op symmetrische wijze geordend wordt."

- Isaiah Berlin

Elke natie heeft nationale feestdagen. Deze speciale dagen zijn herinneringen aan belangrijke gebeurtenissen in de geschiedenis van een land. Ze zorgen voor continuÔteit tussen het verleden van een natie en het heden.

Gewoonlijk kunnen de burgers tenminste iets van de betekenis van deze vieringen begrijpen en verklaren. Dit lijkt tegenstrijdig met het feit dat diezelfde burgers zelden veel begrip hebben van de dagen waarop zij God aanbidden en eren. De niet-bijbelse achtergronden van deze religieuze gebruiken worden bij de viering ervan rustig genegeerd.

Als gevolg daarvan denken mensen gewoonlijk dat populaire vieringen zoals Pasen en Kerstmis werkelijk symbolisch zijn voor de bijbelse thema's. Toch wordt nergens in de Bijbel de viering ervan geboden, noch doet de Bijbel verslag van het houden ervan door de vroege nieuwtestamentische Kerk. Maar God gebiedt wel andere feesttijden, die zelden opgemerkt worden.

Sommige mensen weten wel dat er in de Bijbel specifieke dagen voor religieuze viering vermeld worden. Maar slechts weinigen kunnen enige ervan noemen, of de betekenis ervan verklaren.

Degenen die zich bewust zijn van deze feesten, geloven over het algemeen dat ze alleen bestemd waren voor het oude IsraŽl en dat er een eind aan kwam na de kruisiging van Jezus Christus. Zij nemen aan dat deze dagen slechts een verwijzing waren naar Christus, en reeds lang hun betekenis verloren hebben aangezien Christus 2000 jaar geleden op aarde leefde. De meeste mensen zien deze bijbelse feesten alleen nog als geschiedkundig aandenken, zonder betekenis voor de wereld van vandaag.

Toch worden door de Bijbel zelf deze algemeen aanvaarde zienswijzen tegengesproken. Bij een objectieve beschouwing van de bijbelse gegevens wordt duidelijk dat zowel Kerstmis als Pasen - de twee belangrijkste vieringen volgens de christelijke kalender - nergens in de Bijbel te vinden zijn, behalve waar Pascha ten onrechte vertaald is als Paasfeest (bijvoorbeeld in Handelingen 12:4). Tot verbazing van velen blijkt uit het Nieuwe Testament dat Jezus Christus Gods heilige dagen vierde, en dat Jezus Christus' discipelen nog tientallen jaren na Zijn dood, begrafenis en opstanding Zijn voorbeeld daarin volgden.

Het onderwijs van de apostelen, tijdens de eerste eeuw na de opstanding, verschilt eveneens van wat de meeste mensen veronderstellen. De instructies van de apostelen openbaren een God wiens bedoeling het was dat alle christenen de bijbelse heilige dagen zouden vieren - voor een opmerkelijke reden.

Wat deze heilige dagen openbaren

Waarom wil God dat wij de heilige dagen in acht nemen? Omdat God wil dat wij onze toekomst kennen, openbaart Hij ons Zijn grote plan voor de mensheid.

Hij verklaart waarom Hij ons laat leven op deze aarde, Hij openbaart onze uiteindelijke bestemming en maakt ons bekend hoe wij die kunnen bereiken (zie ook onze uitgave De weg naar eeuwig leven, waarvan u een gratis exemplaar kunt aanvragen). Het houden van Gods heilige dagen verschaft de sleutel tot begrip van dat ongrijpbare "samenhangende patroon", die symmetrische orde waarover Isaiah Berlin schreef, en waardoor zin gegeven wordt aan het menselijk bestaan. Het houden van deze dagen openbaart Gods grote plan voor de toekomst van de mensheid.

De bijbelse heilige dagen, of feesten, vallen in drie seizoenen van het jaar - de vroege voorjaarsoogst, de late voorjaarsoogst en de vroege najaarsoogst in het land van het IsraŽl van de Bijbel. De thema's die door deze dagen uitgebeeld worden, zijn een afspiegeling van Gods geestelijke oogst van de mensheid tot eeuwig leven, waarover door Jezus Christus gesproken werd (Johannes 4:35-38).

Deze vieringen dienen als blijvende herinneringen aan de wijze waarop Gods plan aan sterfelijke mensen eeuwig leven geeft. Onze Schepper zal Zijn plan in vervulling doen gaan, in weerwil van de keuzes en daden van de mens, die steeds hebben geleid tot het gescheiden worden van God, en tot lijden en dood (Spreuken 14:12; 16:25; Jesaja 59:1-8; Jeremia 10:23). Deze feesten openbaren het zich ontvouwen van Gods plan voor de mensheid en de wijze waarop Hij Zijn Koninkrijk op aarde zal vestigen. Dit is het goede nieuws, of evangelie, dat door Jezus Christus gepredikt werd, zoals beschreven in Markus 1:14-15 (voor meer informatie over dit belangrijke onderwerp kunt u het boekje Het evangelie van het Koninkrijk aanvragen).

Gods plan om de mensheid eeuwig leven te schenken heeft al bestaan sinds "de grondlegging der wereld" (MattheŁs 25:34). Door de heilige dagen wordt de mensheid onderwezen aangaande dat opmerkelijke plan. De apostel Paulus gaf een fraaie samenvatting van de essentie van dit plan in zijn brief aan de EfeziŽrs: ". . . door ons het geheimenis van Zijn wil te doen kennen, in overeenstemming met het welbehagen, dat Hij Zich in Hem had voorgenomen, om, ter voorbereiding van de volheid der tijden, al wat in de hemelen en op de aarde is onder ťťn hoofd, dat is Christus, samen te vatten, in Hem, in wie wij ook het erfdeel ontvangen hebben, waartoe wij tevoren bestemd waren krachtens het voornemen van Hem, die in alles werkt naar de raad van Zijn wil . . ." (EfeziŽrs 1:9-11).

De heilige dagen helpen ons het grote plan - het doel - van God te gaan bevatten, hoe wij werkelijk Zijn volk worden. Let op de volgende beschrijving van onze bestemming: "Zie, de tent van God is bij de mensen en Hij zal bij hen wonen, en zij zullen Zijn volken zijn en God Zelf zal bij hen zijn" (Openbaring 21:3). Stap voor stap tonen de heilige dagen ons hoe dit prachtige beeld werkelijkheid zal worden.

In Leviticus 23 staat een opsomming van de heilige dagen. Na de bespreking van de wekelijkse sabbat worden in de tekst speciale vieringen beschreven met ongewone namen zoals het Feest der Ongezuurde Broden, het Feest der Weken en het Loofhuttenfeest. Bij het geven van deze heilige dagen gaf God aan Mozes instructie om duidelijk te maken dat "Dit zijn de feesttijden des HEREN" (vers 4, 37).

De Bijbel zegt dat God uiteindelijk iedereen zal leren deze dagen te houden (Zacharia 14:16). In dit boekje zult u de boeiende betekenis van elk van Gods heilige dagen leren kennen, met hun belofte van hoop voor de mensheid.

Zijn Gods heilige dagen nu nog relevant?

Wanneer God in dit huidige tijdperk van de mensheid aan iets begint, doet Hij dat bijna altijd in het klein. In MattheŁs 13:31-33 vergeleek Jezus Christus Gods Koninkrijk met een mosterdzaadje en met zuurdesem. Beide vergelijkingen beginnen met iets kleins dat zich uitbreidt tot iets veel groters. Zo riep God in oudtestamentische tijden relatief gezien slechts weinig mensen die Zijn wegen wilden volgen.

Uit de Bijbel blijkt dat in oude bijbelse tijden slechts weinig mensen besloten God te gehoorzamen. Vroege patriarchen zoals Abel, Henoch en Noach, gaven echter gehoor aan wat God hun openbaarde (MattheŁs 23:35). Na de grote vloed ten tijde van Noach zag God dat Hij kon werken met Abraham en zijn vrouw, Sara. In HebreeŽn 11:13 wordt over de aan God gehoorzame mensen uit die tijden gezegd: "In (dat) geloof zijn deze allen gestorven" - in het vaste vertrouwen dat zij "de beloften" zouden verkrijgen (vers 40).

Het is opmerkelijk dat het plan om eeuwig leven mogelijk te maken reeds werkzaam was in het leven van deze eerste mensen van God. Het plan begon niet met een verbond dat God aanging met het oude IsraŽl; ook begon het niet met het fysieke leven van Jezus.

God had zoveel liefde voor de mensheid "dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een ieder, die in Hem gelooft, niet verloren ga, maar eeuwig leven hebbe" (Johannes 3:16). Gods liefde in het geven van Zijn Zoon betekende de voortzetting van Zijn plan van behoud vanaf de grondlegging der wereld (MattheŁs 25:34; Openbaring 13:8). Het schema van de heilige dagen zou te zijner tijd het plan openbaren dat God vanaf het eerste begin had ontworpen. Deze feestelijke plechtigheden waren niet een achteraf gecreŽerde kosmische gedachte.

Bij het gezin van Abraham zien we dat God het goede nieuws over Zijn plan van behoud begint te openbaren (Galaten 3:8). Genesis 26:3-4 beschrijft specifieke zegeningen die God beloofde aan Abraham en zijn nageslacht. De Schepper deed een plechtige gelofte deze zegeningen te verlenen "omdat Abraham naar Mij geluisterd en Mijn dienst in acht genomen heeft: Mijn geboden, Mijn inzettingen en Mijn wetten" (vers 5). Misschien noemt de Bijbel daarom Abraham "vriend van God" en "vader van alle gelovigen" (Jakobus 2:23; Romeinen 4:11; Genesis 18:17-19).

Een uitgekozen volk

Abrahams nakomelingen groeiden uit tot een machtig volk (Genesis 18:18). Zij werden genoemd naar Jakob, de kleinzoon van Abraham, wiens naam werd veranderd in IsraŽl (Genesis 32:28). Nadat zij zich in Egypte gevestigd hadden, werden zij spoedig slaven (Exodus 1). Het verhaal over het door God verlost worden uit hun slavernij en Zijn hedendaagse verlossing van mensen vormt onderdeel van het complex verweven samenstel van Gods feesten.

Op de juiste tijd zette de Schepper een reeks gebeurtenissen in gang waardoor de IsraŽlieten een beeld gegeven werd van Zijn plan zoals beschreven in de vieringen van de heilige dagen; deze gebeurtenissen leidden tot hun verlossing uit slavernij in Egypte. Toen Mozes en Ašron voor Farao verschenen, vertelden zij de Egyptische heerser dat de God van IsraŽl hem gebood: "laat Mijn volk gaan om te Mijner ere in de woestijn een feest te vieren" (Exodus 5:1).

Mozes en Ašron hadden eerder al de oudsten van IsraŽl bijeengeroepen en hadden hun uitleg gegeven over Gods plan om hen te bevrijden (Exodus 3:16-18). Toen verrichtten Mozes en zijn broer, Ašron, in opdracht van God een aantal wonderen ten aanschouwen van het volk (Exodus 4:29-30). Het resultaat was dat de IsraŽlieten (hoewel zij later de moed verloren) geloofden dat God hen zou bevrijden en Zijn verbond met Abraham zou vervullen, zoals Hij beloofd had (Exodus 4:31; 6:4-8).

Wat volgde was voor het oude IsraŽl het eerste Pascha en Feest van Ongezuurde Broden. Veel later zou de nieuwtestamentische Kerk deze zelfde dagen houden als herinnering aan hun verlossing door Jezus Christus. Zo vertelde Paulus bijvoorbeeld aan de leden van de gemeente te Korinthe - zowel Joden als niet-Joden - dat zij "ongezuurd" behoorden te zijn, omdat "ook ons Pascha is voor ons geslacht, namelijk Christus" (I KorinthiŽrs 5:7, Statenvertaling). In het volgende vers zei Paulus: "Laten wij derhalve [het] feest vieren," verwijzend naar hetzelfde feest dat God vele eeuwen daarvoor had ingesteld voor het oude IsraŽl.

De heilige dagen in het Nieuwe Testament

Vanaf Zijn vroegste kinderjaren hield Jezus met Zijn ouders de heilige dagen. "En Zijn ouders reisden elk jaar naar Jeruzalem, op het feest van pascha," wordt ons verteld in Lukas 2:41 (Statenvertaling). De daaropvolgende verzen beschrijven hoe Jezus, op twaalfjarige leeftijd, tijdens dit feestseizoen een levendige discussie aanging met de theologen van Zijn tijd (vers 42-48). Ongetwijfeld verbaasde Hij deze religieuze leiders met Zijn begrip en inzicht. Johannes beschrijft hoe Jezus ook als volwassene tijdens de uitvoering van Zijn taak de jaarlijkse heilige dagen in acht bleef nemen (Johannes 2:23; 4:45).

Een van de meest instructieve voorbeelden is dat Jezus Zijn persoonlijke veiligheid op het spel zette om twee van de feesten bij te wonen, het jaarlijkse Loofhuttenfeest en de Laatste Grote Dag (Johannes 7:1-2, 7-10, 14). "En op de laatste, de grote dag van het feest, stond Jezus en riep, zeggende: Indien iemand dorst heeft, hij kome tot Mij en drinke! Wie in Mij gelooft, gelijk de Schrift zegt, stromen van levend water zullen uit zijn binnenste vloeien. Dit zeide Hij van de Geest, welke zij, die tot geloof in Hem kwamen, ontvangen zouden; want de Geest was er nog niet, omdat Jezus nog niet verheerlijkt was" (Johannes 7:37-39).

Vele kerken geloven dat de apostel Paulus een wezenlijke verandering aanbracht in de wijze waarop christenen God moeten aanbidden. Deze denkwijze gaat ervan uit dat Paulus niet-Joden leerde dat het houden van de heilige dagen onnodig was. Hoewel sommige van zijn geschriften moeilijk te begrijpen waren, zelfs voor zijn tijdgenoten (II Petrus 3:15-16), zijn Paulus' expliciete verklaringen en daden in tegenspraak met de gedachte dat hij het houden van de heilige dagen zou hebben herroepen of afgeschaft.

Zo gaf Paulus bijvoorbeeld in I KorinthiŽrs 11:1-2 zijn volgelingen te kennen: "Wordt mijn navolgers, gelijk ook ik Christus navolg. Ik prijs het in u, dat gij . . . aan de overleveringen zů vasthoudt, als ik ze u overgegeven heb." Enkele verzen daarna verklaarde hij: "Want zelf heb ik bij overlevering van de Here ontvangen, wat ik u weder overgegeven heb, dat de Here Jezus in de nacht, waarin Hij werd overgeleverd, een brood nam, de dankzegging uitsprak, het brak en zeide: Dit is Mijn lichaam voor u, doet dit tot Mijn gedachtenis" (vers 23-24).

Als het niet Paulus' gebruik was de heilige dagen te houden, zouden zijn tot de Joden en niet-Joden in Korinthe gerichte woorden zonder betekenis zijn geweest. Er is beslist geen bewijs dat Paulus ooit iemand ervan weerhield de jaarlijkse feesten te houden; een dergelijk idee zou voor hem ondenkbaar zijn geweest (Handelingen 24:12-14; 25:7-8; 28:17).

Daarentegen komen in de bijbelse beschrijving van het leven van Paulus de heilige dagen herhaaldelijk naar voren als belangrijke vieringen, mijlpalen in zijn leven. Hij vertelde bijvoorbeeld de EfeziŽrs: "Ik moet voorzeker het toekomende feest te Jeruzalem houden" (Handelingen 18:21, Statenvertaling). In Handelingen 20:16 en I KorinthiŽrs 16:8 lezen we dat Paulus zijn reisschema aanpaste aan het Pinksterfeest. In Handelingen 27:9 verwees Lukas, Paulus' metgezel op zijn reizen, naar de tijd van het jaar als na "de vasten", een verwijzing naar de Grote Verzoendag.

In The Expositor's Bible Commentary, wordt in een verwijzing naar Handelingen 20:6 vermeld dat Paulus, niet in staat om voor het Pascha naar Jeruzalem te komen, "in Filippi bleef om het daar te vieren en ook het zeven dagen durende Feest van Ongezuurde Broden . . ." (Richard N. Longenecker, Zondervan, Grand Rapids, 1981, dl. 9, p. 507). In hetzelfde commentaar wordt betreffende Handelingen 20:16 opgemerkt dat Paulus "als het enigszins mogelijk was, Jeruzalem wilde bereiken voor Pinksteren . . ." (p. 510).

Het was onderdeel van Paulus' taak om met de gemeenteleden de heilige dagen te vieren. In verdediging van het evangelie dat hij predikte, zei Paulus dat hij dezelfde boodschap bracht die door de andere apostelen onderwezen werd: "Daarom dan, ik of zij, zů prediken wij, en zů zijt gij tot het geloof gekomen" (I KorinthiŽrs 15:11).

Paulus en alle apostelen brachten een consistente boodschap volgens welke christenen verplicht waren in alle zaken het voorbeeld van Jezus Christus te volgen. De apostel Johannes, die schreef tegen het einde van de eerste eeuw, vatte deze boodschap als volgt samen: "Wie zegt, dat hij in Hem blijft, behoort ook zelf zů te wandelen, als Hij gewandeld heeft" (I Johannes 2:6).

Joodse gelovigen bleven de heilige dagen in acht nemen, zoals ook niet-Joodse christenen dat deden (zie ook het kader "Niet-Joodse christenen en de heilige dagen", p. 32-33). Uit al deze verwijzingen kunnen wij slechts concluderen dat in de vroege Kerk het gebruik werd voortgezet van de viering van deze door God gegeven feesttijden, waarvan de eerste het Pascha is.

Het Pascha:

waarom moest Jezus Christus sterven?

De meesten van ons hebben gehoord dat Jezus Christus voor onze zonden stierf, maar wat betekent dat eigenlijk? Waarom was Zijn dood noodzakelijk? Welke rol speelt het offer van Christus in Gods plan voor de mensheid? Hoe wordt de dood van Jezus Christus weerspiegeld in Gods heilige feesttijden? In dit hoofdstuk over het nieuwtestamentische Pascha zal op deze belangrijke vragen worden ingegaan.

Het offer van Jezus is de centrale gebeurtenis in Gods plan tot redding van de mensheid. Sprekend over Zijn zekere dood zei Christus, verwijzend naar Zichzelf als de Zoon des mensen, dat Hij "verhoogd" moest worden (gekruisigd), zoals "Mozes de slang in de woestijn verhoogd heeft," opdat "een ieder, die gelooft, in Hem eeuwig leven hebbe. Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een ieder, die in Hem gelooft, niet verloren ga, maar eeuwig leven hebbe" (Johannes 3:14-16).

We zien hier dat Jezus' offer, het centrale thema van het Pascha, een ultieme daad van liefde voor de mensheid was. Deze belangrijke gebeurtenis legde het fundament voor de overige jaarlijkse heilige dagen en feesten. Dit is de meest gewichtige stap in Gods plan.

Vlak voor de dag van het Pascha waarop Hij terechtgesteld zou worden, zei Jezus: "hiertoe ben Ik in deze ure gekomen . . . en als Ik van de aarde verhoogd ben, zal Ik allen tot Mij trekken" (Johannes 12:27, 32).

De dag waarop deze ingrijpende gebeurtenis, de kruisiging, plaatsvond was de 14de dag van de eerste maand van Gods kalender, dezelfde dag waarop de lammeren voor het Pascha moesten worden gedood (Leviticus 23:5). Paulus schreef later aan de gemeente te Korinthe: "ook ons Pascha is voor ons geslacht, namelijk Christus" (I KorinthiŽrs 5:7, Statenvertaling).

Laten we nu eens teruggaan in de Bijbel om de instructies en betekenis te zien die God aangaande deze dag gegeven heeft. Dit zal ons helpen begrijpen waarom God van ons verwacht dat wij het Pascha blijven vieren.

Gods instructie voor het Pascha

God gaf door middel van Mozes opdracht aan Farao: "laat Mijn volk gaan om te Mijner ere in de woestijn een feest te vieren" (Exodus 5:1). Door middel van een reeks plagen toonde God Zijn grote macht en verloste de IsraŽlieten uit slavernij in Egypte. Na negen plagen in deze reeks van schrikwekkende rampen gaf God betreffende de tiende plaag aan IsraŽl specifieke instructies en maatregelen die ieder gezin van IsraŽl moest nemen om daaraan te ontkomen.

God zei dat iedere IsraŽliet op de tiende dag van de eerste maand een lam of geitenbokje moest uitkiezen dat groot genoeg was om elk huisgezin te voeden (Exodus 12:3). Het moest een eenjarig mannelijk dier zijn, zonder enig soort gebrek. Op de 14de dag van die maand, in de avondschemering, moesten de IsraŽlieten de dieren doden en een deel van het bloed op de deurposten van hun huizen aanbrengen. De dieren moesten vervolgens gebraden worden en gegeten met ongezuurd brood en bittere kruiden. Haastig zouden de IsraŽlieten deze maaltijd eten.

De Schepper gaf verder uitleg aan de IsraŽlieten dat Hij in deze nacht alle eerstgeborenen van Egypte zou doden en Farao ertoe zou brengen de IsraŽlieten vrij te laten uit slavernij. De eerstgeborene van elk IsraŽlitisch gezin zou beschermd worden als het teken van het bloed aan de ingang van hun huis was. God zou hun huis "voorbijgaan" - wat tevens de betekenis weergeeft van het Hebreeuwse woord voor deze plechtigheid (vers 13).

God zei dat deze dag voor de IsraŽlieten een gedenkdag zou zijn: "gij zult hem vieren als een feest voor de HERE; in uw geslachten zult gij hem als een altoosdurende inzetting vieren" (vers 14). Door schrijvers van latere Bijbelboeken wordt uitgelegd dat de jaarlijkse viering van het Pascha symbolisch was voor Christus. Paulus verwees naar Christus als "ons Pascha" (I KorinthiŽrs 5:7, Statenvertaling), en Johannes vermeldde dat Johannes de Doper Christus herkende als "het lam Gods, dat de zonde der wereld wegneemt" (Johannes 1:29).

Het smetteloze mannelijke dier stelde Jezus Christus voor als het volmaakte, zondeloze offer voor onze zonden. HebreeŽn 9:11-12 vertelt ons dat "Christus, opgetreden als hogepriester . . . niet met het bloed van bokken en kalveren, maar met Zijn eigen bloed, eens voor altijd [is] binnengegaan in het heiligdom, waardoor Hij een eeuwige verlossing verwierf." Jezus Christus kocht ons met Zijn bloed dat vergoten werd, Zijn leven gevend als ons Paschalam opdat God onze zonden zou kunnen vergeven.

Waarom moest Jezus Christus sterven? Onze Verlosser moest sterven omdat dat de enige manier was waarop God onze zonden zou kunnen vergeven. De Bijbel vertelt ons dat zonde het overtreden van Gods wet van liefde is (I Johannes 3:4). Wij hebben allen gezondigd en "derven de heerlijkheid Gods" (Romeinen 3:23). Wij hebben ieder de doodstraf verdiend voor onze ongehoorzaamheid (Romeinen 5:12; 6:23).

Paulus beschreef de grote liefde die Jezus Christus toonde door Zijn leven voor ons te geven (Romeinen 5:6-8). Allen zouden voor eeuwig verdoemd zijn als niet op een of andere wijze de straf voor onze zonden was ondergaan. Christus, die een volmaakt leven leefde als het smetteloze Lam van God, stierf in onze plaats. Zijn dood was de enig mogelijke substitutie van de onze. Door Zijn offer werd voor onze zonden betaald. Hij stierf in onze plaats opdat wij voor eeuwig met Hem zouden kunnen leven. Wij kunnen dan niet langer leven volgens onze eigen begeerten. We worden Gods vrijgekochte bezit, "gekocht en betaald" (I KorinthiŽrs 6:19-20).

Zowel Jezus als de apostel Paulus maakte duidelijk dat de viering van het Pascha door christenen moet worden voortgezet. Jezus Zelf stelde nieuwe symbolen en gebruiken voor het Pascha in, om christenen belangrijke waarheden te leren over Hemzelf en over Gods voortgaande plan van behoud.

In het Oude Testament wees het Pascha als schaduw vooruit naar Christus' kruisiging. Het nieuwtestamentische Pascha is een herdenking van die kruisiging. Door het in acht te nemen "verkondigt gij de dood des Heren, totdat Hij komt" (I KorinthiŽrs 11:26). Laten we nu de specifieke instructies van Christus onderzoeken aangaande de Paschaceremonie en de lessen die wij daaruit behoren te leren.

Les in nederigheid en dienstbetoon

De apostel Johannes beschreef de gebeurtenissen van de laatste avond van Jezus Christus met Zijn discipelen: "En vůůr het Paasfeest, toen Jezus wist, dat Zijn ure gekomen was om uit deze wereld over te gaan tot de Vader, heeft Hij de Zijnen, die Hij in de wereld liefhad, liefgehad tot het einde." Tijdens de maaltijd "stond Hij . . . van de maaltijd op, en Hij legde Zijn klederen af en nam een linnen doek en omgordde Zich daarmede. Daarna deed Hij water in het bekken en begon de voeten der discipelen te wassen, en af te drogen met de doek, waarmede Hij omgord was" (Johannes 13:1-5).

Het wassen van de voeten van de gasten was normaal gesproken het werk van de laagste huisbediende. In de eerste eeuw was het een daad van gastvrijheid. In plaats van een dienstknecht te vragen om voor Zijn gasten deze taak te verrichten, verkoos Jezus in nederigheid deze Zelf te volbrengen, om een belangrijke geestelijke les te onderwijzen. Het verslag gaat als volgt verder: "Toen Hij dan hun voeten gewassen had en Zijn klederen aangedaan en weder plaats genomen had, zeide Hij tot hen: Begrijpt gij wat Ik u gedaan heb? Gij noemt Mij Meester en Here, en gij zegt dat terecht, want Ik ben het. Indien nu Ik, uw Here en Meester, u de voeten gewassen heb, behoort ook gij elkander de voeten te wassen" (vers 12-14).

Jezus liet Zijn discipelen achter met een blijvende herinnering aan het belang van nederige dienstbaarheid aan anderen. Dit versterkte nog een eerdere les die Hij hun had gegeven en die vermeld staat in MattheŁs 20:25-28, waar Hij Zijn discipelen waarschuwde voor het aanmatigend heersen over hun broeders: "Gij weet, dat de regeerders der volken heerschappij over hen voeren en de rijksgroten oefenen macht over hen. Zo is het onder u niet. Maar wie onder u groot wil worden, zal uw dienaar zijn, en wie onder u de eerste wil zijn, zal uw slaaf zijn; gelijk de Zoon des mensen niet gekomen is om Zich te laten dienen, maar om te dienen en Zijn leven te geven als losprijs voor velen."

De eenvoudige handeling van het anderen de voeten wassen leert ons een essentiŽle les die nauw verbonden is met het Pascha. De conclusie was: "Ik heb u een voorbeeld gegeven, opdat ook gij doet, gelijk Ik u gedaan heb" (Johannes 13:15). Hoeveel christenen gehoorzamen heden ten dage aan deze eenvoudige instructie om elkaar de voeten te wassen en die houding in hun leven ten toon te spreiden? Als het vrijgekochte bezit van God, door Christus' offer, behoort ons leven toegewijd te zijn aan het dienen van God en onze medemens.

Het brood: symbool van Christus' lichaam

Later, terwijl de discipelen aan het eten waren, legde Jezus uit dat ťťn van hen Hem spoedig zou verraden (MattheŁs 26:21-25). Maar let op vers 26: "En terwijl zij aten, nam Jezus een brood, sprak de zegen uit, brak het en gaf het aan Zijn discipelen en zeide: Neemt, eet, dit is Mijn lichaam." Christus' lichaam zou een zondoffer worden, want in feite "zijn wij eens voor altijd geheiligd door het offer van het lichaam van Jezus Christus. Voorts staat elke priester dagelijks in zijn dienst om telkens dezelfde offers te brengen, die nimmer de zonden kunnen wegnemen; deze echter is, na ťťn offer voor de zonden te hebben gebracht, voor altijd gezeten aan de rechterhand van God . . . Want door ťťn offerande heeft Hij voor altijd hen volmaakt, die geheiligd worden" (HebreeŽn 10:10-14). God vergeeft ons door het offer van Jezus Christus, en Hij "heiligt" ons - zet ons apart - voor het heilige doel van gehoorzaamheid aan Hem.

Onze beslissing om te eten van het Paschabrood betekent dat wij begrijpen dat Jezus Christus is gekomen "om door Zijn offer de zonde weg te doen" (HebreeŽn 9:26). Hij verklaarde zich gewillig bereid om voor ons een martelende dood te ondergaan. Christus droeg in Zijn lichaam het psychische en fysieke lijden dat door zonde wordt veroorzaakt.

Jezus' offer is ook verbonden met onze genezing. Petrus schreef over Christus' lijden dat Hij "onze zonden in Zijn lichaam op het hout gebracht heeft, opdat wij, aan de zonden afgestorven, voor de gerechtigheid zouden leven; en door Zijn striemen zijt gij genezen" (I Petrus 2:24). Jesaja profeteerde over Jezus' lijden ten behoeve van ons: "onze ziekten heeft Hij op Zich genomen, en onze smarten gedragen; wij echter hielden Hem voor een geplaagde, een door God geslagene en verdrukte. Maar om onze overtredingen werd Hij doorboord, om onze ongerechtigheden verbrijzeld; de straf die ons de vrede aanbrengt, was op Hem, en door Zijn striemen is ons genezing geworden" (Jesaja 53:4-5).

MattheŁs 8:16-17 beschrijft voorvallen van genezing, waarbij Jezus hulp gaf aan "vele bezetenen . . . en Hij dreef de geesten uit met Zijn woord en die ernstig ongesteld waren genas Hij allen, opdat vervuld zou worden, hetgeen gesproken werd door de profeet Jesaja, toen hij zeide: Hij heeft onze zwakheden op Zich genomen en onze ziekten heeft Hij gedragen."

Jezus Christus toonde dat Hij de beloofde Messias was door wonderbaarlijke genezingen. Behalve dat deze blijk gaven van Zijn medelijden, toonden ze ook dat Christus de macht bezat om zonde te vergeven (MattheŁs 9:2-6). Zonde veroorzaakt lijden! De uiteindelijke genezing, mogelijk gemaakt door Christus' volledige offer, betreft de gehele persoon, waarbij de psychische, emotionele en fysieke vormen van lijden die voortkomen uit onze zonden, worden verlicht en weggenomen.

Door de vergeving van onze zonden heeft Christus voor ons ook het ontvangen van eeuwig leven mogelijk gemaakt. "Ik ben het brood des levens," zei Hij. "Uw vaderen hebben in de woestijn het manna gegeten en zij zijn gestorven; dit is het brood, dat uit de hemel nederdaalt, opdat wie ervan eet, niet sterve. Ik ben het levende brood, dat uit de hemel nedergedaald is. Indien iemand van dit brood eet, hij zal in eeuwigheid leven; en het brood, dat Ik geven zal, is Mijn vlees, voor het leven der wereld" (Johannes 6:48-51).

Relatie die leidt tot nieuwe levenswijze

Het brood van het Pascha herinnert ons aan de hechte relatie die christenen hebben met Jezus Christus. In Romeinen 6:1-6 maakt Paulus duidelijk dat wij, als we eenmaal door de doop symbolisch met Christus verenigd zijn in de dood, "niet langer slaven der zonde zouden zijn," maar "in nieuwheid des levens zouden wandelen." Het eten van het brood toont onze verbondenheid, om Christus in ons te laten leven.

De apostel Paulus beschrijft dit verbonden zijn met Christus in Galaten 2:20: "Met Christus ben ik gekruisigd, en toch leef ik, (dat is), niet meer mijn ik, maar Christus leeft in mij. En voor zover ik nu (nog) in het vlees leef, leef ik door het geloof in de Zoon van God, die mij heeft liefgehad en Zich voor mij heeft overgegeven." Paulus begreep dat zijn leven niet langer gericht kon zijn op eigen streven. Zijn relatie met Jezus Christus werd voor hem van het allerhoogste belang.

De apostel Johannes vertelt ons wat Christus van ons verwacht in onze relatie met Hem: "hieraan onderkennen wij, dat wij Hem kennen: indien wij Zijn geboden bewaren . . . Wie zegt, dat hij in Hem blijft, behoort ook zelf zů te wandelen, als Hij gewandeld heeft" (I Johannes 2:3-6).

Het brood van het Pascha bevestigt ons begrip dat Jezus Christus, het ware "brood des levens", in ons moet leven, ons zo in staat stellend een volkomen nieuw leven te leiden. God vergeeft onze zonden om ons te heiligen - om ons te blijven apart zetten voor een heilig doel, om ons vrij te kopen (voor een prijs). Wij zullen dan God toebehoren, zodat Hij Zijn plan in ons kan volbrengen.

Betekenis van de wijn bij het Pascha

Waarom gebood Jezus Zijn discipelen tijdens het Pascha wijn te drinken als symbool van Zijn bloed? Wat symboliseert dat?

Let op het verslag van MattheŁs: "En Hij nam een beker, sprak de dankzegging uit en gaf hun die en zeide: Drinkt allen daaruit. Want dit is het bloed van Mijn verbond, dat voor velen vergoten wordt tot vergeving van zonden. Doch Ik zeg u, Ik zal van nu aan voorzeker niet meer van deze vrucht van de wijnstok drinken, tot op die dag, dat Ik haar met u nieuw zal drinken in het Koninkrijk Mijns Vaders" (MattheŁs 26:27-29).

Wat wordt ons door dit symbool geleerd? In de eerste plaats wist Christus dat het drinken van wijn als symbool van Zijn vergoten bloed ons een diep besef zou geven van het feit dat Hij stierf voor de vergeving van onze zonden: ". . . doet dit, zo dikwijls gij die drinkt, tot Mijn gedachtenis" (I KorinthiŽrs 11:25). Jezus was het "die ons liefheeft en ons uit onze zonden verlost heeft door Zijn bloed" (Openbaring 1:5). God vergeeft onze zonden door Jezus' vergoten bloed (I Johannes 1:7).

Veel mensen begrijpen dit principe normaal gesproken wel - dat God onze zonden vergeeft door het bloed van Jezus Christus - maar niet iedereen beseft hoe dit gebeurt. Paulus legde uit: "nagenoeg alles wordt volgens de wet met bloed gereinigd, en zonder bloedstorting geschiedt er geen vergeving" (HebreeŽn 9:22).

Het Oude Testament beschrijft hoe God de priesters instructie gaf om bepaalde taken te verrichten; dit betrof ook een systeem van reiniging en zuivering door gebruik te maken van het bloed van geofferde dieren, als voorafschaduwing van het vergieten van Christus' bloed, het uiteindelijke offer voor zonde. Hij gebood het volk IsraŽl zich aan dit tijdelijke systeem te houden van de rituele reiniging van zonde (HebreeŽn 9:9-10). Dierlijke offers dienden als een symbool van het enig werkelijke, toekomstige offer, Jezus Christus, die eens en voor altijd de straf zou ondergaan voor de zonden van ieder mens.

De Bijbel leert dat het leven in het bloed is (Genesis 9:4). Als iemand voldoende bloed verliest, sterft hij of zij. Daarom wordt door bloed, als het uitgegoten wordt, verzoening gedaan voor de zonde, die de dood voortbrengt (Leviticus 17:11). Jezus verloor Zijn bloed toen Hij gekruisigd was (Lukas 22:20; Jesaja 53:12). Hij heeft Zijn bloed uitgegoten, stervend voor de zonden van de mensheid.

Bij het deelnemen aan de wijn tijdens de ceremonie van het Pascha moeten wij zorgvuldig de betekenis ervan overwegen. Die kleine hoeveelheid wijn stelt het levensbloed voor dat tot vergeving van onze zonden uit het stervende lichaam van Jezus Christus vloeide (EfeziŽrs 1:7). Met deze vergeving komt het bevrijd zijn van de eeuwige dood.

Niet alleen bedekt het bloed van Jezus Christus onze zonden volledig, maar het maakt ook het wegnemen van ons schuldgevoel mogelijk. HebreeŽn 9:13-14 vergelijkt het fysiek offeren van een dier met het bloed van Christus: "Want als (reeds) het bloed van bokken en stieren en de besprenging met de as der vaars hen, die verontreinigd zijn, heiligt, zodat zij naar het vlees gereinigd worden, hoeveel te meer zal het bloed van Christus, die door de eeuwige Geest Zichzelf als een smetteloos offer aan God gebracht heeft, ons bewustzijn [Statenvertaling: ons geweten] reinigen van dode werken, om de levende God te dienen?"

Als wij tijdens de nieuwtestamentische Paschaceremonie van de wijn nemen, is dat een uiting van geloof dat God ons werkelijk vergeven heeft. Wij zijn vrij van zonde en schuld (Johannes 3:17-18) en ons hart is "gezuiverd . . . van besef van kwaad" (HebreeŽn 10:22). Wij leven in nieuwheid des levens, met een zuiver geweten (Romeinen 6:14).

Sommige mensen voelen zich echter zelfs nadat zij zich bekeerd hebben nog schuldig. Hoewel ons geweten ons dadelijk zou moeten overtuigen van onze schuld als wij opnieuw zondigen, moeten wij onszelf niet blijven veroordelen vanwege zonden die God al vergeven heeft. In plaats daarvan behoren wij er volledig op te vertrouwen dat wij door God bevrijd zijn van schuld (I Johannes 1:9; 3:19-20).

Toegang tot de Vader

Christus' vergoten bloed maakt ook onze toegang mogelijk tot de troon van God de Vader. Onder het Oude Verbond kon alleen de hogepriester het gedeelte van de tabernakel binnengaan dat bekend stond als het heilige der heiligen (HebreeŽn 9:6-10). Het daar geplaatste "verzoendeksel" vertegenwoordigde Gods troon. Leviticus 16 beschrijft de ceremonie die ieder jaar plaatsvond op een andere heilige dag, de Grote Verzoendag. Op die dag nam de hogepriester het bloed van een geitenbok, symbolisch voor het toekomstige offer van Jezus Christus, en sprenkelde het op het verzoendeksel zodat de IsraŽlieten symbolisch gereinigd konden worden van al hun zonden (vers 15-16).

Omdat het bloed van Jezus Christus ons voor God reinigt van zonde, kunnen wij rechtstreeks toegang hebben tot de Vader (HebreeŽn 9:24). Als onze Hogepriester ging Jezus binnen in het heilige der heiligen, met Zijn eigen bloed (HebreeŽn 9:11-12). Wij kunnen nu tot God de Vader naderen zonder aarzeling of angst voor afwijzing, maar met vertrouwen en zekerheid (HebreeŽn 10:19-22).

HebreeŽn 4:16 spreekt over het vertrouwen dat wij kunnen hebben als wij tot God naderen: "Laten wij daarom met vrijmoedigheid toegaan tot de troon der genade, opdat wij barmhartigheid ontvangen en genade vinden om hulp te verkrijgen te gelegener tijd." Jezus Christus maakt het voor ons mogelijk deze intieme relatie met onze hemelse Vader te ervaren.

Ons verbond met God

Het bloed van Christus betekent ook dat Hij een verbond, of overeenkomst, is aangegaan. Toen Jezus wijn als symbool voor het nieuwtestamentische Pascha instelde, gaf Hij opdracht deze te drinken als "het bloed van Mijn verbond" (MattheŁs 26:27-28).

Waarom wordt deze wijn het "bloed van Mijn verbond" genoemd? De schrijver van het boek HebreeŽn legt uit dat het Oude Verbond dat God aanging met het oude IsraŽl, nadat de IsraŽlieten in antwoord gehoorzame toewijding hadden beloofd, werd bekrachtigd door de ceremonie van het sprenkelen van bloed. De schrijvers van de Bijbel noemden dit het "bloed van het verbond" (HebreeŽn 9:18-20; 13:20; Exodus 24:3-8).

We moeten begrijpen dat bekering, doop en het aanvaarden van het offer van Jezus Christus - gepaard met geloof in Zijn belofte van de vergeving van onze zonden - ons in een verbond doen treden met God. Door dit verbond, dat wij dankbaar aanvaarden en waarop wij volledig kunnen vertrouwen (HebreeŽn 6:17-20), wordt ons door God eeuwig leven geschonken. Door het aanvaarden van het offer van Christus tot vergeving van zonden gaan wij een verbondsrelatie aan met de God van het universum. De bepalingen van dit verbond zijn absoluut, omdat het is bezegeld met het vergoten bloed van Jezus Christus (HebreeŽn 9:11-12, 15). Dit verbond wordt ieder jaar vernieuwd als wij deelnemen aan het Pascha.

Wat zijn de bepalingen van deze verbondsrelatie? "Dit is het verbond, waarmede Ik Mij aan hen verbinden zal na die dagen, zegt de Here: Ik zal Mijn wetten in hun harten leggen, en die ook in hun verstand schrijven, en hun zonden en ongerechtigheden zal Ik niet meer gedenken" (HebreeŽn 10:16-17).

Het was niet in het hart van het oude IsraŽl om getrouw Gods geboden te houden (Deuteronomium 5:29). Onder het Nieuwe Verbond schrijft God echter Zijn wet in ons hart en verstand. Dit spreekt niet over de fysieke reinigingsvoorschriften in het systeem van offeranden, wassingen en dienst in de tabernakel. Het betreft de heilige en rechtvaardige wetten die bepalen wat het juiste gedrag is tegenover God en de naaste (Romeinen 7:12), en die leiden tot eeuwig leven (MattheŁs 19:17). De wijn van het Pascha is symbolisch voor deze verbondsrelatie die bekrachtigd wordt door het bloed van Jezus Christus.

Jaarlijkse viering in de vroege Kerk

Het Nieuwe Testament beschrijft hoe christenen de jaarlijkse feesten in acht bleven nemen op de door God geboden tijden. Als jongeman hield Christus het Pascha jaarlijks op de voorgeschreven dag (Lukas 2:41) en Hij zette dit gebruik voort met Zijn discipelen. Tevens bleef de vroege Kerk de andere heilige dagen vieren op het voorgeschreven tijdstip. Zo wordt bijvoorbeeld in Handelingen vermeld dat de volgelingen van Jezus bijeenkwamen om het Pinksterfeest te vieren: "En toen de Pinksterdag aanbrak, waren allen tezamen bijeen" (Handelingen 2:1).

De Bijbel geeft geen aanwijzing dat de vroege Kerk de door God voor Zijn feesten vastgestelde dagen uitbreidde of wijzigde. De formulering in I KorinthiŽrs 11:26 - "want zo dikwijls gij dit brood eet en de beker drinkt" - verwijst er eenvoudig naar dat de leden van de Kerk door het jaarlijks op de juiste dag vieren van het Pascha "de dood des Heren" verkondigden, "totdat Hij komt."

De Bijbel geeft specifiek instructie voor de jaarlijkse viering van het Pascha, en uit de geschiedenis blijkt dat de jaarlijkse viering ervan een gebruik was van de vroege Kerk. Evenals alle andere jaarlijkse feesten eens per jaar gevierd dienen te worden, zo dient ook het Pascha, als herinnering aan Jezus' dood, jaarlijks gehouden te worden en niet wanneer of hoe dikwijls men verkiest. Noch Jezus Christus, noch de apostelen gaven te kennen dat het tijdstip of de frequentie van de viering van Gods feesten veranderd moest worden.

In navolging van hun voorbeeld behoort ook heden ten dage het Pascha gevierd te worden aan het begin van de avond van de 14de dag van de eerste maand (Abib, of Nisan) van de Hebreeuwse kalender (zie data op p. 32-33).

Tijdens Zijn laatste Pascha met Zijn discipelen legde Jezus uit dat deze viering tevens veelbetekenend was voor de toekomst. In MattheŁs 26:29 vertelde Hij hun: "Ik zal van nu aan voorzeker niet meer van deze vrucht van de wijnstok drinken, tot op die dag, dat Ik haar met u nieuw zal drinken in het Koninkrijk Mijns Vaders."

De jaarlijkse viering van het Pascha herinnert ons eraan dat God degene is die zonde vergeeft en ons eeuwig leven schenkt in Zijn Koninkrijk door het offer van Jezus Christus, ons Pascha. Deze plechtigheid is een herdenking van de blijvende rol die onze Schepper heeft in de verlossing van de mensheid.

Het Feest van

Ongezuurde Broden:

het verlaten van zonde

Onmiddellijk na het Pascha volgt een feest dat de volgende stap beschrijft in de vervulling van Gods grote plan. Hoe kunnen wij, nadat God ons door het offer van Christus onze zonden vergeven heeft, zonde blijven vermijden en gaan wandelen in nieuwheid des levens? Hoe kunnen wij leven als door God bevrijd volk? We vinden het antwoord in de opmerkelijke symboliek van het Feest van Ongezuurde Broden.

Toen God IsraŽl bevrijdde uit slavernij in Egypte, gaf Hij Zijn volk de volgende opdracht: "Zeven dagen zult gij ongezuurde broden eten" (Exodus 12:15). In vers 39 wordt dit verder verklaard: "En zij bakten van het deeg dat zij uit Egypte hadden meegenomen, ongezuurde koeken, want het was niet gezuurd, omdat zij uit Egypte waren verdreven en niet hadden kunnen wachten en ook geen teerkost voor zich hadden bereid."

Het gistingsproces, dat het brood doet rijzen, neemt tijd. De IsraŽlieten hadden geen tijd over toen zij Egypte verlieten, dus bakten en aten zij platte broden. Wat begon als noodzaak, duurde een week. God noemde deze periode toepasselijk het Feest der Ongezuurde Broden (Leviticus 23:6), of de Dagen der Ongezuurde Broden (Handelingen 12:3).

Toen Jezus als mens op aarde kwam, hield Hij dit zevendaagse feest - soms door de Joden het Paschafeest genoemd, vanwege het direct voorafgaande Pascha. Jezus hield het als kind en later als volwassene (Lukas 2:41; MattheŁs 26:17). De vroege Kerk hield dit feest eveneens, in navolging van wat Christus gedaan had.

Oudste instructies en Christus' leer

God gaf aan de IsraŽlieten Zijn eerste voorschriften betreffende dit feest toen zij zich gereedmaakten Egypte te verlaten. "En deze dag zal u een gedenkdag zijn, gij zult hem vieren als een feest voor de HERE; in uw geslachten zult gij hem als een altoosdurende inzetting vieren. Zeven dagen zult gij ongezuurde broden eten; dadelijk op de eerste dag zult gij het zuurdeeg uit uw huizen verwijderen, want ieder die iets gezuurds eet, van de eerste tot de zevende dag, zo iemand zal uit IsraŽl worden uitgeroeid. Zowel op de eerste als op de zevende dag zult gij een heilige samenkomst hebben; generlei arbeid zal daarop verricht worden; slechts wat door ieder gegeten wordt, alleen dat mag door u bereid worden" (Exodus 12:14-16).

Bij elke jaarlijkse viering van dit feest werden de IsraŽlieten herinnerd aan het feit dat God hun voorvaderen had bevrijd uit Egypte. De Schepper gaf als opdracht: "Onderhoudt dan (het feest der) ongezuurde broden, want op deze zelfde dag leid Ik uw legerscharen uit het land Egypte" (vers 17). De uittocht uit Egypte blijft ook heden ten dage een fundamentele achtergrond voor de viering van dit feest. Zoals God het oude IsraŽl verlossing bracht, zo maakt Hij ook voor ons verlossing mogelijk uit de macht van de zonde.

Opmerkelijk is wat Jezus Christus onderwees aangaande zuurdesem, waardoor aan dit feest een uitgebreidere betekenis werd gegeven.

Tijdens Zijn prediking op aarde verrichtte Christus twee wonderen waarin duizenden mensen gevoed werden door enkele vissen en broden. Na een van deze voorvallen waren Zijn discipelen gereisd naar de overzijde van het Meer van Galilea, waarbij zij vergeten waren brood mee te nemen. Jezus vertelde hun: "Ziet toe en wacht u voor de zuurdesem der FarizeeŽn en SadduceeŽn."

De discipelen dachten dat Jezus verwees naar hun verzuim brood mee te nemen. Hij gebruikte deze gelegenheid echter om hen iets te leren door de symboliek van zuurdesem. Christus vroeg hun: "Hoe begrijpt gij niet, dat Ik u niet van broden sprak? Maar wacht u voor de zuurdesem der FarizeeŽn en SadduceeŽn." Toen begrepen de discipelen "dat Hij hun niet gezegd had zich te wachten voor de zuurdesem der broden, maar voor de leer der FarizeeŽn en SadduceeŽn" (MattheŁs 16:5-12).

Sommige religieuze leiders in Christus' tijd schenen rechtvaardig te zijn, maar hadden heimelijke zonden. Jezus gaf hun te verstaan dat Hij hun harten kende. Zij leken misschien voor anderen rechtvaardig, "doch van binnen zijt gij vol huichelarij en wetsverachting" (MattheŁs 23:28).

De Dagen van Ongezuurde Broden herinneren ons eraan dat wij met Gods hulp alle vormen van zonde - gesymboliseerd door zuurdesem - op elk gebied van ons leven moeten verwijderen en vermijden.

Blijvende betekenis van deze dagen

Tijdens het Feest van Ongezuurde Broden onderwees de apostel Paulus dezelfde geestelijke lessen als Jezus Christus had onderwezen, door zuurdesem te vergelijken met zonde. In de context van het berispen van de gemeente te Korinthe vanwege verdeeldheid, naijver en het tolereren van seksuele misdragingen, schreef Paulus: "Uw roem deugt niet. Weet gij niet, dat een weinig zuurdeeg het gehele deeg zuur maakt? Doet het oude zuurdeeg weg, opdat gij een vers deeg moogt zijn; gij zijt immers ongezuurd. Want ook ons paaslam [Statenvertaling: Pascha] is geslacht: Christus. Laten wij derhalve feest vieren, niet met oud zuurdeeg, noch met zuurdeeg van slechtheid en boosheid, maar met het ongezuurde brood van reinheid en waarheid" (I KorinthiŽrs 5:6-8).

De gemeente te Korinthe was duidelijk bezig met de viering van het Feest van Ongezuurde Broden, waarnaar Paulus herhaaldelijk verwees. Paulus gebruikte echter de getrouwe gehoorzaamheid van de KorinthiŽrs in het fysiek houden van het feest (door zuurdesem te verwijderen uit hun huizen) als basis om hen aan te moedigen dit feest te vieren met het juiste begrip van de geestelijke bedoeling.

Heden ten dage worden wij door het verwijderen van zuurdesem uit onze woningen eraan herinnerd dat ook wij, door na gebed Gods hulp en inzicht te verkrijgen, zonde moeten herkennen, uitbannen en vermijden. Het Feest van Ongezuurde Broden is dus een tijd voor het overdenken van ons persoonlijk leven. We behoren te mediteren over onze houding, onze gedachten en ons gedrag, en God te vragen ons te helpen onze tekortkomingen te erkennen en te overwinnen.

Paulus sprak over deze zeer noodzakelijke zelfevaluatie in II KorinthiŽrs 13:5: "Stelt uzelf op de proef, of gij wel in het geloof zijt, onderzoekt uzelf. Of zijt gij niet zo zeker van uzelf, dat Jezus Christus in u is? Want anders zijt gij verwerpelijk."

Paulus verklaarde de betekenis van de term "Jezus Christus in u" in Galaten 2:20: "Met Christus ben ik gekruisigd, en toch leef ik, (dat is), niet meer mijn ik, maar Christus leeft in mij. En voor zover ik nu (nog) in het vlees leef, leef ik door het geloof in de Zoon van God, die mij heeft liefgehad en Zich voor mij heeft overgegeven."

Deze zeven dagen van zelfonderzoek blijken van onschatbare waarde te zijn om ons te helpen ons leven te wijden aan God en Jezus Christus. Deze periode is ook een beeld van de uiteindelijke triomf over de zonde. Zoals God de oude IsraŽlieten verloste van onderwerping aan Egypte, zo verlost Hij ook ons van het onderworpen zijn aan zonde (Romeinen 6:12-18).

Toepassing van geestelijke lessen

Wij leren door te doen. We leren geestelijke lessen door fysieke handelingen. Het ontzuren van onze huizen herinnert ons eraan alert en op onze hoede te zijn voor zondige gedachten en daden, opdat we die kunnen vermijden. God weet echter dat wij, ondanks onze goede bedoelingen, allen zondigen.

Vele jaren na zijn bekering beschreef Paulus de sterke menselijke neiging tot zondigen. "Zo vind ik dan deze regel: als ik het goede wens te doen, is het kwade bij mij aanwezig; want naar de inwendige mens verlustig ik mij in de wet Gods, maar in mijn leden zie ik een andere wet, die strijd voert tegen de wet van mijn verstand en mij tot krijgsgevangene maakt van de wet der zonde, die in mijn leden is. Ik, ellendig mens! Wie zal mij verlossen uit het lichaam dezes doods? Gode zij dank door Jezus Christus, onze Here! Derhalve ben ik zelf met mijn verstand dienstbaar aan de wet Gods, maar met mijn vlees aan de wet der zonde" (Romeinen 7:21-26).

Paulus wist dat het leven zelf een strijd is tegen zonde. De Bijbel spreekt over "de zonde, die ons zo licht in de weg staat" (HebreeŽn 12:1). Wij hebben zelf een taak in het strijden om zonde te overwinnen. Het lijkt tegenstrijdig dat wij daarbij toch op God moeten vertrouwen om ons te helpen. Paulus legde dit uit aan de Filippenzen: "blijft . . . uw behoudenis bewerken met vreze en beven, want God is het, die om Zijn welbehagen zowel het willen als het werken in u werkt" (Filippenzen 2:12-13).

Onze viering van de Dagen van Ongezuurde Broden helpt ons te beseffen dat wij de hulp van Jezus Christus nodig hebben om onze zwakheden te overwinnen. Toch is dit feest zeker een tijd om ons te verheugen, omdat Christus ons vrijelijk de hulp geeft die wij nodig hebben. Jezus, het Lam Gods, werd geofferd voor de vergeving van onze zonden, waardoor ons leven ontzuurd of gereinigd werd. Hij blijft ons helpen om in gehoorzaamheid te leven door de inwoning van Gods Geest in ons - hetwelk ons brengt tot het onderwerp van het volgende hoofdstuk.

Het Pinksterfeest:

de eerstelingen

van Gods oogst

In het proces van de openbaring van Zijn plan van behoud voor de mensheid werden Gods jaarlijkse heilige dagen ingesteld volgens de oogstseizoenen in het Midden-Oosten (Leviticus 23:9-16; Exodus 23:14-16). Zoals Zijn volk in de periode van deze drie feestseizoenen hun oogst binnenhaalde, zo tonen Gods heilige dagen ons hoe Hij bezig is met een geestelijke oogst van mensen, tot eeuwig leven in Zijn Koninkrijk.

De heilige dagen hebben elkaar ondersteunende betekenissen. Samen openbaren ze stap voor stap hoe God werkt met de mensheid.

We zagen reeds hoe het Pascha symboliseert dat Christus Zichzelf gaf voor de vergeving van onze zonden. We zagen ook hoe de Dagen van Ongezuurde Broden ons leren dat we zonde moeten verwijderen en vermijden, zowel in onze daden als in onze gedachten. De volgende heilige dag, Pinksteren, bouwt verder op dit belangrijke fundament.

Dit feest staat bekend onder verschillende namen, die ontleend zijn aan de betekenis en het tijdstip ervan. Als "het feest van de oogst" (Exodus 23:16) verwijst het naar de eerstelingen (Numeri 28:26), die in het oude IsraŽl bij het beŽindigen van de voorjaarsoogsten van het graan waren ingezameld (Exodus 23:16).

Het wordt ook het Feest der Weken genoemd (Exodus 34:22), een naam die afgeleid is van de zeven weken plus ťťn dag (50 dagen in totaal) die geteld worden om te bepalen wanneer dit feest gevierd moet worden (Leviticus 23:16). Daarom ook wordt in het Nieuwe Testament dit feest Pinksteren of Pentekostos (Grieks voor "vijftig") genoemd.

Onder de Joden is de meest algemene naam voor dit feest het Feest der Weken, ofwel shavuot in het Hebreeuws. Bij de viering van dit feest herdenken vele Joden een van de grootste gebeurtenissen in de geschiedenis: de door God op de berg Sinai geopenbaarde wet.

Maar Pinksteren is niet alleen symbolisch voor het geven van de wet; het toont ook - door een groot wonder dat plaatsvond op de eerste Pinksterdag van de vroege Kerk - hoe men de geestelijke bedoeling van Gods wetten moet houden.

Het geschenk van Pinksteren: de Heilige Geest

God koos de eerste Pinksterdag na de opstanding van Jezus Christus om de Heilige Geest uit te storten op 120 gelovigen (Handelingen 1:15). "En toen de Pinksterdag aanbrak, waren allen tezamen bijeen. En eensklaps kwam er uit de hemel een geluid als van een geweldige windvlaag en vulde het gehele huis, waar zij gezeten waren; en er vertoonden zich aan hen tongen als van vuur, die zich verdeelden, en het zette zich op ieder van hen; en zij werden allen vervuld met de heilige Geest en begonnen met andere tongen [talen] te spreken, zoals de Geest het hun gaf uit te spreken" (Handelingen 2:1-4).

Het spreken in verschillende talen gebeurde terwijl een menigte in Jeruzalem bijeenkwam, waarbij iedere bezoeker de discipelen in zijn eigen moedertaal hoorde spreken (vers 6-11). Deze verbazingwekkende gebeurtenissen toonden de aanwezigheid van de Heilige Geest.

Eerst was er verbazing onder de bewoners van Jeruzalem die getuige waren van dit wonderbaarlijke verschijnsel. Sommigen schreven de handelingen van de christenen toe aan dronkenschap (Handelingen 2:12-13). De apostel Petrus, nu vervuld van de Heilige Geest, gaf aan de schare een vrijmoedige uitleg over het gebeuren, als een vervulling van de profetie van JoŽl: "En het zal zijn in de laatste dagen, zegt God, dat Ik zal uitstorten van Mijn Geest op alle vlees" (Handelingen 2:17; JoŽl 2:28).

Petrus legde uit hoe de toehoorders eveneens deze Geest konden ontvangen: "Bekeert u en een ieder van u late zich dopen op de naam van Jezus Christus, tot vergeving van uw zonden, en gij zult de gave des Heiligen Geestes ontvangen. Want voor u is de belofte en voor uw kinderen en voor allen, die verre zijn, zovelen als de Here, onze God, ertoe roepen zal" (Handelingen 2:38-39).

God gebruikte deze wonderen en Petrus' prediking om in ťťn dag 3000 mensen aan Zijn Kerk toe te voegen. Deze bekeerlingen werden allen gedoopt en ontvingen de Heilige Geest (vers 40-41). Vanaf dat tijdstip is Gods Geest beschikbaar geweest voor allen die werkelijk tot bekering komen en op de juiste wijze gedoopt worden. De Pinksterdag is een jaarlijkse herinnering aan het feit dat God Zijn Geest uitstortte om Zijn Kerk te stichten, de groep van gelovigen die geleid worden door Zijn Geest.

Waarom wij Gods Geest nodig hebben

Menselijkerwijs zullen wij, hoeveel moeite we ook doen het te vermijden, toch nog zondigen (I Koningen 8:46; Romeinen 3:23). God erkende bedroefd deze aan de menselijke natuur inherente zwakheid, in Deuteronomium 5:29: "Och, hadden zij steeds zulk een hart om Mij te vrezen en om al Mijn geboden te onderhouden, opdat het hun en hun kinderen voor altoos wŤl mocht gaan!"

Hier verklaart God dat er een probleem in het hart van de mens is. Theoretische kennis van de wet geeft ons niet het vermogen om als God te denken. Het godvrezend worden in onze gedachten, houding en daden gaat het begrip en vermogen van de mens te boven bij gebrek aan een extra ingrediŽnt: Gods Geest.

Gods denkwijze brengt vrede, geluk en bezorgdheid voor anderen. Jezus gaf een compliment aan een wetgeleerde die op juiste wijze de essentie van Gods wet citeerde: "Gij zult de Here, uw God, liefhebben uit geheel uw hart en met geheel uw ziel en met geheel uw kracht en met geheel uw verstand" en "uw naaste [liefhebben] als uzelf" (Lukas 10:27). Deze man citeerde Deuteronomium 6:5 en Leviticus 19:18, twee boeken van de Pentateuch. Jezus bevestigde hier dat de oudtestamentische geschriften zijn gebaseerd op deze twee grote principes van liefde (MattheŁs 22:40).

De essentie van Gods wet is liefde (Romeinen 13:8-10; I Thessalonicenzen 4:9). God gaf Zijn geboden omdat Hij ons liefheeft. Schrijvend aan de broeders die Gods Geest hadden, zei Johannes: "Hieraan onderkennen wij, dat wij de kinderen Gods liefhebben, wanneer wij God liefhebben en Zijn geboden doen. Want dit is de liefde Gods, dat wij Zijn geboden bewaren. En Zijn geboden zijn niet zwaar" (I Johannes 5:2-3).

Omdat Gods Geest nu in de Kerk aanwezig was, konden de leden van de Kerk ware liefde betonen. "Een nieuw gebod geef Ik u," had Jezus gezegd, "dat gij elkander liefhebt; gelijk Ik u liefgehad heb . . . Hieraan zullen allen weten, dat gij discipelen van Mij zijt, indien gij liefde hebt onder elkander" (Johannes 13:34-35). Het door God op de Pinksterdag gegeven geschenk van de Heilige Geest maakte het voor de Kerk mogelijk Gods geboden van liefde ten volle tot uitdrukking te brengen.

Jezus Christus: de eersteling van eeuwig leven

Eerstelingen zijn de eerste agrarische producten die rijp geworden zijn. In de gehele Bijbel gebruikt God de analogie van de oogst - en, vooral met Pinksteren, de eerstelingen - om aspecten van Zijn plan van behoud te illustreren. IsraŽl hield deze dag in het late voorjaar, na de gerste- en tarwe-oogst. Een speciale offerande van het eerste rijpe graan tijdens de Dagen van Ongezuurde Broden, het beweegoffer genoemd, gaf het begin aan van deze oogsten, die de volgende 50 dagen duurden en leidden naar Pinksteren (Leviticus 23:11). Deze voorjaarsoogst was de eerste van de jaarlijkse agrarische cyclus.

Een van de eerste lessen van de oogst in het Nieuwe Testament is dat Jezus Christus "is opgewekt uit de doden, als eersteling van hen, die ontslapen zijn" (I KorinthiŽrs 15:20). Het beweegoffer symboliseerde Jezus Christus, die de "eerstgeborene der ganse schepping" was, en de "eerstgeborene uit de doden" (Kolossenzen 1:15, 18). Hij presenteerde Zichzelf aan God de Vader als een type, of voorbeeld, van eerstelingen op de zondag na Zijn opstanding, dezelfde dag tijdens de Dagen van Ongezuurde Broden waarop de eerste garve graan van de voorjaarsoogst voor God bewogen werd.

Vroeg op de eerste dag van de week (zondagmorgen), terwijl het nog donker was en Jezus reeds was opgewekt (Johannes 20:1), kwam Maria Magdalena naar het graf en ontdekte dat de steen al weggerold was. Ze rende weg om Petrus en Johannes te waarschuwen dat Jezus niet langer in Zijn graf was. De twee mannen snelden naar het graf en zagen dat Jezus inderdaad verdwenen was (Johannes 20:2-10). Nadat Petrus en Johannes naar huis waren gegaan, stond Maria Magdalena buiten bij het graf (vers 11). Terwijl zij weende verscheen Jezus aan haar, maar wilde haar niet toelaten Hem aan te raken omdat Hij "nog niet opgevaren" was naar de Vader (Johannes 20:17).

Later op diezelfde dag verscheen Jezus opnieuw. Ditmaal liet Hij zich door bepaalde vrouwen aanraken (MattheŁs 28:9). Uit Zijn eigen woorden blijkt dat Christus, tussen het tijdstip waarop Maria Magdalena Hem zag en het tijdstip waarop Hij de vrouwen toestond Hem aan te raken, naar de Vader was opgevaren en was geaccepteerd.

De ceremonie van het beweegoffer die God aan het oude IsraŽl gaf, is dus symbool van de aanvaarding van Jezus Christus door Zijn Vader als "eersteling van hen, die ontslapen zijn" (I KorinthiŽrs 15:20).

De Kerk als eerstelingen

In Romeinen 8:29 wordt over Jezus Christus gesproken als "de eerstgeborene . . . onder vele broederen." Maar de nieuwtestamentische Kerk wordt ook beschouwd als eerstelingen. Sprekend over de Vader zei Jakobus: "Naar Zijn raadsbesluit heeft Hij ons voortgebracht door het woord der waarheid, om in zekere zin eerstelingen te zijn onder Zijn schepselen" (Jakobus 1:18).

Gods Geest in ons identificeert en heiligt ons - zet ons apart als christenen. "Indien iemand echter de Geest van Christus niet heeft," schreef Paulus, "die behoort Hem niet toe," en "allen, die door de Geest Gods geleid worden, zijn zonen Gods" (Romeinen 8:9, 14). Paulus verwees ook naar de broeders als degenen "die de eerstelingen des Geestes hebben" (vers 23, Statenvertaling). Hij vermeldde verscheidene christenen uit de eerste eeuw als eerstelingen van Gods roeping (Romeinen 16:5; I KorinthiŽrs 16:15).

Hoe veelbetekenend het is dat deze mensen van God in de Bijbel eerstelingen worden genoemd, wordt duidelijk als men Johannes 14:6 in aanmerking neemt. Hier zegt Jezus: "Ik ben de weg en de waarheid en het leven; niemand komt tot de Vader dan door Mij."

Hoeveel mensen hebben, door alle eeuwen heen, de levenswijze die Jezus leerde werkelijk aanvaard en beoefend? Zelfs tegenwoordig hebben veel mensen eenvoudigweg weinig of niets over Jezus Christus gehoord. Hoe zal God aan hen behoud bieden? Weinig mensen begrijpen dat God een systematisch plan volgt, gesymboliseerd door Zijn heilige dagen, om de gehele mensheid te redden door alle mensen eeuwig leven te bieden in Zijn Koninkrijk. In deze wereld zijn we eenvoudig aan het begin van de oogst voor het Koninkrijk van God.

De apostel Paulus begreep dit: "Maar nu, Christus is opgewekt uit de doden, als eersteling van hen, die ontslapen zijn . . . Want evenals in Adam allen sterven, zo zullen ook in Christus allen levend gemaakt worden. Maar ieder in zijn eigen rangorde: Christus als eersteling, vervolgens die van Christus zijn bij Zijn komst" (I KorinthiŽrs 15:20, 22-23). Een ieder die nu door God geroepen en uitverkoren is, wordt met Christus gerekend tot Gods eerstelingen (Jakobus 1:18).

De Bijbel leert ons dat God mensen moet roepen (Johannes 6:44, 63). Derhalve wordt door onze Schepper bepaald wanneer Zijn oogst plaatsvindt. Toen God Zijn Kerk stichtte door op de Pinksterdag in 31 n.Chr. aan gelovigen Zijn Geest te geven, was Hij Zijn geestelijke oogst aan het uitbreiden. Het was het begin van wat JoŽl profeteerde, dat God uiteindelijk Zijn geest zal uitstorten op "alle vlees" (JoŽl 2:28-29; Handelingen 2:14-17).

Werking van de Heilige Geest

De komst van de Heilige Geest bracht een dramatische verandering in het leven van deze eerste christenen. Het boek Handelingen staat vol van verhalen over de opmerkelijke geestelijke invloed van de vroege kerk op de haar omringende samenleving. Dit was een zo duidelijke verandering dat niet-gelovigen de christenen ervan beschuldigden "de wereld in opschudding gebracht [te] hebben" (Handelingen 17:6). Zo sterk was de dynamische, wonderbaarlijke kracht van de Heilige Geest.

Om ten volle te beseffen hoe Gods Geest met ons kan werken, moeten we begrijpen wat de Heilige Geest is. Het is niet een persoon, die samen met God de Vader en Christus de Zoon een "heilige drieŽenheid" vormt. In de Bijbel wordt de Heilige Geest beschreven als de kracht van God die in ons leven werkzaam is (Handelingen 1:8; Romeinen 15:13, 19), dezelfde kracht die werkzaam was in het aardse leven van Jezus Christus (Lukas 4:14; Handelingen 10:38).

Deze goddelijke kracht maakt het voor ons mogelijk "door de Geest Gods geleid [te] worden" (Romeinen 8:14). Het was deze kracht die het leven van de vroege christenen veranderde en die heden ten dage in de Kerk werkzaam is. Paulus vertelde TimotheŁs dat Gods Geest een "geest van . . . kracht, van liefde en van bezonnenheid" is (II TimotheŁs 1:7).

Pinksteren dient als jaarlijkse herinnering aan het feit dat onze Schepper nog steeds wonderen verricht, door Zijn Geest te geven aan de eerstelingen van Zijn geestelijke oogst en hun de kracht te geven Zijn werk in deze wereld uit te voeren.

Het Trompettenfeest:

keerpunt in de geschiedenis

Het Trompettenfeest brengt ons in de periode van de najaarsfeesten. Deze dag verwijst naar de culminatie van het huidige tijdperk van de mens en het begin van een onvoorstelbaar tijdperk waarin God een meer rechtstreekse invloed zal hebben op de wereldgebeurtenissen. De voorgaande feesten vertegenwoordigen persoonlijke aspecten van Gods werk in mensen die Hij roept en verkiest. Maar de Trompettendag kondigt aan hoe God op wereldomvattende schaal tussenbeide komt in de zaken van de mensheid. Deze heilige dag verbeeldt een dramatisch keerpunt in de wereldgeschiedenis.

Dit bijzondere feest geeft ook het begin aan van het derde, laatste feestseizoen (Exodus 23:14; Deuteronomium 16:16), met daarin de laatste vier heilige dagen van het jaar.

Wederkomst van Jezus Christus

De betekenis van het Trompettenfeest is niets minder dan de terugkeer van Jezus Christus naar de aarde, om het Koninkrijk van God te vestigen. Het boek Openbaring openbaart een reeks wereldschokkende gebeurtenissen, voorgesteld door engelen die op zeven achtereenvolgende trompetten (of "bazuinen") blazen. Het blazen van de laatste trompet, door de zevende engel, betekent dat de "koninkrijken der wereld zijn geworden van onze Heere en van Zijn Christus" (Openbaring 11:15, Statenvertaling). De wederkomst van Jezus Christus is als laatste en belangrijkste gebeurtenis verbonden met het blazen op de profetische trompetten. Van al de profetieŽn in de Bijbel brengt deze zeker het meest opwindende nieuws voor deze uitgeputte, met zonden beladen wereld.

Het Trompettenfeest brengt ook de toekomstige vervulling van de vele oudtestamentische profetieŽn die spreken over een als koning komende Messias, die zal heersen met macht en autoriteit. Het concept van een zegevierende Messias was onmiddellijk na Jezus' opstanding in de gedachten van de apostelen. Toen Hij in die dagen aan hen verscheen, stelden zij vragen zoals: "Here, herstelt Gij in deze tijd het koningschap voor IsraŽl?" (Handelingen 1:6).

Nog tijdens Zijn leven op aarde had Jezus gesproken over verschillen tussen Zijn eerste en tweede komst. Toen Pontius Pilatus, de gouverneur van Judea, Jezus vlak voor de kruisiging ondervroeg, stelde Jezus duidelijk dat Hij niet was gekomen om in die tijd te heersen.

"Mijn Koninkrijk is niet van deze wereld," vertelde Jezus deze overheidsfunctionaris. "Indien Mijn Koninkrijk van deze wereld geweest was, zouden Mijn dienaars gestreden hebben, opdat Ik niet aan de Joden zou worden overgeleverd; nu echter is Mijn Koninkrijk niet van hier." Vervolgens vroeg Pilatus: "Zijt Gij dus toch een koning?" Jezus antwoordde: "Gij zegt, dat Ik koning ben. Hiertoe ben Ik geboren en hiertoe ben Ik in de wereld gekomen, opdat Ik voor de waarheid zou getuigen" (Johannes 18:36-37).

Na de opstanding van Christus verwachtten de apostelen de vervulling van Jezus' beloften. Zij waren zich bewust van messiaanse profetieŽn zoals van Jesaja, die een tijdperk beschrijven gedurende welke "de heerschappij rust op Zijn schouder," en "groot zal de heerschappij zijn en eindeloos de vrede" (Jesaja 9:5-6).

In antwoord op de vraag van de apostelen, of Hij spoedig het Koninkrijk zou vestigen, vertelde Jezus hun dat het niet hun zaak was "de tijden of gelegenheden te weten, waarover de Vader de beschikking aan Zich gehouden heeft" (Handelingen 1:7), maar dat zij zich moesten richten op de verspreiding van het evangelie - het goede nieuws - in de gehele wereld. Later beseften de apostelen dat de tweede komst van Christus niet noodzakelijkerwijs nabij was. Talrijke schriftgedeelten beschrijven hoe de heiligen met verlangen uitzagen naar Christus' wederkomst.

Waarom de symboliek van trompetten?

De opwinding over de indrukwekkende gebeurtenissen die door deze heilige dag worden verbeeld, wordt weergegeven in de symboliek van dit feest. Het oude IsraŽl vierde het met een "rustdag . . . aangekondigd door bazuingeschal, een heilige samenkomst" (Leviticus 23:24).

Wat is de betekenis van de dramatische klanken die de viering van deze dag vergezellen? Laten we, om de symboliek van trompetten beter te begrijpen, eens zien hoe dit instrument in de Bijbel gebruikt werd.

God gaf het oude IsraŽl instructie in het gepast gebruik van trompetten om belangrijke boodschappen over te brengen. Het blazen van ťťn trompet betekende een bijeenkomst van de leiders van IsraŽl. Twee trompetten werden geblazen om een vergadering van geheel het volk bijeen te roepen (Numeri 10:3-4). God gebruikte ook een trompet om Zijn ontmoeting met IsraŽl aan te kondigen, toen Hij neerdaalde op de berg Sinai (Exodus 19:16).

Trompetten konden ook een waarschuwing laten klinken. In Numeri 10:9 wordt gesteld: "wanneer gij in uw land ten strijde trekt tegen de vijand die u benauwt, dan zult gij op de trompetten een signaal blazen." In dit geval lieten de trompetten een waarschuwing klinken van dreigend gevaar en op handen zijnde strijd.

Trompetten konden ook een feestelijk geluid voortbrengen: "Ook op uw vreugdedagen, op uw feesten en op uw nieuwemaansdagen zult gij een stoot op de trompetten geven . . . zij zullen u dienen om u voor het aangezicht van uw God in gedachtenis te brengen" (Numeri 10:10).

Aangezien zij geluid over grote afstanden konden overbrengen, waren trompetten uitstekende instrumenten om de aandacht te trekken. In verband met deze feestdag wordt in Psalm 81:4 een dringende oproep gedaan: "Blaast de bazuin op de nieuwe maan, op volle maan voor onze feestdag."

Uitbreiding van betekenis

Door de schrijvers van het Nieuwe Testament werd er nog meer geopenbaard over de betekenis van het blazen van trompetten. Let op Paulus' beschrijving van de wederkomst van Jezus Christus: "want de Here zelf zal op een teken, bij het roepen van een aartsengel en bij het geklank ener bazuin Gods, nederdalen van de hemel, en zij, die in Christus gestorven zijn, zullen het eerst opstaan; daarna zullen wij, levenden, die achterbleven, samen met hen op de wolken in een oogwenk weggevoerd worden, de Here tegemoet in de lucht" (I Thessalonicenzen 4:16-17).

Paulus sprak ook over de dag waarop de eerstelingen, gesymboliseerd door Pinksteren, zullen worden opgewekt tot eeuwig leven. In I KorinthiŽrs 15:52 zegt hij dat dit zal gebeuren "in een ondeelbaar ogenblik, bij de laatste bazuin, want de bazuin zal klinken en de doden zullen onvergankelijk opgewekt worden en wij zullen veranderd worden."

De apostel Johannes bracht het blazen van een trompet in verband met Christus' wederkomst, toen hij schreef: "En de zevende engel blies de bazuin en luide stemmen klonken in de hemel, zeggende: Het koningschap over de wereld is gekomen aan onze Here en aan Zijn Gezalfde, en Hij zal als koning heersen tot in alle eeuwigheden" (Openbaring 11:15). Deze passages zijn een indrukwekkende getuigenis van de betekenis van het Trompettenfeest.

Hoewel het Trompettenfeest in het Nieuwe Testament niet met name wordt genoemd, hebben we geen reden aan te nemen dat deze heilige dag niet gevierd behoort te worden. Integendeel, de vroege Kerk gebruikte de Hebreeuwse Schrift als basis voor hun leerstellingen (II TimotheŁs 3:16). Evenals bij de Tien Geboden (Jakobus 2:10-11), is elk van Gods feesten nauw verbonden met de andere. Door ze alle te houden kunnen wij Gods opmerkelijke plan voor de mensheid gaan begrijpen, zoals het zich ontvouwt. Men behoort niet sommige van Zijn heilige dagen te negeren en andere in acht te nemen.

Jezus' profetisch onderricht

Tegen het einde van Christus' fysieke leven op aarde vroegen de apostelen Hem naar het einde van het huidige tijdperk. Let op MattheŁs 24:3: "Toen Hij op de Olijfberg gezeten was, kwamen Zijn discipelen alleen tot Hem en zeiden: Zeg ons wanneer zal dat geschieden, en wat is het teken van Uw komst en van de voleinding der wereld?"

Eerder had DaniŽl al geprofeteerd over de vestiging van het Koninkrijk van God, en hoe de heiligen, of Gods volk, dat koninkrijk zouden beŽrven (DaniŽl 2:44; 7:18). Evenals de discipelen begreep DaniŽl echter niet wanneer het Koninkrijk zou komen.

Desalniettemin begon Jezus uitleg te geven over de gebeurtenissen die zouden leiden tot Zijn wederkomst. Jezus verklaarde een profetie die "verborgen en verzegeld" was geweest sinds DaniŽls tijd (DaniŽl 12:9). In MattheŁs 24 gaf Jezus Christus Zijn discipelen een beschrijving van religieuze misleiding, oorlogen, hongersnoden, ziekten, aardbevingen en andere rampen (vers 4-13). Hij kenschetste de tijd van Zijn terugkeer als een tijdperk van haat en wetteloosheid. In dit verband zei Jezus: "dit evangelie van het Koninkrijk zal in de gehele wereld gepredikt worden tot een getuigenis voor alle volken, en dan zal het einde gekomen zijn" (vers 14).

Meer details in het boek Openbaring

Later openbaarde Jezus Christus veel meer details over deze belangrijke periode. Het boek Openbaring wordt beschreven als de "Openbaring van Jezus Christus, welke God Hem gegeven heeft om Zijn dienstknechten te tonen hetgeen weldra moet geschieden" (Openbaring 1:1). Hier herhaalde Christus via de apostel Johannes dezelfde gebeurtenissen die Hij tientallen jaren eerder voor Zijn discipelen had beschreven. Nu gebruikte Jezus echter de symboliek van een reeks zegels die Hij een voor een zou openen (Openbaring 6).

Hierna, bij het begin van "de gramschap Gods" over de ongehoorzame naties, profeteerde Jezus zeven plagen die zouden komen over een zondigende wereld, waarbij elke plaag aangekondigd wordt door trompetgeschal (Openbaring 8-9). Tenslotte zal God twee "getuigen" of "profeten" zenden, om Zijn waarheid bekend te maken aan een opstandige wereld (Openbaring 11). Tragisch genoeg zal deze goddeloze samenleving die twee getuigen van God verwerpen en doden (vers 7-10).

Deze dramatische gebeurtenissen bereiden de weg voor het trompetgeschal van de zevende engel en de wederkomst van Jezus Christus, om de heerschappij over de regeringen van de aarde op Zich te nemen (Openbaring 11:15).

Over ditzelfde scenario zegt MattheŁs 24: "Terstond na de verdrukking dier dagen zal de zon verduisterd worden en de maan zal haar glans niet geven en de sterren zullen van de hemel vallen en de machten der hemelen zullen wankelen. En dan zal het teken van de Zoon des mensen verschijnen aan de hemel en dan zullen alle stammen der aarde zich op de borst slaan en zij zullen de Zoon des mensen zien komen op de wolken des hemels, met grote macht en heerlijkheid. En Hij zal Zijn engelen uitzenden met luid bazuingeschal en zij zullen Zijn uitverkorenen verzamelen uit de vier windstreken, van het ene uiterste der hemelen tot het andere" (vers 29-31).

OngeŽvenaarde gebeurtenissen

Ongelooflijk genoeg zullen de volken der aarde, als Jezus Christus terugkeert naar de Olijfberg bij Jeruzalem, zich verzamelen om tegen Hem te strijden (Zacharia 14:1-4). Openbaring 19:19 beschrijft deze strijd: "En ik zag het beest en de koningen der aarde en hun legerscharen verzameld om de oorlog te voeren tegen Hem, die op het paard zat, en tegen Zijn leger."

Waarom zou iemand willen strijden tegen de Messias? De legers zullen trachten Christus te vernietigen omdat Satan de gehele wereld heeft misleid (Openbaring 12:9). De invloed van de duivel zal de naties ertoe inspireren om tegen Christus bij Zijn wederkomst te strijden.

Het Trompettenfeest betekent ook een opstanding uit de doden. De apostel Paulus sprak over deze gebeurtenis: "Want, dewijl de dood er is door een mens, is ook de opstanding der doden door een mens. Want evenals in Adam allen sterven, zo zullen ook in Christus allen levend gemaakt worden. Maar ieder in zijn eigen rangorde: Christus als eersteling, vervolgens die van Christus zijn bij Zijn komst" (I KorinthiŽrs 15:21-23).

Paulus legde verder uit: "want de Here zelf zal op een teken, bij het roepen van een aartsengel en bij het geklank ener bazuin Gods, nederdalen van de hemel, en zij, die Christus gestorven zijn, zullen het eerst opstaan" (I Thessalonicenzen 4:16), onmiddellijk gevolgd door Gods mensen die op dat moment nog in leven zijn (vers 17).

Openbaring 20:5 beschrijft dit als de "eerste opstanding." Deze verandering tot eeuwig leven was de hoop van de eerste christenen en blijft de vurige hoop van degenen die inzicht hebben in Gods plan.

In het boek Romeinen beschrijft Paulus deze opstanding als een glorieuze bevrijding uit slavernij: "Want met reikhalzend verlangen wacht de schepping op het openbaar worden der zonen Gods . . . omdat ook de schepping zelf van de dienstbaarheid aan de vergankelijkheid zal bevrijd worden tot de vrijheid van de heerlijkheid der kinderen Gods . . . En niet alleen zij, maar ook wij zelf, [wij,] die de Geest als eerste gave ontvangen hebben, zuchten bij onszelf in de verwachting van het zoonschap: de verlossing van ons lichaam" (Romeinen 8:19, 21, 23).

Hoewel er tragische gebeurtenissen in het verschiet liggen, zien we dat het goede nieuws is dat God zal ingrijpen om de mensheid te redden en te brengen tot Zijn levenswijze.

Jezus Christus zal terugkeren om Gods heerschappij te vestigen en Zijn volmaakte regering op aarde te brengen. Dit is de geweldige, inspirerende betekenis van het Trompettenfeest. Christus leerde ons te bidden "Uw Koninkrijk kome" (MattheŁs 6:10). Er is dringend behoefte aan de beantwoording van dat gebed!

De Grote Verzoendag:

oorzaak zonde verwijderd,

verzoening met God

We hebben reeds gezien - door middel van de symboliek van het Pascha - dat het vergoten bloed van Christus verzoening brengt voor de door ons begane zonden. De Grote Verzoendag symboliseert de verzoening tussen God en de gehele mensheid.

Als wij door Christus' offer met God verzoend worden, waarom hebben we dan nog een andere heilige dag nodig om ons te onderwijzen aangaande verzoening? Als wij reeds verzoend zijn, waarom moeten we dan vasten, zoals opgedragen op de Grote Verzoendag? (Leviticus 23:27; Handelingen 27:9). Wat is de specifieke betekenis van deze dag in Gods plan voor het behoud van de mensheid?

Zowel de Grote Verzoendag als het Pascha leren ons aspecten van de vergeving van zonde en onze verzoening met God door Christus' offer. Terwijl het Pascha echter persoonlijk is en (voorlopig) individueel van toepassing voor christenen die God in dit tijdperk geroepen heeft, heeft de Grote Verzoendag rechtstreekse universele gevolgen.

Bovendien symboliseert de Grote Verzoendag een essentiŽle aanvullende stap in Gods plan van behoud, die niet in de symboliek van het Pascha gevonden wordt. Deze stap moet genomen worden voordat de mensheid werkelijke vrede op aarde kan ervaren. Alle mensen lijden onder de tragische gevolgen van zonde. Maar zonde vindt niet plaats zonder oorzaak, en God maakt deze oorzaak duidelijk in de symboliek die met de Grote Verzoendag verbonden is.

Satan, de aanstichter van zonde

De Grote Verzoendag heeft niet alleen betrekking op de vergeving van zonde; deze dag verwijst ook naar het verwijderen van de voornaamste oorzaak van zonde - Satan en zijn demonen. Totdat God de oorspronkelijke aanstichter van zonde verwijderd heeft, zal de mensheid eenvoudig blijven vervallen tot ongehoorzaamheid en lijden. Hoewel onze menselijke natuur een rol speelt in ons zondigen, draagt Satan de duivel een grote verantwoordelijkheid voor het beÔnvloeden van de mensheid tot ongehoorzaamheid aan God.

Hoewel vele mensen het bestaan van een duivel betwijfelen, openbaart de Bijbel Satan als een machtig, onzichtbaar wezen dat de gehele mensheid kan beheersen. Openbaring 12:9 vertelt ons dat zijn invloed zo groot is dat hij "de gehele wereld verleidt."

De duivel verblindt mensen voor begrip van Gods waarheid. De apostel Paulus verklaarde dit aan de KorinthiŽrs: indien "ons evangelie bedekt is, is het bedekt bij hen, die verloren gaan, ongelovigen, wier overleggingen de god dezer eeuw met blindheid heeft geslagen, zodat zij het schijnsel niet ontwaren van het evangelie der heerlijkheid van Christus, die het beeld Gods is" (II KorinthiŽrs 4:3-4).

Paulus leert ons ook dat Satan ieder mens heeft beÔnvloed om te wandelen in de wegen der ongehoorzaamheid. Hij merkt op dat degenen die tot Gods kerk worden geroepen, vroeger leefden "overeenkomstig de loop dezer wereld, overeenkomstig de overste van de macht der lucht, van de geest, die thans werkzaam is in de kinderen der ongehoorzaamheid" (EfeziŽrs 2:2).

Paulus waarschuwde de KorinthiŽrs dat Satan zich kan presenteren als rechtvaardig: "Immers, de satan zelf doet zich voor als een engel des lichts. Het is dus niets bijzonders, indien ook zijn dienaren zich voordoen als dienaren der gerechtigheid; maar hun einde zal zijn naar hun werken" (II KorinthiŽrs 11:14-15).

Jezus Christus stelde duidelijk dat Satan zonde en rebellie in de wereld bracht. In Johannes 8:44 maakte Christus dit duidelijk aan hen die vijandig waren ten opzichte van Zijn onderwijs: "Gij hebt de duivel tot vader en wilt de begeerten van uw vader doen. Die was een mensenmoorder van den beginne en staat niet in de waarheid, want er is in hem geen waarheid. Wanneer hij de leugen spreekt, spreekt hij naar zijn aard, want hij is een leugenaar en de vader der leugen."

Door het samenvoegen van deze schriftgedeelten zien we de macht en invloed van Satan. Paulus waarschuwde ons op onze hoede te zijn voor de bedrieglijke methoden van de duivel: "Maar ik vrees, dat misschien, zoals de slang met haar sluwheid Eva verleidde, uw gedachten van de eenvoudige [en loutere] toewijding aan Christus afgetrokken zullen worden" (II KorinthiŽrs 11:3).

Christenen die zich inspannen om Satan te weerstaan en op te houden met zondigen, voeren een geestelijke strijd tegen de duivel en zijn demonen. Paulus legt uit: "want wij hebben niet te worstelen tegen bloed en vlees, maar tegen de overheden, tegen de machten, tegen de wereldbeheersers dezer duisternis, tegen de boze geesten in de hemelse gewesten" (EfeziŽrs 6:12).

Paulus verklaart hier verder dat Jezus Christus ons van de invloed van de duivel zal redden (vers 13-18). Natuurlijk is God veel machtiger dan Satan, maar wij moeten ons deel doen door de duivel en de invloeden van onze menselijke natuur actief te weerstaan. De Grote Verzoendag ziet vooruit naar het tijdstip waarop Satans misleidende macht zal worden verwijderd en hij niet langer vrijelijk de mensheid zal kunnen beÔnvloeden en misleiden (Openbaring 20:1-3).

Oudtestamentische symboliek

Leviticus 16 beschrijft hoe God aan het oude IsraŽl instructies gaf voor het houden van de Grote Verzoendag. Hoewel er sinds het offer van Christus geen noodzaak meer is voor dierlijke offers, draagt dit hoofdstuk in belangrijke mate bij tot ons begrip van Gods plan.

Opvallend is dat de priester twee geitenbokken moest kiezen als zondoffer voor het volk, en dat hij ze aan de HERE moest tonen (vers 5, 7). Ašron, de hogepriester, moest het lot werpen om er ťťn uit te kiezen "voor de HERE," die hij als offer moest brengen (vers 8-9). Deze geitenbok stelde Jezus Christus voor, die gedood zou worden om de straf te betalen voor onze zonden.

De andere geitenbok was voor een totaal ander doel bestemd: "Maar de bok waarop het lot voor Azazel gevallen is, zal men levend voor het aangezicht des HEREN stellen, om daarmee verzoening te doen, door hem voor Azazel de woestijn in te zenden" (vers 10). Vele geleerden identificeren het Hebreeuwse woord Azazel als de naam van een boze geest die in de woestijn woont (Interpreter's Dictionary of the Bible, dl. 1, p. 326).

Let wel, deze geitenbok mocht niet gedood worden. De hogepriester moest "zijn beide handen op de kop van de levende bok leggen en over hem al de ongerechtigheden der IsraŽlieten en al hun overtredingen in al hun zonden, belijden; hij zal die op de kop van de bok leggen en die door iemand, die daarvoor gereed staat, naar de woestijn laten brengen. Zo zal de bok al hun ongerechtigheden op zich dragen naar een onvruchtbaar land, en hij zal die bok in de woestijn vrijlaten" (vers 21-22).

De hogepriester legde zijn handen op deze bok en beleed daarover de slechtheid, rebellie en zonden van het volk. Waarom? Als huidige heerser over de wereld draagt de duivel verantwoordelijkheid voor de perverse wijze waarop hij de mensheid verleidt en tot zonde drijft. "Het wegzenden van de met zonde beladen geitenbok . . . betekende het volkomen verwijderen van de zonden van het volk en het, als het ware, overdragen daarvan op de boze geest waarbij ze thuishoorden" (The One Volume Bible Commentary, p. 95).

Een "zondebok" wordt in het hedendaagse spraakgebruik ten onrechte verantwoordelijk gehouden voor de fouten van anderen. Deze term kan echter niet voor Satan worden gebruikt; de duivel is geen zondebok in de huidige zin van het woord. In plaats van ten onrechte de schuld te dragen van zonde, zal Satan terecht verantwoordelijk gehouden worden voor zijn eigen weloverwogen handelingen, waardoor hij de mensheid duizenden jaren lang tot zonde heeft gebracht.

De symboliek van de levende geitenbok is vergelijkbaar met het lot van Satan en zijn demonen, die God zal verwijderen voordat de duizendjarige heerschappij van Jezus Christus wordt gevestigd. Het boek Openbaring beschrijft deze gebeurtenis: "En ik zag een engel nederdalen uit de hemel met de sleutel des afgronds en een grote keten in zijn hand; en hij greep de draak, de oude slang, dat is de duivel en de satan, en hij bond hem duizend jaren, en hij wierp hem in de afgrond en sloot en verzegelde die boven hem, opdat hij de volkeren niet meer zou verleiden, voordat de duizend jaren voleindigd waren . . ." (Openbaring 20:1-3).

Zo zullen de duivel en zijn demonen, die duizenden jaren lang de mensheid tot elke denkbare boosaardige daad hebben gebracht, verwijderd en in bedwang gehouden worden. Er kan geen totale wereldwijde verzoening met God plaatsvinden voordat de bron van zoveel zonde en lijden - Satan - verwijderd is.

Hedendaagse viering van dit feest

Let op de specifieke instructies, wanneer en hoe men dit feest moet houden. "Maar op de tiende van die zevende maand is de Verzoendag," zegt God; "een heilige samenkomst zult gij hebben en gij zult u verootmoedigen . . ." (Leviticus 23:27).

Hoe kan men zich "verootmoedigen" op deze dag? Verootmoedigen komt van het Hebreeuwse anah, een woord dat gebruikt wordt in verband met vasten, in Psalm 35:13 en Ezra 8:21. Vasten betekent zich onthouden van voedsel en drank (Esther 4:16).

Waarom draagt God ons op te vasten tijdens deze specifieke 24 uur? Vasten geeft uitdrukking aan ons nederig verlangen om dichter tot God te naderen. De Grote Verzoendag verwijst naar een tijd die komt nadat Satan verbannen is en nadat de wereld verwoest is door de gruwelijke gebeurtenissen die aan deze tijd voorafgaan; een tijd van verzoening waarin een vernederde en berouwvolle mensheid eindelijk met God verzoend zal worden.

Weinigen begrijpen wat de juiste redenen zijn om te vasten. Vasten is niet bedoeld om God te laten toegeven aan onze wil. We vasten niet om iets van God te ontvangen, afgezien van Zijn overvloedige barmhartigheid en vergeving voor onze menselijke zwakheden. Vasten helpt ons eraan herinneren hoe tijdelijk ons fysiek bestaan is. Zonder voedsel en water zouden we spoedig omkomen. Vasten helpt ons beseffen hoezeer wij God nodig hebben als Degene die het leven geeft en instandhoudt.

Men behoort op de Grote Verzoendag altijd te vasten in een berouwvolle gemoedsgesteldheid. Let op de voorbeeldige houding van DaniŽl tijdens het vasten: "ik richtte mijn aangezicht tot de Here God om te bidden en te smeken, in vasten en in zak en as. En ik bad tot de HERE, mijn God, en deed schuldbelijdenis" (DaniŽl 9:3-4).

De vroege Kerk hield de Grote Verzoendag. Meer dan 30 jaar na Christus' dood verwees Lukas nog steeds naar de tijd en de seizoenen door het vermelden van deze dag, opmerkend dat "de vaart reeds bedenkelijk werd, daar ook de vasten reeds achter de rug was" (Handelingen 27:9). Vrijwel alle bijbelcommentaren en woordenboeken bevestigen dat "de vasten" verwijst naar de Grote Verzoendag.

Maar er is nog een andere belangrijke les te leren door de Grote Verzoendag. We hebben al gezien dat de geslachte geitenbok het in onze plaats gebrachte offer van Jezus Christus voorstelde, die de doodstraf op Zich nam die wij door te zondigen hebben verdiend. Maar Jezus Christus bleef niet dood; Hij kwam weer tot leven. Wat leert de Grote Verzoendag ons over de functie van Christus na Zijn opstanding?

Leviticus 16:15-19 beschrijft een plechtige ceremonie die slechts eenmaal per jaar werd uitgevoerd, op de Grote Verzoendag. De hogepriester moest het bloed van de geslachte geitenbok brengen in het heilige der heiligen - het heiligste deel van de tabernakel - en voor het verzoendeksel. Het verzoendeksel was symbolisch voor de troon van de almachtige God. De hogepriester verrichtte de functie die Christus heeft voor berouwvolle christenen. Na te zijn opgevaren naar de troon van God, door het bloed van Zijn offer, is Christus onze voorspraak - sinds Zijn opstanding - als onze Hogepriester.

Het boek HebreeŽn maakt deze symboliek duidelijk. "Maar Christus, opgetreden als hogepriester der goederen, die gekomen zijn, is door de grotere en meer volmaakte tabernakel, niet met handen gemaakt, dat is, niet van deze [fysieke] schepping, en dat niet met het bloed van bokken en kalveren, maar met Zijn eigen bloed, eens voor altijd binnengegaan in het heiligdom, waardoor Hij een eeuwige verlossing verwierf" (HebreeŽn 9:11-12).

Door het offer van Christus hebben wij directe toegang tot het ware verzoendeksel - de troon van onze barmhartige, liefhebbende Schepper. Dit werd op dramatische en wonderbaarlijke wijze gedemonstreerd op het ogenblik waarop Christus stierf, toen "het voorhangsel van de tempel", dat de toegang tot het heilige der heiligen afsloot, van boven naar beneden in tweeŽn scheurde (MattheŁs 27:51; Markus 15:38). Dit zware gordijn dat voor de ingang tot het heiligdom hing, werd in stukken gescheurd als dramatische getuigenis van het feit dat wij nu toegang hebben tot Gods troon.

Vele verzen in HebreeŽn vermelden de rol van Christus als onze Hogepriester en bemiddelaar. Door Zijn offer voor ons kunnen wij "met vrijmoedigheid toegaan tot de troon der genade, opdat wij barmhartigheid ontvangen en genade vinden om hulp te verkrijgen te gelegener tijd" (HebreeŽn 4:16). De Grote Verzoendag is dus symbool van onze liefdevolle verzoening met God, mogelijk gemaakt door Christus' offer. Het toont ook de opmerkelijke waarheid dat Satan, de aanstichter van zonde, uiteindelijk verwijderd zal worden zodat de mensheid als geheel tenslotte met God verzoend zal kunnen worden.

De Grote Verzoendag dient als een essentiŽle voorbereidende stap in afwachting van de volgende mijlpaal in Gods glorierijke plan van heilige dagen, op prachtige wijze gesymboliseerd door het Loofhuttenfeest.

Het Loofhuttenfeest:

Jezus Christus regeert

over de gehele aarde

In zijn eerste geÔnspireerde toespraak na het ontvangen van de Heilige Geest op Pinksteren, gaf de apostel Petrus een samenvatting van Gods opdracht: "Komt dan tot berouw en bekering, opdat uw zonden uitgedelgd worden, opdat er tijden van verademing mogen komen van het aangezicht des Heren, en Hij de Christus, die voor u tevoren bestemd was, Jezus, zende; Hem moest de hemel opnemen tot de tijden van de wederoprichting aller dingen, waarvan God gesproken heeft bij monde van Zijn heilige profeten, van oudsher" (Handelingen 3:19-21).

Wat zijn deze "tijden van verademing" en "tijden van de wederoprichting" waarover Petrus sprak?

Gods plan voor de mensheid heeft te maken met herstel. Het Loofhuttenfeest symboliseert het proces van herstel, dat zal beginnen met de wederkomst van Jezus Christus, voorgesteld door het Trompettenfeest, en het verbannen van Satan, voorgesteld door de Grote Verzoendag. Als eenmaal deze gebeurtenissen hebben plaatsgevonden, zoals gesymboliseerd door de voorgaande heilige dagen, is het fundament gelegd voor het herstel van de schepping tot vrede en harmonie met God.

Het zeven dagen durende Loofhuttenfeest (Leviticus 23:27, 34) verbeeldt de 1000-jarige regering van Jezus Christus over de aarde, na Zijn tweede komst (Openbaring 20:4). Deze periode wordt dikwijls het millennium genoemd, wat eenvoudig "1000 jaar" betekent.

Dit Feest is een viering van de grote oogst van de mensheid, als allen die dan in leven zijn Gods wegen zullen leren en er voor de mensheid eindelijk een herstel komt van de juiste relatie met God (Jesaja 11:9-10). Het weerspiegelt ook de "rust" (HebreeŽn 4:1-11) die gesymboliseerd wordt door de wekelijkse sabbat. Dit laatste aspect wordt uitgebreider behandeld in het boekje Van avond tot avond - Gods sabbatsrust, waarvan u een gratis exemplaar kunt aanvragen.

In het begin schiep God de mensheid om met Hem samen te werken in een prachtige relatie gekenmerkt door liefde, vrede en gehoorzaamheid aan Zijn wetten. Na de voltooiing van de fysieke schepping zag God "alles wat Hij gemaakt had, en zie, het was zeer goed" (Genesis 1:31).

Aan deze vrede en harmonie kwam abrupt een einde door Satans misleiding en de ongehoorzaamheid van de mens (Genesis 3:1-6). Door ongehoorzaamheid werd de mens afgesneden van Gods wet (Genesis 3:21-24). Genesis 6:5 beschrijft het tragische gevolg, waarbij "de HERE zag, dat de boosheid des mensen groot was op de aarde en al wat de overleggingen van zijn hart voortbrachten te allen tijde slechts boos was . . ."

Deze verbroken relatie tussen God en de mens heeft door heel de geschiedenis tot in onze tijd voortgeduurd. Paulus overdacht deze toestand: "gelijk door ťťn mens [Adam] de zonde de wereld is binnengekomen en door de zonde de dood, zo is ook de dood tot alle mensen doorgegaan, omdat allen gezondigd hebben . . ." (Romeinen 5:12).

Paulus wist dat Jezus Christus de breuk zou herstellen die door de ongehoorzaamheid van de mens was ontstaan: "Want, dewijl de dood er is door een mens [Adam], is ook de opstanding der doden door een mens [Christus]. Want evenals in Adam allen sterven, zo zullen ook in Christus allen levend gemaakt worden" (I KorinthiŽrs 15:21-22).

Jesaja profeteerde een herstel

God gebruikte de profeet Jesaja om gedeelten te openbaren van Zijn schitterende plan voor het herstellen van de wereld. Het boek Jesaja, geschreven in een tijd gedurende welke IsraŽl geconfronteerd werd met straf voor blijvende ongehoorzaamheid, werd door God geÔnspireerd om het volk bemoediging te geven door de belofte van een betere toekomstige wereld.

Jezus Christus las ťťn van Jesaja's profetieŽn voor in de synagoge, en bevestigde vervolgens het bijzondere inzicht dat Jesaja gegeven was: "Dit zeide Jesaja, omdat hij Zijn heerlijkheid zag en van Hem sprak" (Johannes 12:41). Jesaja profeteerde niet alleen over Christus' aardse leven; hij schreef ook over Christus' terugkeer in macht en heerlijkheid (Jesaja 66:15-16).

De basis voor de messiaanse heerschappij van Jezus zal Gods wet zijn. Zoals Jesaja ook profeteerde: "het zal geschieden in het laatste der dagen: dan zal de berg van het huis des HEREN vaststaan als de hoogste der bergen, en hij zal verheven zijn boven de heuvelen. En alle volkeren zullen derwaarts heenstromen en vele natiŽn zullen optrekken en zeggen: Komt, laten wij opgaan naar de berg des HEREN, naar het huis van de God Jakobs, opdat Hij ons lere aangaande Zijn wegen en opdat wij Zijn paden bewandelen. Want uit Sion zal de wet uitgaan en des HEREN woord uit Jeruzalem" (Jesaja 2:2-3).

Een wereld van vrede en overvloed

Na Christus' wederkomst zal Hij de schepping als geheel in harmonie brengen met God, en vrede zal niet langer uitzondering zijn. Koning David zei: "Zij, die Uw wet liefhebben, hebben grote vrede . . ." (Psalm 119:165). Stel u voor hoe de wereld zal zijn als iedereen Gods wet kent en daarnaar leeft!

Er is meer nodig dan kennis om deze verbazingwekkende verandering tot stand te brengen. Er zal een geestelijke verandering in mensen plaatsvinden. Sprekend via de profeet EzechiŽl beschrijft God hoe dit zal gebeuren: "een nieuw hart zal Ik u geven en een nieuwe geest in uw binnenste; het hart van steen zal Ik uit uw lichaam verwijderen en Ik zal u een hart van vlees geven. Mijn Geest zal Ik in uw binnenste geven en maken, dat gij naar Mijn inzettingen wandelt en naarstig Mijn verordeningen onderhoudt" (EzechiŽl 36:26-27).

De Geest van God zal mensen ertoe beÔnvloeden gewillig en enthousiast God van harte te gehoorzamen. Mensen zullen beginnen het belang van anderen voorrang te geven boven hun eigen belang. Zij zullen over anderen beginnen te denken als "uitnemender dan zichzelf" (Filippenzen 2:3). In plaats van uitsluitend voor zichzelf bezorgd te zijn, zal het hun doel zijn hun medemens te helpen. Diefstal zal ophouden. Minachting voor de gevoelens en eigendommen van anderen zal verdwijnen. Omdat de wereld uiteindelijk vrede zal hebben, zullen landen "hun zwaarden tot ploegscharen omsmeden en hun speren tot snoeimessen; geen volk zal tegen een ander volk het zwaard opheffen, en zij zullen de oorlog niet meer leren" (Jesaja 2:4; Micha 4:3).

Tijdens deze 1000-jarige periode zal God zelfs de natuur van wilde dieren veranderen, als weerspiegeling van de vrede die over de samenleving zal komen. In een beschrijving van deze idyllische tijd zegt Jesaja 11:7-9: "de koe en de berin zullen samen weiden, haar jongen zullen zich tezamen nederleggen, en de leeuw zal stro eten als het rund; dan zal een zuigeling bij het hol van een adder spelen en naar het nest van een giftige slang zal een gespeend kind zijn hand uitstrekken. Men zal geen kwaad doen noch verderf stichten op gans Mijn heilige berg . . ."

Gevolgen van zonde tegengaan

God zal fysieke gebreken genezen. Jesaja 35:5-6 profeteert over deze tijd waarin "de ogen der blinden geopend en de oren der doven ontsloten worden; dan zal de lamme springen als een hert en de tong van de stomme zal jubelen . . ."

Van nog grotere betekenis zal de geestelijke genezing zijn die zal plaatsvinden. Jesaja profeteerde dat Jezus Christus de door Hem tijdens Zijn aardse leven begonnen genezing zal voltooien: "De Geest des Heren HEREN is op Mij, omdat de HERE Mij gezalfd heeft; Hij heeft Mij gezonden om een blijde boodschap te brengen aan ootmoedigen, om te verbinden gebrokenen van hart, om voor gevangenen vrijlating uit te roepen en voor gebondenen opening der gevangenis; om uit te roepen een jaar van het welbehagen des HEREN en een dag der wrake van onze God; om alle treurenden te troosten, om over de treurenden van Sion te beschikken . . ." (Jesaja 61:1-3; Lukas 4:18-19). Er zal begonnen worden met het tegengaan van de gevolgen van het generaties lang volgen van Satans zondige wegen.

Het Loofhuttenfeest wordt ook wel het feest der inzameling genoemd (Exodus 23:16). Deze naam was kenmerkend voor de voltooiing van de jaarlijkse oogst in IsraŽl. In dit verband zei God: "gij zult u verheugen voor het aangezicht van de HERE, uw God" (Deuteronomium 12:12, 18; 14:26). Het Feest is een tijd voor het vieren van de overvloed die God heeft gegeven.

Ditzelfde thema van de overvloedige oogst blijft bestaan in de toekomstige vervulling van dit feest. Door Jesaja sprak God over de woestijn die productief land wordt, "want in de woestijn zullen wateren ontspringen en beken in de steppe, en het gloeiende zand zal tot een plas worden en het dorstige land tot waterbronnen" (Jesaja 35:6-7).

Te dien tijde zal de aarde overvloedige oogsten voortbrengen. "Zie, de dagen komen, luidt het woord des HEREN, dat de ploeger zich aansluit bij de maaier en de druiventreder bij hem die het zaad strooit; dan zullen de bergen druipen van jonge wijn en al de heuvelen daarvan overvloeien" (Amos 9:13).

De betekenis van loofhutten

De naam van het Loofhuttenfeest is afkomstig van Gods gebod aan het oude IsraŽl om tijdelijke "loofhutten" te bouwen, om daarin tijdens het feest te wonen. De IsraŽlieten verlieten hun huizen en bouwden tijdelijke onderkomens (het Hebreeuwse succah, dat "hut van gevlochten twijgen" betekent) om daarin te wonen terwijl ze zich voor God verheugden. Deze loofhutten herinnerden hen aan hun bevrijding uit slavernij en het wonen in loofhutten toen God hen uit Egypte bracht (Leviticus 23:34, 41-43). In sterk contrast met de ontberingen van de slavernij worden door dit feest rust, vrede en welvaart benadrukt, omdat het voorziet in de behoeften van alle mensen, waaronder vreemdelingen, weduwen en armen.

De Bijbel benadrukt dat ons fysieke leven, evenals de loofhut of tijdelijke woning, van voorbijgaande aard is. De geschriften van de apostel Paulus geven dit thema weer: "Want wij weten, dat, indien de aardse tent, waarin wij wonen, wordt afgebroken, wij een gebouw van God hebben, in de hemelen, niet met handen gemaakt, een eeuwig huis. Want hierom zuchten wij: wij haken ernaar met onze woonstede uit de hemel overkleed te worden" (II KorinthiŽrs 5:1-2).

In HebreeŽn 11 worden de voorbeelden opgesomd van vele getrouwe dienstknechten van God, door de eeuwen heen. Vervolgens wordt geconcludeerd: "In (dat) geloof zijn deze allen gestorven, zonder de beloften verkregen te hebben; slechts uit de verte hebben zij die gezien en begroet, en zij hebben beleden, dat zij vreemdelingen en bijwoners waren op aarde" (vers 13).

Het Loofhuttenfeest is een jaarlijkse herinnering aan onze tijdelijke staat en het feit dat wij "een vaderland zoeken" (vers 14). Deze les wordt ingeprent als wij naar een locatie van het Loofhuttenfeest reizen en in tijdelijke onderkomens verblijven, zoals hotels en campings.

Dit feest herinnert ons eraan dat wij, ondanks onze materiŽle bezittingen, nog steeds sterfelijke wezens zijn die een letterlijke transformatie nodig hebben om eeuwig leven te kunnen bezitten (I KorinthiŽrs 15:50-54).

Functie van opgestane heiligen in het millennium

Het oordeel over de bewoners van de aarde die leven tijdens de door het Loofhuttenfeest voorgestelde 1000 jaar (Jesaja 2:4; 51:4-5) gaat serieus beginnen wanneer Christus "vele zonen tot heerlijkheid" brengt (HebreeŽn 2:10). Deze schriftgedeelten laten zien dat dit oordeel een tijd is van universele gelegenheid tot behoud. Voor dit doel heeft God 1000 jaar bestemd waarin de opgestane heiligen, de eerstelingen van Gods oogst, met Christus op aarde zullen regeren als koningen en priesters, zodat vele anderen Gods Koninkrijk kunnen binnengaan (Openbaring 5:10; 20:6).

Jezus beloofde: "wie overwint en Mijn werken tot het einde toe bewaart, hem zal Ik macht geven over de heidenen (Openbaring 2:26). Mensen die God opwekt bij Christus' wederkomst zullen de unieke gelegenheid hebben met Hem samen te werken, om alle naties te helpen een relatie met God op te bouwen. (Voor verdere details kunt u een gratis exemplaar aanvragen van het boekje Wat is uw bestemming?)

De basis voor deze relatie begint met instructie in Gods wet en in deze heilige dagen. Let op de woorden van Zacharia: "Allen, die zijn overgebleven van al de volken, die tegen Jeruzalem zijn opgerukt, zullen van jaar tot jaar heentrekken om zich neer te buigen voor de Koning, de HERE der heerscharen, en het Loofhuttenfeest te vieren" (Zacharia 14:16). Andere profeten beschreven deze periode als een tijdperk waarin Gods wet de aarde bedekt "zoals de wateren de bodem der zee bedekken" (Jesaja 11:9; Habakuk 2:14).

Velen zullen Jezus Christus assisteren in dit universele onderwijsprogramma om anderen te helpen Gods wegen te verstaan. Sprekend over deze tijd zegt Jesaja: "uw leraars zullen zich niet meer verbergen, doch uw ogen zullen uw leraars zien; en wanneer gij rechts of wanneer gij links zoudt willen gaan, zullen uw oren achter u het woord horen: Dit is de weg, wandelt daarop" (Jesaja 30:20-21).

De gelegenheid anderen te helpen tot inzicht te komen en met God verzoend te worden, is een geweldige roeping. Degene die op deze wijze dienstbaar is, zal men noemen "Hersteller van bressen, Herbouwer van straten" (Jesaja 58:12).

God roept nu mensen uit deze wereld om Zijn uitverkoren volk te worden, geheiligd en verlost door Hem (II KorinthiŽrs 6:16-7:1). Het is de bedoeling dat zij een voorbeeldig leven leiden terwijl God hen voorbereidt voor dienstverlening tijdens Christus' 1000-jarige regering, en daarna.

"Geliefden, ik vermaan u als bijwoners en vreemdelingen, dat gij u onthoudt van de vleselijke begeerten, die strijd voeren tegen uw ziel," schreef de apostel Petrus; "en dat gij een goede wandel leidt onder de heidenen, opdat zij, nader toeziende op datgene, waarin zij u als boosdoeners belasteren, op grond van uw goede werken God mogen verheerlijken ten dage der bezoeking" (I Petrus 2:11-12).

Een laatste conflict

Tijdens het gehele verloop van Gods plan tot redding van de mensheid dwingt Hij nooit iemand Hem te gehoorzamen. Elke persoon is vrij te kiezen wat hij of zij zal doen en of men Gods levenswijze aanvaardt of verwerpt.

Na de 1000 jaar zal God toelaten dat Satan de geestelijke overtuiging van de aardbewoners op de proef stelt. Openbaring 20:7-10 beschrijft deze tijd. God zal de duivel loslaten en toelaten dat hij diegenen misleidt die niet overtuigd zijn van de volmaakte rechtvaardigheid van Gods weg. God zal degenen die Satan in zijn rebellie volgen, vernietigen. Satans vruchteloze pogingen zullen verijdeld worden. Deze laatste, tragische rebellie tegen God zal op niets uitlopen, en er zal eindelijk een einde komen aan Satans destructieve, misleidende invloed op de mensheid.

Dan is de weg bereid voor de gebeurtenissen die door nog ťťn heilige dag worden gesymboliseerd. Het Loofhuttenfeest biedt een wonderbaarlijke gelegenheid tot behoud voor degenen die bij Christus' wederkomst nog in leven zijn, evenals hun fysieke nakomelingen gedurende het millennium. Maar hoe staat het met de duizenden miljoenen mensen van voorgaande generaties, die geleefd hebben en gestorven zijn zonder ooit Gods waarheid begrepen of zelfs gehoord te hebben? En hoe staat het met degenen die zullen sterven in de rampzalige, wereldschokkende ontwikkelingen die aan Christus' wederkomst voorafgaat? Hoe zal God aan hen behoud bieden? In het volgende hoofdstuk wordt deze vraag beantwoord.

de Laatste Grote Dag:

alle mensen wordt

eeuwig leven aangeboden

De Bijbel geeft overduidelijk te kennen in Handelingen 4:12 dat er "onder de hemel geen andere naam" is waardoor mensen behouden kunnen worden dan die van Jezus Christus.

Deze passage roept lastige vragen op voor wie gelooft dat God wanhopig de gehele wereld in dit tijdperk tracht te redden. Als dit de enige tijd voor behoud is, moeten we concluderen dat de opdracht van Christus, om de mensheid te redden, grotendeels heeft gefaald. Tenslotte hebben miljarden mensen geleefd en zijn gestorven zonder ooit de naam Jezus Christus te horen. Iedere dag sterven er duizenden die nooit van Christus hebben gehoord.

Ondanks de zendingsijver van zovelen door de eeuwen heen, zijn er veel meer mensen "verloren gegaan" dan "gered". Als God werkelijk almachtig is, waarom hebben dan zovelen het evangelie van behoud zelfs niet gehoord? Volgens de traditionele beschrijving van het conflict tussen God en Satan aangaande de mensheid zou God aan de verliezende hand zijn.

Wat is het lot van deze mensen? Wat heeft God in gedachten voor degenen die nooit in Christus hebben geloofd, noch iets van Gods waarheid hebben verstaan? Hoe heeft de Schepper hen een plaats gegeven in Zijn plan? Zijn ze voor altijd verloren, zonder enige hoop op behoud?

We zouden niet moeten twijfelen aan Gods reddende macht! Laten we eens enkele gangbare veronderstellingen bezien en dan tot inzicht komen wat betreft de schitterende oplossing die onze Schepper biedt.

Oplossing voor het dilemma

Paulus vertelt ons dat God "wil, dat alle mensen behouden worden en tot erkentenis der waarheid komen" (I TimotheŁs 2:4). Petrus voegt daaraan toe dat God "niet wil, dat sommigen verloren gaan, doch dat allen tot bekering komen" (II Petrus 3:9). Dit is het grote doel van God met de mensheid: Hij wil dat zoveel mogelijk mensen tot bekering komen, tot kennis van de waarheid komen en Zijn geschenk van behoud ontvangen!

Jezus verklaarde op de laatste dag, de "grote dag van het feest" genoemd, hoe dit zal gaan gebeuren. Hij verscheen in het openbaar en stond temidden van het volk. "Indien iemand dorst heeft, hij kome tot Mij en drinke! Wie in Mij gelooft, gelijk de Schrift zegt, stromen van levend water zullen uit zijn binnenste vloeien" (Johannes 7:37-38). Jezus sprak deze woorden blijkbaar op de "achtste dag", beschreven in het laatste deel van Leviticus 23:39. Deze dag volgt onmiddellijk op het Loofhuttenfeest, maar is een afzonderlijk feest met een eigen betekenis.

Volgens de traditie brachten in Christus' tijd de priesters tijdens het Loofhuttenfeest gouden schalen met water van Siloam, dat vanaf de tempelheuvel gestroomd was, en goten dit uit over het altaar. Deze ceremonie ging gepaard met een vreugdevolle viering en trompetgeschal, terwijl het volk de woorden van Jesaja zong: ". . . dan zult gij met vreugde water scheppen uit de bronnen des heils" (Jesaja 12:3).

Jezus stond waar allen Hem konden horen en gebruikte de symboliek van het water als een les, door te openbaren dat allen die dorstig waren tot Hem konden komen en dat hun dorst gelest kon worden - voor eeuwig. In Christus' analogie was het water symbool voor Gods Heilige Geest, die degenen die in Jezus geloofden zouden ontvangen (Johannes 7:39). Hij maakte duidelijk dat de geestelijke basisbehoeften, geestelijke honger en dorst, alleen vervuld konden worden door Hemzelf, als "het brood des levens" (Johannes 6:48) en de bron van levend water.

Maar wanneer zou dit gebeuren? Binnen zes maanden zouden Christus' eigen landgenoten, met behulp van de Romeinen, Hem doden. Minder dan 40 jaar later zou er door de Romeinse legioenen een einde komen aan de tempel en al haar ceremoniŽn, inclusief die van de Laatste Grote Dag.

De mensheid hongert en dorst nog steeds naar de boodschap die Christus bracht. Gods belofte dat "Ik Mijn Geest zal uitstorten op al wat leeft" (JoŽl 2:28) is nog niet volledig vervuld. Duizenden miljoenen mensen zijn gestorven zonder dat hun diepste geestelijke behoeften vervuld zijn. Wanneer zal hun dorst gelest worden door de leven gevende macht van Gods Geest?

Fysieke opstanding en gelegenheid tot behoud

Om het antwoord te vinden, moeten we een vraag in aanmerking nemen die door de discipelen aan Christus gesteld werd, vlak voordat Hij ten hemel opvoer: "Here, herstelt Gij in deze tijd het koningschap voor IsraŽl?" (Handelingen 1:6). Toen de discipelen spraken over dit herstel, begrepen zij het in de context van de vele profetieŽn over een herenigde natie van IsraŽl.

Eťn zo'n profetie staat in EzechiŽl 37:3-6. Deze passage beschrijft EzechiŽls visioen van een vallei vol met beenderen. God vraagt: "Mensenkind, kunnen deze beenderen herleven?" De profeet antwoordt: "Here HERE, Gij weet het." God zegt dan tot de beenderen: "Zie, Ik breng geest in u, en gij zult herleven; Ik zal spieren op u leggen, vlees op u doen komen, u met een huid overtrekken en geest in u brengen, zodat gij herleeft; en gij zult weten dat Ik de HERE ben."

In dit visioen vindt er een fysieke opstanding plaats. In het verhaal wordt de hopeloze situatie erkend waarin deze mensen hebben verkeerd: "Onze beenderen zijn verdord en onze hoop is vervlogen; het is met ons gedaan" (vers 11).

Hun Schepper biedt hun echter de hoop van een opstanding en de gave van de Heilige Geest, binnen het raamwerk van een herenigde natie. In dit dramatische visioen dient het oude IsraŽl als het model voor andere volkeren die God tot fysiek leven zal wekken. God zei: "zie, Ik open uw graven en zal u uit uw graven doen opkomen, o mijn volk . . . Ik zal Mijn Geest in u geven, zodat gij herleeft" (vers 12, 14). In deze toekomstige tijd zal God het leven gevende geestelijke water van Zijn Heilige Geest vrij beschikbaar stellen.

God zal "met hen een verbond des vredes sluiten, een eeuwig verbond met hen . . . Mijn woning zal bij hen zijn; Ik zal hun tot een God zijn, en zij zullen Mij tot een volk zijn" (vers 26-27).

De apostel Paulus verwees ook naar deze toekomstige gebeurtenis: "Ik vraag dan: God heeft Zijn volk toch niet verstoten? Volstrekt niet! Ik ben immers zelf een IsraŽliet, uit het nageslacht van Abraham, van de stam Benjamin. God heeft Zijn volk niet verstoten, dat Hij tevoren gekend heeft" (Romeinen 11:1-2). Zoals Paulus schreef: "aldus zal gans IsraŽl behouden worden" (vers 26).

Niet alleen IsraŽl, maar allen die nooit een kans gehad hebben om te drinken van het levende water van Gods Woord en Zijn Heilige Geest, zullen dat uiteindelijk kunnen doen (Romeinen 9:22-26). God zal hun vrijelijk de gelegenheid bieden eeuwig leven te ontvangen.

Het oordeel van de grote witte troon

In Openbaring 20:5 schrijft Johannes: "De overige doden werden niet weder levend, voordat de duizend jaren voleindigd waren." Hier maakt Johannes duidelijk onderscheid tussen de eerste opstanding, die plaatsvindt bij Christus' tweede komst (vers 4, 6), en de tweede opstanding, die plaatsvindt aan het einde van Christus' duizendjarige regering. Vergeet niet dat de eerste opstanding er een is tot eeuwig leven. Daarentegen worden de mensen in de tweede opstanding door God opgewekt tot een fysiek bestaan van vlees en bloed.

Johannes behandelt dezelfde tweede opstanding tot fysiek leven als beschreven door EzechiŽl: "En ik zag een grote witte troon en Hem, die daarop gezeten was, voor wiens aangezicht de aarde en de hemel vluchtten, en geen plaats werd voor hen gevonden. En ik zag de doden, de groten en de kleinen, staande voor de troon, en er werden boeken geopend. En nog een ander boek werd geopend, het (boek) des levens; en de doden werden geoordeeld op grond van hetgeen in de boeken geschreven stond, naar hun werken. En de zee gaf de doden, die in haar waren, en de dood en het dodenrijk gaven de doden, die in hen waren, en zij werden geoordeeld, een ieder naar zijn werken" (vers 11-13).

De doden die voor hun Schepper staan zijn al degenen die stierven zonder ooit de ware God te kennen. Zoals EzechiŽls visioen van droge beenderen die weer tot leven komen, rijzen deze mensen op uit hun graven en beginnen hun God te leren kennen. De boeken (biblia in het Grieks, waarvan het woord Bijbel komt) zijn de Heilige Schrift, de enige bron van de kennis van eeuwig leven. Uiteindelijk zullen allen gelegenheid hebben Gods plan van behoud volledig te verstaan.

Deze fysieke opstanding is niet een tweede kans op behoud. Voor deze mensen is het een eerste gelegenheid om de Schepper werkelijk te kennen. Zij worden "geoordeeld op grond van hetgeen in de boeken geschreven stond" (vers 12). Dit oordeel zal een periode in beslag nemen gedurende welke zij gelegenheid zullen hebben over Gods levenswijze te horen, die te begrijpen en daarin te groeien, waarbij hun namen in het boek des levens geschreven worden (vers 15). Gedurende deze periode zullen duizenden miljoenen mensen toegang verkrijgen tot eeuwig leven.

De Laatste Grote Dag laat zien hoe diepgaand en verstrekkend de barmhartige oordelen van God zijn. Jezus Christus sprak over de fantastische waarheid die door deze dag wordt verbeeld, toen Hij drie steden die niet berouwvol reageerden op Zijn wonderbare werken, vergeleek met drie steden uit de oudheid: "Wee u, Chorazin, wee u, BetsaÔda! Want indien in Tyrus en Sidon die krachten waren geschied, welke in u geschied zijn, reeds lang zouden zij zich in zak en as bekeerd hebben. Doch Ik zeg u, het zal voor Tyrus en Sidon draaglijker zijn in de dag des oordeels dan voor u. En gij, KapernaŁm, zult gij tot de hemel verheven worden? Tot het dodenrijk zult gij nederdalen; want indien in Sodom de krachten waren geschied, die in u geschied zijn, het zou gebleven zijn tot de dag van heden. Maar Ik zeg u, het zal voor het land van Sodom draaglijker zijn in de dag des oordeels dan voor u" (MattheŁs 11:21-24).

De inwoners van het oude Tyrus, Sidon en Sodom - steden die Gods toorn hadden opgewekt wegens hun verdorvenheden - zullen in de dag des oordeels barmhartigheid ontvangen. Anders dan Chorazin, BetsaÔda en KapernaŁm, hadden deze steden uit de oudheid weinig gelegenheid God te kennen. God zal deze mensen opwekken en hen betrekken in de periode van oordeel die volgt op de 1000-jarige regering van Christus, wanneer zelfs zij die in lang vervlogen eeuwen leefden met God verzoend zullen worden.

Het zal een tijd zijn van universele kennis van God. Van de kleinste tot de grootste zullen allen Hem kennen (HebreeŽn 8:11). De burgers van deze steden, en talloze anderen, zullen gelegenheid hebben tot behoud.Door deze laatste periode van oordeel wordt Gods plan van behoud voltooid. Het zal een tijd zijn van liefde, grote barmhartigheid en het ondoorgrondelijk inzicht van God. Door de gelegenheid om te drinken van het leven gevende water van de Heilige Geest zal de geestelijke dorst van mensen gelest worden. Deze tijd van rechtvaardig oordeel zal nieuw leven betekenen voor degenen die door de mensheid reeds lang vergeten waren, maar nooit door God vergeten zijn.

Wat is het lot van degenen die sterven zonder werkelijke kennis van de Zoon van God? Welke hoop is er voor de miljoenen die gestorven zijn zonder kennis van Gods plan? De Bijbel toont ons dat deze mensen niet hopeloos verlaten zijn. God zal hen weer tot leven brengen en gelegenheid geven tot eeuwig behoud. Dat is de verbazingwekkende waarheid die gesymboliseerd wordt door de Laatste Grote Dag, de laatste van Gods feesten.

God zal Zijn plan volbrengen en vele zonen tot heerlijkheid brengen (HebreeŽn 2:10). Gods belofte dat "Ik Mijn geest zal uitstorten op al wat leeft" (JoŽl 2:28), zal volledig tot uiting komen. Het water van de Heilige Geest zal voor allen beschikbaar zijn in de tijd die door "de grote dag van het feest" voorgesteld wordt.

Door deze bijbelse feesten wordt werkelijk een schitterend plan uitgebeeld. Hoe groot zou ons gebrek aan inzicht zijn zonder deze dagen!

Hoe Gods heilige

dagen te vieren

Als men eenmaal beseft dat de heilige dagen van essentieel belang zijn voor de mensheid, en zeer toepasselijk in onze hedendaagse tijd, zal men zeker willen weten hoe deze feesten gevierd moeten worden.

Waar behoort men ze te vieren? Thuis, of in een religieuze eredienst? Wat behoort men op deze dagen te doen? Heeft God er bezwaar tegen als wij op deze dagen ons normale werk doen, of moeten wij deze dagen gebruiken voor een ander doel? Hoe zal het vieren van deze dagen invloed hebben op ons gezin en ons werk?

Dit zijn allemaal belangrijke vragen ter overweging, na het leren over Gods feesten. Laten we enkele bijbelse principes bestuderen waarmee men rekening moet houden bij deze praktische kwesties.

Sommige van deze feesten hebben een voorgeschreven methode van viering, waardoor ze zich onderscheiden van andere. Zo is er bijvoorbeeld alleen bij het Pascha een delen van het brood en de wijn als symbolen van Christus' dood. Het Feest van Ongezuurde Broden is het enige feest waarvoor God ons opdracht geeft zuurdesem uit onze huizen te verwijderen. De Grote Verzoendag staat ook apart als de enige heilige dag die men viert door te vasten. Het op de juiste wijze vieren van deze dagen houdt erkenning in van hun verschillende kenmerken, die bedoeld zijn om ons geestelijke lessen te leren.

Er zijn echter algemene principes die van toepassing zijn op de viering van al Gods heilige dagen. Ten eerste moeten we niet vergeten dat deze dagen voor God heilig zijn. Het zijn "de feesttijden des HEREN, die gij zult uitroepen als heilige samenkomsten," zegt God (Leviticus 23:2).

God is de enige die iets heilig kan maken. God plaatst deze dagen op een hoger plan dan alle vieringen die door mensen bedacht zijn. Mensen kunnen tijd aan God wijden voor een speciale reden, maar alleen God kan tijd apart zetten als heilige tijd (Genesis 2:3; Exodus 20:8, 11). Als wij gepast respect en waardering tonen voor deze speciale jaarlijkse vieringen, eren wij ook God Zelf door Zijn autoriteit over ons leven te erkennen. Het begrijpen van dit principe is belangrijk voor het op juiste wijze aanbidden van God.

Onze Schepper wenst dat mensen gewillig en in geloof al Zijn instructies opvolgen (Jesaja 66:2). Een coŲperatieve, nederige houding staat in tegenstelling tot de denkwijze van mensen die slechts het minimaal vereiste willen doen. De kern van de zaak is of wij werkelijk God geloven en liefhebben. De apostel Johannes illustreerde de houding die God verlangt, toen hij schreef: "Want dit is de liefde Gods, dat wij Zijn geboden bewaren" (I Johannes 5:3).

God gebiedt jaarlijkse samenkomsten

Maar hoe wil God dat wij ons op deze dagen gedragen? Denk aan Zijn fundamentele voorschrift: "Dit zijn de feesttijden des HEREN, heilige samenkomsten, die gij uitroepen zult op de daarvoor bepaalde tijd . . ." (Leviticus 23:4). Dit zijn jaarlijkse gelegenheden waarop wij met andere gelovigen moeten samenkomen. Zoals op de wekelijkse sabbat gebiedt God speciale erediensten op elk van de heilige dagen.

God openbaarde aan de vroege christenen het principe van samenkomen met gelijkgezinden op de sabbatten en heilige dagen: "Laten wij de belijdenis van hetgeen wij hopen onwankelbaar vasthouden, want Hij, die beloofd heeft, is getrouw. En laten wij op elkander acht geven om elkaar aan te vuren tot liefde en goede werken. Wij moeten onze eigen bijeenkomst niet verzuimen, zoals sommigen dat gewoon zijn, maar elkander aansporen, en dat des te meer, naarmate gij de dag ziet naderen" (HebreeŽn 10:23-25). Is er een beter tijdstip om elkaar te bemoedigen en aan te sporen dan op de dagen die Gods grote plan van behoud uitbeelden?

Als wij samenkomen ten tijde van deze jaarlijkse feesten, hebben we een geweldige gelegenheid om meer over Gods plan van behoud te leren. Nehemia 8 vermeldt een treffend voorbeeld, waarbij Gods volk bijeenkwam om het Trompettenfeest te vieren (vers 1-2). Tijdens de eredienst ontving men onderwijs, want de leiders "gaven het volk onderricht in de wet . . . Zij lazen namelijk uit het boek, uit de wet Gods, duidelijk voor en gaven uitlegging, zodat men het voorgelezene begreep" (vers 8-9). De vroege Kerk bleef deze jaarlijkse feestdagen houden volgens dezelfde principes, maar met veel groter geestelijk begrip (Handelingen 2; I KorinthiŽrs 5:6-8).

In Nehemia's tijd had het volk, omdat het Gods feesten had verwaarloosd, bemoediging nodig. "En Nehemia - dat is de stadhouder - met de priester-schriftgeleerde Ezra en de Levieten, die het volk onderricht gaven, zeiden tot het gehele volk: Deze dag is voor de HERE, uw God, heilig; bedrijft geen rouw en weent niet. Want het gehele volk weende, toen het de woorden der wet hoorde. Voorts zeide hij tot hen: Gaat heen, eet lekkernijen en drinkt zoete dranken en zendt aan ieder voor wie niets bereid is, een deel, want deze dag is voor onze Here heilig: weest dus niet verdrietig, want de vreugde in de HERE, die is uw toevlucht" (Nehemia 8:10-11). Vervolgens, nadat zij in Gods wet onderwezen waren, "ging het gehele volk heen, om te eten en te drinken, en een deel ervan te zenden en grote vreugde te bedrijven, want zij hadden begrepen wat men hun had bekendgemaakt" (vers 13).

Het is de bedoeling dat het gehele gezin kan genieten van deze speciale dagen - iedere aanwezige! Vooral op het Loofhuttenfeest is er voldoende tijd voor gepaste gezinsactiviteiten en ontspanning, evenals het zich verheugen over de kennis die God openbaart.

Om ons op gepaste wijze tijdens Gods feestdagen te kunnen verheugen, behoren wij niet ons gewone werk te doen (Leviticus 23:3, 7-8, 21, 25, 35-36). Hoewel het bereiden van voedsel voor de jaarlijkse heilige dagen eveneens enig werk met zich meebrengt, geeft God te kennen dat dit soort inspanning volkomen gepast is. Op de Grote Verzoendag moeten wij echter alle normale werkzaamheden vermijden, natuurlijk inclusief het bereiden van voedsel (vers 28, 30-31).

Wij bewijzen ook onze gehoorzaamheid en toewijding aan God door tijd vrij te nemen van ons werk, zodat wij de heilige dagen kunnen vieren. Door juiste planning en respectvolle communicatie met de werkgever kunnen de meeste mensen de vereiste details uitwerken die nodig zijn om deze dagen vrij te kunnen nemen. Het is onze verantwoordelijkheid om wijsheid en geduld toe te passen als wij gezinsleden op de hoogte stellen van onze beslissing de feesten te vieren.

Leven in geloof

Het gehoorzamen van Gods instructie is een zaak van geloof. Zoals Paulus zei in II KorinthiŽrs 5:7: "want wij wandelen in geloof, niet in aanschouwen." Het is daarom belangrijk voor ons om te beginnen de heilige dagen te houden zodra wij ervan vernomen hebben. Zelfs al zullen we misschien in het begin niet alles begrijpen, we zullen veel meer leren naarmate wij deze dagen werkelijk beginnen te vieren.

Indien u graag meer zou vernemen over het houden van de jaarlijkse feesten, kunt u schrijven naar het dichtstbijzijnde adres dat achterin dit boekje wordt vermeld.

In conclusie: de feestdagen van God zijn tijden van vreugde, niet alleen vanwege hun betekenis voor ons, maar vanwege de geweldige belofte van hoop die ze bieden voor de gehele mensheid. Het vieren van de heilige dagen herinnert ons aan Gods grote liefde voor de mensheid. Het is een vreugde en genoegen God op deze wijze te aanbidden. Deze feesten zijn waarlijk Gods geschenken aan Zijn volk!

Bijbelse heilige dagen in het Nieuwe Testament

Bijbelse Als gebod Gevierd door Jezus Christus, viering gegeven in de apostelen of de Kerk in Oude Testament het Nieuwe Testament

Pascha Leviticus MattheŁs 26:2, 17-19;

23:5 Markus 14:12-16;

Lukas 2:41-42; 22:1, 7-20;

Johannes 2:13, 23; 6:4; 13:1-30;

I KorinthiŽrs 11:23-29

Feest van Leviticus Mattheus 26:17;

Ongezuurde Broden 23:6-8 Markus 14:12;

Lukas 2:41-42, 22:1, 7;

Handelingen 12:3-4; 20:6;

I KorinthiŽrs 5:6-8

Pinksterfeest Leviticus Handelingen 2:1-21; 20:16;

23:15-21 I KorinthiŽrs 16:8

Trompettenfeest *) Leviticus MattheŁs 24:30-31;

23:23-25 I Thessalonicenzen 4:16-17;

Openbaring 11:15

Grote Verzoendag Leviticus Handelingen 27:9

23:26-32

Loofhuttenfeest Leviticus Johannes 7:1-2, 8, 10, 14

23:33-43

Laatste Grote Dag Leviticus Johannes 7:37-38

23:36

*) Hoewel het Trompettenfeest niet met name wordt genoemd in het Nieuwe Testament, wordt het thema van de dag - het trompetgeschal dat Christus' wederkomst aankondigt - door meerdere nieuwtestamentische auteurs vermeld.

De jaarlijkse feesttijden van God

Eerste dag Feest van

Romeins heilige Ongezuurde

jaar jaar Pascha Broden Pinksteren

1998 28 maart 10 april 11 april 31 mei

t/m 17 april

1999 18 maart 31 maart 1 april 23 mei

t/m 7 april

2000 6 april 19 april 20 april 11 juni

t/m 26 april

2001 25 maart 7 april 8 april 27 mei

t/m 14 april

2002 14 maart 27 maart 28 maart 19 mei

t/m 3 april

2003 3 april 16 april 17 april 8 juni

t/m 23 april

2004 23 maart 5 april 6 april 30 mei

t/m 12 april

Volgens bijbelse tijdrekening beginnen de dagen in de avond (Genesis 1:5), als de zon ondergaat (Jozua 8:29; II Kronieken 18:34; Markus 1:32), en worden ze geteld "van avond tot avond" (Leviticus 23:32). Zodoende beginnen al Gods feesttijden de avond voorafgaande aan de vermelde datum. In het jaar 2004 bijvoorbeeld wordt het Pascha gevierd op zondagavond 4 april, na zonsondergang, en het Feest van Ongezuurde Broden begint dan op maandagavond 5 april.

Laatste

Trompetten- Grote Loofhutten- Grote Romeins

feest Verzoendag feest Dag jaar

21 september 30 september 5 oktober 12 oktober 1998

t/m 11 oktober

11 september 20 september 25 september 2 oktober 1999

t/m 1 oktober

30 september 9 oktober 14 oktober 21 oktober 2000

t/m 20 oktober

18 september 27 september 2 oktober 9 oktober 2001

t/m 8 oktober

7 september 16 september 21 september 28 september 2002

t/m 27 september

27 september 6 oktober 11 oktober 18 oktober 2003

t/m 17 oktober

16 september 25 september 30 september 7 oktober 2004

t/m 6 oktober

Wat is het lot van degenen

die weigeren zich te bekeren?

Hoewel God allen die Hem nooit gekend hebben overvloedig gelegenheid geeft tot behoud, zullen sommigen nog steeds weigeren zich te bekeren, zich aan God te onderwerpen en Zijn geschenk van eeuwig leven te ontvangen.

Wat is hun lot? De Bijbel openbaart dat zij, in plaats van eeuwig te moeten lijden in een altijd brandende hel, eenvoudig zullen ophouden te bestaan. Het zal zijn alsof zij er nooit geweest zijn.

Openbaring 20:15 vertelt wat er met hen gebeurt na het laatste oordeel, uitgebeeld door de Laatste Grote Dag: "wanneer iemand niet bevonden werd geschreven te zijn in het boek des levens, werd hij geworpen in de poel des vuurs."

Daarnaast zegt Openbaring 21:8: "de lafhartigen, de ongelovigen, de verfoeilijken, de moordenaars, de hoereerders, de tovenaars, de afgodendienaars en alle leugenaars - hun deel is in de poel, die brandt van vuur en zwavel: dit is de tweede dood."

Opvallend is dat hun lot duidelijk de dood is, niet eeuwig leven in voortdurende straf.

Ook Paulus begreep dat de straf van de goddelozen de dood is: "Want het loon, dat de zonde geeft, is de dood, maar de genade, die God schenkt, is het eeuwige leven in Christus Jezus, onze Here" (Romeinen 6:23).

Hij stelt de dood, die wij verdienen door onze zonden, tegenover het leven, Gods geschenk aan ons door het offer van Jezus Christus in onze plaats.

De profeet Maleachi maakte het lot duidelijk van wie blijven volharden in goddeloosheid: "Want ziet, die dag komt, brandende als een oven, dan zullen alle hoogmoedigen, en al wie goddeloosheid doet, een stoppel zijn, en de toekomstige dag zal ze in vlam zetten, zegt de HEERE der heerscharen, die hun noch wortel, noch tak laten zal. U daarentegen, die Mijn Naam vreest, zal de Zon der gerechtigheid opgaan, en er zal genezing zijn onder Zijn vleugelen; en gij zult uitgaan, en toenemen, als mestkalveren. En gij zult de goddelozen vertreden; want zij zullen as worden onder de zolen van uw voeten, te dien dage, die Ik maken zal, zegt de HEERE der heerscharen" (Maleachi 4:1-3, Statenvertaling).

Niet-Joodse christenen

en de heilige dagen

"Dat u dan niemand oordele in spijs of in drank, of in het stuk van de feestdag, of van de nieuwe maan, of van de sabbatten; welke zijn een schaduw der toekomende dingen . . ." schreef de apostel Paulus in Kolossenzen 2:16-17 (Statenvertaling). Dit schriftgedeelte wordt dikwijls verkeerd geÔnterpreteerd. Wat betekent het werkelijk?

Paulus bestreed een plaatselijke dwaalleer. Valse leraren hadden hun eigen religieuze filosofie geÔntroduceerd, die een mengeling was van Joodse en heidense ideeŽn. Hun verwrongen ideeŽn berustten op "overlevering der mensen" en "wereldgeesten", niet op het Woord van God. Paulus waarschuwde de Kolossenzen: "Ziet toe, dat niemand u medeslepe door zijn wijsbegeerte en door ijdel bedrog in overeenstemming met de overlevering der mensen, met de wereldgeesten en niet met Christus" (vers 8).

Deze valse leraren brachten hun eigen regels en voorschriften volgens hun idee van gepast gedrag (vers 20-22). Paulus' waarschuwing aan de gemeente van Kolosse geeft een sterke aanwijzing dat deze leraren voorlopers waren van een belangrijke dwaalleer die zich ontwikkelde tot het gnosticisme, een denkwijze waarbij men gelooft dat geheime kennis (gnosis is Grieks voor "kennis") verrijkend is voor de religie van een persoon. Gnostici beweerden zo geestelijk te zijn dat zij vrijwel al het fysieke minachtten en als minderwaardig beschouwden.

De valse leraren in Kolosse verwierpen het fysieke - de vergankelijke dingen die konden worden aangeraakt of geproefd (vers 21-22) - vooral wat betreft de eredienst. Hun filosofie stimuleerde het verwaarlozen van de fysieke behoeften van het lichaam teneinde hogere spiritualiteit te bereiken. In werkelijkheid had hun zelfkastijding niet het gewenste effect en kon ook de menselijke natuur er niet door bestreden worden. Zoals Paulus schreef, was het "zonder enige waarde . . ." (vers 23).

De christenen in Kolosse gehoorzaamden God. Zij hielden Zijn sabbat en heilige dagen, waarop zij zich volgens bijbelse instructie verheugden (Deuteronomium 16:10-11, 13-14).

De aanhangers van de dwaalleer veroordeelden de gemeente van Kolosse voor de wijze waarop zij de heilige dagen vierden. Let op het feit dat zij de dagen als zodanig niet betwistten. Het was het fysieke genieten ervan - zich verheugen en feestvieren - waartegen ze bezwaren hadden.

Let nog eens op Paulus' woorden: "Laat dan niemand u blijven oordelen inzake eten en drinken of op het stuk van een feestdag, nieuwe maan of sabbat" (Kolossenzen 2:16).

Paulus zei de Kolossenzen geen acht te slaan op deze op dwaalleer berustende veroordeling en kritiek aangaande hun vreugdevol genieten van eten en drinken op Gods feesten.

In plaats van blijk te geven van onverschilligheid jegens de door God als heilig ingestelde dagen, wordt door Paulus' opmerkingen in deze passage juist bevestigd dat de christenen in Kolosse - hoofdzakelijk niet-Joden (Kolossenzen 2:13) - de wekelijkse sabbat en Gods heilige dagen hielden, ruim 30 jaar na Jezus Christus' dood en opstanding.

Als zij deze dagen niet gevierd hadden, zou er geen grond geweest zijn voor het veroordelen van het genieten van feestelijk eten en drinken op de sabbat en de heilige dagen.

Als u meer wilt weten . . .

Wie wij zijn

Deze publicatie wordt uitgegeven door de Verenigde Kerk van God. Deze kerk is verbonden met de United Church of God, an International Association, welke dienaren en gemeenten heeft in de Verenigde Staten, Canada, Midden- en Zuid-Amerika, Europa, AustraliŽ, Afrika, AziŽ en het CaraÔbische gebied.

Onze oorsprong is te vinden in de Kerk die door Jezus Christus werd gesticht in de eerste eeuw. Wij volgen dezelfde leer, doctrines en gebruiken die toen werden ingesteld. Onze opdracht is aan de gehele wereld het evangelie van het komende Koninkrijk van God te verkondigen als een getuigenis en alle volkeren te leren onderhouden wat Christus gebood (MattheŁs 24:14; 28:19-20).

Gratis

De Verenigde Kerk van God biedt deze en andere publicaties gratis aan. Wij zijn dankbaar voor de royale tienden en offeranden van de leden van de kerk en anderen die vrijwillig bijdragen geven om dit werk te steunen.

Wij vragen het grote publiek niet om geld. Bijdragen om ons te helpen deze boodschap van hoop met anderen te delen worden echter dankbaar aanvaard. Onze boeken worden jaarlijks door onafhankelijke accountants gecontroleerd.

Persoonlijk advies beschikbaar

Jezus gebood Zijn volgelingen om Zijn schapen te weiden (Johannes 21:15-17). Om deze opdracht te volbrengen heeft de United Church of God over de gehele wereld bijeenkomsten, waar gelovigen samenkomen om onderricht te ontvangen vanuit de Bijbel en om persoonlijk contact te hebben met elkaar.

De Verenigde Kerk van God is toegewijd aan het leren verstaan en beoefenen van het nieuwtestamentische christendom. Wij willen graag Gods levenswijze bekend maken aan hen die ernstig streven naar het aanbidden en volgen van onze Verlosser, Jezus Christus.

Onze dienaren zijn beschikbaar om te adviseren, vragen te beantwoorden en uitleg te geven van de Bijbel. Als u graag in contact wilt komen met een dienaar of een van onze bijeenkomsten wilt bezoeken, schrijft u dan gerust naar ons dichtstbijzijnde adres.

Auteur: David Treybig Met medewerking van: Gail Allwine, Scott Ashley, John Bald, Robert Boraker, Bill Bradford, Roger Foster, Jim Franks, Bruce Gore, Rod Hall, Allen Hirst, David Hulme, Paul Kieffer, Burk McNair, Darris McNeely, John Meakin, Tim Morgan, Peter Nathan, Brian Orchard, John Ross Schroeder, Richard Thompson, Leon Walker, Donald Ward, Lyle Welty, Dean Wilson

Omslagfoto: PhotoDisc, Inc., © 1994

ADRESSEN

Nederland
United Church of God Holland
P.O. Box 93
2800 AB Gouda

Deutschland
Vereinte Kirche Gottes
Postfach 30 15 09
D-53195 Bonn

Suisse
Eglise de Dieu Unie-France
B.P. 51254
45002 Orlťans Cedex 1

Italia
Chiesa di Dio Unita
Casella Postale 187
24100 Bergamo

U.S.A. (Spaans)
United Church of God
P.O. Box 458
Big Sandy, TX 75755

U.S.A.
United Church of God (IA)
P.O. Box 541027
Cincinnati, OH 45254-1027

Australia
United Church of God - Austalia
GPO Box 535
Brisbane, Qld. 4001

Canada
United Church of God - Canada
Box 144 Station D
Etobicoke, ON M9A 4X1

South Africa
United Church of God
P.O. Box 2209
Beacon Bay, East London 5205

United Kingdom
United Church of God
P.O. Box 4052
Milton Keynes, Bucks MK13 7ZF