DE WEG NAAR EEUWIG LEVEN

© 1996 United Church of God,
an International Association
Alle rechten voorbehouden

Bijbelcitaten: NBG 1951,
tenzij anders vermeld
(nadruk onzerzijds)



Inleiding

". . . breed de weg, die tot het verderf leidt . . . en smal de weg, die ten leven leidt, en weinigen zijn er, die hem vinden" (Mattheüs 7:13-14).

Gelooft u dat er vele wegen zijn die naar behoud leiden?

Hoewel de meeste kerken formele procedures hebben voor het toelaten van gelovigen, zijn hun gebruiken zeer verschillend. Elk kerkgenootschap lijkt een andere weg te volgen, zelfs wat betreft de ceremonie van de doop. In sommige kerken wordt het doopwater over de dopeling gesprenkeld of gegoten. In andere worden gelovigen geheel ondergedompeld in een rivier of meer. Bij sommige groeperingen worden baby's gedoopt, bij andere niet. Weer andere geloven dat er geen enkele noodzaak is om te dopen. De meeste kerkgenootschappen stellen dat zij hun gezag ontlenen aan de Bijbel, maar hebben toch zeer uiteenlopende gewoonten. Is er bijbels gezag voor zo'n grote verscheidenheid aan geloofsovertuigingen en godsdienstige gebruiken? En is het eigenlijk wel van belang, voor uzelf of voor God?

Welke voorstelling heeft u van het opbouwen van een relatie met God? Denkt u daarbij aan een massale bijeenkomst of een emotioneel televisieprogramma? Aan gebedsdiensten of spelletjesavonden? Of is uw enige associatie het gesprek bij de voordeur of op straat?

Met zoveel verschillende en tegenstrijdige benaderingen is het niet verwonderlijk dat sommige mensen cynisch zijn geworden wat betreft religie in het algemeen. Voor sommigen lijkt de gedachte dat men voor eeuwig kan leven zo'n soort idee dat te mooi is om waar te zijn. Voor een echte cynicus betekent het woord "doop" misschien een nietszeggende religieuze term, of een ouderwets gebruik, en het zou dan belachelijk lijken te suggereren dat het een noodzakelijke stap is tot eeuwig leven. Anderen weten gewoon niet wat ze ervan moeten denken.

Wat zijn uw gedachten hierover? Weet u wat de Bijbel over dit belangrijke onderwerp openbaart?

Let op wat Christus zelf zegt: "Niemand kan tot Mij komen, tenzij de Vader, die Mij gezonden heeft, hem trekke, en Ik zal hem opwekken ten jongsten dage" (Johannes 6:44).

Blijkbaar is een relatie met God opbouwen een proces waarmee God Zelf een begin maakt en waarbij wij dan moeten kiezen of wij Zijn weg, als Hij ons die aanbiedt, aanvaarden dan wel verwerpen. Als wij deze weg aanvaarden, zullen wij een bepaald proces moeten doorlopen. Op de Pinksterdag leerde Petrus degenen die bijeen waren gekomen dat zij zich moesten bekeren en laten dopen tot vergeving van hun zonden (Handelingen 2:38). Daarna gaf God aan hen Zijn Heilige Geest, die Hij ook aan ons zal geven als wij deze zelfde stappen volgen, waardoor Hij ons in staat stelt het nieuwe leven te leiden waartoe wij geroepen zijn.

De doop is de belangrijkste verbintenis die een mens in zijn leven kan aangaan. Hoewel het een eenvoudige ceremonie is, wordt door de doop op indrukwekkende wijze bevestigd dat er sprake is van diepgaande veranderingen in hart en verstand. Het symboliseert het zich volledig onderwerpen aan Jezus Christus als onze Heer en Verlosser.

God verlangt er oprecht naar dat wij deze weg gaan. Door middel van de apostel Petrus zegt God ons: "De Here talmt niet met de belofte, al zijn er, die aan talmen denken, maar Hij is lankmoedig jegens u, daar Hij niet wil, dat sommigen verloren gaan, doch dat allen tot bekering komen" (II Petrus 3:9). Het aanvaarden van wat Hij ons biedt maakt het voor ons mogelijk Zijn kinderen te worden. In Johannes 1:12 lezen we: ". . . allen, die Hem aangenomen hebben, hun heeft Hij macht gegeven om kinderen Gods te worden . . ."

De doop, zoals in de Bijbel uitgelegd, is veel meer dan een middel om zich bij een kerk aan te sluiten of een godsdienstig ritueel voor pasgeboren kinderen. De doop geeft een weloverwogen besluit weer dat alleen na zorgvuldig beraad wordt genomen. Jezus Christus waarschuwde ieder die Hem wilde volgen "de kosten te berekenen" voordat men deze verbintenis aangaat (zie Lukas 14:27-33). De doop is een handeling die het grote gewicht van die verbintenis symboliseert - en een belangrijke stap op de smalle weg die leidt tot eeuwig leven.



Bekering: de eerste stap

"In die dagen trad Johannes de Doper op en hij predikte in de woestijn van Judea, en zeide: Bekeert u, want het Koninkrijk der hemelen is nabijgekomen" (Mattheüs 3:1-2).

Nadat God ons geroepen heeft, is bekering het beginpunt van onze relatie met Hem. Zonder bekering zijn wij van God afgesneden: "Zie, de hand des HEREN is niet te kort om te verlossen, en Zijn oor niet te onmachtig om te horen; maar uw ongerechtigheden zijn het, die scheiding brengen tussen u en uw God, en uw zonden doen Zijn aangezicht voor u verborgen zijn, zodat Hij niet hoort" (Jesaja 59:1-2).

God wil echter dat allen tot bekering komen en Zijn kinderen worden (II Petrus 3:9; Johannes 1:12). Daartoe begint God ons in Zijn grote barmhartigheid te leiden tot bekering (Romeinen 2:4).

Merk op hoe Petrus door God werd gebruikt om degenen die Hij riep te onderwijzen. In de eerste preek van Petrus die beschreven staat, op de Pinksterdag, zei hij: "Dus moet ook het ganse huis Israëls zeker weten, dat God Hem èn tot Here èn tot Christus gemaakt heeft, deze Jezus, die gij gekruisigd hebt." Degenen die hiernaar luisterden, werden "diep in hun hart getroffen". Zij vroegen Petrus en de andere apostelen dringend: "Wat moeten wij doen, mannen broeders?"

Petrus antwoordde: "Bekeert u en een ieder van u late zich dopen op de naam van Jezus Christus, tot vergeving van uw zonden, en gij zult de gave des Heiligen Geestes ontvangen" (Handelingen 2:36-38).

Maar wat betekent "zich bekeren"? Definities van bekering zijn: het berouwvol verlaten van een vroegere weg; een verandering ten goede van het denken; spijt of wroeging; berouw van zonde, met zelfveroordeling; afschuw over vroegere zonden; het zich volledig afkeren van zonde.

De Bijbel beschrijft bekering als een diep besef van onze zonden en een daaruit voortkomend berouw dat ons ertoe brengt onze gedachten en daden te veranderen. "Want de droefheid naar Gods wil brengt onberouwelijke inkeer tot heil [behoud], maar de droefheid der wereld brengt de dood" (II Korinthiërs 7:10). Berouw tot God doet ons inzien hoe totaal verdorven wij als mens zijn en brengt ons ertoe onze hoop te vestigen op God. Het leidt tot een diepe toewijding die ons leven verandert. Werelds berouw daarentegen is lichtvaardig en oppervlakkig; het brengt geen werkelijke en blijvende verandering teweeg.

Het wezenlijke van bekering is verandering. Het is een zich afkeren van onze vroegere levenswijze, om God te gaan dienen. Petrus beschreef in zijn eerder genoemde preek bekering als een persoonlijke uiting van een diepe en oprechte overgave aan God, voortkomend uit het besef en de erkenning van wat Jezus Christus, als onze persoonlijke Verlosser, heeft gedaan om ons met God de Vader te verzoenen (Romeinen 5:8-10; II Korinthiërs 5:18-20). Bekering verenigt ons met God de Vader en Jezus Christus in een bijzondere relatie.

Het wonder van bekering

Reeds in het begin van onze relatie met God moeten wij begrijpen dat bekering een wonder is. Overal in de Bijbel wordt de gelegenheid tot bekering voorgesteld als een gave van God, die wij alleen kunnen ontvangen als God ons tot Zich trekt. Jezus stelde duidelijk: "Niemand kan tot Mij komen, tenzij de Vader, die Mij gezonden heeft, hem trekke . . ." (Johannes 6:44).

Het is onmogelijk dat iemand op eigen kracht zijn of haar wil volledig overgeeft aan God. Menselijk gesproken kunnen wij de diepte van de verandering die God in ons hart en verstand verlangt niet bevatten. Zelfs om te begrijpen wat zonde is hebben we hulp nodig. Dat is de reden waarom God ons bekering moet schenken (Handelingen 11:18). Daarbij moeten wij ook nog de wil hebben - zowel het verlangen als de keuze - om ons te bekeren. Ook deze bereidheid zich te bekeren komt van God: ". . . want God is het, die om Zijn welbehagen zowel het willen als het werken in u werkt" (Filippenzen 2:13).

Hoewel God "wil, dat alle mensen behouden worden", dwingt Hij niemand zich te bekeren (I Timotheüs 2:4). Zijn welwillendheid en goedheid leiden ons tot bekering (Romeinen 2:4), maar Hij maakt niet de keuze voor ons. Het blijft onze beslissing. Zij die verkiezen zich werkelijk te bekeren beseffen al spoedig dat God actief is in hun leven - dat Hij in hen werkt om een diep verlangen te doen ontstaan in alles te veranderen wat nodig is om Hem welgevallig te zijn. Zij willen Gods wil leren kennen en weten wat God van hen verwacht. Zij bestuderen Gods geïnspireerde Woord, de Bijbel, om Gods wil beter te begrijpen. Zij wensen zich aan God te onderwerpen en te leven volgens Zijn instructies.

Eerlijke studie van Gods Woord, gepaard met een sterk verlangen zich over te geven aan Zijn wil, laat ons al snel in onszelf de zelfzuchtige begeerten zien die het gedrag en denken beheersen van de meeste mensen. Wij beginnen de diep doordringende invloed in te zien die "de gezindheid van het vlees", zoals Paulus het noemde, op onze gedachten en ons gedrag heeft (Romeinen 8:7). Voordat wij ons kunnen bekeren, moet God ons overtuigen van zonde (Johannes 16:8), om ons te helpen beseffen hoe ver verwijderd wij zijn van Gods wegen. Wij moeten de zonde in onszelf herkennen en begrijpen hoe diepgeworteld onze vijandigheid is jegens God.

Het erkennen van zonde in onszelf is een enorme stap. De eerste stap om een slechte gewoonte te veranderen of een verkeerde daad te vermijden, is het probleem onderkennen en toegeven dat het bestaat. Wij moeten bereid zijn onze fouten toe te geven en onze schuld te erkennen. "Indien wij onze zonden belijden, Hij is getrouw en rechtvaardig, om ons de zonden te vergeven en ons te reinigen van alle ongerechtigheid. Indien wij zeggen, dat wij niet gezondigd hebben, maken wij Hem tot een leugenaar en Zijn woord is in ons niet" (I Johannes 1:9-10).

Wat is zonde?

In de wereld van vandaag is zonde geen populair gespreksonderwerp. In onze samenleving zoeken we naar manieren om onszelf vrij te pleiten van verantwoordelijkheid voor onze daden. We horen deskundigen zeggen: "Hij is als kind misbruikt, daarom kunnen we hem niet verantwoordelijk houden voor wat hij heeft gedaan." En we redeneren dat als iedereen iets doet, het toch niet zo slecht kan zijn.

God echter komt door middel van de Bijbel tot de kern van de zaak, door duidelijk voor ons te definiëren wat zonde is: "Ieder, die de zonde doet, doet ook de wetteloosheid, en de zonde is wetteloosheid" (I Johannes 3:4). Naar welke wet verwees Johannes? Dat maakte hij duidelijk in andere verzen in deze brief. "En hieraan onderkennen wij, dat wij Hem kennen: indien wij Zijn geboden bewaren. Wie zegt: Ik ken Hem, en Zijn geboden niet bewaart, is een leugenaar en in die is de waarheid niet" (I Johannes 2:3-4). En: "Want dit is de liefde Gods, dat wij Zijn geboden bewaren. En Zijn geboden zijn niet zwaar" (I Johannes 5:3). Zonde wordt gedefinieerd als het overtreden van Gods geboden en wetten.

Waarom moeten wij ons zorgen maken over het overtreden van Gods wetten? Omdat ons eeuwig leven op het spel staat! Paulus waarschuwde: "het loon, dat de zonde geeft, is de dood" (Romeinen 6:23). Wij zien gemakkelijk zonden zoals moord, diefstal en overspel. Christus echter gaf een veel uitgebreidere definitie van zonde, een definitie die ook onze gedachten omvat, niet alleen onze daden. Hij zei dat woede, haat en begeerte - onze denkwijze en houding - evenzeer overtredingen zijn van Gods geboden tegen moord en echtbreuk als onze fysieke daden (Mattheüs 5:22, 28; I Johannes 3:15).

Wij hebben allen gefaald. "Want allen hebben gezondigd en derven de heerlijkheid Gods" (Romeinen 3:23). Paulus beschrijft onze natuurlijke, vleselijke staat, los van God: "Niemand is rechtvaardig, ook niet één, er is niemand, die verstandig is, niemand, die God ernstig zoekt . . . er is niemand, die doet wat goed is, zelfs niet één . . . Snel zijn hun voeten om bloed te vergieten, verwoesting en ellende zijn op hun wegen, en de weg des vredes kennen zij niet. De vreze Gods staat hun niet voor ogen" (Romeinen 3:10-12, 15-18).

Bekering is verandering van binnenuit!

God is niet hardvochtig, ook al weet Hij dat wij zondaars zijn. Hij verlangt echter van ons dat wij onze wil aan Hem overgeven. Hij verwacht van ons dat wij ons leven gaan leiden volgens Zijn manier van denken en leven, zoals geopenbaard in de Heilige Schrift. Hij wil dat wij onze vroegere manier van denken en leven loslaten en "een nieuwe mens" worden in gedachte, houding en karakter (Efeziërs 4:22-24). Hij geeft ons de opdracht: "dat gij verjongd wordt door de geest van uw denken" (vers 23).

Deze vermaningen betekenen voor ons dat wij ons gehele leven moeten blijven groeien en veranderen, te beginnen met de eerste verandering - de bekering die God verwacht vóór de doop. Hij vraagt van ons een verandering van ons hart en van het doel van ons leven.

"De gezindheid van het vlees is de dood, maar de gezindheid van de Geest is leven en vrede", schreef Paulus (Romeinen 8:6). Wij moeten bereid zijn ons denken te laten veranderen door het geopenbaarde Woord van God. Dat is het begin van ware bekering. Bekering is onze persoonlijke keuze ons door God te laten veranderen, en wel zeer grondig! Jakobus zegt: "Nadert tot God, en Hij zal tot u naderen . . ." (Jakobus 4:8).

Gods barmhartigheid is zo groot dat Hij ons vergeving zal schenken, mits wij onze weg (ons verkeerde gedrag) en onze gedachten verlaten. "De goddeloze verlate zijn weg en de ongerechtige man zijn gedachten en hij bekere zich tot de HERE, dan zal Hij Zich over hem ontfermen - en tot onze God, want Hij vergeeft veelvuldig. Want Mijn gedachten zijn niet uw gedachten en uw wegen zijn niet Mijn wegen, luidt het woord des HEREN" (Jesaja 55:7-8).

Leer denken zoals God

Als verandering van binnenuit begint, in onze gedachten, zal het juiste gedrag daarop volgen. Godvruchtig gedrag is slechts de vrucht van rechtvaardige overtuigingen, verlangens, emoties en reacties - het resultaat van onze gedachten.

Maar hoe kunnen wij leren denken zoals God? Hoe kunnen wij onze gedachten veranderen? God openbaart Zijn gedachten en denkwijze door Zijn Woord, de Bijbel. Deze bevat Zijn waarden, normen en principes. Door de Bijbel te lezen en te bestuderen leren wij denken zoals God.

Spreuken 2:1-5 brengt dit duidelijk tot uiting: "Mijn zoon, indien gij mijn woorden aanneemt en mijn geboden bij u bewaart, zodat uw oor de wijsheid opmerkt en gij uw hart neigt tot de verstandigheid, ja, indien gij tot het inzicht roept en tot de verstandigheid uw stem verheft; indien gij haar zoekt als zilver en naar haar speurt als naar verborgen schatten, dan zult gij de vreze des HEREN verstaan en de kennis Gods vinden."

Jezus bevestigde het belang van Gods Woord als onze gids voor het leven. Hij zei: "Er staat geschreven: Niet alleen van brood zal de mens leven, maar van alle woord, dat uit de mond Gods uitgaat" (Mattheüs 4:4). Iemand met een houding van ware bekering zal grondig zoeken in Gods Woord naar instructie voor de juiste levenswijze.

Vruchten van bekering

In het Nieuwe Testament wordt bekering ter sprake gebracht door Johannes de Doper, die "kwam in de gehele Jordaanstreek en predikte de doop der bekering tot vergeving van zonden" (Lukas 3:3). Merk op dat in zijn boodschap doop, bekering en vergeving van zonden met elkaar verbonden waren. Men kan niet een van deze onderwerpen op de juiste wijze bespreken zonder ook de andere twee daarbij te betrekken.

Johannes was zeer gezien bij het volk van zijn tijd. Hij werd gevolgd door grote aantallen mensen die hem vroegen om gedoopt te worden. Maar niet allen werden toegelaten door Johannes. Sommigen hadden eenvoudig geen begrip van ware bekering. Johannes waarschuwde hen: "Adderengebroed, wie heeft u een wenk gegeven om de komende toorn te ontgaan? Brengt dan vruchten voort, die aan de bekering beantwoorden . . ." (Lukas 3:7-8).

Dat Johannes niet iedereen wilde dopen verbaasde hen. Wat waren die vruchten precies die hij verlangde? Wat verwachtte hij? Zij vroegen hem: "Wat moeten wij dan doen?" (vers 10).

Het antwoord van Johannes is een van de meest indringende en onthullende beschrijvingen van ware bekering in de Bijbel. Hij maakte duidelijk dat ware bekering vruchten voortbrengt: vruchten die werkelijk het resultaat zijn van een verandering van het hart. Johannes gaf geen woordenboekdefinitie van de woorden bekering en vruchten. In plaats daarvan gaf hij voorbeelden van de wijze waarop mensen moeten veranderen om voor God waarachtig te zijn in hun bekering.

"Hij antwoordde en zeide: Wie een dubbel stel klederen heeft, dele mede aan wie er geen heeft, en wie spijzen heeft, doe evenzo. Er kwamen ook tollenaars om zich te laten dopen en zij zeiden tot hem: Meester, wat moeten wij doen? Hij zeide tot hen: Vordert niet meer dan u voorgeschreven is. En ook die in krijgsdienst waren, vroegen hem, zeggende: En wat moeten wij doen? En hij zeide tot hen: Plundert niemand uit en perst niets af en weest tevreden met uw soldij" (Lukas 3:11-14).

Het was gebruikelijk dat de tollenaars meer belasting opeisten dan de wet voorschreef, waarbij zij in hun hebzucht het verschil in eigen zak staken. Soldaten verhoogden hun inkomen door afpersing, intimidatie of misbruik van dezelfde mensen die zij werden geacht te beschermen. Omdat deze overheidsdienaren hun eigen fouten niet inzagen, koos Johannes voorbeelden die voor hen zeer doeltreffend waren en vroeg hij om een bewijs van bekering vanuit het hart. Hij vroeg van hen een persoonlijk offer, vrijwillig gebracht, waaruit oprechte zorg voor anderen bleek. Hij zei dat ze hun innerlijk en de beweegredenen voor hun gedrag en daden moesten onderzoeken.

De specifieke vrucht waartoe Johannes deze mensen opriep was een verandering in hun uiterlijk gedrag. Hij koos echter voorbeelden van hun gedrag die typerend zijn voor de zelfzuchtige, op eigenbelang gerichte natuur in ieder van ons.

Jezus maakt duidelijk dat de meest noodzakelijke veranderingen moeten komen vanuit het hart, vanuit onze gedachten. Hij zei: "Hetgeen uit de mens naar buiten komt, dat maakt de mens onrein. Want van binnenuit, uit het hart der mensen, komen de kwade overleggingen . . ." (Markus 7:20-21). Vervolgens noemde Hij manieren waarop deze verborgen denkwijze zichtbaar wordt: "hoererij, diefstal, moord, echtbreuk, hebzucht, boosheid, list, onmatigheid, een boos oog, godslastering, overmoed, onverstand. Al die slechte dingen komen van binnen uit naar buiten en maken de mens onrein" (vers 21-23).

Voor sommigen kan de verandering die God in ons wenst zo overweldigend schijnen dat berouw en bekering tot Gods denkwijze onmogelijk lijken. En dat is nu juist het punt waar het om gaat: zonder Gods hulp zijn deze dingen onmogelijk. Toen Christus het binnengaan van het Koninkrijk van God vergeleek met het gaan van een kameel door het oog van een naald, vroegen de discipelen verbijsterd: "Maar wie kan dan behouden worden?" (Zie Markus 10:23-26.) Jezus antwoordde: "Bij mensen is het onmogelijk, maar niet bij God; want alle dingen zijn mogelijk bij God" (vers 27). Om werkelijk tot bekering te komen, moeten wij leren meer op God te vertrouwen en te steunen dan op onszelf.

In Lukas 18:9-14 stelde Jezus de houding van een uiterlijk rechtvaardige Farizeeër, die voor zijn rechtvaardigheid op zichzelf vertrouwde, tegenover de houding van een berouwvolle tollenaar, die terecht zijn eigen geestelijke ontoereikendheid inzag en Gods hulp zocht om rechtvaardig te worden. Jezus legde uit dat Gods vergeving (rechtvaardigmaking) wordt geschonken aan hen die voor de kracht om zich te bekeren en hun gedrag te veranderen nederig op God vertrouwen en niet op zichzelf.

Zoek Gods hulp

Als u oprecht uw leven aan God wilt wijden, vraag Hem dan om Zijn gave van bekering. Vertel Hem uw bedoelingen in gebed. Zoek Zijn hulp. Vertrouw niet op uw eigen vermogen uw zonden in te zien en daarin op eigen kracht te veranderen. Als u nog niet de gewoonte heeft ontwikkeld regelmatig te bidden en als u er moeite mee heeft, besef dan dat God u zal helpen. Jezus beloofde: "Bidt en u zal gegeven worden; zoekt en gij zult vinden; klopt en u zal opengedaan worden" (Mattheüs 7:7). Als u oprecht Zijn geboden en instructies vanuit de Bijbel wilt opvolgen, vertel Hem dat dan.

Geloof in Hem is de sleutel. Hebreeën 11:6 zegt: "Zonder geloof is het onmogelijk (Hem) welgevallig te zijn. Want wie tot God komt, moet geloven, dat Hij bestaat en een beloner is voor wie Hem ernstig zoeken." Uw aandeel is te handelen in geloof en er vervolgens op te vertrouwen dat God uw gebeden beantwoordt. Dit is een van de belangrijkste stappen in uw gehele leven. Stel hem niet uit! Neem er nu de tijd voor - spreek tot God.

Laten we nu de betekenis van de doop nader onderzoeken.




Waterdoop en handoplegging

"Toen zij echter geloof schonken aan Filippus, die het evangelie van het Koninkrijk Gods en van de naam van Jezus Christus predikte, lieten zij zich dopen, zowel mannen als vrouwen" (Handelingen 8:12).

Nadat iemand zich heeft bekeerd, is de volgende stap de waterdoop, een fundamentele leerstelling van Jezus Christus (Hebreeën 6:1-2). Zij die de weg naar eeuwig leven willen bewandelen moeten twee ceremonies - waterdoop en handoplegging - begrijpen en ondergaan om de Heilige Geest te ontvangen.

Het woord dopen is een vertaling van het Griekse werkwoord baptizo, dat "onderdompelen" betekent, ofwel "geheel onder water duwen". Hieruit blijkt duidelijk dat onderdompeling de bijbelse manier van dopen is. De doop door onderdompeling symboliseert onze dood en begrafenis. Het omhoog komen uit het doopwater symboliseert een opstanding tot een nieuw leven in Christus (Romeinen 6:3-5).

Merk op hoe Filippus de Ethiopische kamerling doopte. De twee mannen waren gestopt bij een rivier "en beiden daalden af in het water, zowel Filippus als de kamerling, en hij doopte hem". Daarna lezen we dat "zij uit het water gekomen waren" (Handelingen 8:38, 39). Waarom gingen zij beiden het water in? Omdat Filippus dan de kamerling kon dopen door hem volledig onder water te dompelen. Vervolgens kon de kamerling, nadat hij uit het water was gekomen, beginnen aan een nieuw leven in Christus.

Jezus droeg Zijn volgelingen op: "Gaat dan henen, maakt al de volken tot Mijn discipelen en doopt hen in de naam des Vaders en des Zoons en des Heiligen Geestes" (Mattheüs 28:19). Als een dienaar van God een nieuwe gelovige in het water onderdompelt, als de symbolische begrafenis van "de oude mens", verricht hij deze handeling in de naam of krachtens het gezag van Jezus Christus. Hij plaatst deze persoon tevens in een nieuwe relatie met God.

Dood en begrafenis

De doop symboliseert ons met Christus verenigd zijn in de dood. Door de doop wordt zowel de dood van Christus als onze eigen symbolische dood en begrafenis uitgebeeld. "Weet gij niet, dat wij allen, die in Christus Jezus gedoopt zijn, in Zijn dood gedoopt zijn? Wij zijn dan met Hem begraven door de doop in de dood . . ." (Romeinen 6:3-4).

In Gods ogen is het zo dat wij "samengegroeid zijn met hetgeen gelijk is aan Zijn dood . . . dit weten wij immers, dat onze oude mens medegekruisigd is, opdat aan het lichaam der zonde zijn kracht zou ontnomen worden en wij niet langer slaven der zonde zouden zijn" (vers 5-6).

Vóór het wonder van onze bekering zijn wij slaven van de zonde. Paulus legde aan de Romeinen uit dat wij, als wij eenmaal gedoopt zijn in Christus, niet langer gevangen zijn in zonde (Romeinen 6:3-4). Hij schreef dat "onze oude mens medegekruisigd is, opdat aan het lichaam der zonde zijn kracht zou ontnomen worden en wij niet langer slaven der zonde zouden zijn; want wie gestorven is [door de symbolische dood van de doop], is rechtens vrij van de zonde" (vers 6-7).

Wij worden echter verlost - teruggekocht - uit de slavernij van de zonde door het offer van Jezus Christus (I Petrus 1:18; Openbaring 5:9). Wanneer wij door God gekocht zijn, behoren wij Hem toe. "Want gij zijt duur gekocht: zo verheerlijkt dan God in uw lichaam en in uw geest, die van God zijn" (I Korinthiërs 6:20, Statenvertaling).

Als wij zijn bekeerd van slaven van de zonde tot slaven van de gerechtigheid, staan wij niet langer in dienst van de zonde (Romeinen 6:18). Onze nieuwe wijze van denken is er een die de vruchten van bekering voortbrengt (Galaten 5:22-23). Zoals Galaten 5:24-25 zegt: "Want wie Christus Jezus toebehoren, hebben het vlees met zijn hartstochten en begeerten gekruisigd. Indien wij door de Geest leven, laten wij ook door de Geest het spoor houden."

Opstanding tot nieuwheid des levens

De doop symboliseert niet alleen onze dood wat de zonde betreft, maar ook onze opstanding tot een nieuw leven in Christus: "Opdat, gelijk Christus uit de doden opgewekt is door de majesteit des Vaders, zo ook wij in nieuwheid des levens zouden wandelen" (Romeinen 6:4). Als wij zijn gedoopt en ons de handen zijn opgelegd, geeft God ons Zijn Heilige Geest als een "onderpand" van onze uiteindelijke verandering tot geest en eeuwig leven (II Korinthiërs 1:22). De doop is dus de symbolische begrafenis van ons oude ik en het begin van een nieuw leven als een gehoorzame dienstknecht van God.

Paulus vergelijkt onze nieuwheid des levens met een verandering van kleding: "Want gij allen, die in Christus gedoopt zijt, hebt u met Christus bekleed" (Galaten 3:27). Wij doen Christus aan, of bekleden ons met Christus, door verkeerde gedachten, handelingen en gewoonten te vervangen door juiste. Kolossenzen 3:12 zegt: "Doet dan aan, als door God uitverkoren heiligen en geliefden, innerlijke ontferming, goedheid, nederigheid, zachtmoedigheid en geduld."

Ons nieuwe leven brengt ons op de weg die uiteindelijk leidt tot eeuwig leven en tot ons ingaan in het Koninkrijk van God bij de opstanding, wanneer Jezus Christus terugkeert naar deze aarde. "Want indien wij samengegroeid zijn met hetgeen gelijk is aan Zijn dood, zullen wij het ook zijn (met hetgeen gelijk is) aan Zijn opstanding" (Romeinen 6:5).

Merk op dat onze opstanding in de toekomst zal plaatsvinden, wanneer wij zullen worden veranderd in geestelijke wezens (I Korinthiërs 15:51-52). Ook al begrijpen wij misschien niet wat het betekent in geest veranderd te worden, kunnen wij toch vertrouwen op de woorden van Johannes in I Johannes 3:2: "Geliefden, nu zijn wij kinderen Gods en het is nog niet geopenbaard, wat wij zijn zullen; (maar) wij weten, dat, als Hij zal geopenbaard zijn, wij Hem gelijk zullen wezen; want wij zullen Hem zien, gelijk Hij is."

Handoplegging

De volgende stap op onze weg naar eeuwig leven is het ontvangen van Gods Heilige Geest, wat plaatsvindt door "oplegging der handen", zoals beschreven in Hebreeën 6:2. Volgens de Bijbel wordt de waterdoop gevolgd door de ceremonie van handoplegging, waarbij wij de Heilige Geest ontvangen. Handelingen 19:6 zegt: "En toen Paulus hun de handen oplegde, kwam de Heilige Geest over hen . . ."

Uit Handelingen 8:12 blijkt dat in Samaria "zowel mannen als vrouwen" tot begrip kwamen, zich bekeerden en gedoopt werden. De Heilige Geest werd hun echter pas gegeven toen Petrus en Johannes voor hen baden en hun de handen oplegden. In de verzen 15-17 wordt beschreven hoe zij (Petrus en Johannes) "daar aangekomen, voor hen baden, dat zij de Heilige Geest mochten ontvangen. Want deze was nog over niemand van hen gekomen, maar zij waren alleen gedoopt in de naam van de Here Jezus. Toen legden zij hun de handen op en zij ontvingen de Heilige Geest."

Zo zien wij dat de Heilige Geest ons wordt gegeven door gebed en handoplegging door geordineerde dienaren van God, als Zijn vertegenwoordigers.

Waarom wij de Heilige Geest nodig hebben

Wat is de rol van Gods Geest in ons leven? Op eigen kracht kunnen wij misschien ons inspannen, strijden en vurig bidden om een zondige gewoonte te overwinnen, maar we zullen toch tekortschieten. Na doop en handoplegging blijft dezelfde Geest die ons tot bekering leidt zelfs nog krachtiger in ons werkzaam om ons te helpen onze zonden en tekortkomingen te zien en te overwinnen.

Omdat het onmogelijk is overwinnaars te zijn door op eigen kracht Gods wet naar de volle geestelijke bedoeling ervan te onderhouden, zei Jezus dat Hij ons de Heilige Geest zou zenden om ons te leiden en te helpen (Johannes 14:16-18). Als wij alles wat menselijkerwijs mogelijk is doen om gehoorzaam te zijn, geeft God ons, door Zijn Heilige Geest, de extra hulp die wij nodig hebben om Zijn waarheid te gehoorzamen en om een geest van bezonnenheid te hebben die goddelijke liefde weerspiegelt (Handelingen 5:32; Johannes 16:13; II Timotheüs 1:7).

Gods Geest helpt ons de zwakheden en zelfzuchtige begeerten van de menselijke natuur te overwinnen (Romeinen 7:13-20). Hij stelt ons in staat God te aanbidden in geest en in waarheid (Johannes 4:23-24). Hij biedt ons troost tijdens beproevingen en laat de gezindheid van Christus in ons werken (Filippenzen 2:5). Door Zijn Geest inspireert en leidt God ons en maakt Hij ons tot Zijn eigen kinderen (Romeinen 8:13-14; I Korinthiërs 2:10-11).

Het overwinnen van onze zonden uit gewoonte en onze zelfzuchtige natuur gebeurt niet onmiddellijk. Het is een levenslang proces, dat vaak grote inspanning vraagt. De apostel Paulus beschreef, meer dan twintig jaar na zijn wonderbaarlijke bekering, zijn voortdurende strijd om de slechte begeerten in zichzelf te overwinnen. Deze zelfzuchtige neigingen waren zo sterk dat hij ze een andere "wet" noemde die in hem werkte: "Want ik weet, dat in mij, dat wil zeggen in mijn vlees, geen goed woont. Immers, het wensen is wel bij mij aanwezig, maar het goede uitwerken, kan ik niet. Want niet wat ik wens, het goede, doe ik, maar wat ik niet wens, het kwade, dát doe ik . . . Zo vind ik dan deze regel: als ik het goede wens te doen, is het kwade bij mij aanwezig; want naar de inwendige mens verlustig ik mij in de wet Gods, maar in mijn leden zie ik een andere wet, die strijd voert tegen de wet van mijn verstand en mij tot krijgsgevangene maakt van de wet der zonde, die in mijn leden is" (Romeinen 7:18-19, 21-23).

Paulus merkte echter ook op dat die zondige natuur met behulp van Gods Geest kan worden onderworpen: "Want indien gij naar het vlees leeft, zult gij sterven; maar indien gij door de Geest de werkingen des lichaams doodt, zult gij leven" (Romeinen 8:13).

Sommigen geloven ten onrechte dat zodra iemand is gedoopt God de controle overneemt en alles doet. Dit is een misleidende en gevaarlijke gedachte. God verwacht van ons dat wij weerstand bieden tegen zonde en ernaar streven Zijn Geest actief deel te maken van ons dagelijks leven. In II Timotheüs 1:6 drong Paulus er bij Timotheüs op aan "de gave Gods [de Heilige Geest] aan te wakkeren, die door mijn handoplegging in u is", waaruit blijkt dat wij een persoonlijke verantwoordelijkheid hebben voor ons behoud. Timotheüs moest Gods Geest "aanwakkeren" - niet passief afwachten en alles aan God overlaten. Paulus zei opnieuw, in Filippenzen 2:12, dat wij ons eigen behoud moeten "bewerken met vreze en beven".

Het wonder van verandering

Gods Geest die in ons werkt helpt ons te veranderen en te beginnen de juiste vruchten in ons leven voort te brengen. In Galaten 5:22 worden de vruchten van Gods Geest genoemd - onder andere liefde, blijdschap, vrede, vriendelijkheid, zachtmoedigheid en zelfbeheersing - die duidelijker zichtbaar in ons worden naarmate wij geestelijk groeien.

Het voortbrengen van de vrucht van gerechtigheid is belangrijk. Het is ook belangrijk dat wij begrijpen dat alle eer daarvoor God toekomt. Paulus gaf tegenover de Filippenzen uitdrukking aan zijn verlangen om voor God welgevallig te zijn door "niet een eigen gerechtigheid, uit de wet, te bezitten, maar de gerechtigheid door het geloof in Christus, welke uit God is op de grond van het geloof" (Filippenzen 3:9).

Merk op dat Paulus er op vertrouwde dat God in hem gerechtigheid zou bewerkstelligen, omdat hij wist: "God is het, die om Zijn welbehagen zowel het willen als het werken in u werkt" (Filippenzen 2:13).

Als God ons roept om Zijn kinderen te zijn, begint Hij in ons een verandering te bewerkstelligen van onze oude gewoonten, onze trots, zelfzucht en ongehoorzaamheid. Hij vormt in ons een ander karakter, door het vernieuwen, of veranderen, van ons denken. Paulus schreef aan de Romeinen: "En wordt niet gelijkvormig aan deze wereld, maar wordt hervormd door de vernieuwing van uw denken, opdat gij moogt erkennen wat de wil van God is, het goede, welgevallige en volkomene" (Romeinen 12:2). Paulus legde uit dat het niet een plotselinge, volledige transformatie is. Het vereist voortdurende veranderingen in ons denken en onze zienswijze, waardoor de manier waarop wij leven blijvend wordt beïnvloed. Wij worden "een levend, heilig en Gode welgevallig offer: dit is uw redelijke eredienst" (vers 1).

Paulus vermaande ook: "Laat die gezindheid bij u zijn, welke ook in Christus Jezus was" (Filippenzen 2:5). Hij beschreef de houding en handelwijze die duidelijk verbonden zouden zijn met een geest van bekering: "Maakt (dan) mijn blijdschap volkomen door eensgezind te zijn, één in liefdebetoon, één van ziel, één in streven, zonder zelfzucht of ijdel eerbejag; doch in ootmoedigheid achte de een de ander uitnemender dan zichzelf; en ieder lette niet slechts op zijn eigen belang, maar ieder (lette) ook op dat van anderen" (vers 2-4). De gezindheid van Christus hebben is wat het wonder van verandering mogelijk maakt.

De doop heeft een diepe symbolische betekenis. Hij symboliseert zowel vergeving van zonden als een nieuw leven in Christus. Het behoort ons leven voor altijd te veranderen. Voor deze zegeningen is echter een hoge prijs betaald. Jezus Christus offerde Zijn eigen leven om voor ons leven mogelijk te maken, door de vergeving van onze zonden.




Vergeving van zonden

"En Petrus antwoordde hun: Bekeert u en een ieder van u late zich dopen op de naam van Jezus Christus, tot vergeving van uw zonden . . ." (Handelingen 2:38).

Hoe wordt ons vergeving geschonken en wat is het verband met de doop en Jezus Christus? De Bijbel zegt dat God onze zonden en fouten vergeeft. Door geloof in het offer van Christus worden al onze zonden en schuld volledig weggenomen. Wij zijn dan geheel rein in de ogen van God (Handelingen 22:16). God is volmaakt en Hij kan volmaakt vergeten. Het geeft troost te weten dat Hij onze zonden niet alleen vergeeft, maar ze ook totaal vergeet. "Want Ik zal genadig zijn over hun ongerechtigheden, en hun zonden zal Ik niet meer gedenken" (Hebreeën 8:12).

David had diep ontzag voor Gods volkomen barmhartigheid en vergeving. Hij schreef: "Zo hoog de hemel is boven de aarde, zo machtig is Zijn goedertierenheid over wie Hem vrezen. Zover het oosten is van het westen, zover doet Hij onze overtredingen van ons" (Psalm 103:11-12).

Door middel van de profeet Jesaja vertelt God ons over de vergeving die volgt als wij berouw tonen en ons tot Hem keren: "Wast u, reinigt u, doet uw boze daden uit Mijn ogen weg; houdt op kwaad te doen; leert goed te doen . . . al waren uw zonden als scharlaken, zij zullen wit worden als sneeuw" (Jesaja 1:16-18).

Paulus maakte duidelijk dat de onrechtvaardigen het Koninkrijk van God niet zullen beërven (I Korinthiërs 6:9). Vervolgens legde hij uit hoe wij worden gereinigd en rechtvaardig gemaakt voor God: "En sommigen uwer zijn dat geweest. Maar gij hebt u laten afwassen, maar gij zijt geheiligd, maar gij zijt gerechtvaardigd door de naam van de Here Jezus Christus en door de Geest van onze God" (vers 11). Jezus Christus reinigt de gemeente "door het waterbad met het woord" (Efeziërs 5:26).

Dit afwassen van het opgehoopte vuil van onze zonden wordt gesymboliseerd door de doop. Voordat Paulus werd gedoopt, zei Ananias: "En nu, wat aarzelt gij nog? Sta op, laat u dopen en uw zonden afwassen, onder aanroeping van Zijn naam" (Handelingen 22:16). Door ons gehele lichaam te laten onderdompelen in water worden wij symbolisch volkomen gereinigd.

Het water is slechts een symbool. In werkelijkheid gebeurt de reiniging en verzoening met God door het bloed van Jezus Christus, onze Verlosser (Romeinen 5:8-10; Handelingen 20:28). Zonder Zijn offer kunnen onze zonden niet worden afgewassen.

Schuldgevoel achter zich laten

Gelukkig houdt God geen puntenlijst bij van onze goede en van onze slechte daden. Als wij onze zonden belijden en er berouw van hebben en om Gods vergeving vragen, wordt iedere zonde uitgewist. "Indien wij onze zonden belijden, Hij is getrouw en rechtvaardig, om ons de zonden te vergeven en ons te reinigen van alle ongerechtigheid" (I Johannes 1:9). Met geen enkele goede daad, met geen enkele fysieke inspanning van onszelf kunnen wij God ooit terugbetalen voor de kostbare gaven van vergeving en de afwassing van onze schuld.

Het is normaal dat wij ons schuldig voelen wanneer wij zondigen, en vaak zal er verdriet blijven door de pijnlijke gevolgen van vroegere fouten. Er behoeft echter geen schuldgevoel te blijven bestaan, als een uitputtend zware last. Schuldgevoel kan onnodige gevoelens van minderwaardigheid en verbittering voortbrengen. Nadat wij berouw hebben getoond, vergeeft God onze zonden volkomen en is er geen reden meer ons schuldig te voelen, tenzij wij opnieuw zondigen. Maar zelfs dan moeten wij onmiddellijk berouw tonen, God om vergeving vragen en het schuldgevoel achter ons laten. God maakt in Zijn oneindige barmhartigheid gebruik van het offer van Christus om onze zonde en schuld te bedekken en van ons weg te nemen.

Wij worden aangespoord om vertrouwend op Gods vergeving tot Hem te naderen "met een waarachtig hart, in volle verzekerdheid des geloofs, onze harten gereinigd zijnde van het kwaad geweten, en het lichaam gewassen zijnde met rein water" (Hebreeën 10:22, Statenvertaling). Een zuiver geweten is een van de mooiste geschenken die God Zijn kinderen geeft.

Koning David was een man naar Gods hart (Handelingen 13:22). Hij was niet volmaakt, maar hij streefde ernaar te voorkomen dat zonde hem van God zou scheiden. In Psalm 139:23-24 bad David: "Doorgrond mij, o God, en ken mijn hart, toets mij en ken mijn gedachten; zie, of bij mij een heilloze weg is, en leid mij op de eeuwige weg." Hij bad ook: "Verberg Uw aangezicht voor mijn zonden, delg al mijn ongerechtigheden uit. Schep mij een rein hart, o God, en vernieuw in mijn binnenste een vaste geest" (Psalm 51:11-12).

Hoe wordt zonde vergeven?

Zonde is het overtreden van Gods heilige wet (I Johannes 3:4). De straf die wij allen hebben verdiend door te zondigen is de dood (Romeinen 6:23). Dit verband tussen oorzaak en gevolg is absoluut en werkt automatisch. De doodstraf moet worden ondergaan. Wij kunnen niet van de tiende verdieping van een gebouw springen, in een vergeefse poging de wet van de zwaartekracht te overtreden, zonder voor onze daad een straf te ondergaan. Evenzo geldt dat als wij Gods geestelijke wet overtreden, de doodstraf daarvoor moet worden ondergaan. Vergeving betekent niet dat de straf voor onze zonden wordt weggenomen, maar dat ons de straf wordt kwijtgescholden omdat deze wordt overgedragen op iemand die voor ons deze straf zal kunnen aanvaarden en in onze plaats ondergaan. De vraag is: wie ondergaat die straf?

Omdat allen hebben gezondigd en iedereen de doodstraf boven het hoofd hangt, wist God dat er een Verlosser nodig was om voor de zonden van de wereld te sterven. Merk op wat Petrus zegt: ". . . dat gij niet met vergankelijke dingen, zilver of goud, zijt vrijgekocht . . . maar met het kostbare bloed van Christus, als van een onberispelijk en vlekkeloos lam. Hij was van tevoren gekend, vóór de grondlegging der wereld, doch is bij het einde der tijden geopenbaard ter wille van u" (I Petrus 1:18-20).

De apostel Johannes sprak over Gods grote liefde voor ons en over het offer van Jezus Christus waarmee Hij de straf voor onze zonden betaalt en vergeving mogelijk maakt. "Hij is een verzoening voor onze zonden en niet alleen voor de onze, maar ook voor die der gehele wereld" (I Johannes 2:2); en: "Hierin is de liefde Gods jegens ons geopenbaard, dat God Zijn eniggeboren Zoon gezonden heeft in de wereld, opdat wij zouden leven door Hem. Hierin is de liefde, niet dat wij God liefgehad hebben, maar dat Hij ons heeft liefgehad en Zijn Zoon gezonden heeft als een verzoening voor onze zonden" (I Johannes 4:9-10).

Omdat Hij een volmaakt voorbeeld heeft gesteld en, als de Zoon van God, een zondeloos leven in het vlees heeft geleid, werd Jezus Christus het volmaakte offer voor de zonden van de mensheid.

Volmaakte liefde en een volmaakt offer

De ongelooflijke waarheid is: "Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een ieder, die in Hem gelooft, niet verloren ga, maar eeuwig leven hebbe" (Johannes 3:16). Het is nog wonderlijker dat God ons liefhad toen wij nog zondaars waren - wij stonden nog onder de doodstraf toen Hij ons tot bekering riep (Romeinen 5:8).

Jezus Christus heeft een diep en vurig verlangen de mensheid te helpen zodat zij met Hem de eeuwigheid kan delen (Mattheüs 23:37). Zoals ook Paulus schreef: "Laat ons oog daarbij (alleen) gericht zijn op Jezus, de leidsman en voleinder des geloofs, die, om de vreugde, welke vóór Hem lag, het kruis op Zich genomen heeft, de schande niet achtende, en gezeten is ter rechterzijde van de troon Gods" (Hebreeën 12:2).

Het was allesbehalve vreugdevol om geseling en kruisiging te ondergaan, een ongelooflijk wrede en pijnlijke vorm van executie. Jesaja 52:14 profeteerde dat het voorkomen van Christus zou zijn "misvormd, niet meer menselijk . . . en niet meer als die der mensenkinderen Zijn gestalte". Psalm 22:2-21 beschrijft enkele van de gedachten en gevoelens van angst en pijn die Jezus had toen Hij het verraad en de dood moest ondergaan. Toch had Hij de geestelijke visie voorbij Zijn eigen lijden uit te zien naar de vreugde van het delen van de eeuwigheid met anderen die de weg naar eeuwig leven zouden kiezen (Hebreeën 12:2).

Bereidwillig aanvaardde Hij de vervloeking, de doodstraf die voor ons was bedoeld, "door voor ons een vloek te worden; want er staat geschreven: Vervloekt is een ieder, die aan het hout hangt" (Galaten 3:13).

Het offer van Jezus Christus was zo volledig dat geen enkele zonde ooit begaan te groot of te klein is voor Gods vergeving (Psalm 103:3). Paulus noemde zichzelf de voornaamste der zondaars, maar toch werd hij na zijn bekering op indrukwekkende wijze door God gebruikt (I Timotheüs 1:15). In het boek der Psalmen loofde David steeds weer Gods barmhartigheid. Hij zag Gods goedertierenheid als oneindig groot, zodat de aarde ervan vervuld werd (Psalm 119:64).

Zulke voorbeelden geven grote inspiratie en hoop. Ongeacht onze achtergrond of gemaakte fouten wordt ons na ware bekering en doop volledige vergeving door God beloofd.

De door mensen ontwikkelde methoden van de psychologie kunnen ons een goed gevoel geven over onszelf en trachten ons zelfbeeld positief te beïnvloeden. Maar door geen van deze menselijke inspanningen kan zonde vergeven en de ermee verbonden geestelijke straf volledig van ons weggenomen worden. Alleen het offer van Christus kan ons blijvend reinigen en vergeving brengen.

Het verleden begraven

Zoals God onze oude zonden vergeet, zo moeten wij dat ook doen. Nu onze oude zonden begraven zijn, zoals gesymboliseerd door de doop, moeten wij ze niet weer gaan opgraven. Volgens deze symboliek zou dat vergelijkbaar zijn met grafschennis. God houdt zich daar niet mee bezig, en Hij wil ook niet dat wij dat doen.

Voor sommigen lijkt deze gewoonte van het zich zorgen blijven maken over vroegere zonden misschien op berouw. God wil echter wel berouw, maar geen boetedoening. God wil niet dat wij Hem confronteren met onze oude zonden door erover te blijven tobben. Hij verwacht dat wij vertrouwen op Hem en op Zijn verlangen onze zonden totaal te vergeven en te vergeten.

Wij moeten van onze fouten leren, maar zodra wij dat gedaan hebben, moeten we ze begraven laten in het verleden. Wij moeten "in nieuwheid des levens . . . wandelen" (Romeinen 6:4). Iemand die dat doet wordt in de ogen van God een nieuwe mens, iemand die zo volkomen vergeving heeft ontvangen dat het is alsof hij nooit heeft gezondigd.

Het is belangrijk onszelf op deze wijze te zien. Wij moeten ons richten op de toekomst. Paulus bracht deze visie onder woorden in Filippenzen 3:13-14: ". . . één ding (doe ik): vergetende hetgeen achter mij ligt en mij uitstrekkende naar hetgeen vóór mij ligt, jaag ik naar het doel, om de prijs der roeping Gods, die van boven is, in Christus Jezus."

Nu we hebben gezien hoe vergeving mogelijk is door het volmaakte offer van Christus, moeten wij ook gaan begrijpen hoe wij kunnen volhouden tot het einde. In het volgende hoofdstuk zullen we zien hoe men op deze weg naar eeuwig leven kan blijven.




De weg blijven volgen

"Komt dan tot berouw en bekering, opdat uw zonden uitgedelgd worden, opdat er tijden van verademing mogen komen van het aangezicht des Heren" (Handelingen 3:19).

De doop en de bijbehorende stappen die wij moeten nemen zijn slechts het begin van de weg naar eeuwig leven. Voordat wij op onze uiteindelijke bestemming aankomen, hebben wij nog een lange weg te gaan. In dit hoofdstuk zullen we enkele van de aspecten van onze reis beschouwen die geopenbaard worden door onze wegenkaart, de Bijbel. Bedenk wel dat wij een smalle weg bewandelen (Mattheüs 7:14). Een duidelijk besef van ons doel en van de juiste richting kan ons helpen de weg te blijven volgen tot het einde.

Als wij door berouw, bekering en doop Gods roeping beantwoorden, wachten ons vele zegeningen en mogelijkheden. Ons denken zal veranderen. Wij zullen toenemen in wijsheid, kennis en inzicht (Spreuken 2:1-11). Wij zullen leren denken en handelen zoals God denkt en handelt.

Er zullen beproevingen komen en er zullen offers van ons worden verlangd (Mattheüs 10:35-39). Deze testen helpen ons goddelijk karakter te ontwikkelen. Jakobus, de halfbroer van Jezus Christus, zei: "Houdt het voor enkel vreugde, mijn broeders, wanneer gij in velerlei verzoekingen valt, want gij weet, dat de beproefdheid van uw geloof volharding uitwerkt. Maar die volharding moet volkomen doorwerken, zodat gij volkomen en onberispelijk zijt en in niets te kort schiet" (Jakobus 1:2-4).

Jezus Christus waarschuwt ons dat wij eerst de kosten moeten berekenen van het volgen van deze weg: "Want wie van u, die een toren wil bouwen, zet zich niet eerst neder om de kosten te berekenen, of hij het werk zal kunnen volbrengen? Anders zouden, als hij de fundering gemaakt had, en het werk niet kon voltooien, allen, die het zagen, beginnen hem te bespotten, zeggende: Die man begon te bouwen, maar hij kon het niet voltooien" (Lukas 14:28-30).

Sprekend tot een potentiële volgeling, die deze verbintenis alleen wilde aangaan onder bepaalde voorwaarden, zei Jezus: "Niemand, die de hand aan de ploeg slaat en ziet naar hetgeen achter hem ligt, is geschikt voor het Koninkrijk Gods" (Lukas 9:62). Jezus verwacht dat Zijn volgelingen volbrengen waaraan zij beginnen.

Zoals een klein kind leert lopen, zo zullen wij misschien eerst nog wat onzeker zijn en struikelen op deze nieuwe levensweg. De verzoekingen en beproevingen waarmee wij geconfronteerd worden zullen ons soms doen wankelen en vallen. Maar bedenk dat God en Jezus Christus er zijn om ons te troosten en te helpen bij elke stap op deze weg. Onze taak is het te blijven proberen en volwassen christenen te worden. Paulus zei: "Want ieder, die nog van melk leeft, heeft geen weet van de rechte prediking: hij is nog een zuigeling. Maar de vaste spijs is voor de volwassenen, die door het gebruik hun zinnen geoefend hebben in het onderscheiden van goed en kwaad" (Hebreeën 5:13-14).

Op Gods wijze te leven moet altijd onze eerste prioriteit blijven. Wij moeten voortdurend eerst "Zijn Koninkrijk en Zijn gerechtigheid" zoeken (Mattheüs 6:33). Tot de middelen die ons kunnen helpen op Gods levenswijze georiënteerd te blijven behoren regelmatig gebed en de bestudering van Gods Woord. Zoals elders in dit boekje vermeld kan het persoonlijk contact met andere gelovigen een geweldige bemoediging zijn om een nieuw leven te leiden in toewijding aan God. In Mattheüs 7:21 zei Jezus: "Niet een ieder, die tot Mij zegt: Here, Here, zal het Koninkrijk der hemelen binnengaan, maar wie doet de wil Mijns Vaders, die in de hemelen is."

Wij kunnen, door gebruik te maken van onze vrije wil, zelf kiezen wat we zullen doen, maar Jezus verwacht duidelijk van ons dat wij onze taak volbrengen door trouw te blijven aan Hem. Zoals eerder uitgelegd moeten wij in ons leven vruchten voortbrengen die God welgevallig zijn.

Het einde van de weg: het Koninkrijk van God

Laten we nu eens aandacht schenken aan enkele dingen betreffende het komende Koninkrijk van God en het eeuwige leven, het einddoel van onze geestelijke reis. We moeten niet vergeten dat het Koninkrijk van God de essentie vormt van de evangelieboodschap die door Jezus Christus werd gebracht. Volgens Markus 1:14-15 "ging Jezus naar Galilea om het evangelie Gods te prediken, [en Hij zeide]: De tijd is vervuld en het Koninkrijk Gods is nabijgekomen. Bekeert u en gelooft het evangelie." Toen Jezus na Zijn opstanding voor korte tijd op aarde terugkeerde, bleef Hij met Zijn discipelen spreken over het Koninkrijk van God (Handelingen 1:3).

Jezus Christus zal naar de aarde terugkeren en het Koninkrijk van God daar vestigen. "En de zevende engel blies de bazuin en luide stemmen klonken in de hemel, zeggende: De koninkrijken der wereld zijn geworden van onze Here en van Zijn Christus, en Hij zal als Koning heersen in alle eeuwigheid" (Openbaring 11:15, Statenvertaling).

Het Koninkrijk van God zal een letterlijk koninkrijk zijn dat op aarde zal heersen en al het menselijk bestuur en gezag zal vervangen; in die tijd "zal de God des hemels een koninkrijk oprichten, dat in eeuwigheid niet zal te gronde gaan, en waarvan de heerschappij op geen ander volk meer zal overgaan: het zal al die koninkrijken verbrijzelen en daaraan een einde maken, maar zelf zal het bestaan in eeuwigheid" (Daniël 2:44).

De eerste christenen hielden standvastig hun blik gericht op het toekomstige Koninkrijk van God. Paulus zei: "En de Here zal mij verlossen van alle boos werk, en bewaren tot Zijn hemels Koninkrijk" (II Timotheüs 4:18, Statenvertaling). En in Handelingen 8:12 wordt uitgelegd dat dit een belangrijke beweegreden was voor hen die Gods waarheid geloofden en besloten zich te laten dopen: "Toen zij echter geloof schonken aan Filippus, die het evangelie van het Koninkrijk Gods en van de naam van Jezus Christus predikte, lieten zij zich dopen, zowel mannen als vrouwen." Ook voor ons geldt: "gelooft het evangelie" (Markus 1:15).

Wij zullen alle dingen beërven

Als wij in deze tijd trouw blijven aan God tot het einde van ons leven, zullen wij met Christus in Zijn komende Koninkrijk de rol van koningen en priesters vervullen (Openbaring 1:6). Wij kunnen ernaar uitzien geestelijke wezens te worden en voor eeuwig te leven (I Thessalonicenzen 4:14-17; I Korinthiërs 15:50-54). Als Zijn opgestane kinderen zullen wij van God alle dingen beërven (Mattheüs 5:5; Openbaring 21:1-7; Hebreeën 2:6-8).

Hoewel het altijd mogelijk is dat wij in dit leven God verloochenen en ons behoud verliezen, spreekt God alsof ons behoud zeker is. Voor hen die bereid zijn hun leven aan Hem te wijden biedt God in Efeziërs 1:13-14 een schitterend toekomstperspectief: "In Hem zijt ook gij, nadat gij het woord der waarheid, het evangelie uwer behoudenis, hebt gehoord; in Hem zijt gij, toen gij gelovig werdt, ook verzegeld met de Heilige Geest der belofte, die een onderpand is van onze erfenis, tot verlossing van het volk, dat Hij Zich verworven heeft, tot lof Zijner heerlijkheid."

Zolang wij actief Gods wil trachten te doen en Zijn Heilige Geest in ons leven laten werken, is ons uiteindelijke behoud gewaarborgd. Ja, God belooft ons te helpen bij elke stap, bij elke bocht in de weg, als wij ons zullen bekeren, in Hem geloven voor de vergeving van onze zonden, ons laten dopen en vertrouwen op Hem en de komst van Zijn Koninkrijk.

Wat nu?

Zult u, nu u weet wat u te doen staat, daarnaar handelen, of zult u deze kostbare roeping van God onbeantwoord laten? Door de profeet Jesaja geeft God ons een uitnodiging en een belofte: "Zoekt de HERE, terwijl Hij Zich laat vinden; roept Hem aan, terwijl Hij nabij is. De goddeloze verlate zijn weg en de ongerechtige man zijn gedachten en hij bekere zich tot de HERE, dan zal Hij Zich over hem ontfermen - en tot onze God, want Hij vergeeft veelvuldig" (Jesaja 55:6-7).

In II Thessalonicenzen 2:13-15 schrijft Paulus: "Maar wij behoren God te allen tijde om u te danken, door de Here geliefde broeders, dat God u als eerstelingen Zich verkoren heeft tot behoudenis, in heiliging door de Geest en geloof in de waarheid. Daartoe heeft Hij u ook door ons evangelie geroepen tot het verkrijgen van de heerlijkheid van onze Here Jezus Christus. Zo dan, broeders, staat vast en houdt u aan de overleveringen, die u door ons, hetzij mondeling, hetzij schriftelijk, geleerd zijn."

Als God u roept, zult u dan antwoorden?

De apostel Petrus schreef: "Beijvert u daarom des te meer, broeders, om uw roeping en verkiezing te bevestigen; want als gij dit doet, zult gij nimmer struikelen. Want zó zal u rijkelijk worden verleend de toegang tot het eeuwige Koninkrijk van onze Here en Heiland, Jezus Christus" (II Petrus 1:10-11).

Dit is de enige weg naar eeuwig leven.



Volg Jezus Christus' voorbeeld in het onderhouden van de geboden

"Meent niet, dat Ik gekomen ben om de wet of de profeten te ontbinden; Ik ben niet gekomen om te ontbinden, maar om te vervullen. Want voorwaar, Ik zeg u: Eer de hemel en de aarde vergaat, zal er niet één jota of één tittel vergaan van de wet, eer alles zal zijn geschied" (Mattheüs 5:17-18).

In Mattheüs 19:16 werd aan Jezus de vraag gesteld wat men moet doen om het eeuwige leven te beërven. Zijn antwoord was: "Indien gij het leven wilt binnengaan, onderhoud de geboden" (vers 17). Daarna noemde Jezus voldoende van de Tien Geboden om duidelijk te maken welke geboden Hij bedoelde: "Gij zult niet doodslaan, gij zult niet echtbreken, gij zult niet stelen, gij zult geen vals getuigenis geven, eer uw vader en uw moeder, en gij zult uw naaste liefhebben als uzelf" (vers 18-19).

Tegenwoordig stellen sommigen dat het onderhouden van de geboden door Christus werd volbracht, zodat dit van ons niet langer geëist wordt. Let op wat Jezus te zeggen heeft over dit denkbeeld: "Meent niet, dat Ik gekomen ben om de wet of de profeten te ontbinden; Ik ben niet gekomen om te ontbinden, maar om te vervullen" (Mattheüs 5:17).

Sommigen trachten Zijn duidelijke en eenvoudige verklaring te ontkennen door het vers zo uit te leggen als zou de wet pas worden afgeschaft nadat Jezus de wet had vervuld. Zij interpreteren dan "vervullen" als "tot een einde brengen" of "te niet doen" of een ander synoniem van "afschaffen". In wezen laten zij Jezus zeggen: "Ik ben niet gekomen om de wet af te schaffen, maar om haar af te schaffen."

Jezus zei daarentegen dat hemel en aarde eerder zouden vergaan dan het kleinste deel van de wet (vers 18). Hij zei dat de wet van kracht zou blijven totdat alles is voltooid. Omdat de vervulling van veel bijbelse profetieën over Christus' tweede komst nog moet plaatsvinden (de vervulling van de profetieën is nog niet voltooid), weten we dat de wet niet heeft opgehouden te bestaan.

In feite sprak Jezus tot mensen die geloofden in het onderhouden van alle Tien Geboden. Hij bevestigde opnieuw de noodzaak voor allen die tot Hem komen dit eveneens te geloven. In Mattheüs 5-7 legde Jezus uit hoe God bedoelde dat de Tien Geboden zouden worden onderhouden.

De betekenis van vervullen

Het woord vervullen in Mattheüs 5:17 betekent "vol maken" of "geheel vullen". Jezus kwam om de betekenis van Gods wet te vergroten of geheel vol te maken. Een voorbeeld was Zijn onderricht dat een man die een vrouw begeert in zijn hart reeds overspel heeft gepleegd; zo werden alle Tien Geboden "vergroot" of verheerlijkt. Hij verklaarde de volle betekenis van de geboden. Hij liet zien dat Hij meer verwacht dan alleen een legalistische benadering volgens de letter van de wet; Hij verwacht ook een volgzame, nederige houding.

Jezus verklaart verder: "Wie dan één van de kleinste dezer geboden ontbindt en de mensen zo leert, zal zeer klein heten in het Koninkrijk der hemelen; doch wie ze doet en leert, die zal groot heten in het Koninkrijk der hemelen" (vers 19).

Het is dus duidelijk dat vervullen niet "afschaffen" betekent.

Veranderde Paulus de leer van Jezus Christus?

Een ander veel voorkomend misverstand is dat de apostelen, en in het bijzonder de apostel Paulus, een nieuw evangelie bekend maakten, een evangelie dat het onnodig maakte Christus' voorbeeld in het gehoorzamen van de wet te volgen. Dat was echter beslist niet de denkwijze van de apostelen van het Nieuwe Testament, die persoonlijk door Jezus werden onderwezen.

Johannes zei: "En hieraan onderkennen wij, dat wij Hem kennen: indien wij Zijn geboden bewaren. Wie zegt: Ik ken Hem, en Zijn geboden niet bewaart, is een leugenaar en in die is de waarheid niet; maar wie Zijn woord bewaart, in die is waarlijk de liefde Gods volmaakt. Hieraan onderkennen wij, dat wij in Hem zijn. Wie zegt, dat hij in Hem blijft, behoort ook zelf zó te wandelen, als Hij gewandeld heeft" (I Johannes 2:3-6).

Paulus zelf verwierp deze misvatting, want hij zei: "Wordt mijn navolgers, gelijk ook ik Christus navolg" (I Korinthiërs 11:1). In plaats van de wet te veroordelen, zei Paulus: "Zo is dan de wet heilig, en ook het gebod is heilig en rechtvaardig en goed" (Romeinen 7:12) en "naar de inwendige mens verlustig ik mij in de wet Gods" (Romeinen 7:22).

Wij moeten vermijden onze eigen ideeën in de Bijbel te lezen. Onze Verlosser waarschuwde voor het vertrouwen op onze eigen ideeën in plaats van op de wetten van God: ". . . Dit volk eert Mij met de lippen, maar hun hart is verre van Mij. Tevergeefs eren zij Mij, omdat zij leringen leren, die geboden van mensen zijn. Gij verwaarloost het gebod Gods en houdt u aan de overlevering der mensen . . . Het gebod Gods stelt gij wel fraai buiten werking om úw overlevering in stand te houden" (Markus 7:6-9).

Ook wij moeten er zeker van zijn dat wij het voorbeeld van Christus volgen in plaats van onze eigen ideeën.







Genade, werken en gehoorzaamheid

Evenals Johannes de Doper zei ook Jezus Christus dat wij vrucht moeten dragen. "Wie in Mij blijft, gelijk Ik in hem, die draagt veel vrucht . . . Hierin is Mijn Vader verheerlijkt, dat gij veel vrucht draagt en gij zult Mijn discipelen zijn" (Johannes 15:5, 8).

Sommigen worden in de war gebracht doordat Jezus duidelijk verwacht dat wij vrucht dragen. Zij denken dat dit betekent dat wij op een of andere wijze ons behoud kunnen verdienen. Vanzelfsprekend is dat onmogelijk. Behoud is een onverdiend geschenk van God. Wij zouden in geen honderd levens van goede werken behoud kunnen verdienen.

Wij worden niet behouden door onze werken. Alleen het offer van Christus' vergoten bloed kan ons reinigen van onze zonden. Het kan niet tot stand gebracht worden door onze gedachten of onze daden. Omdat Christus leeft en actief betrokken is bij onze bekering, zullen wij behouden worden door Zijn leven.

Paulus maakte dit duidelijk: "God echter bewijst Zijn liefde jegens ons, doordat Christus, toen wij nog zondaren waren, voor ons gestorven is. Veel meer zullen wij derhalve, thans door Zijn bloed gerechtvaardigd, door Hem behouden worden van de toorn. Want als wij, toen wij vijanden waren, met God verzoend zijn door de dood Zijns Zoons, zullen wij veel meer, nu wij verzoend zijn, behouden worden, doordat Hij leeft" (Romeinen 5:8-10). De in ons levende Christus stelt ons in staat goede werken te doen (Galaten 2:20).

Genade, werken en gehoorzaamheid zijn elkaar aanvullende in plaats van tegenstrijdige begrippen. Het woord genade is een vertaling van een Grieks woord dat "gave" of "gunst" betekent. Behoud, ofwel eeuwig leven, is een geschenk dat wij ontvangen door genade (Romeinen 6:23; Efeziërs 2:8-9). Wij zouden nooit met al onze goede werken of inspanningen eeuwig leven kunnen verdienen. Toch is eeuwig leven niet gratis. Christus betaalde ervoor met Zijn leven, opdat wij het geschenk van behoud zouden kunnen ontvangen (Handelingen 20:28).

Voorwaarden voor eeuwig leven

Er zijn echter voorwaarden. De eerste is dat wij ons bekeren. Met bekering verdienen wij niets; we verdienen er geen gunsten mee. Maar bekering is wel een vereiste. Waarom? Het is een voorwaarde voor vergeving (Handelingen 2:38). God schenkt geen vergeving aan mensen die bewust in zonde volharden. Paulus schreef: "Wat zullen wij dan zeggen? Mogen wij bij de zonde blijven, opdat de genade toeneme? Volstrekt niet! Immers, hoe zullen wij, die der zonde gestorven zijn, daarin nog leven?" (Romeinen 6:1-2).

Wij moeten de richting van ons leven veranderen, zoals vereist is voor het ontvangen van Gods geschenk van behoud. Dit werd door zowel Christus als de apostelen onderwezen. Paulus verklaarde dat gelovigen "met berouw zich zouden bekeren tot God en werken doen, met hun berouw in overeenstemming" (Handelingen 26:20). Werken tonen onze bekering tot God, maar we verdienen er nooit het recht mee iets van God te eisen, zodat wij ons erop zouden kunnen beroemen het eeuwige leven zelf te hebben verdiend. Dat zou nooit mogelijk zijn.

God verwacht van ons dat wij in ons leven goede werken doen als teken van bekering en van Gods liefde en geloof in ons. Jakobus stelt uitdrukkelijk dat "geloof zonder werken dood is" (Jakobus 2:20, 26) en Paulus maakt duidelijk dat God ons door genade behoudt door middel van het geloof, met als doel dat wij goede werken doen, ook al kunnen wij met die goede werken niet ons behoud verdienen.

"Want door genade zijt gij behouden, door het geloof, en dat niet uit uzelf: het is een gave van God; niet uit werken, opdat niemand roeme. Want Zijn maaksel zijn wij, in Christus Jezus geschapen om goede werken te doen, die God tevoren bereid heeft, opdat wij daarin zouden wandelen" (Efeziërs 2:8-10).

Waarom zou dit moeilijk te geloven en aanvaarden zijn? Het is eenvoudig wandelen in de voetstappen van Christus en Zijn voorbeeld volgen (I Johannes 2:6).

Het doel van goede werken

Wat is het doel van goede werken? Jezus zei: "Laat zo uw licht schijnen voor de mensen, opdat zij uw goede werken zien en uw Vader, die in de hemelen is, verheerlijken" (Mattheüs 5:16). Hoewel wij met werken niet eeuwig leven verdienen, wordt God erdoor verheerlijkt of geëerd, en God verlangt van ons dat wij Hem eren door de wijze waarop wij leven. Mensen die weigeren in hun leven goede werken te doen, tonen geen respect voor God, of zij het beseffen of niet. "Zij belijden wel, dat zij God kennen, maar met hun werken verloochenen zij Hem, daar zij verfoeilijk en ongehoorzaam zijn en niet deugen voor enig goed werk" (Titus 1:16).

Kunnen wij met werken ooit iets verdienen? In Openbaring 20:12 wordt gezegd dat de doden zullen worden geoordeeld "naar hun werken". In Johannes 14:2-3 zegt Jezus dat Hij voor Zijn volgelingen "een plaats bereiden" zal. In het komende Koninkrijk van God zullen er allerlei posities van gezag en heerschappij zijn die God zal toewijzen aan hen die overwinnen (Openbaring 2:26; 3:21). De opgestane heiligen zullen met Jezus Christus heersen in Zijn Koninkrijk (Openbaring 20:4-6). Door ons aan God te onderwerpen, ons door Zijn Geest te laten leiden, en door een leven te leiden van goede werken, ontwikkelen wij een rechtvaardig, goddelijk karakter dat ons in staat zal stellen te heersen met Jezus Christus.

Al verdienen wij met onze werken geen behoud, ze zijn wel bepalend voor onze beloning in Gods Koninkrijk. Jezus legde dit uit in Zijn gelijkenis van de talenten (Mattheüs 25:20-29) en maakte dit ook duidelijk in Openbaring 22:12, met de woorden: "Zie, Ik kom spoedig en Mijn loon is bij Mij om een ieder te vergelden, naardat zijn werk is."

Moeten kinderen gedoopt worden?

In Kolossenzen 2:11-12 wordt bekering vergeleken met besnijdenis. "In Hem [Christus] zijt gij ook met een besnijdenis, die geen werk van mensenhanden is, besneden door het afleggen van het lichaam des vlezes, in de besnijdenis van Christus, daar gij met Hem begraven zijt in de doop . . ." De apostel Paulus zei ook, in Romeinen 2:29: "de (ware) besnijdenis is die van het hart".

Fysieke besnijdenis - het chirurgisch verwijderen van de mannelijke voorhuid - was voor de afstammelingen van Abraham het bewijs dat zij in een verbond leefden met God. Besnijdenis van het hart heeft een vergelijkbare betekenis. Als wij onze manier van denken en handelen veranderen, bewijzen wij onze onderwerping aan God en ons nieuwtestamentisch verbond met Hem.

Alhoewel Paulus de doop vergeleek met de fysieke besnijdenis, bedoelde hij niet dat kinderen moeten worden gedoopt. Jezus sprak wel een zegen uit over kleine kinderen, maar dit was iets geheel anders dan de doop (Markus 10:13-16). In tegenstelling tot de fysieke besnijdenis, die het beste kort na de geboorte kan plaatsvinden (Genesis 17:12), moet men wat betreft de doop wachten tot men volwassen genoeg is om te begrijpen wat bekering is. Gezien de ernst van de beslissing is de doop dus duidelijk bedoeld voor volwassenen.

Moeten wij ons willen laten dopen met vuur?

Johannes de Doper verkondigde dat de Messias zou komen en zou dopen "met de Heilige Geest en met vuur" (Mattheüs 3:11). Sommigen geloven dat zij deze doop met vuur moeten ontvangen. Laten wij, om te begrijpen wat Johannes zei, deze passage eens nader bezien. In vers 8 verlangde Johannes de Doper van de Farizeeën en Sadduceeën een bewijs van hun bekering van zonde, waarbij hij gebruik maakte van twee beelden om duidelijk te maken wat hij bedoelde. Eerst merkte hij op dat een boom die geen goede vruchten voortbrengt wordt gekapt en verbrand (vers 10). Jezus herhaalde dit principe in Mattheüs 7:19.

Het tweede beeld dat Johannes gebruikte was het wannen van graan. Wannen betekent het graan zuiveren van zemelen, stengels en kaf. Ditmaal beeldde Johannes uit hoe Jezus zal handelen met mensen die geen vrucht dragen. "De wan is in Zijn hand en Hij zal Zijn dorsvloer geheel zuiveren en Zijn graan in de schuur bijeenbrengen, maar het kaf zal Hij verbranden met onuitblusbaar vuur" (Mattheüs 3:12).

In beide voorbeelden wordt het voornaamste thema zichtbaar van de Bijbel: God wil dat wij als Christus worden en vrucht dragen! Dit brengt de belofte van eeuwig leven, volgens de boodschap van het evangelie. Zij die weigeren zich van zonde te bekeren en hun denkwijze te veranderen zullen door vuur worden verteerd (Maleachi 4:1).

Over zonde gesproken, Jezus Christus verkondigt: "Maar de lafhartigen, de ongelovigen, de verfoeilijken, de moordenaars, de hoereerders, de tovenaars, de afgodendienaars en alle leugenaars - hun deel is in de poel, die brandt van vuur en zwavel: dit is de tweede dood" (Openbaring 21:8). Verder zegt Openbaring 20:15: "En wanneer iemand niet bevonden werd geschreven te zijn in het boek des levens, werd hij geworpen in de poel des vuurs."

Deze poel van vuur is de tweede dood, de doop met vuur voor wie zich niet heeft willen bekeren, een doop die men zeker niet moet wensen te ondergaan.

Gedoopt tot lid van een geestelijk lichaam

Men wordt niet gedoopt tot lid van een sekte of kerkgenootschap. Men wordt gedoopt tot lid van het geestelijk lichaam van Christus (I Korinthiërs 12:27; Efeziërs 2:19-22).

In I Korinthiërs 12:13 lezen we: "Door één Geest zijn wij allen tot één lichaam gedoopt, hetzij Joden, hetzij Grieken, hetzij slaven, hetzij vrijen, en allen zijn wij met één Geest gedrenkt."

Dit lichaam wordt de gemeente of Kerk van God genoemd (Handelingen 20:28). Het lidmaatschap van deze Kerk wordt door God geschonken na oprechte bekering en doop en wordt niet bepaald door mensen of menselijke organisaties. Het Griekse woord voor "gemeente" is ekklesia, dat de betekenis van "uitgeroepenen" heeft. Eenvoudig gezegd: God roept degenen die Hij kiest uit deze samenleving om deel te worden van Zijn geestelijke Kerk (Johannes 6:44).

Jezus zei dat Zijn discipelen, of volgelingen, zouden moeten worden onderwezen (Mattheüs 28:19-20). Ook Paulus schreef, in Efeziërs 4:11-13: "En Hij heeft zowel apostelen als profeten gegeven, zowel evangelisten als herders en leraars, om de heiligen toe te rusten tot dienstbetoon, tot opbouw van het lichaam van Christus, totdat wij allen de eenheid des geloofs en der volle kennis van de Zoon Gods bereikt hebben, de mannelijke rijpheid, de maat van de wasdom der volheid van Christus."

Wij zien hier dat de Kerk, als het lichaam van Christus, de verplichting en verantwoordelijkheid heeft christenen te helpen geestelijk te groeien, wat samenwerking vereist onder de leiding van geroepen en getrouwe dienaren van God. God vermaant ons te streven naar eenheid en te erkennen dat wij elkaar nodig hebben (I Korinthiërs 12:12-25; Efeziërs 4:1-3).

Om op de weg naar eeuwig leven te blijven is het belangrijk een gemeente, ofwel uitgeroepen groep gelovigen, te vinden waarin wij het juiste onderwijs in de bijbelse leerstellingen kunnen ontvangen en kunnen omgaan met mensen van dezelfde gezindheid.

In Hebreeën 10:24-25 wordt ons verteld: "En laten wij op elkander acht geven om elkaar aan te vuren tot liefde en goede werken. Wij moeten onze eigen bijeenkomst niet verzuimen, zoals sommigen dat gewoon zijn, maar elkander aansporen, en dat des te meer, naarmate gij de dag ziet naderen."

Als u meer wilt weten. . .

Wie wij zijn

Deze publicatie wordt uitgegeven door de Verenigde Kerk van God. Deze kerk is verbonden met de United Church of God, an International Association, welke dienaren en gemeenten heeft in de Verenigde Staten, Canada, Midden- en Zuid-Amerika, Europa, Australië, Afrika, Azië en de Caraïbische eilanden.

Onze oorsprong is te vinden in de Kerk die door Jezus Christus werd gesticht in de eerste eeuw. Wij volgen dezelfde leer, doctrines en gebruiken die toen werden ingesteld. Onze opdracht is aan de gehele wereld het evangelie van het komende Koninkrijk van God te verkondigen als een getuigenis en alle volkeren te leren onderhouden wat Christus gebood (Mattheüs 24:14; 28:19-20).

Gratis

De Verenigde Kerk van God biedt deze en andere publicaties gratis aan. Wij zijn dankbaar voor de royale tienden en offeranden van de leden van de kerk en anderen die vrijwillig bijdragen geven om dit werk te steunen.

Wij vragen het grote publiek niet om geld. Bijdragen om ons te helpen deze boodschap van hoop met anderen te delen worden echter dankbaar aanvaard. Onze boeken worden jaarlijks door onafhankelijke accountants gecontroleerd.

Persoonlijk advies beschikbaar

Jezus gebood Zijn volgelingen om Zijn schapen te weiden (Johannes 21:15-17). Om deze opdracht te volbrengen heeft de United Church of God over de gehele wereld bijeenkomsten, waar gelovigen samenkomen om onderricht te ontvangen vanuit de Bijbel en om persoonlijk contact te hebben met elkaar.

De Verenigde Kerk van God is toegewijd aan het leren verstaan en beoefenen van het nieuwtestamentische christendom. Wij willen graag Gods levenswijze bekend maken aan hen die ernstig streven naar het aanbidden en volgen van onze Verlosser, Jezus Christus.

Onze dienaren zijn beschikbaar om te adviseren, vragen te beantwoorden en uitleg te geven van de Bijbel. Als u graag in contact wilt komen met een dienaar of een van onze bijeenkomsten wilt bezoeken, schrijft u dan gerust naar ons dichtstbijzijnde adres.

Auteur: David Treybig Met medewerking van: Gail Allwine, Scott Ashley, John Bald, Roger Foster, Bruce Gore, Rod Hall, Allen Hirst, Paul Kieffer, Rod McQueen, John Meakin, Tim Morgan, Peter Nathan, Brian Orchard, Richard Thompson, Leon Walker, Donald Ward, Lyle Welty, Glen White, Dean Wilson

Omslagfoto door PhotoDisc, Inc., © 1994

ADRESSEN

Nederland
United Church of God - Holland
Postbus 93
2800 AB Gouda

Deutschland
Vereinte Kirche Gottes
Postfach 90 06 21
D-51116 Köln

Suisse
Eglise de Dieu Unie (S.r.)
Case postale 47
1211 Genève Grand Pr.

Italia
Chiesa di Dio Unita
Casella Postale 187
24100 Bergamo

U.S.A. (Spaans)
United Church of God
P.O. Box 458
Big Sandy, TX 75755

U.S.A.
United Church of God (IA)
P.O. Box 661780
Arcadia, CA 91066

Australia
United Church of God - Austalia
GPO Box 535
Brisbane, Qld. 4001

Canada
United Church of God - Canada
Box 144 Station D
Etobicoke, ON M9A 4X1

South Africa
United Church of God
P.O. Box 4345
2125 Randburg

United Kingdom
United Church of God (U.K.)
P.O. Box 5929
Thatcham, Berkshire RG19 6YX

blog counter