Het evangelie van het Koninkrijk

Inleiding

"Zo moet ook gij, wanneer gij dit ziet geschieden, weten, dat het Koninkrijk Gods nabij is" (Lukas 21:31).

Onze wereld heeft wanhopig behoefte aan wat goed nieuws.

De kranten van vandaag staan vol slecht nieuws - oorlogen die overal ter wereld woeden; hongersnoden die hele landen te gronde richten; milieu- en natuurrampen zoals aardbevingen, droogten en overstromingen die vele duizenden mensen doden; schrijnende armoede die hele volken in haar wrede greep houdt; gewelddadige criminaliteit, nog steeds toenemend ondanks alle maatregelen ter bestrijding daarvan - de litanie van dramatische gebeurtenissen en slecht nieuws kent geen einde.

Door ongelukken en ziekten worden iedere dag duizenden mensen gedood. Het tragische is dat in economisch en technologisch hoog ontwikkelde landen veel tieners en jonge volwassenen het slachtoffer worden van ongelukken, zelfmoord en moord. Drug- en alcoholmisbruik en vrij seksueel verkeer zijn algemeen verbreid en leiden tot epidemieŽn van gebroken huwelijken, gebroken gezinnen en gebroken levens.

Overal ter wereld ontstaan verbijsterende nieuwe ziekten die alle pogingen tarten van wetenschappers om ze te bedwingen of te genezen. Andere ziekten, die de medische wetenschap reeds lang dacht te hebben bedwongen, gaan nu met dodelijke wraak weer de kop opsteken, omdat ze resistent zijn geworden voor de medicijnen waardoor ze nog maar enkele tientallen jaren geleden zonder moeite konden worden bestreden.

Zelfs religie, waarvan velen een oplossing verwachten, is vaak een deel van het probleem geworden. Telkens weer ontbranden oorlogen en gewapende conflicten die worden aangewakkerd door het vuur van de godsdienstijver. Niet alleen tussen grote godsdiensten worden oorlogen uitgevochten, maar ook tussen sekten van dezelfde godsdienst, zogenaamd uit toewijding en dienstbaarheid aan dezelfde God.

Het menselijk bestaan bedreigd

In deze eeuw zijn alleen al in oorlogen meer dan 150 miljoen mensen om het leven gekomen. Ruim honderd miljoen meer zijn gestorven als gevolg van ziekten en natuurrampen. Angstaanjagende nucleaire, chemische en biologische wapens hebben het vermogen binnen enkele seconden hele legers - en zelfs hele volken - te vernietigen. Regeringsleiders maken zich steeds meer zorgen dat dergelijke beangstigende massavernietigingswapens in handen vallen van terroristen die nergens voor terugdeinzen om hun doelen te bereiken.

Waarom zien wij zoveel ongeluk, verdriet en lijden om ons heen? Waar eindigt het? Waarom is de wereld in zo'n hachelijke toestand? Is er met al dit slechte nieuws nog wel enige hoop voor de toekomst van de mensheid?

Bijna 2000 jaar geleden kwam Jezus Christus, de Zoon van God zelf, naar deze aarde met een profetische boodschap over een schitterende toekomst voor de mensheid, na een intense periode van wereldschokkende rampen. Zijn boodschap, die "het evangelie" wordt genoemd, betekent "goed nieuws" - het werkelijk goede nieuws dat de wereld zo wanhopig nodig heeft.

Maar wat is dit goede nieuws - dit evangelie - dat Jezus Christus predikte? Is het alleen een prachtig verhaal over geboorte, leven en werken, dood en opstanding van Jezus Christus? Natuurlijk vormt dat alles een wezenlijk onderdeel van het goede nieuws van Gods plan voor de mensheid (Markus 1:1). Maar Zijn boodschap omvat nog zoveel meer.

Boodschap van behoud

Wij zullen zien dat het goede nieuws dat Jezus Christus bracht niet alleen een boodschap is over Zijn leven en sterven, leidend tot ons behoud; Zijn boodschap heeft ook betrekking op de betekenis van dat behoud en het plan dat Jezus Christus heeft om de mensheid te verlossen van haar huidige problemen. Het evangelie openbaart de glorieuze bestemming van de mensheid!

Helaas hebben mensen het evangelie beperkt tot het verhaal over de persoon van Jezus Christus, terwijl ze geen aandacht geschonken hebben aan de diepere en veel meer omvattende boodschap die Hij bracht. Dat Hij werkelijk goed nieuws bracht is zeker - het meest geweldige nieuws dat deze uitgeputte en in verwarring gebrachte wereld kan horen!

Een heel gedeelte van het Nieuwe Testament is gewijd aan het historische verslag van de boodschap die Jezus Christus bracht toen Hij op aarde was. Dit deel van de Bijbel, dat de passende benaming "de evangeliŽn" draagt, omvat de eerste vier boeken van het Nieuwe Testament: MattheŁs, Markus, Lukas en Johannes. De schrijvers van dit verslag vertellen ons allemaal dat de voornaamste boodschap van Jezus het evangelie van het Koninkrijk van God was.

Markus vertelt ons: "Jezus [ging] naar Galilea om het evangelie Gods te prediken, [en Hij zeide]: De tijd is vervuld en het Koninkrijk Gods is nabijgekomen. Bekeert u en gelooft het evangelie" (Markus 1:14-15). "Het evangelie van het Koninkrijk van God", dat is de boodschap die Jezus Christus Zijn volgelingen leerde te geloven. Dit boekje zal u helpen dit wonderbaarlijke goede nieuws, dat Jezus Christus de mensheid verkondigde, te begrijpen en te geloven!

Het goede nieuws van het Koninkrijk Gods

"En nadat Johannes was overgeleverd, ging Jezus naar Galilea om het evangelie Gods te prediken, [en Hij zeide]: De tijd is vervuld en het Koninkrijk Gods is nabijgekomen. Bekeert u en gelooft het evangelie" (Markus 1:14-15).

Het thema van de boodschap van Jezus Christus was het goede nieuws van het Koninkrijk van God. Dit wordt duidelijk gemaakt door MattheŁs, Markus en Lukas. Lukas vermeldt hoe Christus in Zijn eigen woorden Zijn opdracht beschrijft: "Ook aan de andere steden moet Ik het evangelie van het Koninkrijk Gods verkondigen, want daartoe ben Ik uitgezonden" (Lukas 4:43).

Markus vertelt dat Jezus, aan het begin van Zijn openbare optreden, "naar Galilea [ging] om het evangelie Gods te prediken" (Markus 1:14).

MattheŁs vertelt ons: "Van toen aan begon Jezus te prediken en te zeggen: Bekeert u, want het Koninkrijk der hemelen is nabijgekomen . . . En Hij trok rond in geheel Galilea en leerde in hun synagogen en verkondigde het evangelie van het Koninkrijk . . ." (MattheŁs 4:17, 23).

Lukas 8:1 bevestigt dat Jezus Christus precies deed wat Hij gezegd had te zullen doen: "En het geschiedde kort daarna, dat Hij van stad tot stad en van dorp tot dorp trok, verkondigende het evangelie [of goede nieuws] van het Koninkrijk Gods . . ."

Vanaf het begin was deze boodschap over het Koninkrijk het centrale thema van het onderwijs van Christus. In de evangeliŽn van MattheŁs, Markus, Lukas en Johannes wordt in totaal de term "Koninkrijk Gods" in 53 verzen gebruikt. Het evangelie dat Jezus Christus bracht heeft duidelijk betrekking op dit Koninkrijk.

Opdracht aan anderen deze boodschap te verspreiden

Wat was de opdracht van de discipelen? Wat gebood Jezus Christus hun te prediken? "Toen riep Hij de twaalven samen en gaf hun macht en gezag over alle boze geesten en om ziekten te genezen. En Hij zond hen uit om het Koninkrijk Gods te verkondigen en genezingen te doen" (Lukas 9:1-2).

Later gaf Hij anderen opdracht deze zelfde boodschap bekend te maken. "Daarna wees de Here nog [tweeŽn]zeventig aan en Hij zond hen twee aan twee voor Zich uit naar alle steden en plaatsen, waar Hij zelf komen zou." Hij gaf hun opdracht te verkondigen: "Het Koninkrijk Gods is nabij u gekomen" (Lukas 10:1, 9).

Het Koninkrijk van God was duidelijk het thema van Christus' prediking. In de Bergrede, een van de bekendste voorbeelden van Zijn boodschap, richtte Hij de aandacht van Zijn volgelingen op het Koninkrijk. Hij begon Zijn boodschap met de woorden: "Zalig de armen van geest, want hunner is het Koninkrijk der hemelen . . . Zalig de vervolgden om der gerechtigheid wil, want hunner is het Koninkrijk der hemelen" (MattheŁs 5:3, 10).

Christus vertelde Zijn volgelingen over de grote betekenis van gehoorzaamheid aan Gods wet met betrekking tot dit Koninkrijk: "Wie dan ťťn van de kleinste dezer geboden ontbindt en de mensen zo leert, zal zeer klein heten in het Koninkrijk der hemelen; doch wie ze doet en leert, die zal groot heten in het Koninkrijk der hemelen. Want Ik zeg u: Indien uw gerechtigheid niet overvloedig is, meer dan die der schriftgeleerden en Farizeen, zult gij het Koninkrijk der hemelen voorzeker niet binnengaan" (MattheŁs 5:19-20).

Hij waarschuwde ook dat wij ons moeten onderwerpen aan Gods wil, om dit Koninkrijk te kunnen binnengaan: "Niet een ieder, die tot Mij zegt: Here, Here, zal het Koninkrijk der hemelen binnengaan, maar wie doet de wil Mijns Vaders, die in de hemelen is" (MattheŁs 7:21).

Hij leerde Zijn volgelingen te bidden: "Uw Koninkrijk kome" (MattheŁs 6:10). Opmerkelijk is het gebod dat Hij hun gaf: "zoekt eerst Zijn [Gods] Koninkrijk en Zijn gerechtigheid" (MattheŁs 6:33). Dit streven naar het Koninkrijk van God moet onze hoogste prioriteit zijn.

Steeds weer maakte Hij gebruik van gelijkenissen om verschillende aspecten van het Koninkrijk te illustreren (MattheŁs 13, 20, 22, 25; Lukas 13, 19). In enkele van Zijn laatste woorden voorafgaande aan Zijn kruisiging gaf Hij Zijn discipelen een beeld van de toekomst: "met u . . . in het Koninkrijk Mijns Vaders" (MattheŁs 26:29).

Gedurende een periode van veertig dagen na Zijn dood en opstanding werd Jezus Christus door Zijn volgelingen gezien. Merk op dat Hij zelfs toen bleef spreken "over al wat het Koninkrijk Gods betreft" (Handelingen 1:3).

Welke boodschap predikten Christus' volgelingen?

Jezus Christus was niet de enige die deze boodschap verkondigde. Voordat Jezus Zijn prediking begon, gebood Johannes de Doper de mensen zich te bekeren, hun bekendmakend dat "het Koninkrijk der hemelen is nabijgekomen" (MattheŁs 3:2).

Zoals we reeds gezien hebben was het onderwijs van Jezus gericht op het Koninkrijk. In overeenstemming met de opdracht van Christus werd na Zijn kruisiging de verkondiging van het Koninkrijk door de discipelen voortgezet.

De grote betekenis van het leven, het offer en de opstanding van Jezus Christus vormde een essentieel onderdeel van de boodschap die door de discipelen gebracht werd. De apostel Petrus maakte dit duidelijk in zijn eerste openbare prediking, op de dag waarop de Kerk zichtbaar werd door de wonderbaarlijke uitstorting van de Heilige Geest (Handelingen 2:22-24, 36).

Petrus sprak in zijn prediking ook over de meer algemene aspecten van het Koninkrijk van God. In II Petrus 1:10-11 lezen we: "Beijvert u daarom des te meer, broeders, om uw roeping en verkiezing te bevestigen; want als gij dit doet, zult gij nimmer struikelen. Want zů zal u rijkelijk worden verleend de toegang tot het eeuwige Koninkrijk van onze Here en Heiland, Jezus Christus."

Merk ook op dat mensen om de doop vroegen als gevolg van de boodschap van Filippus over het Koninkrijk. "Toen zij echter geloof schonken aan Filippus, die het evangelie van het Koninkrijk Gods en van de naam van Jezus predikte, lieten zij zich dopen, zowel mannen als vrouwen" (Handelingen 8:12).

Paulus verkondigde het Koninkrijk

Wat leerde de apostel Paulus? Het boek Handelingen vermeldt dat hij al spoedig in verschillende steden waar hij gemeenten had gesticht, terugkeerde "om de zielen der discipelen te versterken en hen te vermanen om te blijven bij het geloof, en dat wij door vele verdrukkingen het Koninkrijk Gods moeten binnengaan" (Handelingen 14:22). Later, in Efeze, ging hij "naar de synagoge en trad drie maanden lang vrijmoedig op, om hen door besprekingen te overtuigen aangaande het Koninkrijk Gods" (Handelingen 19:8).

Paulus beschreef zijn eigen prediking in Korinthe als betrekking hebbend op "het Koninkrijk Gods" (I KorinthiŽrs 4:20). Hij noemde zichzelf en zijn metgezellen "medewerkers . . . voor het Koninkrijk Gods" (Kolossenzen 4:11).

Toen hij tegen het einde van zijn leven in Rome onder huisarrest stond, ontving Paulus een aantal bezoekers "wie hij met nadruk het Koninkrijk Gods voorstelde, pogende hen te overtuigen ten opzichte van Jezus, uit de wet van Mozes en de profeten, van de vroege morgen tot de avond toe" (Handelingen 28:23). Merk op dat Paulus gebruik maakte van de geschriften van het Oude Testament - "de wet van Mozes en de profeten" - om zowel over het Koninkrijk van God als over Jezus Christus te prediken.

Ten onrechte wordt van Paulus wel gezegd dat hij een evangelie predikte dat alleen gericht was op leven, sterven en opstanding van Christus. De werkelijkheid is echter dat Paulus een boodschap predikte over zowel Jezus Christus als het Koninkrijk van God. Het laatste vers van het boek Handelingen beschrijft Paulus "predikende het Koninkrijk Gods en onderricht gevende aangaande de Here Jezus Christus . . ." (Handelingen 28:31).

Zij die in de voetstappen van Jezus Christus volgden, brachten dezelfde boodschap die Hij had onderwezen. Het boek Handelingen en de brieven van de apostelen aan de vroege Kerk maken duidelijk dat zij onderricht gaven over het Koninkrijk van God.

Het evangelie vůůr Jezus Christus

Sommigen nemen aan dat het evangelie voor het eerst werd verkondigd door Jezus Christus tijdens Zijn prediking op aarde. Het evangelie is echter veel ouder. Het wordt het "het eeuwige Evangelie" genoemd (Openbaring 14:6, Statenvertaling).

De laatste vier verzen van HebreeŽn 3 spreken over het ongeloof van het oude IsraŽl en het trieste lot van degenen die in de woestijn stierven en het beloofde land niet binnengingen. In HebreeŽn 4:2 wordt verder vermeld: "Want ook ons is het evangelie verkondigd evenals hun . . ." IsraŽl had het evangelie gehoord, maar daar geen gehoor aan gegeven wegens gebrek aan geloof.

Honderden jaren daarvoor had de aartsvader Abraham het evangelie ook gehoord (Galaten 3:8). Beide passages bevestigen dat het evangelie al werd verkondigd voordat Christus Zijn prediking op aarde was begonnen.

In een beschrijving van de wijze waarop Hij, bij Zijn wederkomst, diegenen zal belonen die trouw zijn geweest aan Zijn levenswijze, openbaarde Jezus Christus dat het Koninkrijk van God voor ons al veel langer is voorbereid dan wij ons kunnen voorstellen. "Komt, gij gezegenden Mijns Vaders, beŽrft het Koninkrijk, dat u bereid is van de grondlegging der wereld af" (MattheŁs 25:34).

Dit goede nieuws over de glorieuze toekomst van de mensheid is van begin af aan Gods plan geweest! Ook het aandeel van Christus in dat plan, met inbegrip van Zijn offer om de straf voor de zonden van de mensheid te ondergaan, was reeds vastgesteld vůůr de schepping (Openbaring 13:8; I Petrus 1:18-20). Dit was het goede nieuws dat aan Abraham werd bekendgemaakt - dat door middel van zijn nakomeling, Jezus Christus, alle volkeren gezegend zouden worden (Galaten 3:8, 16).

Weinigen begrepen het vůůr Jezus Christus

Het Koninkrijk van God werd reeds door Gods dienstknechten verkondigd vůůr de prediking van Jezus Christus op aarde. Koning David gaf in enkele van zijn psalmen een profetisch beeld van het Koninkrijk van God. Zoals hij schreef in Psalm 145:10-13: "Al Uw werken zullen U loven, HERE, Uw gunstgenoten zullen U prijzen; zij zullen van de heerlijkheid van Uw koningschap spreken en van Uw mogendheid gewagen, om de mensenkinderen Zijn machtige daden te verkondigen en de luisterrijke heerlijkheid van Zijn koningschap. Uw koningschap is een koningschap voor alle eeuwen, Uw heerschappij is over alle geslachten."

Ook de profeet DaniŽl wist van het komende Koninkrijk van God. Ook hij werd geÔnspireerd om te schrijven over de toekomstige realiteit van dat Koninkrijk: "En het koningschap, de macht en de grootheid der koninkrijken onder de ganse hemel zal gegeven worden aan het volk van de heiligen des Allerhoogsten: Zijn koningschap is een eeuwig koningschap, en alle machten zullen het dienen en gehoorzamen" (DaniŽl 7:27).

Toch werd het evangelie, dat reeds bestond bij de grondlegging der wereld en werd verkondigd door de eeuwen heen, door weinigen begrepen totdat Jezus Christus en de apostelen het aan de wereld bekend maakten.

Wat is de reden daarvan? Het ontbrak het oude IsraŽl, zoals eerder opgemerkt, aan de overtuiging en het geloof om het te begrijpen en ernaar te handelen (HebreeŽn 3:19; 4:2). Bovendien gaven de oudtestamentische geschriften niet een volledig beeld van het Koninkrijk. De vage beschrijvingen wekten grote verwachtingen, maar voor een dieper begrip moest men wachten op de komst van Jezus Christus, de onthuller van "de geheimenissen van het Koninkrijk" (MattheŁs 13:11).

Toen Jezus Christus het evangelie van het Koninkrijk van God kwam prediken, bouwde Hij voort op het fundament dat reeds vanaf het begin was voorbereid door God de Vader en geopenbaard door de vroegere profeten. Als de boodschapper van het Koninkrijk openbaarde Hij essentiŽle waarheden die men op grond van de oudtestamentische profetieŽn niet had begrepen.

Een van de belangrijkste onbegrepen aspecten van het Koninkrijk, iets dat onduidelijk bleef tot de openbaring ervan door Jezus Christus, was dat er duizenden jaren zouden verlopen tussen Zijn eerste komst als het offerlam van God (Johannes 1:29) en Zijn wederkomst als de zegevierende Koning van het Koninkrijk (Openbaring 19:11-16). Zijn eerste komst bracht de vervulling van een essentieel onderdeel van het evangelie van het Koninkrijk - Zijn offer om voor ons vergeving, rechtvaardiging en uiteindelijke toegang tot het Koninkrijk mogelijk te maken. Zijn tweede komst zal de vestiging van dat ongelooflijke Koninkrijk brengen.

Door de gehele Bijbel heen wordt een en dezelfde boodschap verkondigd aangaande het Koninkrijk van God, een boodschap die door de eeuwen heen werd gebracht door Gods dienstknechten. Het lijkt tegenstrijdig dat juist dat deel van de openbaring over het Koninkrijk van God dat in vele profetieŽn van het Oude Testament het meest volledig en duidelijk werd beschreven - een letterlijk Koninkrijk geregeerd door een geprofeteerde Messias - heden ten dage het minst begrepen aspect van het evangelie schijnt te zijn.

Velen geloven dat de fantastische waarheid dat de volgelingen van Jezus Christus eeuwig leven zullen genieten in een eeuwig Koninkrijk, betekent dat daardoor een letterlijke heerschappij op aarde over fysieke menselijke wezens volledig overbodig geworden is.

Maar wat zegt de Bijbel? Laten we eens alle vooropgezette ideeŽn vergeten en geloven wat ons duidelijk geleerd wordt door het Woord van God.

De belofte van een komend koninkrijk

"Maar in de dagen van die koningen zal de God des hemels een koninkrijk oprichten, dat in eeuwigheid niet zal te gronde gaan, en waarvan de heerschappij op geen ander volk meer zal overgaan: het zal al die koninkrijken verbrijzelen en daaraan een einde maken, maar zelf zal het bestaan in eeuwigheid" (DaniŽl 2:44).

Wij hebben gezien dat Jezus Christus en de apostelen het evangelie - het goede nieuws - van het Koninkrijk van God predikten. Maar wat is dat Koninkrijk precies?

Er zijn vele ideeŽn over het Koninkrijk van God. Sommigen denken dat het de kerk is. Anderen geloven dat het een etherisch denkbeeld is in het hart van christenen. Weer anderen zien het als het collectief welzijn van de mensheid.

Wat zegt de Bijbel? Wat is het Koninkrijk van God?

Het woord dat overal in het Nieuwe Testament is vertaald met "koninkrijk" is het Griekse woord basileia, dat "koninklijke waardigheid, koningschap, het door een koning bestuurd worden, of (nieuwtestamentisch:) koninkrijk" betekent (Wolters Grieks-Nederlands Woordenboek). Nauwgezet onderzoek van de Bijbel onthult dat de eerstvolgende fase van het Koninkrijk van God niets minder is dan een wereldheerschappij, een koninkrijk dat God op deze aarde zal vestigen door Jezus Christus!

Een overzicht van wereldregeringen

Deze verbazingwekkende waarheid wordt in vele bijbelverzen duidelijk gemaakt. De profeet DaniŽl werd geÔnspireerd tot het geven van een beschrijving van wereldregeringen over een periode van duizenden jaren. Zijn in DaniŽl 2:28-45 vermelde profetie beschrijft koning Nebukadnezars visioen van vijf wereldrijken. Als wij deze verzen lezen, zien we dat het vijfde koninkrijk, het Koninkrijk van God, een letterlijk koninkrijk is dat nog niet op aarde is gekomen.

In deze passage droomde Nebukadnezar, een Babylonische koning, over een reusachtig beeld met een hoofd van goud, borst en armen van zilver, buik en lendenen van koper, benen van ijzer, en voeten gevormd uit ijzer en leem.

God gaf aan DaniŽl, een profeet aan het hof van Nebukadnezar, het vermogen om dromen uit te leggen (DaniŽl 1:17; 2:28). Door Gods inspiratie onthulde DaniŽl dat de vier delen van dit beeld in werkelijkheid vier opeenvolgende wereldrijken waren; hij identificeerde het eerste van de koninkrijken, het hoofd van goud, als het Babylonische Rijk (DaniŽl 2:38).

De volgende twee koninkrijken worden geÔdentificeerd in DaniŽl 8:1-21. Dit hoofdstuk vermeldt een volgend profetisch visioen en geeft meer bijzonderheden over het tweede en derde koninkrijk. Deze beide koninkrijken worden geÔdentificeerd als "de koningen der Meden en Perzen" en "de koning van Griekenland". Uit de geschiedschrijving blijkt dat het Babylonische Rijk inderdaad werd veroverd door het Medo-Perzische Rijk (vermeld in DaniŽl 5:30; 6:1), dat op zijn beurt werd omvergeworpen door het Griekse Rijk van Alexander de Grote.

In hoofdstuk zeven worden deze vier koninkrijken opnieuw beschreven, nu als vier dieren. Dit visioen karakteriseert deze wereldrijken als wilde dieren en geeft een profetisch beeld van hun wrede en onderdrukkende heerschappij over hun onderdanen.

Vooral het vierde koninkrijk wordt als wreed gekarakteriseerd. De geschiedenis vermeldt dat Alexanders Griekse koninkrijk werd opgevolgd door het Romeinse Rijk. Over dit koninkrijk wordt hier geopenbaard dat dit het gezag van God zelf uitdaagt en Zijn heiligen vervolgt (DaniŽl 7:25). Het heeft tien horens (vers 7), die tien voortzettingen of heroprichtingen van het vierde grote wereldrijk zijn (vers 24). Deze heroprichtingen van dit vierde rijk gaan de gehele geschiedenis door tot in onze tijd, en de laatste heroprichting van dit rijk wordt beschreven als nog bestaande bij de wederkomst van Jezus Christus (vers 8-14).

Menselijke regeringen vervangen door God

In de dagen van dit vierde koninkrijk zal God deze aardse koninkrijken vervangen door Zijn Koninkrijk. "Maar in de dagen van die koningen zal de God des hemels een koninkrijk oprichten, dat in eeuwigheid niet zal te gronde gaan, en waarvan de heerschappij op geen ander volk meer zal overgaan: het zal al die koninkrijken verbrijzelen en daaraan een einde maken, maar zelf zal het bestaan in eeuwigheid" (DaniŽl 2:44). Hieruit blijkt dat het vierde koninkrijk blijft heersen totdat Christus terugkeert om Zijn Koninkrijk op aarde te vestigen.

Gods Koninkrijk - herhaaldelijk geprofeteerd in DaniŽl - is hetzelfde Koninkrijk waarover Jezus Christus predikte. Er kan geen twijfel zijn over de aard van dit Koninkrijk. De vier in DaniŽl 2, 7 en 8 beschreven koninkrijken heersten over mensen en landen. Het waren grote wereldrijken met het gezag en de macht om te heersen, oorlog voerend tegen en zegevierend over andere naties. Zij hadden koningen, regeringen, wetten en onderdanen. Het waren letterlijke koninkrijken waarvan de runes tot op deze dag zichtbaar zijn.

Zo zal ook het Koninkrijk van God een letterlijk koninkrijk zijn dat zal heersen over de gehele aarde. In DaniŽl 7:27 wordt verder gesproken over de vestiging van dit Koninkrijk: "En het koningschap, de macht en de grootheid der koninkrijken onder de ganse hemel zal gegeven worden aan het volk van de heiligen des Allerhoogsten: Zijn koningschap is een eeuwig koningschap, en alle machten zullen het dienen en gehoorzamen."

Grote mogendheden zullen ten val komen

Het geweldige nieuws van het komende Koninkrijk van God vormt het centrale thema van de boodschap van Jezus Christus voor de mensheid. Jezus zal naar de aarde terugkeren en dit Koninkrijk vestigen. Hij zal de Heerser over het Koninkrijk van God zijn. Let op de volgende profetie over de wederkomst van Jezus Christus: "En de zevende engel blies de bazuin en luide stemmen klonken in de hemel, zeggende: Het koningschap over de wereld is gekomen aan onze Here en aan Zijn Gezalfde, en Hij zal als koning heersen tot in alle eeuwigheden" (Openbaring 11:15). Jezus Christus zal de heerschappij op Zich nemen over letterlijke koninkrijken op aarde.

De menselijke regeringen, met hun inherente onvermogen menselijke problemen op te lossen die voortkomen uit het onvermogen van de mensheid de juiste levenswijze te kiezen (Spreuken 16:25), zullen worden vervangen door een regeringsvorm die eindelijk deze problemen kan oplossen. Jezus Christus Zelf zal heersen over de volkeren der aarde!

Dit is het evangelie - het goede nieuws - dat Jezus Christus predikte. De boodschap van Jezus Christus was gericht op de aankondiging van een komende wereldregering (Lukas 21:31). Deze regering zal niet een heerschappij zijn van door zelfzucht gemotiveerde mensen, maar van Jezus Christus Zelf, onder leiding van de Almachtige God!

DaniŽl was niet de enige profeet die over deze tijd sprak. Ook in Micha 4:1-3 wordt deze tijd van ongekende vrede beschreven: "En het zal geschieden in het laatste der dagen: dan zal de berg van het huis des HEREN vaststaan als de hoogste der bergen, en hij zal verheven zijn boven de heuvelen. En volkeren zullen derwaarts heenstromen, en vele natiŽn zullen optrekken en zeggen: Komt, laten wij opgaan naar de berg des HEREN, naar het huis van de God Jakobs, opdat Hij ons lere aangaande Zijn wegen en opdat wij Zijn paden bewandelen. Want uit Sion zal de wet uitgaan en des HEREN woord uit Jeruzalem. En Hij zal richten tussen vele volkeren en rechtspreken over machtige natiŽn tot in verre landen. Dan zullen zij hun zwaarden tot ploegscharen omsmeden en hun speren tot snoeimessen; geen volk zal tegen een ander volk het zwaard opheffen, en zij zullen de oorlog niet meer leren."

Zoals in deze passage beschreven staat zullen de mensen, wanneer Jezus Christus Zijn regering vestigt, de zegeningen beginnen te erkennen die voortkomen uit gehoorzaamheid aan Gods wegen en wetten; zij zullen in grote menigte tot Hem komen om die levenswijze te leren. Christus zal geschillen tussen volkeren beindigen en zal moeten "rechtspreken over machtige natiŽn" die Zijn leiding en gezag verwerpen.

ProfetieŽn over Jezus Christus' heerschappij

Jesaja beschrijft, sprekend over de toekomstige regering van Jezus Christus, welk soort heerser Hij zal zijn: ". . . de heerschappij rust op Zijn schouder en men noemt hem Wonderbare Raadsman, Sterke God, Eeuwige Vader, Vredevorst. Groot zal de heerschappij zijn en eindeloos de vrede op de troon van David . . . met recht en gerechtigheid, van nu aan tot in eeuwigheid . . ." (Jesaja 9:5-6).

"Recht en gerechtigheid" zullen kenmerken zijn van de komende heerschappij van Christus, in tegenstelling tot de onrechtvaardigheid, kortzichtigheid en onderdrukking die maar al te vaak kenmerken zijn van de regeringen van deze wereld. Overal ter wereld zal er vrede gaan heersen - in huwelijken, gezinnen, gemeenschappen en volkeren. Zoals geprofeteerd zal onder de regering van Jezus Christus de vrede "eindeloos" zijn. De Vredevorst zal rust en vrede brengen aan een wereld die nooit waarachtige vrede heeft gekend.

Onder de rechtvaardige heerschappij van Jezus Christus zal de mensheid eindelijk Gods wegen leren en deze werkelijke vrede gaan ervaren. Onderwijsinstellingen zullen de mensen leren hoe zij moeten leven, niet alleen hoe ze in hun levensonderhoud moeten voorzien. De bijbelse principes voor gezonde en blijvende relaties zullen grondig worden uitgelegd. "Men zal geen kwaad doen noch verderf stichten op gans Mijn heilige berg, want de aarde zal vol zijn van kennis des HEREN, zoals de wateren de bodem der zee bedekken" (Jesaja 11:9). Vele miljoenen mensen, die nooit Gods wetten of wegen hebben gekend, zullen eindelijk toegang hebben tot die wonderbaarlijke kennis.

Oorzaken van de problemen der mensheid

De mensheid heeft duizenden jaren de gelegenheid gehad te experimenteren met regerings- en bestuursvormen en levenswijzen. Waarom hebben we dan onze problemen niet kunnen oplossen?

Het menselijk gezag is daar niet in geslaagd omdat de mensen uiteindelijk gewoon niet weten hoe zij moeten leven. Door middel van de profeet Jeremia waarschuwt God dat "het niet aan de mens staat zijn weg te kiezen, noch aan een man om te gaan en zijn schreden te richten" (Jeremia 10:23).

Salomo, die koning was over het oude IsraŽl, zei ronduit: "Soms schijnt een weg iemand recht, maar het einde daarvan voert naar de dood" (Spreuken 14:12; 16:25).

Helaas heeft de mensheid van generatie op generatie de waarheid van deze woorden bewezen. Onder menselijke heerschappij heeft de mensheid nooit een tijd gekend die vrij was van oorlog, strijd, onrust en lijden. De huidige toestand is zo ernstig dat de mensheid het vermogen heeft al het menselijk leven op aarde vele malen te vernietigen!

Wat zijn de oorzaken?

Onze wereld wordt bedreigd door overweldigende problemen omdat wij God hebben verworpen. God Zelf heeft dit door de eeuwen heen duidelijk gemaakt door middel van Zijn profeten. Onder Gods inspiratie schreef koning David over de mensheid: "Zij bedrijven gruwelijke en afschuwelijke misdaden, niemand is er, die goed doet. De HERE ziet neder uit de hemel op de mensenkinderen, om te zien, of er ťťn verstandig is, ťťn, die God zoekt. Allen zijn zij afgeweken, tezamen ontaard; er is niemand die goed doet, zelfs niet ťťn" (Psalm 14:1-3).

Ook de profeet Jeremia merkte op dat mensen grotendeels verblind worden door de misleidende invloed van hun eigen slechte motieven en bedoelingen. "Arglistig is het hart boven alles, ja, verderfelijk is het; wie kan het kennen?" (Jeremia 17:9).

De mensheid gescheiden van God

De profeet Jesaja voegde daaraan nog toe: "Zie, de hand des HEREN is niet te kort om te verlossen, en Zijn oor niet te onmachtig om te horen; maar uw ongerechtigheden zijn het, die scheiding brengen tussen u en uw God, en uw zonden doen Zijn aangezicht voor u verborgen zijn, zodat Hij niet hoort. Want uw handen zijn met bloed bezoedeld en uw vingers met ongerechtigheid; uw lippen spreken leugen, uw tong prevelt onrecht. Er is niemand die een gegronde aanklacht indient, en niemand die naar waarheid richt; zij vertrouwen op ijdelheid, spreken valsheid, gaan zwanger van moeite en baren onheil . . . Hun voeten snellen naar het kwade en haasten zich om onschuldig bloed te vergieten; hun gedachten zijn onheilsgedachten, verwoesting en verderf zijn op hun wegen. De weg des vredes kennen zij niet, en er is geen recht in hun sporen; zij gaan langs kronkelpaden; niemand die ze betreedt, kent vrede" (Jesaja 59:1-4, 7-8).

Gods wegen zijn anders dan die der mensen. "Want Mijn gedachten zijn niet uw gedachten en uw wegen zijn niet Mijn wegen, luidt het woord des HEREN. Want zoals de hemelen hoger zijn dan de aarde, zo zijn Mijn wegen hoger dan uw wegen en Mijn gedachten dan uw gedachten" (Jesaja 55:8-9).

De apostel Paulus beschreef de onvermijdelijke gevolgen van het verwerpen van God en Zijn levenswijze: "En daar zij het verwerpelijk achtten God te erkennen, heeft God hen overgegeven aan een verwerpelijk denken om te doen wat niet betaamt: vervuld van allerlei onrechtvaardigheid, boosheid, hebzucht en slechtheid, vol nijd, moord, twist, list en kwaadaardigheid; oorblazers, lasteraars, haters van God, verwatenen, overmoedigen, grootsprekers, vindingrijk in het kwaad, hun ouders ongehoorzaam; onverstandig, onbestendig, zonder hart of barmhartigheid. Immers, hoewel zij de rechtseis van God kenden, namelijk, dat zij, die zulke dingen bedrijven, de dood verdienen, doen zij ze niet alleen zelf, maar schenken ook nog hun bijval aan wie ze bedrijven" (Romeinen 1:28-32).

Jezus Christus zal tussenbeide komen om de mensheid te redden

Aan zichzelf overgelaten zou de mensheid alle leven op aarde vernietigen. Klinkt dit schokkend? Dat is het ook. Maar Jezus Christus Zelf zei dat het waar is. In een beschrijving van de tijd direct voorafgaand aan Zijn terugkeer op aarde zei Hij: "Want er zal dan een grote verdrukking zijn, zoals er niet geweest is van het begin der wereld tot nu toe en ook nooit meer wezen zal. En indien die dagen niet ingekort werden, zou geen vlees behouden worden; doch ter wille van de uitverkorenen zullen die dagen worden ingekort" (MattheŁs 24:21-22).

Jezus Christus vertelt ons dat Hij tussenbeide moet komen om ons te redden van onszelf. "Terstond na de verdrukking dier dagen zal de zon verduisterd worden en de maan zal haar glans niet geven en de sterren zullen van de hemel vallen en de machten der hemelen zullen wankelen. En dan zal het teken van de Zoon des mensen verschijnen aan de hemel en dan zullen alle stammen der aarde zich op de borst slaan en zij zullen de Zoon des mensen zien komen op de wolken des hemels, met grote macht en heerlijkheid" (MattheŁs 24:29-30).

Dit grootse gebeuren wordt uitvoeriger beschreven in Openbaring 19:11-16: "En ik zag de hemel geopend, en zie, een wit paard; en Hij, die daarop zat, wordt genoemd Getrouw en Waarachtig, en Hij velt vonnis en voert oorlog in gerechtigheid. En Zijn ogen waren een vuurvlam en op Zijn hoofd waren vele kronen en Hij droeg een geschreven naam, die niemand weet dan Hijzelf. En Hij was bekleed met een kleed, dat in bloed geverfd was, en Zijn naam is genoemd: het Woord Gods. En de heerscharen, die in de hemel zijn, volgden Hem op witte paarden, gehuld in wit en smetteloos fijn linnen. En uit Zijn mond komt een scherp zwaard, om daarmede de heidenen te slaan. En Hijzelf zal hen hoeden met een ijzeren staf en Hijzelf treedt de persbak van de wijn der gramschap van de toorn Gods, des Almachtigen. En Hij heeft op Zijn kleed en op Zijn dij geschreven de naam: Koning der koningen en Here der heren."

Het duizendjarig Koninkrijk en daarna

De komst van Jezus Christus zal een letterlijk koninkrijk doen beginnen, het Koninkrijk van God op aarde. Maar dat is nog niet alles. Let op wat geschreven staat in Openbaring 11:15: "En de zevende engel blies de bazuin en luide stemmen klonken in de hemel, zeggende: Het koningschap over de wereld is gekomen aan onze Here en aan Zijn Gezalfde, en Hij zal als koning heersen tot in alle eeuwigheden."

We hebben gezien dat Jezus Zijn regering over de volkeren zal vestigen in een letterlijk koninkrijk. Dit koninkrijk wordt in Openbaring 20:3-7 beschreven als een periode van duizend jaar. In het daarvoor geciteerde vers wordt ons echter verteld dat Jezus "tot in alle eeuwigheden" zal heersen. Met andere woorden, de duizendjarige regeringsperiode (ook wel het Millennium genoemd, het Latijnse woord voor "duizendtal jaren") is slechts het begin van Jezus Christus' eeuwige heerschappij in het Koninkrijk van God.

In feite zal de duizendjarige regering die Jezus Christus zal vormen samen met de wederopgestane heiligen - aan wie het Koninkrijk zal worden gegeven - juist tot doel hebben de gehele mensheid toegang te geven tot het eeuwige Koninkrijk van God. Miljoenen mensen die bij de wederkomst van Jezus Christus in leven zijn, zullen voortleven in het Millennium en gedurende dat tijdperk zullen op hun beurt vele generaties mensen geboren worden en leven. Hun zal allen een gelegenheid worden geboden om na dit fysieke leven in geest veranderd te worden, eeuwig leven te ontvangen en het eeuwige Koninkrijk van God binnen te gaan.

De waarheid dat het Koninkrijk Gods uiteindelijk een eeuwig koninkrijk is, niet slechts een periode van duizend jaar, wordt ons door Jezus Christus zelf duidelijk gemaakt. In MattheŁs 19:16 lezen we over een rijke jongeman die Jezus de fundamentele vraag stelde: "Meester, wat voor goed moet ik doen om het eeuwige leven te verwerven?" Jezus ging vervolgens uitleggen wat de jongeman moest doen. Toen duidelijk werd dat hij niet bereid was te doen wat Jezus gebood, zei Jezus Christus daarna in vers 24: ". . . het is gemakkelijker, dat een kameel gaat door het oog van een naald dan dat een rijke het Koninkrijk Gods binnengaat." Hier wordt het binnengaan van het Koninkrijk van God gelijkgesteld aan eeuwig leven.

Ja, de duizendjarige regering van Jezus Christus zal voor miljoenen mensen, die dan reeds geregeerd worden door het Koninkrijk van God, de deur openen om te worden behouden en werkelijk het eeuwige Koninkrijk van God binnen te gaan. Het Millennium, een tijd van ongekende vrede, vreugde en voorspoed, zal nog maar een voorproef zijn van het nog grotere eeuwige Koninkrijk!

Een nieuwe hemel en aarde

Nadat er aan de duizendjarige periode een einde is gekomen, zal er volgens de profetie nog een ongelooflijke reeks gebeurtenissen plaatsvinden, zoals we lezen in Openbaring 21:1-7: "En ik zag een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, want de eerste hemel en de eerste aarde waren voorbijgegaan, en de zee was niet meer. En ik zag de heilige stad, een nieuw Jeruzalem, nederdalende uit de hemel, van God, getooid als een bruid, die voor haar man versierd is. En ik hoorde een luide stem van de troon zeggen: Zie, de tent van God is bij de mensen en Hij zal bij hen wonen, en zij zullen Zijn volken zijn en God zelf zal bij hen zijn. En Hij zal alle tranen van hun ogen afwissen, en de dood zal niet meer zijn, noch rouw, noch geklaag, noch moeite zal er meer zijn, want de eerste dingen zijn voorbijgegaan. En Hij, die op de troon gezeten is, zeide: Zie, Ik maak alle dingen nieuw. En Hij zeide: Schrijf, want deze woorden zijn getrouw en waarachtig. En Hij sprak tot mij: Zij zijn geschied. Ik ben de alfa en de omega, het begin en het einde. Ik zal de dorstige geven uit de bron van het water des levens om niet. Wie overwint, zal deze dingen berven, en Ik zal hem een God zijn en hij zal Mij een zoon zijn."

Toegang tot de boom des levens - waarvan de mensheid was afgesneden sinds de tijd van Adam en Eva (Genesis 3:22-24) - zal gegeven worden aan hen die gehoorzaam Gods geboden bewaren (Openbaring 22:14, Statenvertaling).

Eeuwig leven als kinderen van God wacht hen die binnengaan in Zijn Koninkrijk!

Het evangelie van Jezus Christus: behoud in het Koninkrijk

"Want ik schaam mij het evangelie niet; want het is een kracht Gods tot behoud voor een ieder die gelooft . . ." (Romeinen 1:16).

Wij hebben gezien dat Jezus Christus "het evangelie van het Koninkrijk" predikte en dat Hij Zijn discipelen uitzond om Zijn boodschap te verkondigen voordat Hij gekruisigd werd. Na de dood en opstanding van Christus werd in de door de apostelen gepredikte boodschap iets anders benadrukt, wat vůůr Christus' dood niet mogelijk was geweest - namelijk dat Jezus Christus de straf voor de zonden van de mensheid had ondergaan! Door dit te doen was Hij de Verlosser geworden van allen die Zijn offer zouden aannemen en zouden leven in navolging van Christus.

Na de Pinksterdag bleven de apostelen het Koninkrijk van God verkondigen zoals zij hadden gedaan toen Christus nog op aarde was, maar nu hadden zij het inzicht om te kunnen spreken over een andere dimensie: eeuwig leven in dat Koninkrijk was nu mogelijk door het offer van Jezus Christus als Verlosser van de mensheid en door Zijn voortdurende taak als onze Hogepriester.

Tegenwoordig beschouwen sommigen de bijbelse termen "evangelie van het Koninkrijk" en "evangelie van Christus" alsof het verschillende boodschappen zijn. Maar in werkelijkheid zijn zij ťťn en dezelfde boodschap. Het evangelie van het Koninkrijk is de boodschap die Jezus Christus bracht en verkondigde. Het evangelie van Christus is eveneens de boodschap die Jezus Christus predikte, samen met de boodschap betreffende Zijn leven, sterven en offer voor ons, waardoor eeuwig leven in dat Koninkrijk mogelijk gemaakt wordt. Het Koninkrijk van God is alleen bereikbaar via de centrale rol van Jezus Christus als de persoonlijke Verlosser van allen die het Koninkrijk willen binnengaan.

Het verdiepte begrip van de apostelen wordt duidelijker zichtbaar in hun brieven en andere boodschappen na de dood en opstanding van Jezus Christus. De mensen uit de tijd van Christus verwachtten een zegevierende Messias die het juk van de Romeinse heersers over Judea zou afwerpen en een nieuw koninkrijk zou vestigen. De discipelen van Christus herkenden Hem als die Messias en noemden Hem "Christus" (MattheŁs 16:16), wat het Griekse woord voor "gezalfde" is - hetzelfde als het Hebreeuwse woord "Messias" (Johannes 1:42; 4:25). De term gezalfde duidde op degene die was verkozen om Koning te zijn van dat Messiaanse Koninkrijk.

Nieuw inzicht wat betreft de Messias

Joodse gelovigen binnen de vroege Kerk begrepen dat de term "het evangelie van Christus" een boodschap inhield die veel meer omvatte dan alleen de persoon van Jezus Christus. Omdat het woord Christus "Messias" betekent, begrepen zij de boodschap van de apostelen als "het evangelie van de Messias" - het goede nieuws over de Koning van het komende Koninkrijk van God. Voor hen was het goede nieuws niet alleen dat Christus was gestorven voor de zonden van de mensheid, maar ook dat de Messias was gekomen en zou terugkeren, Zijn Koninkrijk zou vestigen en de vele profetieŽn zou vervullen over Zijn glorierijke heerschappij.

Het idee van een Koninkrijk dat door de Messias zou worden gevestigd was niet nieuw voor de volgelingen van Jezus Christus. De Bijbel vermeldt dat "zij meenden, dat het Koninkrijk Gods terstond openbaar zou worden" (Lukas 19:11). Toen Christus na Zijn opstanding opnieuw aan hen verscheen, vroegen de discipelen: "Here, herstelt Gij in deze tijd het koningschap voor Isral?" (Handelingen 1:6).

Wat de discipelen tijdens Christus' leven niet begrepen, was dat de Messias, die naar zij verwachtten zou komen als een zegevierende koning, eerst moest sterven om de straf te ondergaan voor de zonden van de mensheid. Zelfs toen Jezus Christus Zijn discipelen deze waarheid openbaarde, weigerden zij haar te aanvaarden. Niet lang voor Zijn dood "begon Jezus Christus Zijn discipelen te tonen, dat Hij naar Jeruzalem moest gaan en veel lijden van de zijde der oudsten en overpriesters en schriftgeleerden en gedood worden en ten derden dage opgewekt worden. En Petrus nam Hem terzijde en begon Hem te bestraffen, zeggende: Dat verhoede God, Here, dat zal U geenszins overkomen!" (MattheŁs 16:21-22). Niet alleen begrepen zij dit aspect van de opdracht van Christus niet, zij weigerden ook ronduit het te geloven.

Het is dan ook begrijpelijk dat de discipelen geschokt waren toen hun Leider, van wie zij verwachtten dat Hij de heerschappij van de Romeinse bezetters ten val zou brengen, werd gearresteerd. "Toen lieten al de discipelen Hem alleen en vluchtten" (MattheŁs 26:56). In verwarring en verslagenheid door deze onverwachte loop der gebeurtenissen gingen ze op de vlucht, terwijl Jezus als een misdadiger werd berecht, veroordeeld en terechtgesteld.

Later, nadat zij op de Pinksterdag de Heilige Geest hadden ontvangen (Handelingen 2:1-4), begonnen de discipelen te begrijpen dat de Messias, zoals de Schriften hadden geprofeteerd, moest sterven en opgewekt worden. De apostel Petrus verkondigde in zijn eerste geÔnspireerde prediking tot de Joden die in Jeruzalem bijeen waren dat David, in een van zijn psalmen, had "gesproken van de opstanding van de Christus, dat Hij niet aan het dodenrijk is overgelaten, noch Zijn vlees ontbinding heeft gezien" (Handelingen 2:31).

Een persoonlijke redder ofwel Verlosser is nodig

Petrus moest de aandacht van de Joden van zijn tijd richten op het verzoenend offer van Christus en Zijn rol als persoonlijke redder, of Verlosser, en niet alleen als nationaal leider: "Deze Jezus heeft God opgewekt, waarvan wij allen getuigen zijn . . . Dus moet ook het ganse huis IsraŽls zeker weten, dat God Hem Ťn tot Here Ťn tot Christus gemaakt heeft, deze Jezus, die gij gekruisigd hebt" (Handelingen 2:32, 36). Toen degenen die overtuigd werden, vroegen: "Wat moeten wij doen, mannen broeders?" antwoordde Petrus: "Bekeert u en een ieder van u late zich dopen op de naam van Jezus Christus, tot vergeving van uw zonden, en gij zult de gave des Heiligen Geestes ontvangen" (Handelingen 2:37-38). Duizenden beantwoordden deze oproep tot bekering - een veranderd leven - en werden gedoopt.

Petrus hielp hen in te zien dat Gods beloften met betrekking tot de Heilige Geest en behoud (vers 17-18, 21, 33, 40) alleen mogelijk waren vanwege het offer en de opstanding van Jezus, de geprofeteerde Messias (vers 24, 30-33, 36). De mensen tot wie Petrus sprak hadden de noodzaak van het offer van de Messias voor hun persoonlijke zonden niet begrepen en evenmin hadden zij beseft dat Degene die zij kort geleden ter dood hadden veroordeeld, in feite de Messias was naar wie zij allen verlangend uitzagen. De apostelen zetten zich in om deze misvattingen te corrigeren.

In zijn volgende openbare toespraak maakte Petrus duidelijk hoe het verzoenende en verlossende werk van Christus leidt naar het komende Koninkrijk van God: ". . . maar zo heeft God in vervulling doen gaan wat Hij bij monde van alle profeten tevoren geboodschapt had, dat Zijn Christus moest lijden. Komt dan tot berouw en bekering, opdat uw zonden uitgedelgd worden, opdat er tijden van verademing mogen komen van het aangezicht des Heren, en Hij de Christus, die voor u tevoren bestemd was, Jezus, zende; Hem moest de hemel opnemen tot de tijden van de wederoprichting aller dingen, waarvan God gesproken heeft bij monde van Zijn heilige profeten, van oudsher" (Handelingen 3:18-21).

Deze indrukwekkende boodschap, die nog duizenden meer ertoe bracht te geloven, illustreert hoe het evangelie vanaf het begin was gepredikt, hoe Christus daarbij betrokken was als de lijdende Messias en hoe het een boodschap was over de "wederoprichting aller dingen" - de hoopvolle verwachting van de wederkomst van Christus als Koning van een nog toekomstig Koninkrijk.

Waartoe het offer van Christus leidt

De apostel Paulus zag heel duidelijk de betekenis van Christus' offer en waartoe het uiteindelijk leidt. In zijn eerste brief aan de KorinthiŽrs beschreef hij de boodschap die hij onderwees: "Ik maak u bekend, broeders, het evangelie, dat ik u verkondigd heb, dat gij ook ontvangen hebt, waarin gij ook staat, waardoor gij ook behouden wordt, indien gij het zů vasthoudt, als ik het u verkondigd heb, tenzij gij tevergeefs tot geloof zoudt gekomen zijn. Want vůůr alle dingen heb ik u overgegeven, hetgeen ik zelf ontvangen heb: Christus is gestorven voor onze zonden, naar de Schriften, en Hij is begraven en ten derden dage opgewekt, naar de Schriften" (I KorinthiŽrs 15:1-4).

Het feit dat Jezus Christus Zijn leven heeft geofferd in onze plaats is zeer zeker goed nieuws. Het feit dat Hij voor ons de doodstraf heeft ondergaan is wonderbaarlijk nieuws!

Maar daarmee eindigde Paulus' beschrijving van het evangelie dat hij predikte niet. Nadat hij eerst had gesproken over de verheven rol van Christus in ons persoonlijk behoud, ging hij vervolgens uitleggen waarom de opstanding van Jezus Christus zo belangrijk is voor het behoud van de gehele mensheid: "Indien wij alleen voor dit leven onze hoop op Christus gebouwd hebben, zijn wij de beklagenswaardigste van alle mensen. Maar nu, Christus is opgewekt uit de doden, als eersteling van hen, die ontslapen zijn. Want, dewijl de dood er is door een mens, is ook de opstanding der doden door een mens. Want evenals in Adam allen sterven, zo zullen ook in Christus allen levend gemaakt worden" (I KorinthiŽrs 15:19-22).

Allen zullen weer tot leven worden gewekt

Merk op dat Paulus zegt dat allen uiteindelijk levend gemaakt zullen worden. Hij legt vervolgens uit dat dit in fasen zal gebeuren: "Maar ieder in zijn eigen rangorde: Christus als eersteling, vervolgens die van Christus zijn bij Zijn komst; daarna het einde, wanneer Hij het koningschap aan God de Vader overdraagt, wanneer Hij alle heerschappij, alle macht en kracht onttroond zal hebben" (I KorinthiŽrs 15:23-24).

Eerder lazen wij over Christus' heerschappij als Koning van dat komende Koninkrijk. Maar de uitoefening van Zijn koningschap wordt voorafgegaan door de wederopstanding van hen "die van Christus zijn bij Zijn komst"!

In dit gehele hoofdstuk geeft Paulus uitleg van dit unieke aspect van de door hem verkondigde boodschap van het evangelie. In de verzen 50-53 legt hij uit wanneer en hoe wij het Koninkrijk van God kunnen binnengaan: "Dit spreek ik evenwel uit, broeders: vlees en bloed kunnen het Koninkrijk Gods niet berven en het vergankelijke beŽrft de onvergankelijkheid niet. Zie, ik deel u een geheimenis mede. Allen zullen wij niet ontslapen [in de dood], maar allen zullen wij veranderd worden, in een ondeelbaar ogenblik, bij de laatste bazuin, want de bazuin zal klinken en de doden zullen onvergankelijk opgewekt worden en wij zullen veranderd worden. Want dit vergankelijke moet onvergankelijkheid aandoen en dit sterfelijke moet onsterfelijkheid aandoen."

Dit is het ontzagwekkende doel van geboorte, leven, sterven en opstanding van Jezus Christus - de opstanding van nog veel meer mensen tot eeuwig leven, om "het Koninkrijk Gods te berven"! (vers 50). De volgelingen van Christus zullen het Koninkrijk "beŽrven" of binnengaan "bij de laatste bazuin" (vers 52), het luide signaal ter aankondiging van Christus' wederkomst om voor eeuwig over de aarde te heersen (MattheŁs 24:30-31; Openbaring 11:15).

Zo zien wij dat onsterfelijk leven in Zijn Koninkrijk wordt mogelijk gemaakt door Jezus Christus, "die de dood van zijn kracht heeft beroofd en onvergankelijk leven aan het licht gebracht heeft door het evangelie" (II TimotheŁs 1:10).

Hoe u het Koninkrijk kunt binnengaan

"Maar zoekt eerst Zijn Koninkrijk en Zijn gerechtigheid en dit alles zal u bovendien geschonken worden" (MattheŁs 6:33).

Behoud door Jezus' leven, sterven en opstanding staat centraal in de boodschap van het evangelie. Jezus Christus stierf, werd begraven en werd uit de doden opgewekt voor een bepaalde reden: opdat wij eeuwig leven zouden kunnen beŽrven in het Koninkrijk van God (Johannes 3:16). Dit verbazingwekkende onderdeel van het evangelie - het binnengaan in het Koninkrijk van God - is het aspect dat door zo weinigen begrepen wordt. Het is synoniem met behoud. Zonder begrip van dit onderdeel van het evangelie kan men niet begrijpen wat behoud is. Weet u hoe u het Koninkrijk kunt binnengaan en het behoud kunt ontvangen waarvan de Bijbel spreekt?

Binnengaan in het gezin van God!

Wat zal behoud - eeuwig leven in het Koninkrijk van God - werkelijk betekenen voor wie het ontvangen? We hebben gezien dat behoud de verandering is van een vleselijk, sterfelijk mens in een onsterfelijke zoon van God. Merk op hoe het boek HebreeŽn het beschrijft: "Want het voegde Hem, om wie en door wie alle dingen bestaan, dat Hij, om vele zonen tot heerlijkheid te brengen, de Leidsman hunner behoudenis door lijden heen zou volmaken. Want Hij, die heiligt [Christus], en zij, die geheiligd worden [berouwvolle en bekeerde mensen], zijn allen uit ťťn . . ." (HebreeŽn 2:10-11).

Heeft u dit ooit eerder kunnen bevatten? Zij die het Koninkrijk van God binnengaan zijn allen uit hetzelfde gezin - Gods gezin! Allen zijn Gods kinderen, door Hem "tot heerlijkheid" - een verheerlijkte staat als onsterfelijk geestelijk wezen - gebracht (I KorinthiŽrs 15:42-44). Dat is de betekenis van behoud. "Daarom schaamt Hij [Jezus Christus] Zich niet hen broeders te noemen, en Hij zegt: Uw naam zal ik aan mijn broeders verkondigen, in het midden der gemeente zal ik U lofzingen . . . en wederom: Ziehier ik en de kinderen, die God mij gegeven heeft" (HebreeŽn 2:11-13).

Dat Jezus Zich niet schaamt hen als Zijn eigen broeders (en zusters) te beschouwen, toont aan hoe persoonlijk deze familierelatie is. Zij die het Koninkrijk van God binnengaan, zullen voor alle eeuwigheid zelfs deel hebben aan Gods goddelijke natuur (II Petrus 1:4).

God zal degenen die Zijn Koninkrijk binnengaan geheel zoals Jezus Christus maken! De apostel Johannes zegt heel duidelijk: "Ziet, welk een liefde ons de Vader heeft gegeven, dat wij kinderen Gods genoemd worden . . . Geliefden, nu zijn wij kinderen Gods en het is nog niet geopenbaard, wat wij zijn zullen; (maar) wij weten, dat, als Hij zal geopenbaard zijn, wij Hem gelijk zullen wezen; want wij zullen Hem zien, gelijk Hij is" (I Johannes 3:1-3).

Mensen die het Koninkrijk van God binnengaan zal inderdaad de grote eer ten deel vallen om te zijn zoals de opgewekte, verheerlijkte Jezus Christus. "Die Geest getuigt met onze geest, dat wij kinderen Gods zijn. Zijn wij nu kinderen, dan zijn wij ook erfgenamen: erfgenamen van God, en medeŽrfgenamen van Christus; immers, indien wij delen in Zijn lijden, is dat om ook te delen in Zijn verheerlijking" (Romeinen 8:16-17).

Dit is het geweldige potentieel van allen die eeuwig leven ontvangen als leden van het gezin dat door God geschapen wordt!

De beloning van de heiligen

De beloofde beloning van de heiligen volgt na de opstanding uit de doden (I KorinthiŽrs 15:50-52). Deze vindt plaats wanneer Jezus Christus terugkeert bij de laatste bazuin en wanneer gezegd wordt: "De koninkrijken der wereld zijn geworden van onze Here en van Zijn Christus" (Openbaring 11:15, Statenvertaling). Zij die worden opgewekt van sterfelijk leven tot onsterfelijkheid zullen Zijn Koninkrijk binnengaan en Christus behulpzaam zijn in een duizendjarige regering op aarde (Openbaring 20:4-6).

Het evangelie van het Koninkrijk van God openbaart dat Jezus Christus samen met Zijn opgestane heiligen Zijn Koninkrijk op aarde zal oprichten, om iedereen de gelegenheid te bieden eeuwig leven te ontvangen. Het is Gods verlangen dat iedereen het Koninkrijk van God beŽrft, een ieder in de voor hem of haar eigen "rangorde" (II Petrus 3:9; I KorinthiŽrs 15:20-26).

Het ware evangelie openbaart dat de heiligen - de getrouwe volgelingen van Jezus Christus die bij Zijn wederkomst worden opgewekt tot eeuwig leven - actief betrokken zullen zijn bij de heerschappij van Jezus Christus in het Koninkrijk van God, wanneer dat gevestigd wordt (Openbaring 5:10). ProfetieŽn in het boek Jesaja openbaren dat Christus na Zijn wederkomst zal beginnen te werken met de mensen die dan nog leven, om hun Zijn wegen te leren. De opgestane heiligen zullen Christus helpen bij het tot stand brengen van een volledige geestelijke en lichamelijke genezing van de volkeren (Jesaja 30:20-21; 35:1, 5-6).

De getrouwe volgelingen van Jezus Christus, die nu eeuwig leven hebben ontvangen, zullen Hem bijstaan als koningen en priesters in het Koninkrijk van God (Openbaring 1:6). Zij zullen geestelijke wezens worden en voor eeuwig leven (I Thessalonicenzen 4:14-17; I KorinthiŽrs 15:42-44, 50-54).

God doet hun de volgende ongelooflijke belofte: "Wie overwint, zal deze dingen beŽrven, en Ik zal hem een God zijn en hij zal Mij een zoon zijn" (Openbaring 21:7). Wat houdt deze erfenis in? HebreeŽn 2:6-8 geeft aan dat onze uiteindelijke bestemming is om te delen in de heerschappij over het gehele heelal, als verheerlijkte, onsterfelijke zonen van God!

Een oproep tot actie

Wanneer wij het evangelie van het Koninkrijk van God horen en begrijpen, verwacht Jezus van ons dat wij ons bekeren en het goede nieuws over Zijn Koninkrijk geloven (Markus 1:14-15). Zijn Koninkrijk is iets dat wij moeten binnengaan (Markus 10:23, 25).

De eerste stap is het aanvaarden van de opdracht van Jezus om ons te bekeren en deze boodschap, dit goede nieuws, te geloven. Wij kunnen ons tot God wenden voor vergeving en verzoening door Jezus Christus en beginnen te leven volgens de wetten van het Koninkrijk van God, zoals door Jezus Christus onderwezen. Zij die weigeren volgens Gods heilige levenswijze te leven, zal de toegang geweigerd worden tot het Koninkrijk van God en het eeuwige leven (I KorinthiŽrs 6:9-10; Galaten 5:19-21; EfeziŽrs 5:5).

Jezus waarschuwde voor obstakels die kunnen verhinderen dat wij het Koninkrijk binnengaan (MattheŁs 5:20; 19:23-25; Markus 9:47; Lukas 18:17; Johannes 3:5). Om het Koninkrijk binnen te kunnen gaan, moet er een juiste zienswijze in ons zijn - een nederige, ontvankelijke, kinderlijke houding - vergezeld van ware bekering, doop en het ontvangen van Gods Heilige Geest (MattheŁs 18:3; Johannes 3:3, 5; Handelingen 2:38).

Als u meer wilt weten over de doop en over hoe uw leven kan veranderen, kunt u het boekje De weg naar eeuwig leven aanvragen. Deze kennis is van essentieel belang als u het Koninkrijk van God wilt binnengaan.

Het zoeken van het Koninkrijk van God moet onze hoogste prioriteit worden, ongeacht de problemen. Paulus zei "dat wij door vele verdrukkingen het Koninkrijk Gods moeten binnengaan" (Handelingen 14:22). Jezus spoort ons aan deze problemen te overwinnen door het Koninkrijk van God als ons hoofddoel te blijven zien (MattheŁs 6:33). Hij dringt er bij ons op aan te bidden voor de komst van Gods Koninkrijk (MattheŁs 6:10).

Als ons leven gewijd is aan het zoeken van Gods Koninkrijk, zal onze visie zijn als die van de aartsvaders, zoals met opmerkelijk inspirerende woorden beschreven staat in HebreeŽn 11: "In (dat) geloof zijn deze allen gestorven, zonder de beloften verkregen te hebben; slechts uit de verte hebben zij die gezien en begroet, en zij hebben beleden, dat zij vreemdelingen en bijwoners waren op aarde . . . Daarom schaamt God Zich voor hen niet hun God te heten, want Hij had hun een stad bereid" (verzen 13, 16). De aartsvaders beschouwden zichzelf als "vreemdelingen en bijwoners" omdat zij met verlangen uitzagen naar het Koninkrijk van God. Hun leven was gericht op dat Koninkrijk, niet op hun fysieke, materiŽle bestaan.

Wegwijzers voor het Koninkrijk

Een middel waardoor christenen een duidelijker beeld van het Koninkrijk van God kunnen ontwikkelen is het inzicht in de betekenis van Gods zeven jaarlijkse heilige dagen. Hoewel de meeste mensen denken dat dit alleen Joodse vieringen zijn, heeft God duidelijk gemaakt dat ze in werkelijkheid Zijn feesttijden en heilige dagen zijn (Leviticus 23:2, 4). God heeft deze speciale vieringen gegeven om ons te helpen begrijpen wat het aandeel van Christus is in ons behoud en hoe het Koninkrijk van God op aarde zal worden gevestigd.

In Kolossenzen 2:16-17 (Statenvertaling) verwees Paulus naar deze feesten als "een schaduw der toekomende dingen". Voor Paulus en de vroege Kerk waren ze duidelijke verwijzingen naar het komende Koninkrijk van God. Ook al hadden anderen kritiek op de Kolossenzen voor de wijze waarop zij deze dagen vierden, Paulus en de heiligen van Kolosse begrepen het verband tussen het doel van deze dagen en het evangelie.

Het inzicht in de betekenis van deze jaarlijkse heilige samenkomsten kan ons helpen de unieke boodschap te begrijpen die Jezus Christus bracht - Gods plan voor Zijn komende Koninkrijk en voor het eeuwige leven. Als u graag meer wilt weten over de jaarlijkse feesten, kunt u de boekjes Wat is uw bestemming? en Gods plan volgens Zijn heilige dagen - de belofte van hoop voor de gehele mensheid aanvragen.

God openbaart Zijn goddelijke waarheid aan hen die Hij nu roept (Johannes 6:44). Jezus Christus zei dat Zijn boodschap gepredikt zou worden in de eindtijd, voorafgaand aan Zijn tweede komst. "En dit evangelie van het Koninkrijk zal in de gehele wereld gepredikt worden tot een getuigenis voor alle volken, en dan zal het einde gekomen zijn" (MattheŁs 24:14).

De boodschap die Jezus bracht wordt terecht het goede nieuws - het evangelie - van het Koninkrijk van God genoemd. En het is werkelijk goed nieuws, het meest inspirerende nieuws dat de mensheid zich kan voorstellen. Jezus Christus vraagt u dat goede nieuws te geloven en eerst het Koninkrijk van God te zoeken (MattheŁs 6:33). Als u dat doet, zal God er behagen in scheppen "u het Koninkrijk te geven" (Lukas 12:32).

Andere namen voor het Koninkrijk

Hoewel het Koninkrijk meestal het "Koninkrijk Gods" wordt genoemd, worden soms andere termen als omschrijving gebruikt. Drie van de schrijvers van de evangeliŽn - Markus, Lukas en Johannes - gebruiken de term "Koninkrijk Gods" ter aanduiding van het Koninkrijk.

"Koninkrijk der hemelen" is een term die uitsluitend wordt gebruikt door MattheŁs en die 32 keer voorkomt in zijn verslag over Jezus Christus. Hij gebruikt echter afwisselend de termen "Koninkrijk der hemelen" en "Koninkrijk Gods". In MattheŁs 19:23-24 gebruikt hij beide termen, wat duidelijk aangeeft dat zij synoniem zijn. Dikwijls noemt hij het eenvoudig "het Koninkrijk".

Waarom noemde MattheŁs het "het Koninkrijk der hemelen"? Omdat God "in de hemelen is", zoals Jezus Christus zei (MattheŁs 5:34, 45, 48). MattheŁs maakte duidelijk dat het Koninkrijk in die tijd niet een aardse monarchie was, zoals de koninkrijken rondom. Hij begreep dat het een toekomstig koninkrijk was, waarvoor de volgelingen van Christus moeten bidden (MattheŁs 6:10).

De apostel Paulus noemt het gewoonlijk "het Koninkrijk Gods". Echter, als blijk van erkenning dat Jezus Christus de Heerser is van dat Koninkrijk en de Weg waardoor men dat Koninkrijk binnengaat, noemt hij het ook "het Koninkrijk van Christus en God" (EfeziŽrs 5:5). Daarnaast geeft hij uitdrukking aan de diepe, liefdevolle relatie tussen God de Vader en Jezus Christus door het "het Koninkrijk van de Zoon Zijner liefde" te noemen (Kolossenzen 1:13).

De apostel Petrus, die de centrale rol van Christus in het Koninkrijk eveneens erkende, noemt het "het eeuwige Koninkrijk van onze Here en Heiland, Jezus Christus" (II Petrus 1:11). Jezus Christus is onze Heer en Meester en Hij zal de hoogste heerschappij voeren in het komende Koninkrijk (Openbaring 17:14; 19:16). Als Verlosser van de mensheid is Hij "de deur" en "de weg" waardoor wij toegang hebben tot God de Vader en tot behoud in Gods Koninkrijk (Johannes 10:9; 14:6).

Zijn er verschillende evangeliŽn?

Soms noemt de Bijbel het evangelie met andere namen dan "het evangelie van het Koninkrijk Gods". Zo spreekt de Bijbel ook van "het evangelie van Christus" en "het evangelie van God" (Romeinen 1:1; 15:19).

De term "evangelie van God" geeft eenvoudigweg aan dat het van God uitgegaan is. God gaf de aarde deze boodschap door middel van Zijn dienstknechten. Petrus vertelt ons dat het evangelie van God gebracht werd door Jezus Christus. Merk op wat wordt gezegd in Handelingen 10:36-37: ". . . het woord, dat Hij heeft doen brengen aan de kinderen IsraŽls om vrede te verkondigen door Jezus Christus. Deze is aller Heer. Gij weet van de dingen, die geschied zijn door het gehele Joodse land, te beginnen in Galilea, na de doop, die Johannes verkondigde . . ."

Het evangelie van God is Gods goede nieuws over het Koninkrijk van God. Het evangelie van Jezus Christus is het goede nieuws dat Jezus bracht als Gods boodschapper. Al deze termen verwijzen naar hetzelfde evangelie, het geweldige nieuws over wat God voor de mensheid bereid heeft.

Zo gebruikte Paulus soms de term "mijn evangelie" (Romeinen 2:16; 16:25; II TimotheŁs 2:8). Dit betekent niet dat Paulus de bron van de boodschap was of dat het een boodschap over Paulus was. Het was een boodschap die hij rechtstreeks had ontvangen van Jezus Christus. Hij zei dat "het evangelie, hetwelk door mij verkondigd is" hem gegeven was "door openbaring van Jezus Christus" (Galaten 1:11-12). Paulus' gebruik van de term "mijn evangelie" was gepast omdat hij degene was die het verkondigde.

Het goede nieuws wordt ook "het evangelie der genade Gods" genoemd (Handelingen 20:24). Vanaf het begin worden wij geroepen door genade, gerechtvaardigd door genade en behouden door genade (Galaten 1:6; Romeinen 3:24; EfeziŽrs 2:8). Ook "het evangelie der genade" is een gepaste term, gericht op een ander aspect van het evangelie dat Jezus predikte: Gods onmetelijk grote liefde voor de mensheid, tot uitdrukking gebracht door Zijn genade.

Deze boodschap wordt ook "het evangelie uwer behoudenis" genoemd (EfeziŽrs 1:13). Omdat onze toegang tot het Koninkrijk van God synoniem is met ons behoud, zijn deze benamingen niet tegenstrijdig, maar elkaar aanvullend en versterkend.

Ook de term "het evangelie des vredes" wordt gebruikt om het goede nieuws aan te duiden (EfeziŽrs 6:15). Het Koninkrijk van God zal vrede brengen op aarde - een belangrijk gevolg van ons geloof in en handelen volgens het evangelie van het Koninkrijk. In een profetie over Gods Koninkrijk zei Jesaja: "Groot zal de heerschappij zijn en eindeloos de vrede . . ." (Jesaja 9:6).

Al deze termen verwijzen naar hetzelfde evangelie. Zij benadrukken slechts verschillende aspecten van dezelfde unieke boodschap. Jezus Christus kwam het evangelie van het Koninkrijk Gods prediken (Markus 1:14-15), leerde Zijn discipelen dezelfde boodschap te prediken (MattheŁs 10:7) en bleef dit evangelie prediken toen Hij na Zijn kruisiging aan de discipelen verscheen (Handelingen 1:3). Nadat Jezus was opgewekt uit de doden, predikten de apostelen hetzelfde evangelie, maar nu in het besef van de betekenis van het offer en de opstanding van Christus. Hoewel er verschillende termen gebruikt worden, is de boodschap steeds dezelfde.

De eenvoudige waarheid is dat deze indrukwekkende boodschap als geheel ťťn groot evangelie is; het is "een kracht Gods tot behoud voor een ieder die gelooft . . ." (Romeinen 1:16).

Is het Koninkrijk hier en nu?

Kort voor Zijn gevangenneming, berechting en kruisiging profeteerde Jezus Christus een periode van wereldwijde beroering en onrust zoals nooit tevoren in de menselijke geschiedenis. Deze tijd zou worden gekenmerkt door religieuze misleiding, oorlogen, aardbevingen, hongersnoden, epidemieŽn en andere grote rampen (Lukas 21:7-28). In deze rede maakte Christus duidelijk dat het Koninkrijk van God nog niet gekomen was.

Hij vertelde Zijn discipelen dat de mensen na deze gebeurtenissen "de Zoon des mensen zien komen op een wolk, met grote macht en heerlijkheid . . . Zo moet ook gij, wanneer gij dit ziet geschieden, weten, dat het Koninkrijk Gods nabij is" (vers 27, 31). Christus zei duidelijk dat het Koninkrijk van God pas op aarde zal worden gevestigd na Zijn zegevierende terugkeer met grote macht en heerlijkheid.

Ook bij andere gelegenheden maakte Christus dit duidelijk. Hoevelen van ons hebben het Onze Vader gebeden zonder werkelijk de betekenis van de door ons uitgesproken woorden te beseffen? In antwoord op het verzoek van de discipelen hen te leren bidden, zei Jezus Christus: "Bidt gij dan aldus: Onze Vader die in de hemelen zijt, Uw naam worde geheiligd; Uw Koninkrijk kome . . ." (MattheŁs 6:9-10). Uit het meest algemene gebed van het christendom blijkt dat Gods Koninkrijk er nog niet is en dat christenen vurig moeten bidden voor de komst ervan!

Tegen het einde van Zijn leven gaf Jezus, toen Hij voor Zijn kruisiging door Pilatus werd ondervraagd, een duidelijke verklaring: "Mijn Koninkrijk is niet van deze wereld; indien Mijn Koninkrijk van deze wereld geweest was, zouden Mijn dienaars gestreden hebben, opdat Ik niet aan de Joden zou worden overgeleverd; nu echter is Mijn Koninkrijk niet van hier" (Johannes 18:36).

Vervolgens wilde Pilatus weten of Christus een koning was. Christus antwoordde: "Gij zegt, dat Ik koning ben. Hiertoe ben Ik geboren en hiertoe ben Ik in de wereld gekomen . . ." (vers 37).

In HebreeŽn 11 wordt het geloof van Gods dienstknechten door de eeuwen heen beschreven. Hun geschiedenis en ervaringen samenvattend, vertellen de verzen 13-16 ons: "In (dat) geloof zijn deze allen gestorven, zonder de beloften verkregen te hebben; slechts uit de verte hebben zij die gezien en begroet, en zij hebben beleden, dat zij vreemdelingen en bijwoners waren op aarde. Want wie zulke dingen zeggen, geven te kennen, dat zij een vaderland zoeken. En als zij gedachtig geweest waren aan het vaderland, dat zij verlaten hadden, zouden zij gelegenheid gehad hebben terug te keren; maar nu verlangen zij naar een beter, dat is een hemels, vaderland. Daarom schaamt God Zich voor hen niet hun God te heten, want Hij had hun een stad bereid."

Ook Abraham, de vader der gelovigen, "verwachtte de stad met fundamenten, waarvan God de ontwerper en bouwmeester is" (HebreeŽn 11:10).

Hoewel Gods volk reeds in dit leven een voorproef ervaart van Gods komende Koninkrijk, (zie "Hoe worden wij 'overgebracht in het Koninkrijk'?"), maken veel bijbelpassages ons duidelijk dat het Koninkrijk van God nog niet is gekomen, maar in de toekomst op aarde zal worden gevestigd.

Is het Koninkrijk in u?

Veel mensen geloven dat Jezus Christus leerde dat het Koninkrijk van God alleen bestaat in het hart en verstand van de gelovigen. Zij baseren dit op Lukas 17:20-21, waar wordt gezegd: "En op de vraag der FarizeeŽn, wanneer het Koninkrijk Gods komen zou, antwoordde Hij hun en zeide: Het Koninkrijk Gods komt niet zů, dat het te berekenen is; ook zal men niet zeggen: zie, hier is het of daar! Want zie, het Koninkrijk Gods is bij u."

Sommige vertalingen spreken over "binnen u" of "in u", maar de hierop gebaseerde veronderstelling is om verschillende redenen onjuist. Het betreffende Griekse woord entos kan beter worden vertaald met "bij" of "onder" of "te midden van", zoals ook uit verschillende andere vertalingen blijkt. Jezus Christus had de FarizeeŽn onmogelijk kunnen vertellen dat Gods Koninkrijk iets was dat leefde in hun hart en verstand - tenslotte wilden zij Hem ombrengen (MattheŁs 12:14; Markus 3:6).

In plaats daarvan wees Christus op een schijnbare tegenstrijdigheid, dat de FarizeeŽn niet het geestelijk onderscheidingsvermogen hadden om te zien dat de boodschap van het Koninkrijk Gods dichtbij was of aan hen getoond werd (MattheŁs 23:15-17). Om dit nog sterker te benadrukken zei Jezus, verwijzend naar Zichzelf: "het Koninkrijk Gods is bij u" of "te midden van u". De geestelijk blinde FarizeeŽn herkenden Jezus niet als de goddelijke Vertegenwoordiger van dat Koninkrijk.

In plaats van de FarizeeŽn te vertellen dat het Koninkrijk van God iets in hun hart was, waarschuwde Jezus Christus hen dat zij geestelijk zo blind waren dat zij in Hem niet de personificatie van dat Koninkrijk konden zien.

Deze passage biedt geen enkele grond om te geloven dat het Koninkrijk van God zich in ons hart bevindt.

Is de Kerk het Koninkrijk?

Sommigen menen dat de Kerk het Koninkrijk van God is. Hoewel er een verband tussen beide is, zijn ze niet identiek. Jezus Christus is het Hoofd van de Kerk (EfeziŽrs 1:22), die de groep gelovigen is welke door God is geroepen om het komende Koninkrijk te verkondigen.

Christus regeert Zijn Kerk en daarom staat zij onder Zijn heerschappij en koninklijke macht. Wij zouden kunnen zeggen dat de Kerk de voorloper van het komende Koninkrijk van God is. Of, om het te zeggen in termen die Jezus Christus gebruikte, dat het Koninkrijk van God vergelijkbaar is met het spreekwoordelijke mosterdzaadje, dat wacht op zijn ontkieming en snelle groei bij Jezus' wederkomst (MattheŁs 13:31-32).

De Bijbel gebruikt echter nooit de term "Koninkrijk" als directe verwijzing naar de Kerk. In plaats daarvan heeft deze term betrekking op Gods geprofeteerde wereldheerschappij.

Hoe worden wij "overgebracht in het Koninkrijk"?

In Kolossenzen 1:13 wordt van de heiligen gezegd dat zij reeds zijn "overgebracht" in het Koninkrijk. Als zodanig lijkt deze passage in te houden dat christenen nu al in het Koninkrijk van God zijn. Dit is echter duidelijk niet het geval, omdat ons in I KorinthiŽrs 15:50 wordt verteld: "vlees en bloed [fysieke lichamen] kunnen het Koninkrijk Gods niet beŽrven . . ."

De verwarring hierover komt gedeeltelijk voort uit de betekenis van het woord koninkrijk. Naast de betekenis van een letterlijk koninkrijk, heeft het met "koninkrijk" vertaalde Griekse woord basileia ook de betekenis van "koninklijke waardigheid" en "koningschap".

Uit deze passage in Kolossenzen blijkt dat Gods heerschappij en macht in het leven van de christen bij diens bekering beginnen. In de New International Version Study Bible wordt uitgelegd dat in dit vers het woord koninkrijk niet duidt op een gebied maar op het gezag, de heerschappij of de soevereine macht van een koning. Het betekent hier dat de christen niet langer onder de macht is van het kwaad (de duisternis), maar onder de goedgunstige heerschappij van Gods Zoon.

Op vrijwel alle andere plaatsen waar het woord basileia voorkomt als verwijzing naar het Koninkrijk van God, wijst het op de letterlijke heerschappij die Christus zal vestigen bij Zijn wederkomst (MattheŁs 6:33; Openbaring 11:15). Als "erfgenamen van God", die erop worden voorbereid dat toekomstige Koninkrijk te beŽrven (Romeinen 8:15-17; MattheŁs 25:34; Openbaring 20:4, 6), zijn christenen dus reeds onderworpen aan de heerschappij en het gezag van dat Koninkrijk, hoewel zij er nog geen inwoners van zijn.

Jezus Christus, de heerser van het komende Koninkrijk, is nu reeds de Heer en Meester van christenen (Filippenzen 2:9-11). God regeert het leven van bekeerde christenen die Hem en Zijn wetten uit vrije wil gehoorzamen. Zij onderwerpen zichzelf aan Gods basileia - Zijn koninklijke heerschappij en macht. Zij zijn ieder afzonderlijk lid van de Kerk, het Lichaam van Christus, waarover God eveneens regeert. Maar de Kerk als geheel ziet uit naar Gods komende wereldheerschappij, wanneer het basileia ten volle gevestigd zal worden.

Ook de tekst die voorafgaat aan Kolossenzen 1:13 helpt de betekenis te verduidelijken. In vers 9 begint een beschrijving van de punten die Paulus en TimotheŁs regelmatig opnamen in hun gebeden. Een van de zegeningen waarvoor zij dankbaar waren was dat God hen en de andere leden had "toebereid" om het erfdeel van de heiligen te ontvangen (vers 12).

Dat erfdeel, eeuwig leven, komt pas wanneer Christus terugkeert (I KorinthiŽrs 15:50-52; Romeinen 8:17). Daarom worden de heiligen in de Bijbel erfgenamen van het Koninkrijk genoemd (Jakobus 2:5).

In vers 13 van Kolossenzen 1 wordt dit thema voortgezet, door toe te voegen dat zij die zijn toebereid voor het erfdeel der heiligen en die van status zijn veranderd, van niet-erfgenamen in erfgenamen, ook zijn "overgebracht" uit de macht der duisternis in het Koninkrijk van God.

Ook wij, in deze moderne tijd, komen onder een ander regeringssysteem als wij tot bekering komen. Wij geven dan onze trouw en gehoorzaamheid aan het Koninkrijk van God, ook al is dat Koninkrijk nog niet ten volle gekomen.

In II KorinthiŽrs 5:20 gebruikt Paulus een andere vergelijking om ons te helpen dit te begrijpen, door ons "gezanten" te noemen. Een gezant is iemand die een koninkrijk of andere regering vertegenwoordigt, maar in een ander land woont. Zo zijn wij als christenen dus gezanten van Gods Koninkrijk, die Zijn levenswijze vertegenwoordigen in onze huidige aardse situatie en de tijd waarin wij leven. Wij zijn nog niet in het Koninkrijk van God.

Hoe is het Koninkrijk "nabijgekomen"?

Toen Jezus het Koninkrijk van God kwam prediken, zei Hij dat het "nabijgekomen" was en gebood Hij ons ons te bekeren en het goede nieuws over het Koninkrijk te geloven (Markus 1:14-15; MattheŁs 4:17). Het Griekse woord dat hier is vertaald met "nabijgekomen" is engizo. Het betekent nader komen tot iets, iets nabij komen. Dat betekent niet dat dit iets in werkelijkheid al is gekomen, maar dat het dichtbij is.

In verschillende vertalingen wordt dit verschil onderkend. Zo wordt bijvoorbeeld de zinsnede in Markus 1:15 ook wel vertaald met "de heerschappij van God is nabij" en wordt MattheŁs 4:17 weergegeven als: "want het Koninkrijk der hemelen is dichterbij gekomen." In beide verzen wordt duidelijk gemaakt dat het Koninkrijk van God nog niet is gekomen, maar nabij is.

Wat Jezus zei had zowel te maken met de boodschap van het Koninkrijk als met het feit dat Hij beschikbaar was als de Koning van dat Koninkrijk. Het Koninkrijk in die zin was de toehoorders van Christus zeer nabij, ook al zou het nog lange tijd duren voordat het zou komen op de letterlijke wijze waarop God het had geopenbaard aan DaniŽl.

Jezus Christus was de personificatie van de boodschap van het Koninkrijk. Hij was de Heerser, de Koning van het Koninkrijk. Hij was de vertegenwoordiger ervan en Degene door wie de mensheid het Koninkrijk zou kunnen binnengaan.

Zijn boodschap was dat de mensen zich moesten bekeren, het goede nieuws dat Hij bracht moesten geloven en die boodschap moesten omzetten in actie, door hun leven zo te veranderen dat hun geloof en toewijding zichtbaar werden.

De heerser van een rijk van geestelijke duisternis

Het treurige feit blijft dat dit niet Gods wereld is. Gods Koninkrijk is nog steeds niet van deze wereld, zoals Jezus Christus duidelijk maakte in Johannes 18:36. Nog tragischer is dat een ander wezen hier en nu heerser van deze wereld is - Satan de duivel.

De apostel Paulus beschreef de geestelijke blindheid die de wereld omvat en wees op de bron van die blindheid. "Indien dan nog ons evangelie bedekt is, is het bedekt bij hen, die verloren gaan, ongelovigen, wier overleggingen de god dezer eeuw met blindheid heeft geslagen, zodat zij het schijnsel niet ontwaren van het evangelie der heerlijkheid van Christus, die het beeld Gods is" (II KorinthiŽrs 4:3-4).

Wie is de god dezer eeuw? Niemand anders dan Satan, de grote gevallen aartsengel (EzechiŽl 28:14-17). Hij is werkelijk de heerser van deze wereld. Jezus Christus erkende dat toen Hij zei dat bij het oordeel "de overste dezer wereld buitengeworpen [zal] worden" (Johannes 12:31).

Hoewel wij Satan niet kunnen zien, is zijn invloed op de wereld overal merkbaar. Paulus vertelde de christenen in Efeze: "Ook u, hoewel gij dood waart door uw overtredingen en zonden, waarin gij vroeger gewandeld hebt overeenkomstig de loop dezer wereld, overeenkomstig de overste van de macht der lucht, van de geest, die thans werkzaam is in de kinderen der ongehoorzaamheid . . ." (EfeziŽrs 2:1-2).

Hij beschrijft ook het gevolg van de invloed van de duivel, vůůr onze bekering: ". . . wij allen hebben vroeger daarin verkeerd, in de begeerten van ons vlees, handelende naar de wil van het vlees en van de gedachten, en wij waren van nature, evenzeer als de overigen, kinderen des toorns" (vers 3).

Satan oefent een geestelijke invloed op de mensheid uit om God en Gods wet te verwerpen, waardoor "de gezindheid van het vlees vijandschap is tegen God; want het onderwerpt zich niet aan de wet Gods; trouwens, het kan dat ook niet . . ." (Romeinen 8:7).

De invloed van Satan is zo groot dat hij "de gehele wereld verleidt" (Openbaring 12:9). De hele wereld ligt "in het boze" (I Johannes 5:19). Onder de invloed van Satan heeft de mensheid Gods openbaring en leiding verworpen en op een verkeerd fundament samenlevingen en beschavingen opgebouwd.

Wanneer Jezus Christus terugkeert, zal vervuld worden: "Het koningschap over de wereld is gekomen aan onze Here en aan Zijn Gezalfde, en Hij zal als koning heersen tot in alle eeuwigheden" (Openbaring 11:15). Satans wereld, gebouwd op een fundament van leugens en misleiding, zal ineenstorten en worden vervangen door het Koninkrijk van waarheid en licht.

Als u meer wilt weten. . .

Wie wij zijn

Deze publicatie wordt uitgegeven door de Verenigde Kerk van God. Deze kerk is verbonden met de United Church of God, an International Association, welke dienaren en gemeenten heeft in de Verenigde Staten, Canada, Midden- en Zuid-Amerika, Europa, AustraliŽ, Afrika, AziŽ en de CaraÔbische eilanden.

Onze oorsprong is te vinden in de Kerk die door Jezus Christus werd gesticht in de eerste eeuw. Wij volgen dezelfde leer, doctrines en gebruiken die toen werden ingesteld. Onze opdracht is aan de gehele wereld het evangelie van het komende Koninkrijk van God te verkondigen als een getuigenis en alle volkeren te leren onderhouden wat Christus gebood (MattheŁs 24:14; 28:19-20).

Gratis

De Verenigde Kerk van God biedt deze en andere publicaties gratis aan. Wij zijn dankbaar voor de royale tienden en offeranden van de leden van de kerk en anderen die vrijwillig bijdragen geven om dit werk te steunen.

Wij vragen het grote publiek niet om geld. Bijdragen om ons te helpen deze boodschap van hoop met anderen te delen worden echter dankbaar aanvaard. Onze boeken worden jaarlijks door onafhankelijke accountants gecontroleerd.

Persoonlijk advies beschikbaar

Jezus gebood Zijn volgelingen om Zijn schapen te weiden (Johannes 21:15-17). Om deze opdracht te volbrengen heeft de United Church of God over de gehele wereld bijeenkomsten, waar gelovigen samenkomen om onderricht te ontvangen vanuit de Bijbel en om persoonlijk contact te hebben met elkaar.

De Verenigde Kerk van God is toegewijd aan het leren verstaan en beoefenen van het nieuwtestamentische christendom. Wij willen graag Gods levenswijze bekend maken aan hen die ernstig streven naar het aanbidden en volgen van onze Verlosser, Jezus Christus.

Onze dienaren zijn beschikbaar om te adviseren, vragen te beantwoorden en uitleg te geven van de Bijbel. Als u graag in contact wilt komen met een dienaar of een van onze bijeenkomsten wilt bezoeken, schrijft u dan gerust naar ons dichtstbijzijnde adres.

Auteur: David Treybig Met medewerking van: Scott Ashley, Bill Bradford, Roger Foster, David Lloyd, John Bald, Robert Boraker, Jonathan Bowles, Jim Franks, Bruce Gore, David Hulme, Paul Kieffer, Burk McNair, Rod McQueen, John Meakin, Peter Nathan, Brian Orchard, John Ross Schroeder, Richard Thompson, Leon Walker, Donald Ward, Lyle Welty, Dean Wilson

Omslag: Shaun Venish

ADRESSEN

Nederland
United Church of God Holland
P.O. Box 93
2800 AB Gouda

Deutschland
Vereinte Kirche Gottes
Postfach 30 15 09
D-53195 Bonn

Suisse
Eglise de Dieu Unie-France
B.P. 51254
45002 Orlťans Cedex 1

Italia
Chiesa di Dio Unita
Casella Postale 187
24100 Bergamo

U.S.A. (Spaans)
United Church of God
P.O. Box 458
Big Sandy, TX 75755

U.S.A.
United Church of God (IA)
P.O. Box 541027
Cincinnati, OH 45254-1027

Australia
United Church of God - Austalia
GPO Box 535
Brisbane, Qld. 4001

Canada
United Church of God - Canada
Box 144 Station D
Etobicoke, ON M9A 4X1

South Africa
United Church of God
P.O. Box 2209
Beacon Bay, East London 5205

United Kingdom
United Church of God
P.O. Box 4052
Milton Keynes, Bucks MK13 7ZF