The UNITED CHURCH of GOD - Holland  

More Information

   Wat geloven wij?

 Kerst vraag en antwoord.

  De ware Jezus Christus

.

Kerst in een ander daglicht?

De meeste mensen zijn grootgebracht met het traditionele Kerstmisverhaal.Het verhaal over Jezus die op de dag van Kerstmis in een stal in Bethlehem zou zijn geborenen over de herders en drie wijzen, die naar het kind kwamen kijken. Daarvan zijn talloze varianten afgeschilderd.
Maar is dat hoe het werkelijk is gebeurd? De meeste mensen geloven wel, maar een zorgvuldige blik op wat de Bijbel werkelijk zegt, laat verrassende verschillen zien. Laten we eens onderzoeken wat de Bijbel eigenlijk zegt over de omstandigheden rond Christus' geboorte.

Jeruzalem in de kerst/winterdagen

 

Belangrijke achtergronden van Lucas
Neem bijvoorbeeld Lucas, de schrijver één van de evangelieën. Hij was een arts en een historicus en gaf een gedetailleerd verslag van de gebeurtenissen.Iemand die er voor wilde zorgen dat hij alle relevante feiten kon presenteren.
Dit blijkt duidelijk uit zijn voorwoord: "Aangezien velen getracht hebben een verhaal op te stellen over de zaken, die onder ons hun beslag hebben gekregen, gelijk ons hebben overgeleverd degenen, die van het begin aan ooggetuigen en dienaren van het woord geweest zijn, ben ik ook tot het besluit gekomen, na alles van meet aan nauwkeurig te hebben nagegaan, dit in geregelde orde voor u te boek te stellen, hoogedele Theofilus, opdat gij de betrouwbaarheid (waarheid) zoudt erkennen der zaken, waarvan gij onderricht zijt (Lucas 1:1- 4, NBG Nadruk onzerzijds). Lucas interviewde met andere woorden, degenen die getuigen waren van of heel goed geïnformeerd waren omtrent de gebeurtenissen van Christus’leven. Die informatie werd de basis voor het door hem op schrift gestelde evangelie. Na deze belangrijke inleiding begint Lucas met het ware verhaal dat uiteindelijk leidt tot Jezus' geboorte en dat begint met een verslag van Gods communicatie met Zacharias, de vader van Johannes de Doper: “Er was in de dagen van Herodes, de koning van Judea, een priester, genaamd Zacharias, behorende tot de afdeling van Abia, en zijn vrouw was uit de dochters van Aäron en haar naam was Elisabet" (vers 5).
Later in het verslag worden we verteld dat zij een verwante was van Maria (vers 36).
 “Zij waren beiden rechtvaardig voor God en leefden naar alle geboden en eisen des Heren, onberispelijk.  En zij waren kinderloos, omdat Elisabet onvruchtbaar was, en zij waren beiden op hoge leeftijd gekomen” (verzen 6-7).
De afdeling waartoe Zacharias behoorde biedt belangrijke informatie bij het onderzoek naar de periode in het jaar waarin Christus' geboorte werkelijk plaatsvond. Hij behoorde tot "de afdeling van Abia." Maar wat betekent dit? Ongeveer duizend jaar geleden, had Koning David het Levitische priesterschap in 24 “gangen of afdelingen” georganiseerd. Zoals uitgelegd wordt in 1 Kronieken 24 met name de verzen 3, 10 en 19, was er een overvloed aan priesters om in de diverse tempelfuncties te dienen. Om te voorkomen dat één van hen buiten de bediening zou vallen, heeft David als oplossing bedacht om de priesters over 24 afdelingen te verdelen. Elke priester zou dan tweemaal in het jaar voor een vooraf vastgestelde termijn van een week dienen, buitenom de drie feestseizoenen wanneer alle priesters gezamenlijk zouden dienen (Deuteronomium 16:16). De vraag is: weten wij in welke perioden van het jaar de afdeling van Abia bij de tempel diende? Ja, dat weten wij. Wij kunnen dat herleiden door de informatie in 1Kronieken 24 te combineren met een studie in de tradities van het Judaïsme betreffende de wijze waarop de tempeldiensten tijdens het jaar werden uitgevoerd. Deze gegevens wijzen uit dat de week waarin de afdeling waartoe Zacharias behoorde (door Lucas wordt beschreven de 8ste afdeling) dienst had, rond Pinksteren viel. Pinksteren viel over het algemeen valt rond eind mei of begin juni van onze kalender. Hoewel bepaalde feestdagen op vaste tijden op Gods heilige kalender vallen, kunnen deze tijden van Gods jaarlijkse Heilige Dagen jaarlijks op de Romeinse kalender flink variëren (zelfs tot verscheidene weken). Zo is te herleiden wanneer Zacharias in de tempel diende. Eén bron, de “Companion Bible”, berekent deze periode als de week van 13 tot 19 Juni in het desbetreffende jaar (Companion Bible, 1974, bijlage 179, p.200).

Onverwachte engelachtige verschijning
Lucas' verslag gaat als volgt verder: "En het geschiedde, toen hij de priesterdienst voor God verrichtte in de beurt zijner afdeling, dat hij door het lot werd aangewezen, volgens de regel van de priesterdienst, om de tempel des Heren binnen te gaan en het reukoffer te brengen" (Lucas 1:8- 9). Wat daarna gebeurde zou voor iedereen nogal eng geweest zijn. ”En hem verscheen een engel des Heren, staande ter rechterzijde van het reukofferaltaar. En Zacharias ontroerde bij dat gezicht, en vrees beving hem. Maar de engel zeide tot hem: Wees niet bevreesd, Zacharias, want uw gebed is verhoord en uw vrouw Elisabet zal u een zoon baren en gij zult hem de naam Johannes geven" (verzen 11-13). Toen legde de engel de opdracht uit van Zacharias aanstaande zoon, Johannes de Doper: "Met de Heilige Geest zal hij vervuld worden, reeds van de schoot zijner moeder aan, en velen der kinderen Israëls zal hij bekeren tot de Here, hun God. En hij zal voor Zijn aangezicht (Jezus Christus, de komende Messias) uitgaan in de geest en de kracht van Elia, om de harten der vaderen te keren tot de kinderen en de ongehoorzamen tot de gezindheid der rechtvaardigen, ten einde voor de Here een wel toegerust volk te bereiden” (verzen 15-17). Hoewel Zacharias een rechtschapen mens was, toonde hij op dat moment een veelvoorkomend menselijk gebrek aan geloof in de boodschap van de engel GabriŽl. Wegens zijn ongeloof zou hij niet opnieuw kunnen spreken totdat zijn zoon Johannes geboren was (verzen 18-20).

Timing van concepties van Elisabet en Maria
 "En het geschiedde, toen de dagen van zijn dienst vervuld waren, dat hij vertrok naar zijn huis. Na die dagen werd Elisabet, zijn vrouw, zwanger, en zij verborg zich vijf maanden" (Lucas 1:23-24). Aangezien de tempeldienst van Zacharias ongeveer medio juni viel en veronderstellend dat zij zwanger werd binnen enkele weken, dan zal vijf maanden later medio tot eind november zijn.
De scène verschuift daarna naar de geboorte van de Messias: "In de zesde maand (een maand later) nu werd de engel Gabriël van God gezonden naar een stad in Galilea, genaamd Nazaret, tot een maagd, die ondertrouwd was met een man, genaamd Jozef, uit het huis van David, en de naam der maagd was Maria. En toen hij bij haar binnengekomen was, zeide hij: Wees gegroet, gij begenadigde, de Here is met u. Gij zijt gezegend onder de vrouwen" (verzen 26-28). Dit verslag toont duidelijk aan dat Maria een opmerkelijke jonge vrouw van geloof was. Gabriel zei tot haar: "En zie, gij zult zwanger worden en een zoon baren, en gij zult Hem de naam Jezus geven. Deze zal groot zijn en Zoon des Allerhoogsten genoemd worden, en de Here God zal Hem de troon van zijn vader David geven, en Hij zal als koning over het huis van Jakob heersen tot in eeuwigheid, en zijn koningschap zal geen einde nemen" (verzen 31-33). Maria, aangezien zij nog maagd was, dan stelde de voor de hand liggende vraag. Het antwoord kwam terug: “De heilige Geest zal over u komen en de kracht des Allerhoogsten zal u overschaduwen daarom zal ook het heilige, dat verwekt wordt, Zoon Gods genoemd worden” (vers 35). Gabriel benadrukte Gods wonder verrichtende macht: "En zie, Elisabet, uw verwante (nicht, Statenvertaling), is eveneens zwanger van een zoon in haar ouderdom en dit is reeds de zesde maand voor haar, die onvruchtbaar heette" (verzen 36-37).

Maria en Elisabet
Inmiddels is een maand verstreken. Het is nu de zesde maand van de zwangerschap voor Elisabet, zodat het misschien eind december is of een weinig later. "Maria dan maakte zich op in die dagen (in hetzelfde tijdsbestek) en reisde met spoed naar het bergland, naar een stad van Juda. En zij ging het huis van Zacharias binnen en groette Elisabet. En toen Elisabet de groet van Maria hoorde, geschiedde het, dat het kind opsprong in haar schoot, en Elisabet werd vervuld met de heilige Geest" (verzen 39-41). Elisabet was op dit ogenblik nog in haar zesde maand van haarzwangerschap van Johannes de Doper. Het zou niet moeilijk te begrijpen zijn uit de vorige passages dat Maria nu ook zwanger was van haar eerste kind, Jezus. Elisabet spreekt zelfs van Maria alsof zij wist dat Maria een aanstaande moeder is: “En waaraan heb ik dit te danken, dat de moeder mijns Heren tot mij komt? Want zie, toen het geluid van uw groet in mijn oren klonk, sprong het kind van vreugde op in mijn schoot” (verzen 43-44). Vers 56 zegt: " En Maria bleef ongeveer drie maanden bij haar en keerde terug naar haar huis."
Tijdtechnisch was het nu inmiddels begin maart geworden. Maria bleef bij Elisabet tot en met de geboorte van Johannes Doper. “Toen voor Elisabet de tijd vervuld was, dat zij baren zou, bracht zij een zoon ter wereld” (vers 57). Wij zien hier dat Maria waarschijnlijk drie maanden zwanger was toen Johannes geboren werd. Johannes was waarschijnlijk eind maart of begin april geboren. Wanneer werd Jezus Christus geboren? Zes maanden later, eind september of begin oktober - in de herfst van het jaar en niet in midden in de winter, zoals vandaag velen verkeerd veronderstellen.

Het bewijsmateriaal van de Romeinse Inschrijving (Census)
Kunnen wij echter ander bijbels bewijsmateriaal vinden, waaruit blijkt dat Jezus eerder in de herfst dan in de winter geboren werd? Ja, dat kunnen wij inderdaad. We lezen verder in Lucas: “En het geschiedde in die dagen, dat er een bevel uitging vanwege keizer Augustus, dat het gehele rijk moest worden ingeschreven”
 (Lucas 2:1). "Het gehele rijk" in deze context zijn alle gebieden onder de Romeinse heerschappij. “Deze inschrijving had voor het eerst plaats, toen Quirinius het bewind over Syrië voerde” (verzen 2-3). Wat waren de Romeinen voior mensen als het ging om orderlijkheid en efficiëntie? Zij legden bruggen, wegen en gebouwen aan die in sommige gevallen heden ten dage, 2.000 jaren later, nog in gebruik zijn! Hun wegen waren wonderen van techniek. Zij construeerden grote waterwerken en rioleringssystemen. Zelfs vandaag de dag, is onze stadsplanning voor een groot gedeelte aan de Romeinen te danken.
Veel van onze moderne overheid en militaire organisatie hebben wij gekopieerd van de Romeinen. Zij waren meesters in organisatie en structuur. Zouden de Romeinen dan een telling hebben opgedragen in het midden van de winter? Natuurlijk niet. Dit zou in de ogen van de Romeinen niet doelmatig zijn geweest. In de winter, daalt de temperatuur in het gebied rond Jeruzalem tot om en nabij het vriespunt en de wegen zouden modderig en nat zijn vanwege de koude regens en zelfs sneeuwval. Het zou een vreselijke tijd zijn om te reizen, vooral voor een vrouw die op het punt staat een kind te baren.
Eén auteur verklaart dat deze telling "nauwelijks bij dergelijk seizoen [de winter] denkbaar is, aangezien zulk een tijd zeker niet door de autoriteiten voor een openbare inschrijving zou zijn gekozen, vanwege het volk dat van alle delen naar hun geboortedistricten moest reizen, in onweer en regen gedurende de winter, die het reizen onveilig en onplezierig maakt, behalve in speciaal gunstige jaren. De sneeuw is helemaal niet ongewoon in Jeruzalem in de wintermaanden, en ik heb het zo hoog gezien dat de mensen hun weg kwijt raakten buiten de poorten" (Cunningham Geikie, " Kerstmis in Bethlehem", Edward Deems, redacteur, Heilige Dagen en Vakantie, 1968, p. 405).
Geen rationele Romeinse ambtenaar zou een telling in de winter gepland hebben. Voor de agrarische maatschappij zoals dat van eerste eeuw in Judea, zou een telling in de herfst, wanneer de gewassen net geoogst en veilig binnen zijn gehaald, veellogischer zijn..

Waarom was er geen ruimte in Bethlehem?
We pakken ons verhaal opnieuw op in Lucas om meer bijbels bewijsmateriaal voor het ware tijdstip van Jezus-Christus' geboorte te vinden. "Ook Jozef trok op van Galilea, uit de stad Nazaret, naar Judea, naar de stad van David, die Bethlehem heet, omdat hij uit het huis en het geslacht van David was, om zich te laten inschrijven met Maria, zijn ondertrouwde vrouw, welke zwanger was. En het geschiedde, toen zij daar waren, dat de dagen vervuld werden, dat zij baren zou" (verzen 4-6). Wij weten niet hoe ver vooruit zij de reis hebben aangevangen, noch hoe lang zij daar vóór de telling waren aangekomen. Het essentiële punt is dat de belangrijkste menselijke geboorte in de hele geschiedenis van de mens in deze omstandigheden plaatsvond.
 "En zij baarde haar eerstgeboren zoon en wikkelde Hem in doeken en legde Hem in een kribbe (voertrog), omdat voor hen geen plaats was in de herberg” (vers 7). Maar waarom was er geen ruimte voor Jozef en Maria in Bethlehem? Wij kunnen veel te weten komen door de cultuur van die tijd te analyseren. Als wij het tijdskader, gebaseerd op de verwekking van Johannes de Doper kort na het diensttermijn van de afdeling van Abia, om en nabij Pinksteren (medio juni) dus, goed in gedachten houden en zijn geboorte die negen maanden later, gevolg door de geboorte van Jezus Christus 6 maanden later, rond eind September of wellicht begin oktober, kunnen we ons afvragen of daar wellicht nog iets anders aan de hand was in die bepaalde tijd van het jaar dat zo’n overvolle Bethlehem tot gevolg zou hebben gehad?
Nou en of! Eind september en begin oktober is namelijk het seizoen van de herfstfeesttijden op Gods kalender, één van de drie keren in het jaar wanneer de families naar Jeruzalem zouden afreizen om Gods Heilige Dagen te vieren (zie Deuteronomium 16:16). Zelfs nu nog is het moeilijk voor de Joden in Israël die dit gebod naleven om hotelruimte in Jeruzalem in deze tijdsperiode van jaar te vinden!
Het bevolkingsaantal van Jeruzalem nam meerdere keren toe en liep over gedurende dit seizoen. Dit beïnvloedde zelfs nabijgelegen steden zoals Bethlehem, een aantal kilometers ten zuiden van Jeruzalem. Wegens deze reusachtige toevloed van mensen was elk huis vol. Jozef en Maria vonden een plaats in wat normaal gebruikt werd als schuilplaats of stal voor dieren. Het was zeker geen eerste klas onderkomen geweest, maar zij waren wellicht zeer dankbaar dat zij tenminste iets hadden gevonden.

De herders en hun kudde
Verder lezend in Lucas, vinden wij meer bewijs dat Jezus niet was geboren in de winter. Vers 8 vertelt ons: “En er waren herders in diezelfde landstreek, die zich ophielden in het veld en des nachts de wacht hielden over hun kudde.” Dit toont eveneens aan dat deze gebeurtenissen niet in de winter plaatsvonden. De gemeenschappelijke praktijk van herders was om hun kudde op de open velden te laten grazen vanaf april tot oktober, maar in de koude en natte wintermaanden namen zij hun kudde mee naar huis en beschutten hun kudde.

Ook buiten Jeruzalem kan het sneeuwen in de winterdagen


Interpreter’s One-Volume Commentaar (1971) zegt dat deze passage spreekt tegen "de geboorte [van Christus] op 25 december, aangezien het weer het niet toe zou hebben gelaten" dat herders over hun kudde bij nacht de wacht hielden in de gebieden.
Adam Clarke' s Commentaar verklaart dat het feit dat: "Deze herders hun kudde nog niet naar huis hadden gebracht als een vermoedelijk argument te kennen geeft dat oktober nog niet had aangevangen en dat dientengevolge onze Heer niet geboren kon zijn op 25 december, met kudden op het veld; noch kon Hij geboren zijn later dan de maand september, aangezien de kudden ’s nachts nog op het veld waren.  
Op al deze argumenten zou de overtuiging dat Jezus Christus in december plaats vond, moeten worden opgegeven. Het voeden van de kudde 's nachts op open velden is een chronologisch feit, dat aanzienlijk veel licht op dit betwiste punt werpt.”

Opnieuw richt het bewijsmateriaal in Lucas de aandacht op een geboorte rond eind september.

De herders komen Jezus zien
We vervolgen het verhaal in Lucas 2:10-17: “En de engel zeide tot hen: Weest niet bevreesd, want zie, ik verkondig u grote blijdschap, die heel het volk zal ten deel vallen: U is heden de Heiland geboren, namelijk Christus, de Here, in de stad van David. En dit zij u het teken: Gij zult een kind vinden in doeken gewikkeld en liggende in een kribbe.”
“..En zij gingen haastig en vonden Maria en Jozef, en het Kind liggend in de kribbe. En toen zij het gezien hadden, maakten zij bekend hetgeen tot hen gesproken was over dit Kind.”  Wij zouden kunnen opmerken dat slechts de herders op een tijd waren aangekomen om Jezus in de kribbe te zien. De wijzen, zoals we later zullen zien, waren toen dus nog niet gearriveerd. Dat is pas later gebeurd. “En toen acht dagen vervuld waren, zodat zij Hem moesten besnijden, ontving Hij ook de naam Jezus, die door de engel genoemd was, eer Hij in de moederschoot was ontvangen. En toen de dagen hunner reiniging naar de wet van Mozes vervuld waren, brachten zij Hem naar Jeruzalem om Hem de Here voor te stellen, (gelijk geschreven staat in de wet des Heren: Al het eerstgeborene van het mannelijke geslacht zal heilig heten voor de Here), en om een offer te brengen overeenkomstig hetgeen in de wet des Heren gezegd is, een paar tortelduiven of twee jonge duiven” (Lucas 2:21-24; vergelijk het met Exodus 13:2 betreffende de uittocht).
Dit werd genoemd "het terugkopen van de eerste geborene."
Leviticus 12 verzen 2-3 en 6 vertellen ons dat deze ceremonie 40 dagen na de geboorte van een zoon plaatsvond. Dus indien Christus eind september werd geboren, zijn wij nu in midden november aanbeland.
 
De wijzen en Herodus
We zetten nu het verhaalverloop voort in Mattheüs 2:1-3: “Toen nu Jezus geboren was te Betlehem in Judea, in de dagen van koning Herodes, zie, wijzen uit het Oosten kwamen te Jeruzalem en vroegen: Waar is de Koning der Joden, die geboren is? Want wij hebben zijn ster in het Oosten gezien en wij zijn gekomen om Hem hulde te bewijzen. Toen koning Herodes hiervan hoorde, ontstelde hij en geheel Jeruzalem met hem."

Waarom ontstelde dit nieuws Herodus? Andere historische verslagen getuigen van een paranoia bij Herodus om omvergeworpen te worden.
Het nieuws dat een nieuwe koning van de Joden geboren werd bedreigde zijn positie. Herodus was kennelijk op de hoogte van de tradities en de profetieën met betrekking tot de Messias. "Toen koning Herodes hiervan hoorde, ontstelde hij en geheel Jeruzalem met hem. En hij liet al de overpriesters en schriftgeleerden van het volk vergaderen en trachtte van hen te vernemen, waar de Christus geboren zou worden. Zij zeiden tot hem: Te Betlehem in Judea" (verzen 4-5). Koning Herodus verborg zorgvuldig zijn moordadige bedoelingen. "Toen riep Herodes de wijzen in het geheim en deed bij hen nauwkeurig navraag naar de tijd, dat de ster geschenen had. En hij liet hen naar Betlehem gaan, en zeide: Gaat en doet nauwkeurig onderzoek naar dat kind (grondtekst staat eigenlijk jongetje); en zodra gij het vindt, bericht het mij, opdat ook ik hem hulde ga bewijzen" (verzen 7-8).
Merk op dat nu Herodus naar Jezus niet als pas geboren kind (brephos in het Grieks) refereert, maar als jongetje (paidion, Stonggetal G3813)." Hij realiseerde zich hoe lang deze wijze mannen onderweg waren -wellicht van gebieden zo afgelegen als Parthia of het gebied rond Babylon, waarheen Israëlieten van de tien verloren stammen en Joden eeuwen ervoor waren verbannen. Herodus wist dat toen de ster was verschenen hij niet naar een pasgeboren baby moest zoeken, maar naar een inmiddels aanzienlijk oudere jongen.
En om elke bedreiging ten aanzien van zijn positie te verwijderen gaf Herodus opdracht “al de jongens van twee jaar oud en daar beneden om te brengen, in overeenstemming met de tijd, die hij bij de wijzen had uitgevorst” (vers 16).
Herodus, die tot alles in staat was in het beschermen van zijn troon, gaf de opdracht tot deze laffe moordadige slachting van alle mannelijken die 2 jaar en jonger waren.

Het was niet de algemene geboortescène
De wijzen werden op wonderbaarlijke wijze geleid naar het kind Jezus Christus (verzen 9-10). "En zij gingen het huis binnen en zagen het kind met Maria, zijn moeder" (vers 11). De typische geboortescène valt op dit punt volledig uiteen. Er is hier geen vermelding van een kribbe. Sterker nog, Jezus bevond zich, zoals net aangeduid, in een huis. En Jezus was niet meer een zuigeling. Hij was een jong kind. De wijzen bezochten klaarblijkelijk Jezus lang nadat de herders al vertrokken waren, wellicht een jaar of langer na dato. De typische, "traditionele" kribbescène bevat drie wijzen. De Bijbel echter zegt nergens hoeveel wijzen er waren. De Bijbel geeft daarentegen wel aan dat zij drie soorten geschenken aan Hem aanboden - goud, wierook en mirre. Waarom deze drie specifieke geschenken? Hun symboliek is treffend wanneer wij ze begrijpen.

Het goud was een geschenk voor royalty - in dit geval voor de gekozen Koning van de Joden en uiteindelijk "Koning der Koningen en Heer der Heren". Die over de gehele aarde (Openbaring 19:16) zal regeren.

Het wierook was een geschenk dat intiem verbonden is aan het priesterschap en de tempelofferanden, die het feit aankondigen dat Jezus Christus als onze Hogepriester zou dienen en zich als perfect offer zou geven om de straf voor de zonden van de hele mensheid te betalen (Hebreeën 4:14-15; 9:11-14; 1 Petrus 1:18-19).

De mirre had een meer sobere symboliek. Wanneer een persoon stierf, werd deze als parfum verpakt met het lichaam om als dekmantel te dienen voor de stank van dood. Jezus' eigen lichaam werd in linnen met mirre en aloës verpakt (Joh 19:39-40).

Waarom wij in plaats Kerstmis Gods feestdagen moeten vieren
Mattheüs en Lucas openbaren het ware verhaal en de werkelijke tijdsperiode omtrent de geboorte van Jezus Christus. Johannes de Doper was geboren in de lente. Zijn neef Jezus werd geboren zes maanden later - waarschijnlijk eind september, mogelijk begin oktober. De herders bezochten Hem onmiddellijk; de wijzen (aantal onbekend) zijn veel later aangekomen.
Het is tragisch te constateren dat het ware verhaal zo hevig verminkt is geworden door menselijke tradities. Het is ook tragisch dat mensen de duidelijke instructies in de Bijbel negeren en fantaseren over hun eigen mythe. Jezus Zelf veroordeelde de godsdienstige leiders van Zijn tijd die bezig waren het woord “Gods krachteloos te maken door uw overleveringen" (Marcus 7:13) ronduit. Een sterk en gewichtig bijbels principe staat in Deuteronomium 12. Het vertelt ons waarom wij de jaarlijkse Heilige Dagen en de feestseizoenen moeten onderhouden c.q. vieren die God in Zijn woord geopenbaard heeft en niet de traditionele feestdagen die van het heidendom zijn geleend: "Niet alzo zult gij de HERE, uw God, dienen; want al wat de HERE een gruwel is, wat Hij haat, doen zij voor hun goden…….. Al wat ik u gebied, zult gij naarstig onderhouden; gij zult daaraan niet toedoen, noch daarvan afdoen” (Deuteronomium 12:31-32).
Vindt u het niet merkwaardig dat hoewel twee van de schrijvers van de evangeliën de omstandigheden beschrijven rond de geboorte van Christus (de andere twee schrijvers beschrijven zelfs de gebeurtenis niet eens), geen van hun de datum noemt? Heeft het u niet bevreemd dat nergens in de Bijbel het woord Kerstmis voor komt? En dat geen van de bijbelse schrijvers iets zegt over het herdenken van die geboorte? Wij vinden echter expliciete bevelen om het offer en de dood van Jezus Christus ter wille van ons te herdenken (1 Kor. 11:23-26). Wij vinden ook bevelen om andere bijbelse feestdagen, dezelfde feestdagen die Jezus Christus en de Nieuw Testamentische Kerk vierden, te onderhouden. Wellicht wordt het niet langzamerhand tijd om in de Bijbel te kijken wat Gods woord werkelijk zegt over Gods feestdagen!

Sneeuw aan de muren van Jeruzalem

 


 Link to United Church of God - AIA | Home  | Previous

©
United Church of God ~
Holland