Het
Nederlandse Supplement van

maart/april 2005
Bestaat God?
Kan het bestaan van God wetenschappelijk worden
bewezen?
Kunnen wij de oorsprong der dingen relateren aan de
scheppingskracht van God of is evolutie toch nog de enige aanvaardbare
verklaring van alle dingen?
Kunnen we achterhalen of God denkvermogen bezit en dat
Hij de Schepper is van hemel en aarde en het leven? Is het rationeel om in God
te geloven of is God louter een mythe, een uitvinding stammend uit een
onwetend, bijgelovig verleden?
Het is tijd om de waarheid onder ogen te zien en de
zekerheid van Gods bestaan aan de hand van bewijsmateriaal aan te tonen.
Leven kan niet spontaan voortkomen uit dode
materie. Het vergt een hoge intelligentie van een levend wezen om leven uit
dode materie te scheppen!
In
Readers Digest van maart 2005 is het resultaat van
een enquête over religie verschenen met als titel “Ons Geloof In God”, waarin
aan 8657 Europeanen in 14 landen vragen werden gesteld zoals: Gelooft u in God?
Gelooft u in een leven na de dood? Hebben we het geloof nodig om het verschil
tussen goed en kwaad te bepalen? Draagt Godsdienst bij tot een betere wereld?
Ondanks
het seculiere tijdperk en de periode van ontkerkelijking waarin wij leven,
gaven zeven van de zeventien ondervraagden aan dat ze inderdaad in God geloven.
Maar er werden grote verschillen geconstateerd in Europa. Streng Katholieke landen
zoals Polen (97%), Portugal (90%) scoorden hoog, terwijl landen als Nederland
(51%) en Tsjechië (37%) tot de laagst scorende landen behoorden.
In
datzelfde artikel is Nederland volgens Hijme Stoffels
godsdienstsocioloog aan de Vrije Universiteit in Amsterdam bestempeld als één
van de minst religieuze landen ter wereld, omdat men in Nederland na de
verzuiling een sterke afkeer ontwikkeld heeft jegens
religieuze kaders en instituten. Bovendien beschikken de Nederlanders over de
vrijheid van meningsuiting en het recht om te kiezen en dus ook het recht om
niet in God te geloven. Dit element is volgens Stoffels missende in
niet-westerse culturen, waar het bestaan van God van zelfsprekend is.
Twee
uiteenlopende opvattingen
In de
wetenschap zijn er twee uiteenlopende opvattingen over het ontstaan der dingen. De eerste opvatting stelt
dat alles is ontstaan door toeval en wordt de evolutietheorie genoemd. De
tweede opvatting staat hier haaks op en stelt dat het bestaan wordt verklaard
door het doelgerichte ontwerp van een intelligent wezen (Intelligent
Ontwerptheorie). Totnogtoe is het in Nederland en andere westerse landen
intellectueel gangbaar
om de evolutieleer te aanvaarden in plaats van de schepping door
een Intelligent Ontwerp. In de wetenschap en het hoger onderwijs heeft deze
doctrine algemeen ingang gevonden. Zelfs vele officieel christelijke
kerkgenootschappen hebben deze evolutieleer, zij het passief, overgenomen. De
grote meerderheid van hen die de evolutieleer hebben aanvaard zijn tot deze
aanvaarding gedreven in het voortgezet onderwijs. Men beschouwt evolutieleer
als een kenmerk van wetenschappelijk denken en men krijgt een stempel van
onwetendheid of intellectuele zwakte als deze hypothese in twijfel wordt
getrokken.
Iemand
gelooft over het algemeen wat hij gelooft, omdat het hem is geleerd of omdat
het in zijn maatschappelijke milieu is geaccepteerd. Men wil ergens bijhoren.
Men loopt vaak mee met de groep. Met andere woorden: men
neemt meestal achteloos dingen aan zonder nader onderzoek of bewijs.
Gelukkig
is er een verschuiving gaande in de wetenschappelijke wereld in het
basisconcept, van evolutietheorie naar Intelligent Ontwerptheorie. Darwin één van de grondleggers van de evolutietheorie,
stelde zelf in zijn boek ’On The Origin Of Species’dat indien er organen zijn die niet via opvolgende
kleine modificaties zouden hebben kunnen ontstaan, de theorie in duigen zou
doen vallen. Micheal J. Behe
in zijn boek: “Darwin’s black box: The biochemical challenge to evolution (1996)” toont aan
dat de complexiteit van cellen en organen niet door modificaties tot stand
kunnen komen. Hij beweert dat als Darwin deze
complexiteit zou hebben gekend, hij zijn theorie zou hebben opgegeven.
Bewijs
van een Schepper
Er
zijn vele godsdiensten en vele goden. Welke van deze goden kunnen we opeisen
als God en hoe weten wij dat Hij bestaat?
Er
zijn goden die door mensenhanden werden gevormd uit hout, steen of ander
beschikbaar materiaal. Deze goden zijn gevormd vanuit de menselijke verbeelding
en gebrekkige menselijke redeneringen. Sommigen aanbidden de zon of andere
levenloze voorwerpen uit de natuur. Deze goden zijn louter menselijke
voortbrengsels en derhalve aan de mens ondergeschikt.
Wij
zijn op zoek naar Degene Die de mens heeft gemaakt en niet andersom.Wij
zijn op zoek naar Degene die het scheppingswerk deed, Die alles wat bestaat tot
bestaan heeft gebracht, met inbegrip van alles wat ten onrechte “god” wordt
genoemd. Wij zijn op zoek naar Hem die alle materie, natuurkrachten en energie
schiep, die alle natuurwetten schiep en in werking stelde, die het leven schiep
en een deel ervan met intelligentie begiftigde - Hij
is God die niet met mensenhanden is gemaakt! Hij moet superieur zijn aan alles
wat “god” wordt genoemd.
Wij
zullen zien dat de SCHEPPING het bewijs is van Zijn Godheid.
De
evolutietheorie verschafte de atheïst een misleidende verklaring van een
schepping zonder Schepper. De evolutieleer bleef echter in gebreke bij het
geven van het ultieme bewijs van hoe het leven is geëvolueerd uit levenloze materie, van eenvoudige
levensvormen tot zeer complexe soorten als de mens.
Materie
heeft niet altijd bestaan
Één ding staat
wetenschappelijk vast: materie heeft niet eeuwig bestaan. De ontdekking van en
onderzoek naar radioactiviteit hebben bewezen dat materie niet eeuwig heeft
bestaan! Spoedig na de ontdekking van Radium (Madamme
Curie 1898) kwam aan het licht dat radioactieve elementen zoals Radium en
Uranium straling afgeven en zich volgens een desintegratieproces, dat we
radioactief verval noemen, uiteindelijk tot
Lood vervallen.
De tijdseenheid voor het verval wordt aangegeven met de
halveringstijd. Dat is namelijk de tijd benodigd om de helft van de
oorspronkelijke hoeveelheid over te houden. Voor Radium is deze tijd ca 1600
jaar. Voor Uranium (235U) is dat ca. 703,8 miljoen jaar.
Na 1600 jaar is de helft van
de hoeveelheid Radium overgebleven. Na nog eens 1600 jaar is er nog een 1/4
deel van het oorspronkelijk Radium, na weer 1600 jaar
1/8, enz.
Het feit dat Radium en andere
radioactieve elementen niet uitgestraald zijn, toont aan dat het universum NIET
eeuwig heeft bestaan. Als deze elementen ALTIJD AL hadden bestaan zonder een
beginpunt in de tijd zou de “levensperiode” van radioactieve elementen lang
geleden al voltooid zijn geweest en tot Lood zijn gedesintegreerd. Er was dus
een tijd in het verleden dat deze elementen niet bestonden. Dit is een
definitief wetenschappelijk bewijs dat materie niet eeuwig heeft bestaan!
Materie is ook niet
geleidelijk uit het niets ontstaan. Op een bepaald moment brak er een tijd aan
dat deze elementen tot bestaan kwamen. Er moet een zekere macht of iemand zijn
geweest die een ogenblikkelijk ontstaan (c.q. schepping) veroorzaakte.
Er is een oorzaak voor ieder
gevolg. Zo is de voornaamste oorzaak voor het ontstaan van materie een zekere
macht of iemand die verantwoordelijk is voor het ontstaan ervan.
Leven
komt voort uit leven.
Hoe
is het leven ontstaan?
De
wet van Biogenese berust op de fundamentele waarheid
dat LEVEN alleen kan voortkomen uit reeds bestaand
leven. Leven kan niet spontaan voortkomen uit dode materie.
Het
vergt een hoge intelligentie van een levend wezen om leven uit dode materie te
scheppen. De mens met al zijn vermogen om te denken en te redeneren is op dit
moment niet in staat om een eenvoudig ééncellig diertje te vervaardigen uit
dode materie, dat zich kan voortbewegen en voortplanten, laat staan om wezens
te vervaardigen die superieur zijn aan de mens zelf. Mensen kunnen wel huizen
bouwen uit materie, auto’s, computers maar toch blijft de mens, die de
intelligentie en kracht bezit om deze zaken uit te denken en te vervaardigen
superieur aan zijn eigen producten.
Als
de mens niet in staat is om iets uit te denken, maken, bouwen of verwezenlijken
dat qua intelligentie en
bekwaamheid superieur is aan de mens en zijn verstand, hoe komt het dan dat de
mens kan geloven dat enige macht of kracht met minder intelligentie zoals de
evolutieleer dat leert (dode materie uit de oerknaltheorie), de mens heeft
voortgebracht?
Indien
wij niet in een superieure God geloven dan blijft als enige alternatief te
geloven dat iets geringer dan de menselijke intelligentie ons heeft
voortgebracht.
Domme
doelloze onintelligente natuurkrachten of toeval kunnen niet een gebouw als de Rembrandttoren in Amsterdam vervaardigen.
Toch
beweren evolutionisten dat een ééncellig diertje dat nota bene voor de mens
moeilijker is om te vervaardigen dan de Rembrandttoren,
uit het niets is ontstaan tengevolge van oerkrachten zonder enige vorm van
intelligentie.
U
als Schepper
Stelt
u zich eens voor dat u de scheppende kracht, de intelligentie en het vermogen
zou bezitten om alles te kunnen maken en tot stand te brengen wat uw verstand
maar zou ontwerpen en wensen. Veronderstel vervolgens dat u het op u nam om een
onbegrensd universum te ontwerpen, te scheppen, vorm te geven en in beweging te
brengen - met planeten, zonnen en sterrenstelsels in al hun pracht. Op één van
de planeten zou u de juiste omstandigheden creëren om alle levensvormen die op
onze planeet voorkomen te maken en te onderhouden. Denkt u dat uw verstand
tegen deze taak opgewassen is? De mens is niet instaat om dit te kunnen doen.
Is
het dan rationeel om te geloven dat enige macht of kracht, die zelfs geen
menselijke intelligentie bezit, het ontzagwekkende universum dat we om ons heen
zien heeft uitgedacht, ontworpen, geschapen, gevormd samengesteld en in
beweging gezet?
Of
dat het universum uit louter toeval is ontstaan?
Het
vergt de allerhoogste intelligentie om materie te scheppen, leven te maken en
het universum te maken en in stand te houden.
God openbaart Zichzelf
Als God een werkelijkheid is,
waarom openbaart Hij Zich dan niet aan ons op een manier die iedere twijfel
over Zijn bestaan wegneemt?
In werkelijkheid heeft Hij
dit al vele malen gedaan. Verslagen van ooggetuigen die contact met Hem hadden,
zijn opgetekend en voor ons bewaard in de Bijbel. Maar
stelt deze gedocumenteerde getuigenis sceptici en
spotters tevreden? Dat is nooit gebeurd en het zal ook niet gebeuren.
Wat zou ervoor nodig zijn als
God de uitdaging aannam telkens Zijn bestaan te bewijzen? Zou Hij Zich aan
iedere mens die ooit is geboren moeten vertonen en wonderen verrichten? Maar
zelfs dat zou misschien niet genoeg zijn om iedereen tevreden te stellen.
Lang geleden besloot God
degelijk bewijs te verschaffen - in de vorm van Zijn werk, menselijke getuigen
en vervulde profetie - dat Hij de levende, intelligente Schepper van het
universum is. Dit bewijs is dwingend, krachtig en redelijk voor wie een oor
heeft om te horen en een oog om te zien. Maar iedereen heeft een keuze. Men kan
het bewijs onder ogen zien, of men kan ermee spotten.
Laten wij het verslag van de
Schepper en Gods openbaringen van Zichzelf aan de mensheid eens onderzoeken.
God wandelde en sprak met
Adam en Eva. Tijdens hun nauwe relatie met Hem kregen zij specifieke
richtlijnen (Genesis 2:15-17; 3:2-3). Zij besloten echter Hem niet te
gehoorzamen en probeerden zich voor Hem te verbergen (Genesis 3:8-10).
Later nam God de tijd hun
zoon Kaïn wegens diens egoïstische en onredelijke boosheid te pogen tot rede te brengen (Genesis 4:5-7). Kaïn verwierp
Gods advies en vermoordde zijn broer Abel (vers 8). In plaats van oprecht spijt
te hebben van wat hij had gedaan ging Kaïn “weg van het aangezicht
des Heren”(vers 9-16).
God sprak met de gelovige Noach (Genesis 6:13). Noach was
anders dan de anderen aan wie God verschenen was. Hij
volgde Gods instructies op (Genesis 7:5). Dit gold ook voor Abraham. God verscheen persoonlijk aan Abraham en voerde bij verscheidene
gelegenheden gesprekken met hem (Genesis12:1, 7; 13:14-17; 17:1-3). Gods
bereidheid zich aan Mozes en het volk van het oude Israël te openbaren is in
het bijzonder van belang. ,,En de Here sprak tot
Mozes van aangezicht tot aangezicht, zoals iemand
spreekt met zijn vriend”
(Exodus 33:11). God trachtte
met de Israëlieten een soortgelijke rechtstreekse relatie aan te gaan. Mozes
schreef op wat er gebeurde: ,,Van aangezicht tot
aangezicht heeft de Here met u gesproken op de berg
uit het midden van het vuur - ik stond te dien tijde tussen de Here en u om u het woord des Heren mede te delen, want gij vreesdet voor het vuur en gij kwaamt
de berg niet op"
(Deuteronomium
5:4-5).
Zij smeekten om meer afstand.
Zij wilden zelfs Zijn stem niet horen. ,,En het gehele
volk was getuige van de donderslagen, de bliksemstralen, het geluid van de
bazuin en de rokende berg. Toen het volk het zag, beefde het en bleef van verre
staan. En zij zeiden tot Mozes: Spreek gij met ons dan
zullen wij horen; maar God spreke niet met ons, opdat wij niet sterven" (Exodus
20:18-19).
God wilde op het volk indruk
maken met Zijn grootheid, zodat zij zouden weten dat Zijn wetten moeten worden
gehoorzaamd. Maar zij zagen Hem als een bedreiging. Zij verzochten dat God zich
in de toekomst alleen door Zijn profeet zou openbaren. Vanaf die tijd heeft God
dat verzoek ingewilligd. Hij openbaarde Zich aan het oude Israël door Zijn
geroepen en uitverkoren profeten. Hij zond hen om Zijn volk te waarschuwen en
hen aan te moedigen Hem trouw te blijven. Maar hun boodschappen werden genegeerd
en het volk liet velen van de profeten een marteldood sterven
.
Gods aanwezigheid is aan
de mens
Het was niet Gods idee zich
te verwijderen en schijnbaar ongenaakbaar te zijn. Het was de keuze van de
mensheid. Vanaf het begin van het bestaan van de mens heeft God de mensen
vrijheid van keuze gegeven. Hij laat ons kiezen of wij in Hem willen geloven,
de kennis die Hij openbaart te aanvaarden en te gehoorzamen - of niet. God
heeft Adam en Eva niet gedwongen zijn instructies te volgen.
Zij kozen in vrijheid het
niet te doen.
De mensheid heeft sindsdien
de gevolgen van die noodlottige keuze steeds ervaren. Evenmin dwong God het
oude Israël Hem te gehoorzamen. Hij heeft de Israëlieten een duidelijke keuze
geboden: ,,Ik neem heden de hemel en de aarde tegen u
tot getuigen; het leven en de dood stel ik u voor, de zegen en de vloek; kies
dan het leven, opdat gij leeft, gij en uw nageslacht"
(Deuteronomium
30:19).
Met eigen oren hebben zij God
vanaf de berg Sinaï de Tien Geboden horen uitspreken. Op hun uittocht uit
Egypte waren zij getuigen van het ene wonder na het andere. Toch
waren de Israëlieten dat bewijs al spoedig vergeten en besloten zij de
levenswijze en de zegeningen die God aanbood te veronachtzamen (Deuteronomium 31:27). De mensheid heeft constant
besloten zich van Gods openbaring af te keren en de voorkeur te geven aan die
weg die uiteindelijk naar ellende en de dood leidt (Spreuken 14:12; 16:25). Er
is niets veranderd. Wij staan voor dezelfde keuze: God geloven en zijn wetten
gehoorzamen of ongehoorzaam zijn.
Eeuwen nadat Israël afweek,
dwong God Jezus' landgenoten niet Jezus Christus als de beloofde Messias en
Zoon van God aan te nemen. Zelfs ten overstaan van ongelooflijke wonderen die
Zijn macht aantoonden, geloofden de meeste mensen nog steeds niet in Hem. Zij
herhaalden de reactie van hun voorvaderen. Nadat men verscheidene jaren lang
Christus veel dramatische wonderen had zien verrichten, met inbegrip van het
voeden van duizenden mensen (Mattheüs 14:13-21;15:30-38), waren slechts 120
mensen voldoende overtuigd om de kern van zijn Kerk te vormen (Handelingen
1:15) - al zou Hij er later veel meer aan toevoegen.
Een onthullend incident was
ook de reactie op de opwekking door Jezus van Lazarus uit de dood (Johannes
11). Verheugden de leiders zich erin dat Jezus iemand weer tot leven had
gewekt? Bepaald niet! ,,En de overpriesters
beraadslaagden om ook Lazarus te doden, daar vele der Joden ter wille van hém
kwamen en in Jezus geloofden" (Johannes 12:10-11).
Christus' vijanden weigerden
te erkennen dat deze wonderbaarlijke opstanding een teken van God was en zij
besloten het bewijs te vernietigen door de onschuldige Lazarus te vermoorden.
Binnen enkele dagen slaagden zij erin Jezus van Nazareth
terecht te stellen. De meeste mensen zien zichzelf graag als ruimdenkend, dat
zij niet antagonistisch of bevooroordeeld tegenover de waarheid staan.
Maar sommigen van dezelfde
mensen die van Christus' wonderen op de hoogte waren riepen later om Zijn
bloed.
Jezus wees erop dat sommigen zo verhard waren jegens God
dat zij zelfs niet overtuigd zouden zijn wanneer iemand uit de dood zou worden
opgewekt (Lukas 16:31).
De menselijke natuur is niet
veranderd. Dezelfde vooroordelen blijven even diep geworteld in onze
tegenwoordige tijd. Het is geen prettige gedachte dat een aanzienlijk deel van
de mensheid zijn denken ten opzichte van God bewust verhardt. Toch gebeurt dat
(2 Petrus 3:5). En de reden is eenvoudig. De natuurlijke denkwijze van de mens
staat fundamenteel vijandig tegenover God (Rom. 8:7).
Daardoor is iemand wiens geest door die instelling is beïnvloed meer dan bereid
manieren te vinden teneinde om Gods bestaan heen te redeneren.
Absoluut bewijs
Heeft God de mens ooit absoluut, onweerlegbaar bewijs van Zijn bestaan gegeven? Zal
Hij ooit zo'n bewijs leveren? Het antwoord op beide vragen is nadrukkelijk
“ja”.
Ten tijde dat God het oude Israël uit Egypte leidde, deed Hij
veel ontzagwekkende wonderen die Zijn bestaan, macht en beheersing over de
natuurwetten aantoonden.
,,En de Here
zeide tot Mozes: Ga tot Farao, want Ik heb zijn hart
en dat van zijn dienaren onvermurwbaar gemaakt, opdat Ik deze mijn tekenen
onder hen tone, en gij aan
uw kind en kleinkind kunt vertellen, wat Ik de Egyptenaren heb aangedaan en
welke tekenen Ik onder hen verricht heb, opdat gij weet, dat Ik de Here ben"
(Exodus 10:1-2).
Zij hadden hun bewijs, maar
het vervaagde snel uit hun geheugen. ,,Zij maakten een
kalf bij Horeb en bogen zich neer voor een gegoten
beeld ... Zij vergaten God, hun Verlosser, die grote dingen in Egypte gedaan
had"
(Psalm 106:19-21).
Later gaf God hun door de
woorden van Zijn profeten het bewijs dat Hij God was. Vervulde profetie toont
op krachtige wijze de realiteit van God aan. Hij verklaarde: ,,Ik
immers ben God, en er is geen ander, God, en niemand is Mij gelijk; Ik, die van
den beginne de afloop verkondig en vanouds wat nog niet geschied is..."
(Jesaja 46:9-10).
Alleen God kan grote rampen,
de opkomst en ondergang van wereldrijken en zelfs het einde van een tijdperk
nauwkeurig voorspellen - en die ook teweegbrengen.
De Bijbelse profetieën zijn
een bewijs van God dat gemakkelijk kan worden geverifieerd. Een van de
eenvoudigste manieren om de waarachtigheid ervan te controleren is de
nauwkeurigheid te onderzoeken van de profetieën die betrekking hebben op de
geboorte, het leven en de dood van Jezus Christus. Eeuwen voordat Hij werd
geboren werden er aan de Hebreeuwse profeten verbazingwekkende details over die
aspecten van Zijn leven geopenbaard. De nauwkeurigheid van die details
bevestigen zowel de waarheid van de Bijbelse profetieën als het bestaan van
Degene die ze inspireerde.
De reeds
vervulde profetieën van Daniël zijn zo gedetailleerd en specifiek dat de
bevestiging van de nauwkeurigheid ervan ons eveneens onweerlegbaar bewijs
verschaft van Gods bestaan en waarachtigheid. God heeft beloofd dat de tijd
komt dat de hele wereld getuige zal zijn van Zijn interventie. Ieder oog zal
Jezus Christus zien wanneer Hij terugkeert (Openbaring 1:17,Mattheus 24:27-30).
Veel
mensen verwerpen de Bijbel en in het bijzonder de Evangeliën, omdat er zoveel
wonderbaarlijke dingen in worden beschreven: dramatische genezingen,
opstandingen, vuur van de hemel en spectaculaire visioenen, om maar een paar
voorbeelden te geven. Zij geloven dat deze dingen onmogelijk zijn, omdat zij in
strijd zijn met de menselijke ervaring en met de wetten die ons stoffelijk
bestaan regeren. Helaas
nemen zij de Bijbelteksten die wij zojuist hebben aangehaald niet in
overweging: dat God de Vader en Jezus Christus voorbij de grenzen van de fysieke
wetten kunnen opereren. Een God die het universum tot bestaan kan brengen kan
zeker wonderen verrichten die tijdelijk de werking van de natuurwetten
overstijgen.
Wat betekent dit? Geloven we
de vele getuigen die God heeft gegeven of eisen we een bewijs dat Hij ons
persoonlijk geeft voordat we geloven?
Jezus' woorden aan Thomas
zijn duidelijk ook voor ons bedoeld: ,,Omdat gij Mij
gezien hebt, hebt gij geloofd? Zalig zij, die niet gezien hebben en toch
geloven" (Johannes 20:29).
Tot
slot wat zegt de Bijbel van mensen die Gods bestaan ontkennen?
“De dwaas
zegt in zijn hart: Er is geen God” (Psalm 14:1).
Wilt
u meer weten over dit onderwerp? Vraag
dan de volgende gratis brochures aan :
“ Bestaat God?”.
“ Evolution or Creation, which?”
“ Who is God?”
middels
een briefkaart naar UCG Holland Postbus 93, 2800 AB Gouda of via onze website:
www.UCG-Holland.nl, via welke site u ook onze overige brochures kunt aanvragen.
Het Nederlandse
Supplement van The Good News maart / april 2005